Waarom is Van Goghs oor zo aangrijpend?

Op lange vakantieritten luister ik het liefst naar ongecompliceerde rockmuziek, niet al te heavy.

Het kilometersgewijs wegglijdende asfalt is tenslotte al vermoeiend genoeg. Uit mijn autoluidsprekers klinkt: ’Onder mijn jurk draag ik, goed verborgen, jouw verdomde kussen met me mee’, of ’Geluk is een opgeschminkte glimlach, sinds jij er niet meer bent’. In het Spaans bekt het een stuk beter dat in het Nederlands.

La oreja de van gogh (Het oor van van Gogh) heet de groep, wereldberoemd in Spanje maar ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord. Vier mannelijke instrumentalisten en een zangeres spelen muziek die opmerkelijk vertrouwd klinkt. Op hun laatste cd, ’A las cinco en el astoria’, hoor ik vooral de Beatles terug. ’Norwegian wood’ en ’Let it be’, soms met letterlijke citaten. De plaat is uit voor ik er erg in heb.

Toch moet me ergens tussen kilometerpaar zoveel en peaje zus-en-zo in het derde lied iets zijn opgevallen. ’Jueves’ heet het, ’Donderdag’, en aanvankelijk lijkt niets de melodieuze intimiteit ervan te verstoren. Het gaat over een meisje in een trein, dat zichzelf niet aantrekkelijk genoeg weet om de jongen aan de andere kant van het gangpad aan te spreken. Dagelijkse liefde en zielepijn: daar is mijn muzikale aandacht snel mee klaar.

Maar plots blijft mijn gehoor haken aan een datum: el once de marzo, voor het meisje un día especial, zo blijkt. Bijna was de trein op zijn plaats van bestemming aangekomen, dan reikt de jongen haar voor het eerst de hand en durft zij hem te kussen.

Een zoet einde? Nee, een wrang einde. Want de 11de maart staat bij iedere Spanjaard in het geheugen gegrift als de donderdag van de aanslagen in Madrid in 2004. En dus is het letterlijk waar, wanneer het meisje in de slotregel haar lief haar ’laatste zucht’ schenkt.

Is dat sentimenteel? Jazeker is dat sentimenteel. Maar wat zou een lyric zijn zonder sentiment, dat het wereldnieuws opnieuw schokkend maakt door het een alledaags gezicht te geven. Precies omdat het meisje niet bijzonder is, kan ze ons voor de duur van een liedje dierbaar worden – en tegelijk de incarnatie zijn van de bijna tweehonderd doden die vielen in een even absurde als zinloze slachting.

In de videoclip wordt het lied daarom in playback meegezongen door vele tientallen anonieme gezichten, van alle leeftijden, rassen en standen. Zoiets had Ingmar Bergman al eerder gedaan, bij zijn verfilming van Mozarts Zauberflöte. Ook daar passeerde tijdens de ouverture een staalkaart aan gezichten, als representatie van de hele mensheid.

Zo wordt de cd ’A las cinco en el astoria’ onverwacht een politiek statement, dankzij een lied dat het bijna tuttig persoonlijke niet alleen politiek maar ook almaar hartverscheurender maakt. Want terreur is geen statistiek of lijst met slachtoffernamen, maar een steeds weer individueel geknakt leven dat een beter lot had verdiend.

Houdt het op bij die 11de maart 2004 en het islamitisch terrorisme? Een wrange samenloop wil dat La oreja de van gogh een Baskische popgroep is, voor wie terreur dus dagelijks brood moet zijn.

Na een halfhartig staakt-het-vuren en het wegebben van de schrik over de Madrileense aanslag, waart de moordzucht alweer achteloos rond in de straten van Bilbao en San Sebastián.

Maar dan vind ik op Youtube een andere versie van ’Jueves’: een live-opname met pianobegeleiding. Wie met de muis over het beeld gaat, ziet een paar pop-ups verschijnen: ’La orega de van gogh steunt Eta niet’ en ’Gebrek aan respect zal niet worden getolereerd’. Daar is vandaag de dag in Baskenland nog altijd moed voor nodig.

Twee filosofen, Sebastien Valkenberg en Ger Groot, schrijven op deze plaats om beurten een wekelijkse polemische column.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden