Waarom komen de wegen en de scholen nu wel?

Zo’n 200000 vluchtelingen zijn vanuit de Soedanese regio Darfur gevlucht naar buurland Tsjaad. Velen zullen blijven, ook als het vrede wordt in Darfur.

De vluchtelingenkampen van Darfuri zijn verrezen als grote steden in het dunbevolkte Sahel-gebied in Oost-Tsjaad. Zij hebben alle voorzieningen die de lokale bevolking lange tijd ontbeerde: scholen, ziekenhuizen en vooral aandacht van de internationale gemeenschap.

Aanvankelijk ontvingen de dorpelingen de toestroom spontaan als wederdienst voor hun eigen vlucht toen in Tsjaad oorlog woedde. Juist deze regio was toen een rebellengebied – Hissein Habre, de latere tirannieke president, had hier zijn basis. Veel Tsjadiërs vluchtten in die tijd naar Soedan.

Maar het lege land kan de grote groep nieuwe bewoners eigenlijk niet aan. Bomen zijn bijvoorbeeld rond de kampen niet meer te vinden. Bovendien veranderen de vluchtelingen het landschap ook, zoals in het zuiden, waar zij in een droge rivierbedding tuinen hebben aangelegd – met steun van de VNvVoedselorganisatie FAO. Het gebied was daarvoor weide- en drinkgebied voor voorbijtrekkende nomaden.

De Soedanezen hebben, tot verbazing van de lokale bevolking, goede oogsten. Niet alleen hadden ze goede motorpompen meegenomen, maar ook beschikken ze over een gedegen kennis van de tuinbouw. Veel Soedanezen hebben dan ook geconcludeerd dat zij in Tsjaad een goed bestaan kunnen opbouwen.

De lokale bevolking is daar niet blij mee, ook al omdat de vluchtelingen niet altijd coöperatief zijn. Zij weigeren bijvoorbeeld het gezag van de Tsjadische dorpshoofden te erkennen. Zoals een van hen het in het kamp Farchana, ten oosten van Abéche verwoordde: „Dit land is ons door Kofi Annan gegeven, en dus hebben jullie niets over ons te zeggen.”

De aanwezigheid van internationale hulporganisaties heeft de dorpelingen bovendien met de neus op hun armoede gedrukt. De chef van het dorp Mile verzucht: „Waarom heeft de overheid ons geen welvaart gebracht, terwijl de internationale gemeenschap in een aantal maanden zorgt voor wegen, ziekenhuizen, scholen en voedsel?” Naast Mile (500 inwoners) verrees in 2003 een kamp van 12500 vluchtelingen.

De Tsjadische president Deby maakt gebruik van de crisis door de internationale gemeenschap ter verantwoording te roepen om de lokale bevolking niet te vergeten – de UNHCR lijkt daaraan gehoor te hebben gegeven door vijf procent van de gelden voor de vluchtelingen te besteden aan de ontwikkeling van de regio. Maar zo loopt Deby weg voor zijn eigen verantwoordelijkheid voor de armoede, die maar niet kleiner wordt, ondanks de exploitatie van de olie sinds 2003.

De relatie tussen Tsjaad en Soedan komt door de crisis in Darfur steeds meer onder spanning te staan. Er zijn ook veel dwarsverbanden. Zo leiden leden van de etnische groep en zelfs van de familie van president Deby de oppositie in Darfur tegen de Soedanese regering in Khartoem, terwijl de pro-Khartoem milities in Soedan deels bestaan uit weer andere Tsjadiërs. Ook heeft Tsjaad profijt van de opstand in Darfur, omdat de eigen rebellen – die zich Soedanees grondgebied bevinden – daardoor rustig blijven.

Het einde van de penibele situatie in Oost-Tsjaad is in ieder geval nog lang niet in zicht, ook al omdat het geweld in Darfur nog lang niet ten einde is. President Deby hoopt in die regio wel steun te winnen door er meer geld naartoe te krijgen, maar daarmee zijn de vluchtelingen uit Darfur nog niet weg. De UNHCR- coordinator voor milieu in Abéché denkt dat de vluchtelingen er nog zeker tien jaar zullen blijven.

Inval in Tsjaad vanuit Darfur: vijftig doden

Een aanval van gewapende Soedanese ruiters op een dorpje in Tsjaad, en daaropvolgende gevechten met het leger, heeft maandag aan bijna vijftig personen het leven gekost. De aanvallers doodden volgens het leger in het dorpje Madayun ten minste 36 veehouders en namen het vee van de slachtoffers mee. Acht aanvallers sneuvelden en zeven werden gevangen.

In de regio Darfur hebben milities sinds februari 2003 naar schatting 180000 mensen gedood. Daardoor sloegen meer dan een miljoen mensen op de vlucht. Het meest berucht zijn de Janjaweed, gewapende mannen op paarden en kamelen. Volgens mensenrechtengroeperingen hebben ze op grote schaal gemoord, verkracht en geplunderd. De VN-gezant voor het voorkomen van genocide, Juan Mendez, zei maandag te vrezen voor nieuwe escalatie in Darfur als niet wordt ingegrepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden