Waarom is 'nee' zeggen zo moeilijk?

null Beeld Jörgen Caris
Beeld Jörgen Caris

Veel moderne ouders zijn toegeeflijk. Regels, als ze er al zijn, blijken van elastiek. Toch bestaan ze, de strenge doch rechtvaardige ouders, die Iris Pronk als 'bovengemiddeld' toegeeflijke moeder enorm fascineren. Hoe krijgen ze het voor elkaar?

Iris Pronk

Een bord vol eten leeg kieperen in de prullenbak doet pijn. Er lag lekker eten op, pasta met zalm, zijn zoontje had er zin in. Toch liep Sjoerd ermee naar de bak: klep open, weg. Het effect was groot: de mond van zijn zoon viel open, zijn dochtertje huilde van schrik. Zelf moest Sjoerd even slikken.

Hij kon niet anders, vertelt Sjoerd op een avond bij hem thuis. Regels zijn regels, en één daarvan is: wie na een waarschuwing toch wegloopt van tafel, is klaar met eten. Zijn zoontje stond al na twee minuten op om met lego te rommelen. Een regel is niks waard als je 'm niet handhaaft: die pasta moest de prullenbak in.

Veel moderne ouders zijn toegeeflijk; die stelling is de rode draad van mijn zoektocht. Toegeeflijken pappen en plooien: 'Kom op joh, we zitten aan tafel, laat die lego met rust. Toe schat, kom nou. Aan tafel. Alsjeblieft?' Een kind met lege maag naar bed sturen, dat krijgen ze niet over hun hart.

Sjoerd en zijn vrouw Ludeke wel. Zij typeren zichzelf als 'strenge ouders': de tegenpolen van de toegeeflijken. Die zijn er natuurlijk óók. De jaknikkers bestaan naast de neezeggers, de buigzamen naast de standvastigen. Strenge ouders fascineren me: ze zijn mijn lichtend voorbeeld. Hoe doen ze dat, streng zijn? Wat kost het ze? Wat levert het ze op?

Ik vraag het Sjoerd en Ludeke: hartelijke, nuchtere mensen die ik ken via de crèche. Toen ik op zoek ging naar strenge ouders, dacht ik meteen aan hen. Dat kwam vooral door één gebeurtenis: onze kinderen hadden een speelafspraak bij hen thuis, ik bleef hangen voor koffie. Mijn oudste en hun oudste spanden samen tegen de kleintjes, in een ragfijn spel dat mij ontging.

'Andermans kind corrigeren waar de moeder bij is; wauw'
Sjoerd had het duo wel in de peiling, hij waarschuwde één keer. Toen mijn dochter doorging met klieren, zei hij beslist: "Meia, jij gaat naar de gang." Dat deed ze, bedremmeld wachtte ze tot haar straf voorbij was. Andermans kind corrigeren waar de moeder bij is; wauw, dacht ik, die durft! Ik was niet boos of beledigd, integendeel: ik bewonderde Sjoerds kordate optreden. "Indrukwekkend", zeg ik nu, "zoals je mijn dochter de les las." Ach ja, zegt Sjoerd, hij moet wel consequent zijn. Ludeke en hij hebben drie kinderen, het grut is in de meerderheid. "Is mijn nee rekbaar, dan verlies ik het, dan lopen ze over me heen."

Het woord 'streng' roept verschillende beelden op. Van hardvochtige types die met klappen de kinderwil breken tot de autoritaire vaders uit 'Mary Poppins' en 'The Sound of Music'. In die twee films worden straffe vaders langzaam zacht, onder invloed van de sprankelende kinderjuf. Die laat hun zien dat kinderen niet per se aan de leiband hoeven. Dat ze individuen zijn, die bloeien bij een beetje vrijheid.

Streng-light
Ik zie Sjoerd en Ludeke als de belichaming van een ander, moderner soort 'streng': zonder klappen, zonder oogkleppen.

Een streng light, in de betekenis van 'niet-toegevend', duidelijk, consequent. Natuurlijk mogen kinderen bloeien! Maar niet als onkruid in een open veld; in de borders van een begrensde tuin komen ze beter tot hun recht.

Hun strengheid steunt, begrijp ik, vooral op de regel (norm, richtlijn, richtsnoer, voorschrift, gewoonte). Het is een woord dat ik in teksten over opvoeden haast net zo vaak tegenkom als 'kind' en 'ouders'. Google op 'regels + opvoeding' en je krijgt anderhalf miljoen hits. Er zijn gouden regels, vuistregels, basisregels, positieve regels, peuterregels, regels om een gameverslaving of comazuipen te voorkomen. En trouwens ook veel 'opvoedregels voor de hond'.

Regels maken
Regels zijn goed voor kinderen, schrijft psychologe Tisha Neve op een opvoedwebsite: ze bieden veiligheid en houvast.

Dat zie je als je kinderen loslaat op een afgebakend speelveldje: ze gebruiken voor hun spel de hele ruimte. 'Haal je de hekken weg, dan kruipen ze bij elkaar, bang en onzeker. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek onder schoolkinderen. Ze zijn te jong, te onervaren en te roekeloos om zichzelf een halt te kunnen toeroepen. Daarvoor hebben ze hun ouders nodig.' Elke ouder moet zijn eigen hekken plaatsen; standaardregels zijn er niet. Voor de een is 'springen op de bank' geen enkel probleem (het is toch een aftands ding van Ikea), voor de ander onacceptabel. Na even piekeren - hun voorschriften staan niet op papier - komen Sjoerd en Ludeke met het volgende lijstje. Ze moeten er zelf om grinniken. "Zo zeg, we hebben er best veel."

's Ochtends mag je om 7 uur naar beneden; daarvoor blijf je in je bed.

Mocht je gisteren op de iPad? Dan vandaag niet.

Wie wegloopt van tafel, is klaar met eten.

Tijdens het eten zit je op je billen. Je pest elkaar niet, maakt ook geen ruzie. Doe je dat wel, dan ga je naar de gang.

Op je eerste boterham zit 'gezond', op je tweede mag 'ongezond'.

Als papa en mama de eierwekker zetten tijdens het eten - dat doen ze af en toe - dan mogen jullie pas weer praten als die wekker is afgegaan. ('Anders kom je nóóit tot een gesprek!')

Papa en mama zeggen iets twee keer. Bijvoorbeeld: 'Nu gaan we weg.' Daarna gáán we dus weg.

In het zwembad mogen jullie om de beurt kiezen: glijbaan, bubbelbad, babybad.

Voor het slapengaan mogen jullie om de beurt een boekje kiezen. Degene die niet mag kiezen, mag op schoot.

Speelgoed ruim je zelf op.

Vieze woorden mogen niet.

Je zegt 'alsjeblieft' en 'dank je wel'.

Wie een regel overtreedt, moet onder aan de trap zitten.

Dertien bij elkaar; Ludeke en Sjoerd zijn er vast nog een paar vergeten.

De regels veranderen ook, zegt Ludeke. "Opvoeden is een continu proces. We proberen uit wat werkt. Soms werkt een regel wel bij het ene, maar niet bij het andere kind." Momenteel vinden hun kinderen het heerlijk om poep te zeggen en is het 'viezewoordenvoorschrift' actueel. Is hun trio straks ouder (nu zijn ze bijna zes, drie en een) dan vragen gamen, huiswerk, feestjes en bedtijden om piketpaaltjes.

Regels formuleren: het is stap één op het pad van strenge ouders. Voor sommigen al lastig genoeg: maak je een halszaak van netjes eten, dank je wel zeggen, speelgoed opruimen? Mag je vijftienjarige één biertje drinken? Is één uur computeren per dag redelijk?

Regels handhaven
Regels handhaven is vers twee: dat kost tijd en alertheid. "Wij laten niet veel passeren", zeggen Sjoerd en Ludeke. "Eefke zat, toen ze nog moest wennen aan de regels, wel eens vijf keer in één uur op de trap." Zelf zitten zij daar overigens ook wel eens, bijvoorbeeld als er 'shit'' uit hun mond floept. Ouders geven het goede voorbeeld en zo niet, dan krijgen ze straf.

Uit dit gesprek trek ik een praktische les: we schaffen een eierwekker aan. Klinkt als een handig opvoedinstrument. Maar met die wekker ben ik er nog niet, realiseer ik me: ook zonder zijn Sjoerd en Ludeke duidelijk, consequent en streng. Ik vermoed onder hun optreden een authentieke, onverzettelijke kern, een innerlijk zeker weten: dit is de weg, kinderen, rechtdoor, niet afdwalen. Mogelijk erfde Ludeke haar kompas van háár moeder, die zij als 'heel strikt' typeert. Maar Sjoerd werd als kind weer 'enorm vrij gelaten' en is, volgens zijn vrouw, nóg strenger dan zij.

Regels lenen heeft geen zin
Volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (2011) vindt bijna een derde van de ouders het moeilijk om regels vol te houden. Waarom lukt dit Sjoerd en Ludeke wel? Ik vraag het Krista Okma van het Nederlands Jeugdinstituut, een landelijk kenniscentrum voor jeugd- en opvoedingsvraagstukken. Dat formuleerde een topvijf van 'opvoedingsonderwerpen waarover ouders veel vragen hebben', gebaseerd op landelijk en regionaal onderzoek. Op nummer één staat: grenzen stellen, regels handhaven. Hoe doe je dat?

Weten wat je wilt, dat is het begin, zegt Okma, die zich bij het instituut met opvoedingsondersteuning bezighoudt. Geen 'regel' lenen van de buren, want die is nep. "Daar prikken kinderen doorheen." Wat vind jij, als individuele ouder van deze kinderen, nou écht belangrijk?

Waar wil jij een punt van maken? "Duidelijke ouders weten precies waarop ze willen sturen", aldus Okma. "Ze hebben ook succeservaringen: hun aanpak werkt, hebben ze gemerkt. Terwijl het bij toegeeflijken zo'n rommeltje kan worden dat ze niet weten waar ze moeten beginnen."

Ik moet denken aan onze volkstuin, een woestenij van manshoog onkruid, die wij zes jaar geleden kochten. Het was mijn vriend die daarop aandrong: fijn toch, voor kinderen, zo'n buitenplaats? Lekker spelen, rennen, rotzooien met modder? Fijn? Ik zag die tuin totaal niet zitten. Bij elk bezoek inventariseerde ik het achterstallig onderhoud: het dak van het huisje lekte, de kozijnen waren verrot, de tegels lagen scheef, het grasveld was één molshoop, zevenblad overwoekerde de borders, tussen het onkruid zag je de bloemen niet meer. Moedeloos kijken, dat was alles wat ik deed. De chaos was voor mij too much.

Voor mijn vriend niet: hij ging met snoeischaar en schop aan de slag, sjouwde achttien kuub aarde de tuin in, zaaide nieuw gras, verfde de kozijnen, groef een trampoline in, markeerde de borders. Het resultaat van zijn jarenlange inzet is een aantrekkelijk, ogenschijnlijk wild geheel, waaronder een herkenbare structuur ligt. Mijn vriend heeft de tuin aan zijn wil onderworpen.

Kom ik er nu, dan schoffel ik graag wat onkruid weg. Of ik maai het gras, knip de randjes netjes bij, peuter met een mes het mos tussen de tegels weg. Uurtje werk, zichtbaar resultaat. Een succeservaring: ik heb invloed, ik kan sturen, mijn gezwoeg achter de maaier heeft nut.

Strenge ouders hebben hun tuin al aan kant, bedenk ik. Dat maakt het onderhoud tot een prettige, afgebakende klus.

Iris Pronk
Trouw-journalist Iris Pronk is een kind van de antiautoritaire jaren zeventig: ze groeide op zonder grenzen. Opvoeden moest ze zelf doen. Ze nam zich één ding heilig voor: als ze zelf moeder zou worden, dan een lekker ouderwetse. Eentje met veilige, duidelijke grenzen en regels en tafelmanieren en bedtijden en dankuwel en alstublieft. Ze zou het, kortom, héél anders doen dan haar eigen moeder.

Twee dochters verder komt Pronk tot de conclusie dat streng zijn haar niet lukt. Sterker nog: ze blijkt 'bovengemiddeld toegeeflijk'. Wat maakt nee zeggen zo lastig, voor haar en andere ouders van haar generatie? Ze besluit deze vraag te onderzoeken, in de hoop gaandeweg de strenge moeder wakker te schudden die ongetwijfeld in haar sluimert.

Het resultaat is het boek 'Waarom ik geen strenge moeder ben (terwijl ik dat wel zou willen zijn)', dat op 25 januari verschijnt bij uitgeverij Querido. Op Trouw.nl vandaag een voorpublicatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden