Waarom IS ons zo hard treft door kunst te vernietigen

Beeld Videostill

Zo wrang als de vernietiging van oude kunstwerken door de Islamitische Staat ook mag zijn, de aanhangers ervan hechten er kennelijk grote betekenis aan. Hun diepste waarden en overtuigingen worden erdoor gekwetst en daarom moet alles verdwijnen. Ze werken zich in het zweet om het ene beeld na het andere in gruzelementen te slaan. Geen stukje mag ervan overblijven.

Dat biedt een verschrikkelijke aanblik. De filmpjes die ervan op internet werden gezet heb ik maar niet bekeken, zoals ik ook geen behoefte had aan de onthoofdingvideo's van het kalifaat. Beide hebben het westen diep getroffen, omdat ze aanvielen wat voor een geseculariseerde samenleving als heilig geldt: het menselijk leven en de kunst. Wellicht was het IS zelfs in de eerste plaats dáárom te doen, meer dan om het doden of vernietigen zelf.

In onze wereld die God heeft doodverklaard, is kunst een nieuwe religie geworden. Dan is het niet vreemd dat ze met oude godsdiensten in conflict komt. Nieuw is dat niet; onze eigen calvinistische Beeldenstorm herinnert eraan. Maar ook een paus heeft eeuwen geleden al in de Sixtijnse kapel alle geslachtsdelen op de fresco's van Michelangelo laten overschilderen. En in een klooster in Sevilla werd ooit een doos gevonden vol stenen penissen, zorgvuldig voorzien van briefjes die vermeldden van welk beeld ze waren afgehakt.

Sixtijnse behandeling
In Nederland hebben we relletjes gehad rond aanstootgevende schilderijen in openbare ruimten die volgens een (inderdaad: islamitisch) deel van de bevolking beter konden verdwijnen. Niet lang daarvoor wilde de eerste vrouwelijke parlementsvoorzitter in Italië alle damesnaakten uit de regeringsgebouwen laten verwijderen of een 'sixtijnse' behandeling geven - wat door menigeen dan weer heel progressief gevonden werd.

Als kunst ertoe doet, roept ze weerstand op. Dat kan niet anders, want 'ertoe doen' betekent altijd ingaan tegen bestaande meningen of gevoeligheden. Relevantie van kunst kun je afmeten aan de mate van agressie die ze oproept, en van het vandalisme dat daarvan het betreurenswaardige maar onvermijdelijke gevolg is. Op een pijnlijke manier wordt de kracht van het werk ermee onderstreept.

Misschien was de beruchte tentoonstelling van 'ontaarde kunst' die de nazi's in 1937 inrichtten daar het meest paradoxale bewijs van. Er is nauwelijks een regime te vinden dat zo kunstminnend was als dat van Adolf Hitler, al gooit ook Stalin hoge ogen. Beiden hechtten buitensporig veel waarde aan de juiste esthetica - en dus werd alles wat daar tegenin ging fel vervolgd. In grote lijnen zijn ze bijna onfeilbare gidsen gebleken. Wanneer je je houdt aan wat door hen het felst verworpen werd, zit je als kunstliefhebber meestal wel goed.

Twee vuren
Zo bevindt de kunst zich tussen twee vuren. Ze is ofwel versiering aan de wand voor een publiek dat zich niet buitensporig voor haar interesseert - en dan verloopt alles in peis en vree. Ofwel ze wil een deuk in een pakje boter slaan, provoceren en zich engageren - en dan krijgt ze de wind van voren.

Wanneer enkele heethoofden tot vandalisme overgaan, schokt ons dat bovenmate: een bewijs te meer van de religieuze status die kunst inmiddels verworven heeft. Ze is onaantastbaar geworden - behalve, vreemd genoeg, voor kunstenaars zelf.

Er zijn er in de 20ste eeuw nogal wat geweest die juist de verminking of vernietiging van kunstwerken zèlf tot kunst hebben uitgeroepen. Marcel Duchamp was er de eerste van, met de snor die hij schilderde op een copie van de Mona Lisa. Jean Tinguely bouwde ooit een 'machine voor de vernietiging van standbeelden'. De pop-art kunstenaar Robert Rauschenberg wiste een (echte) tekening van Willem De Kooning uit en noemde dat kunst. Het Stedelijk Museum heeft er inmiddels een dagtaak aan kunstenaars buiten de deur te houden die uit artistieke motieven schilderijen te lijf willen gaan met stanleymessen of urine.

Hoe belangrijker kunst wordt, des te vatbaarder wordt ze voor destructie. En het laatste wat ze wil is dat mensen haar schouderophalend voorbij lopen. Ooit is ze zich 'voorhoede' gaan noemen: een term uit de krijgskunst. Sindsdien is ze het geprivilegieerde stijdperk van meningen, gevoeligheden, politieke en morele dogma's. Terwijl in het westen de strijd rond de godsdienst luwde, laaide ze even 'gelovig' rond de kunst weer op. Misschien beseft de Islamitische Staat dat beter dan wij denken, en wil hij ons juist dáárin zo hard treffen als hij kan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden