Waarom kon Malek F. na een gedwongen opname gewoon weer naar huis?

Het Johanna Westerdijkplein in Den Haag, waar F. op drie mensen instak. Beeld ANP

De broer van de Syrische vluchteling die op Bevrijdingsdag drie mensen neerstak in Den Haag, wil aangifte doen tegen ggz-instelling Parnassia. Die zou tekort zijn geschoten in de hulp bij de psychische problemen van de dader. Drie vragen over de ggz-behandeling van Malek F.

De Syriër met Palestijnse wortels Malek F. vlucht in 2014 naar Nederland, samen met zijn broer. Nadat zijn vader omkomt tijdens de vlucht naar Italië, krijgt F. volgens zijn familie allerlei waanideeën. Als het zo uit de hand loopt dat hij zijn broer mishandelt, stapt deze in januari dit jaar naar Parnassia, de grootste ggz-instelling van Nederland.

Welke behandeling kreeg Malek F.?

Pas als hij in februari zijn huisraad op straat gooit, wordt F. tegen zijn wil opgenomen in de kliniek van Parnassia. Hoeveel weken hij daar is geweest, wil de instelling niet zeggen. Volgens zijn broer, die in het Algemeen Dagblad zijn verhaal deed, gaat het om twee aaneengesloten periodes van drie weken.

Daarna krijgt hij een ambulante behandeling, dat betekent dat een ggz-medewerker thuis langskomt om te praten en te controleren of F. zijn medicijnen neemt. Hoe vaak de begeleider langs ging, zegt Parnassia niet.

Zowel F.’s broer als het wijkteam neemt daarna nog contact op met Parnassia omdat het slecht gaat met F. Volgens zijn broer neemt hij zijn medicijnen niet. Maar F. wordt niet nog een keer gedwongen opgenomen. De naasten van F. vinden nu dat Parnassia tekort is geschoten. Zij bereiden een aangifte tegen de instelling voor.

De vraag is nu of F. ook in de war was toen hij drie mensen neerstak op Bevrijdingsdag, of dat hij een terroristisch motief had. Deze week maakte het Openbaar Ministerie bekend dat begin maart bij de politie een anonieme melding binnenkwam, waarin werd gewaarschuwd dat F. van plan zou zijn om een terroristische daad te plegen. Niet bekend is of Parnassia op de hoogte was van de melding. 

Waarom liet de ggz-instelling Malek F. gaan?

In Nederland wordt iemand pas gedwongen opgenomen als hij een gevaar voor zichzelf of anderen vormt. Het moet zeer aannemelijk zijn dat het gevaar voortkomt uit een psychiatrische stoornis. Dit wordt eerst beoordeeld door de crisisdiensten van ggz-instellingen en daarna gecontroleerd door de burgemeester.

Of deze zogeheten inbewaringstelling, IBS, terecht is, wordt naderhand beslist door een rechter, die hiervoor speciaal naar de kliniek komt. Na enkele weken moet de rechter beslissen of de patiënt nog langer opgenomen moet worden. Deze verlenging heet een Rechtelijke Machtiging (RM) en kan tot een half jaar duren.

Volgens de broer van Malek is hij slechts kort opgenomen. Dat maakt het aannemelijk dat Malek een IBS heeft gehad die daarna niet of voor korte tijd verlengd is. Na zijn opname is Malek thuis behandeld, zegt Parnassia. Deze zogeheten ambulante zorg is sinds een aantal jaren gebruikelijk na opnames: het idee erachter is dat iemand het beste herstelt in zijn eigen omgeving.

Het verhaal van F. raakt aan de discussie die op dit moment gevoerd wordt in de ggz over de kwaliteit van ambulante zorg. Volgens de familie van F. nam hij ondanks deze zorg aan huis toch zijn medicatie niet, waardoor hij zijn daad op Bevrijdingsdag pleegde. Zij vinden de zorg onvoldoende.

Kritiek op de ambulante zorg is er al langer. Het Trimbosinstituut, dat de ontwikkeling jaarlijks evalueert, wijst er keer op keer op dat het aantal bedden in de kliniek hard is afgebouwd, terwijl de zorg aan huis nog niet voldoende is opgebouwd. Het resultaat is dat ambulante behandelaren van patiënt naar patiënt sjezen en de kwaliteit van de zorg daaronder lijdt.

Is er genoeg hulp voor vluchtelingen met psychische problemen? 

Uit een internationale studie blijkt dat 13 tot 25 procent van de vluchtelingen een depressie en/of posttraumatische stressstoornis ontwikkelt. Het is niet zeker of F. dit had. Wat precies zijn ziektebeeld was, kan Parnassia wegens medisch beroepsgeheim niet zeggen. Vluchtelingen met psychische problemen komen terecht in reguliere ggz-instellingen. Als de behandeling daar niet werkt, gaan ze naar een gespecialiseerde kliniek als Phoenix. Deze ggz-kliniek sluit in oktober vanwege een tekort aan patiënten. 

Het probleem is meer dat vluchtelingen vaak niet over hun problemen praten, zegt het kenniscentrum voor gezondheidsverschillen Pharos. Volgens hen kan veel winst worden behaald door psychische problemen sneller te behandelen. Maatschappelijk werkers en vrijwilligers die contact hebben met vluchtelingen kunnen daarin een rol spelen. Het zou goed zijn als zij praten over psychische klachten als zij zien dat iemand niet goed in zijn vel zit, stelt Pharos. Hoe eerder je weet van psychische symptomen, hoe eerder je kunt aandringen op hulp. Het wrange is dat de Syrische man in Den Haag wel in beeld was. Hij had contact met Vluchtelingenwerk, dat bij Parnassia melding maakte van zijn problemen.

Moslims griezelen niet bij de kreet ‘Allahu akbar’

De frase Allahu akbar is het allemaal tegelijk: de lijfspreuk van jihadisten, een doodgewone lofprijzing, én een Arabisch stopwoordje.

Wie niet islamitisch is klinkt de frase ‘Allahu akbar’ (letterlijk: ‘God is groter’) al snel griezelig in de oren. Jihadisten gebruiken de takbir, zoals de uitdrukking in het Arabisch heet, al sinds het begin van deze eeuw om aanslagen kracht bij te zetten. Op het bandje uit een van de vliegtuigen waarmee de aanslagen van 11 september­­ zijn gepleegd, klinkt de uitroep meermaals. Zodoende herinneren de woorden aan bomgordels, vliegtuigkapingen en gekletter­­ van kalasjnikovs.

Maar onder moslims en Arabieren ligt dat anders. Behalve een lijfspreuk van jihadisten, is Allahu akbar namelijk ook een doodgewone islamitische gebedsfrase én een Arabisch stopwoordje. De lofprijzing duikt vrijwel in elk gebed op.

Net zo goed is de term losgezongen van de religieuze betekenis. Het ligt Arabieren op de lippen bestorven, zegt Pieter Nanninga, docent Midden-Oostenstudies aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Bij schrik en bij vreugde – in alle omstandigheden roepen mensen het. Een beetje zoals Amerikanen te pas en te onpas ‘Oh my God’ zeggen.”

Klinkt de term bij een geweldspleging door een moslim of iemand van Arabische komaf, zoals laatst in de Schilderswijk in Den Haag, dan zegt dat nog niet veel, legt Nanninga uit. “Je kunt dan niet meteen spreken van een terroristisch motief. Het zou ook zomaar een omstander of slachtoffer kunnen zijn die dit roept.”

Dat jihadisten hun lijfspreuk maakten van de takbir, is niet geheel toevallig, zegt Nanninga. “Volgens islamitische geschriften zou ook de profeet Mohammed bij zijn veroveringen geregeld ‘Allahu­­ akbar’ hebben geroepen. Bijvoorbeeld bij de slag om Badr. Salafisten, de stroming waartoe jihadisten zich doorgaans rekenen, nemen nu eenmaal graag tot in detail een voorbeeld aan de gedragingen van de profeet.”

Lees ook: Burgemeester Krikke door het stof voor haar uitspraak over de ‘verwarde’ dader

Burgemeester Krikke van Den Haag betreurt dat ze niet op de hoogte was van een melding dat de verdachte van de steekpartij op 5 mei mogelijk uit terroristische motieven handelde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden