Waarom legt een sidderaal niet het loodje door zijn eigen stroomstoot van 600 Volt?

Sympathiek kunnen we hem niet noemen, Electrophorus electricus ofwel de sidderaal, maar geniaal is ie wel. Deze batterij met vinnen, afkomstig uit het Amazonegebied, beschikt over elektrische organen die in totaal bijna twee derde van zijn lichaamsgewicht uitmaken. Zijn leven staat in het teken van stroom: hij oriënteert zich ermee in de troebele omgeving, verdedigt zich ermee en jaagt ermee.

Dat eerste doet hij met het zogenaamde orgaan van Sachs in de spiertjes van de staart. Daarmee wekt hij een elektrisch veld met een zeer bescheiden spanning van 0,5 tot 2 Volt op. Prooivisjes of belagers brengen minuscule veranderingen in dit veld teweeg en op die rimpelingen reageert hij met een stroomstoot waarvan de spanning tot 600 Volt kan bedragen.

Dat salvo komt uit het orgaan van Hunter, een verzameling spierbundels die over zijn hele lichaam lopen. In feite is het een leger elektriciteit opwekkende cellen. Petje af voor deze elektrocyten, want al levert een enkele cel maar 0,1 Volt, ze zijn met een man of zesduizend en ze vuren allemaal in een tijdsbestek van enkele milliseconden. Als er een aarzelt, krijgt hij in een mum van tijd een por van de buurman. Dankzij deze discipline vormen ze samen een batterij van honderden volts, waar ook een mens een hevige optater van kan krijgen.

Dan vraag je je af: die sidderaal zelf, legt die niet het loodje door zijn eigen stroomstoot? Het wapen treft hem wel, want vermoedelijk zijn volwassen exemplaren blind als gevolg van de herhaaldelijke elektrische ontladingen.

Maar voor het overige blijft de strategie ongestraft. Dat zou wellicht anders zijn als hij in de lucht leefde, schreef de Uruguayaanse bioloog Angel Caputi vorige maand in Scientific American. Wat de aal onder water presteert, komt in lucht neer op een fikse stroom van 1 ampère; zijn lijf zou fungeren als een joekel van een batterij van 500 Volt. Maar in het water fladdert de stroom alle kant op en laat hemzelf ongedeerd, ondanks de grote spanning die hij opwekt.

Toch verlamt hij er prooivisjes mee. Dat moet je in zijn proporties zien, een haai zou er weinig van krijgen. De ernst van een elektrische schok is afhankelijk van de sterkte én de duur van de stroom die door een lichaam vloeit.

Vergelijk de sidderaal met de arm van een man, schrijft Caputi: om die te laten verkrampen moet je er minstens 50 milliseconde een stroom van 200 milliampère doorheen sturen. De stroomstoot van de sidderaal houdt maar 2 milliseconde aan. Bovendien verdwijnt een groot deel door de huid al snel het water in.

Maar hij vangt er prooi mee. Klein spul, rekent Caputi voor. Een visje dat in lengte tien keer zo klein is als de sidderaal zelf, is qua volume maar éénduizendste aal. De vluchtige stroomstoot van de sidderaal levert energie genoeg om zo'n fragiel lijfje te vloeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden