'Waarom kunnen wij de zon niet in het water laten schijnen?'

AMSTERDAM - Eind augustus, begin september verschijnt een rapport over de maatschappelijke relevantie van zowel de top als de breedtesport in Nederland. Het onderzoek is geentameerd door het NOC en wordt prodeo uitgevoerd door het Amsterdamse bureau A.T. Kearney. De Olympische geest waart zelfs rond in het snelle managerswereldje.

Vertegenwoordigers uit alle maatschappelijke geledingen die ook maar iets met de sport hebben te maken, deden inmiddels hun zegje. Het rapport is in ruwe lijnen klaar en zou aanvankelijk nog voor de zomer worden gepresenteerd, maar omdat de topsport de komende maanden het dagelijks leven hoe dan ook beheerst - in chronologische volgorde: Roland Garros, EK voetbal, Wimbledon, Tour de France en Olympische Spelen - wordt met de openbaarmaking gewacht op een moment dat er op topniveau even windstilte heerst. Wie aan de hoog oplaaiende voorgevoelens van hartstochtelijk beleden euforie wil ontkomen, zal moeten verkassen naar een onbewoond eiland, diep in de Stille Oceaan, en dan ook nog oordopjes dienen mee te nemen om niet het geringste rumoer te hoeven opvangen.

Premiers, kroonprinsen, ministers, staatssecretarissen, fractieleiders en kamerleden zullen in juni, juli en augustus niet nalaten hun 'oprechte' betrokkenheid met onze jongens en meisjes te tonen. In Barcelona zullen ze worden rondgeleid door NOC-voorzitter Wouter Huibregtsen, die een kleine maand later enigzins pissig in 'zijn' rapport zal opmerken, dat "de sport in Den Haag nog steeds nul betekenis heeft."

De vorige week deed Huibregtsen in een select gezelschap al iets uit de doeken van het onderzoek. Schokkend lijkt het rapport niet. Het is meer een bevestiging van allang levende gedachten over de plaats die de sport in de maatschappij inneemt. De parade van open deuren wordt vooral als aanzet gezien om structurele erkenning af te dwingen. In de vorm van een platform voor sport en maatschappij bijvoorbeeld, waarvoor zwaargewichten uit de laatste categorie (Wiegel, Rabo-topman Wijffels, werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan, om enkele leden van de stuurgroep achter het rapport te noemen) enthousiast gemaakt moeten worden. Vooralsnog wordt sport in 'Den Haag' alleen serieus genomen als het niets kost.

Enkele goed bedoelde overlegorganen in het recente verleden, zoals het Nationaal Sport Overleg, ontgroeiden nimmer het couveuse-stadium. Internationale sportconferenties, waarbij ministers en de nongouvernementale sportorganisaties (als de NSF) elkaar uiterst minzaam gedogen, zijn vriendelijk voortkabbelende praatclubjes, die wel intentieverklaringen tekenen, maar geen beslissingsbevoegdheid hebben.

Hoe minimaal de betekenis van sport op het Binnenhof is, zal maandag weer eens blijken. Dan bespreekt de vaste kamercommissie van volksgezondheid met staatssecretaris Simons (WVC, het departement dat ook sport beheert) de nota 'Gezondheid met beleid'. In die nota wordt amper aandacht geschonken aan sportoefening als preventief middel met betrekking tot het gezondheidsbeleid, constateert de NSF bedroefd.

In een brief aan de commissieleden refereert voorzitter Kastermans van de sportferedatie aan onderzoekingen die de Engelsen Gratton en Tice, alsmede de Noor Hjort in hun land deden. "Hopelijk geeft deze oproep aanleiding om in de nota de gemiste kans te corrigeren en de sportbeoefening als structureel beleidsinstrument een plaats te geven in het gezondheidsbeleid" , besluit Kastermans in zijn brief, die waarschijnlijk structureel in de stapel dossierstukken zal verdwijnen.

Een (vermeende) knipoog naar bijvoorbeeld het Franse sportbeleid is voorlopig puur fictie. Frederique Bredin, de minister van sport, jeugd en vrije tijd, overlegde het Franse parlement deze week de derde sportwet in twintig jaar, waarop vervolgens 112 amendementen werden ingediend. Dat laatste duidt op zijn minst op een zekere betrokkenheid. Het dagblad Liberation vond het zelfs de opening van de voorpagina waard. Eerlijkheidshalve moet er aan worden toegevoegd dat de tribuneramp in Bastia, die tot nu toe aan 15 mensen het leven kostte, niet los van de publicitaire belangstelling kan worden gezien. In de wet is een apart hoofdstuk over veiligheidsmaatregelen en rampenplannen in stadions opgenomen.

Maar Bredin kent ook aan de morele waarden in de sport grote betekenis toe. "De sportieve ethiek is niet een loze doelstelling waarmee men een mooie toespraak doorspekt, nee, ze is een vereiste" , hield ze de Assemblee voor, die, volgens de sportkrant L'Equipe, "emotioneel en gepassioneerd" over de wet discussieerde. Voor zoveel uiterlijke betrokkenheid is de doorsnee Nederlandse parlementarier te calvinistisch van aard. Sport legt slechts beslag op de spreektijd als er zich iets negatiefs voordoet. "Een stadion dat beveiligd moet worden, doping en vandalisme" , zoals Huibregtsen dat de vorige week op een bijeenkomst van de Nederlandse Sport Pers omschreef.

Waarom kunnen wij de zon niet in het water laten schijnen? vroeg de NOC-voorzitter zich hardop af. Hij wist toen nog niet dat wij dankzij het doelpunt van Ronald Koeman de Europa Cup zouden winnen. Hij kon toen overigens al wel bevroeden, dat het merkwaardige Nederlandse wij-gevoel meestal na het verorberen van twee pilsjes weer overwaait. Huldigen in Nederland ontaardt al gauw in proletarisch winkelen; als er onverhoopt wat te weinig ordebewaking in ME-busjes is verschanst.

Huibregtsen is een moderne evangelist, die desgevraagd overal en op elk willekeurig ogenblik bereid is het positivisme onder de mensen te brengen. Weg met het negativisme en nihilisme, te beginnen in Den Haag, dat de budgettair beschikbare miljoenen vooral in de kwaliteit van de sportbeoefening moet steken. Sporthallen zijn er genoeg, velden te over, nu de bevolking vergrijst en de teamsporten in de openlucht concurrentie hebben gekregen van nieuwe (indoor)sporten en - nog meer - de recreatieve sportbeoefening die niet onderworpen is aan de terreur van starre competitieregels. Huibregtsen heeft gelijk als hij vaststelt dat de verhoogde kwaliteit vooral in ontwikkeling van het kader, het bewegingsonderwijs en de cultuur van de sportbeleving moet worden gezocht.

In dat verband zijn enkele conclusies in het A.T. Kearney-rapport uiterst relevant. Sociale constructies lijken momenteel als kaartenhuizen in elkaar te storten. De kerk en het gezin verliezen steeds meer hun functie als bindend element in de samenleving, staat in het rapport. De sport daarentegen, gaat volgens Huibregtsen dwars tegen die trend in en groeit daardoor niet alleen om het spelletje sec, uit tot een faktor van betekenis op de Nederlandse maatschappelijke landkaart. "Het is de plaats waar mensen elkaar ontmoeten" , zegt de voorzitter van het NOC. "Drie van de vier Nederlandse kinderen zien in een sportvereniging voor het eerst een allochtoon."

Die laatste constatering rechtvaardigt alleen al een verschuiving van het accommodatie- en ledentellingenbeleid (de NSF in de jaren zeventig en begin tachtig) naar een policy waarin de culturele waarden domineren. Vanuit de ivoren toren zag de NSF er vroeger goedkeurend op toe dat de levensbeschouwelijke koepels op een afgelegen stukje grond aan het spelen waren. De NCSU (christelijk), NKS (katholiek) en NCS (humanistisch) waren in die periode sterk sektarisch bezig, terend op de glorierijke jaren vijftig en zestig, toen 70 procent van de Nederlandse bevolking van mening was dat gelovige jongeren onder supervisie van de kerk sport moesten bedrijven. Op die manier konden die jongeren ook het contact met de bedorven andersdenkenden mijden.

Op 25 maart dit jaar weerlegde de socioloog Ruud Stokvis die stelling overigens door op de podiumpagina van Trouw op te merken "dat sportbeoefening op levensbeschouwelijke basis in Nederland nooit veel heeft voorgesteld" . Niet meer dan een vijfde deel is daadwerkelijk lid geweest van een levensbeschouwelijke organisatie, wist hij te melden. Thans is dat 15 procent; ongeveer 600 000 mensen, van wie bijna een kwart is aangesloten bij de Nederlandse Christelijke Sport Unie.

"De sekularisering heeft in de hand gewerkt dat velen het nut van een levensbeschouwelijke sportorganisatie niet meer inzien" , constateert NCSU-directeur Johannes van der Veen met spijt in zijn stem. Om vervolgens opgewekt te melden, dat de koepels inmiddels een soort denktank voor de NSF zijn gaan vormen: op het terrein van normen en waarden, fair play en kadervorming.

Op 11 juni 1991 sloten NCSU, NKS en NCS in die zin een convenant met de NSF. Dat mondde begin dit jaar uit in de nota '3-dimensionaal', waarin de instelling van een projektgroep wordt bepleit die de problematiek op het gebied van normen en waarden in de spoort in kaart dient te brengen. Aan de kosten hoeft WVC geen buil te vallen: nog geen half miljoen. "Wat ik weet van morele waarden en plichten van de mens, heb ik van de sport geleerd," citeerde de Franse minister Bredin eerder deze week de schrijver Albert Camus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden