Een vrouw in quarantaine in Shanghai.  Beeld ANP / EPA
Een vrouw in quarantaine in Shanghai.Beeld ANP / EPA

EssayCovid-19 in China

Waarom laten de Chinezen zich opsluiten? ‘Hoe minder mensen weten, hoe volgzamer ze zijn’

Waarom protesteerden Chinezen niet toen ze massaal werden opgesloten in hun huizen, in isolatiekampen en quarantainehotels? Die vraag krijgt China-correspondent Eva Rammeloo vaak. Ze waagt zich aan een antwoord.

Eva Rammeloo

We zitten op plastic krukjes voor de ingang van het ‘hotel’, mijn medereizigers en ik. Onze koffers worden verderop besproeid met desinfectiespul. “Scan dit!”, roept een medewerker in een wit pak. Ik zie alleen haar ogen. “Dat kan niet”, roep ik terug. “Mijn telefoon heeft geen internet. Wat is het wifiwachtwoord?”

We zijn al uren onderweg. Ik kijk naar de gezichten van de mensen die in het vliegtuig naast en voor me zaten. We zijn met z’n allen door een teststraat geleid, hebben codes gescand en formulieren ingevuld waar niemand precies het nut van kent. En nu we wéér een code moeten scannen, ben ik het zat. De mevrouw op het krukje voor me draait zich om. “Wil je op mijn hotspot? Hier, ik laat zien hoe het moet.”

Verbijsterd kijk ik haar aan. Om me heen zie ik iedereen druk bezig op zijn telefoon. Het bevel wordt keurig opgevolgd. Gewoon nog een formuliertje invullen, zo’n probleem is dat toch niet? Vooruit, ik gebruik haar hotspot en ga nog even mee in deze onzin.

Als kleine kinderen zijn we op krukjes neergezet

Teleurgesteld ben ik, dat niemand zich lijkt af te vragen waarom we door al die hoepels springen. “Mei banfa!”, zegt de man op het krukje naast me: niets aan te doen. “Dit is beleid van de overheid.”

null Beeld

Eva Rammeloo (1979) studeerde journalistiek en ­geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Ze werkt sinds 2014 als correspondent in China, sinds 2019 voor Trouw.

Als kleine kinderen zijn we op deze krukjes neergezet en nog nooit voelde ik me zo onvrij. Het Chinese coronabeleid: mensen opsluiten om het virus uit te roeien, zet aan tot nadenken over het concept vrijheid, want wat de Chinese overheid mensen ontneemt, is meer dan basale bewegingsvrijheid.

Het dragen van mondkapjes of het sluiten van scholen, kantoren en theaters is een oppervlakkige beperking. Er zijn minder keuzes, maar je mag ze wel zelf maken. En belangrijk: je weet waar je het voor doet, want lucht delen met klas- of kantoorgenoten is gevaarlijk. Kijk maar naar de ziekenhuizen, waar mensen aan de beademing vechten voor hun leven.

In China weten we vaak niet welke reden er achter maatregelen zit. Waarom moest mijn koffer worden gedesinfecteerd? Uit onderzoek is allang gebleken dat het virus maar kort op oppervlaktes overleeft. Maar dat soort informatie sluimert in de Chinese media altijd onder de oppervlakte.

Hoe minder mensen weten, hoe meer angst ze voelen, hoe volgzamer ze zijn. In China geen reportages uit ziekenhuizen of cijfers over het aantal ic-opnames. De Communistische Partij heeft ontdekt dat ze mensen onder de duim kan houden met minimale referenties aan een dodelijk virus.

Opgesloten in hun huizen tijdens de lockdown in april en mei, vroegen mijn vrienden en kennissen in Shanghai zich af wanneer de poort weer open ging. Er werd hen niets verteld. Er was geen stappenplan of routekaart. Alleen het einddoel was duidelijk: nul besmettingen.

Vrijheid van meningsuiting is niet alleen roepen wat je denkt. Het is ook vragen om duidelijkheid. Klagen. Zeuren desnoods. Nederlanders weten hoe dat moet. Ze vragen om informatie en krijgen die ook. Is het niet genoeg, dan vragen ze het nog eens, verheffen ze hun stem, proberen ze een andere manier, verzamelen ze medestanders.

De overdaad aan informatie in Nederland mag zo nu en dan tot chaos leiden, dat hoort zo in een democratie waarin iedereen de vrijheid heeft om mee te praten. Het helpt mensen om een keuze te maken over de positie die ze willen innemen. In China is communicatie minimaal en bedoeld om overheidsbeleid te rechtvaardigen. Let op: niet om het beleid te verduidelijken, want het mag geen vragen oproepen.

Een chatgroep met alle reizigers, graag

In het quarantainecentrum in Xiamen vroeg ik de ‘receptionist’ via de app waarom er geen chatgroep was opgezet met álle reizigers. Bij eerdere quarantaines waren die er wel en dat hielp enorm: mensen delen informatie en klachten, en moedigen elkaar aan om vragen te stellen. Ik vermoed dat dit laatste de reden was dat er hier geen groep was. Lastige klanten die elkaar opstoken is wel het laatste wat een manager van een quarantainehotel wilt. Op mijn vraag naar zo’n groepsapp kreeg ik telkens hetzelfde antwoord. Het kon gewoon niet. ‘Het spijt me.’

Als je weet waaróm je vrijheid beperkt wordt, dan is het te accepteren. Een mondkapje opdoen voor de gezondheid van een ander, is een duidelijk, proportioneel offer dat zijn nut in Azië heeft bewezen. De isolatiekampen waar duizenden Shanghainezen in april en mei werden opgesloten, waren een ander verhaal. Coronapatiënten moesten daar ‘beter worden’. “Maar er was geen medische zorg of medicijnen”, zegt een vriendin die met een beetje keelpijn dagenlang tussen andere ‘zieken’ op een stretcher sliep. Ze is Brits en had liever zelf besloten hoe ze met haar besmetting wilde omgaan. “Alles wat mijn man en ik nodig hadden was een weekendje op de bank hangen met Netflix.”

Persoonlijke integriteit doet er niet toe, het recht om over je eigen welzijn te beslissen telt niet tijdens de zerocovidcampagne. Dat is het ergste: iemand anders is de baas.

Eindeloze macht

Tijdens mijn quarantaine was dat de hotelmanager, in Shanghai waren het de buurtcomités. “We waren overgeleverd aan de nukken van mensen die we normaal nooit zagen, maar die nu opeens eindeloze macht bleken te hebben”, zei een Chinese kennis. Niet gehinderd door wetenschappelijke kennis over het virus, kweten de buurtcomités zich van hun taak: mensen binnenhouden. Onbekenden in witte pakken vertelden hoe laat je ’s ochtends moest opstaan, hoe je dag eruitzag en wat je ’s avonds zou eten. “We wisten niet van tevoren wanneer we werden getest, wanneer er eten kwam. We waren overgeleverd aan de megafoon van het buurtcomité.”

Op 12 juli 2022 steekt deze inwoner van Shanghai zijn hoofd door de quarantainehekken.  Beeld ANP / EPA
Op 12 juli 2022 steekt deze inwoner van Shanghai zijn hoofd door de quarantainehekken.Beeld ANP / EPA

Mei banfa is een gevleugelde uitspraak in China. Die maakt me kwaad, die is me te gemakkelijk. Hoezó niets aan te doen? Jullie proberen het niet eens, denk ik dan. Maar ik begrijp het ook wel, want met informatie komt verantwoordelijkheid. Wat geloof je? Wat kies je? Waar sta je? En hoe gebruik je de informatie in je dagelijks leven? Als alle keuzes worden weggenomen, wordt het leven een stuk overzichtelijker.

De mensen met wie ik in een quarantainehotel zit opgesloten, willen helemaal niet méér informatie. Vergelijk het met het westerse ‘fomo’: fear of missing out, de angst om iets te missen. Sommige Nederlanders werden heel rustig van de covidrestricties. Als de theaters gesloten zijn, mis je niets.

De meeste Chinezen beschouwden zichzelf als vrij. Ze mochten werken waar ze willen, wonen waar ze willen, liefhebben wie ze willen en kopen wat ze willen. In de tijd van hun ouders en grootouders was dat wel anders, dáár ligt hun vergelijkingsmateriaal. Ze mochten ruiken aan individualisme, maar nu reduceert het zerocovidbeleid hen weer tot een vormeloze massa die van de ene in de andere bakvorm wordt gegoten. Dat is vervelend, maar noopt niet tot grootse protesten.

Als westerling zoek ik op mijn quarantainekamertje naar de keuzes die ik binnen die bakvorm wél heb. Als ik op mijn tenen sta, kan ik door het raam kijken. De douche is piepklein, net als het handdoekje waar ik twee weken mee moet doen. Maar het bed kan ik draaien. En ik kan de vloer schoonmaken met het handdoekje, zodat ik op blote voeten kan lopen. Het zijn kleine overwinninkjes die grip op mijn leven geven.

Als ik op dag twee de deur open zonder mondkapje, krijg ik een waarschuwing met een screenshot van de bewakingscamera. Bij nog zo’n overtreding wordt mijn quarantainetijd mogelijk verlengd, klinkt het dreigend. Dan ontdek ik een raampje in de douche, dat uitkomt op dezelfde gang als de kamerdeur. Het kan zowaar vijf centimeter open en niemand komt me vertellen dat het niet mag. Alsof ik mijn tong uitsteek naar de witte pakken.

Stiekem kook ik de eieren in de waterkoker

Ik onderhandel. Om een grotere handdoek te krijgen en het recht om bestellingen te doen. Nog zo’n vrijheid: zelf bepalen wat je eet, in plaats van de maaltijden die driemaal daags op een vast tijdstip voor de deur staan. Pas als ik een verklaring onderteken dat ik verantwoordelijk ben voor mijn eigen gezondheid, mag ik eieren bestellen. Ik kook ze stiekem in de waterkoker. Triomf!

In chatgroepen voor mensen in quarantaine zoekt iedereen naar de ruimte in de bakvorm, ruimte voor hun individuele wensen. Maar ik ben de enige die zich opwindt. Over het feit dát ze in die bakvorm zitten, wordt maar lafjes geklaagd.

Een vrouw bezoekt een man in Shanghai die nog in quarantaine zit.  Beeld ANP / EPA
Een vrouw bezoekt een man in Shanghai die nog in quarantaine zit.Beeld ANP / EPA

Net zoals protesten tijdens de lockdown in Shanghai uitzonderingen waren. In de metropool was het kader waar mensen zich vrij konden bewegen altijd net iets breder. De Shanghainezen zijn gewend aan keuzes, aan de vrijheid om hun eigen leven in te delen. Deze benauwde afhankelijkheid was nieuw. En dus sloegen ze op potten en pannen en schreeuwden ze uit het raam van hun flat.

Ze richten zich tegen de lokale overheid trouwens, niet tegen de Communistische Partij, want zelfs de Shanghainezen weten: mei banfa, daar doe je niets aan. De vrijheid om mee te praten in het landsbestuur, of om te publiceren wat je daarover denkt – of dat nou op sociale media is of in een krant – die was er al nooit. Een Chinese vriend verwoordt het mooi: “Je hoeft alleen de andere opties weg te halen. Hoe kun je iets willen als je je niets anders kunt voorstellen?”

Vragen stellen is dom

Er valt niets te kiezen en de meeste Chinezen hebben nooit geleerd om te kiezen. Een Chinese vriendin vertelde dat ze zich opeens realiseerde hoe ze haar leven lang had geleerd om geen vragen te stellen. “De boeken en de lesstof op school waren altijd bedoeld om informatie in ons hoofd te stoppen. Een vraag stellen was dom, alles stond toch in de lesstof? Waarom zou je twijfelen?”

De meeste Chinezen wennen eraan. Hun individualisme is beperkt houdbaar. Als de regering geen verklaring geeft, verzinnen ze er zelf een. Het zerocovidbeleid is een manier om de bevolking te testen, om ons voor te bereiden op een oorlog, zo gaat het gerucht. De partij zal tevreden constateren dat niemand écht protesteert en gaat steeds een stapje verder. Verplichte testen, codes scannen, traceren van je telefoon. Zonder erover na te denken laat ik op stations, bij winkelcentra en restaurants de code op mijn telefoon scannen.

Voor de autoriteiten heb ik geen naam meer, ik ben mijn telefoonnummer. Dingen waar ik me twee jaar geleden nog over verbaasde, zijn nu aan de orde van de dag.

Het gaat vanzelf. Als je gewend bent als een stuk vee te worden behandeld, loop je keurig tussen de hekken. Als de hekken opeens worden weggehaald, of je ziet een opening, dan kijk je de andere kant op. Wat moet je met de gedachte aan de wereld achter het hek, met al die keuzes, discussies en kansen? Wat levert dat op? Als je altijd mei banfa hebt gehoord, ga je er zelf in geloven.

Lees ook:

Hoe een verdwenen boekverkoper uit Hongkong zijn Chinese ontvoerders te slim af was

Na invoering van de veiligheidswet, twee jaar geleden, wist de Hongkongse boekhandelaar Lam Wing-kee dat hij niet meer veilig was. Hij vluchtte naar Taipei. Daar vertelt hij hoe de Chinese veiligheidsdienst hem eerder ontvoerde en dwong tot een bekentenis.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden