Opinie

Waarom is het Duits zo belangrijk?

Het moest er een keer van komen. De Duitse minister van buitenlandse zaken Guido Westerwelle wil dat diplomaten van de Europese Unie naast het Engels en het Frans ook het Duits beheersen. Duits is tenslotte naast de beide andere een officiële werktaal van de Unie – al heeft het Frans in de EU al heel wat veren moeten laten.

Ger Groot

Dat kwam vooral doordat er in de nieuwe lidstaten bijna niemand meer te vinden was die die taal nog sprak. Het Engels moest dat gat opvullen, omdat het nu eenmaal de internationale omgangstaal geworden is. Met Europese verhoudingen heeft dat niets van doen. Het Engels dankt zijn status aan de macht van de VS, waarop Engeland in Europa comfortabel meelift.

Maar hoelang nog? Vreemd is het tenslotte wel dat een politieke unie van een half miljard mensen zich moet richten naar de taal van een land dat daaraan maar half wil meedoen. Duits is bovendien verreweg de meest gesproken taal in de EU. En als er met de monetaire crisis íets duidelijk is geworden, dan is het wel dat Duitsland in Europa financieel de lakens uitdeelt.

Naar wiens macht men zich richt, diens taal men spreekt. Lang heeft de EU daarover een beetje besmuikt gedaan, want Duitsland en zijn taal hebben in de twintigste eeuw geen beste indruk nagelaten. Maar naarmate het land kan bogen op een almaar langere Nachkriegszeit van onberispelijk gedrag, verliest die schroom aan kracht. Langzamerhand durft Duitsland opnieuw de plaats op te eisen die het in feite allang inneemt.

Er is geen enkele reden om daarvoor beducht te zijn. Duitsland heeft zwaar gezondigd, daarvoor lang geboet, met met het wereldkampioenschap voetbal van 2006 toonde het zich een gelouterde, beminnenswaardige natie. Het Eurovisie songfestival van vorige week bevestigde nog eens dat het ook in de ogen van de rest van het continent nu wel goed was.

Daarom kunnen we in Europa een fikse groei verwachten van het Duits als omgangstaal. Van de taal dus die in Nederland bijna niemand meer studeert, omdat iedereen verblind is door het mondiale gewicht van het Engels. De Leidse universiteit geeft daarvan wellicht het meest krasse staaltje door haar bullen voortaan niet meer in het Latijn op te stellen. ’Het Engels is het Latijn van nu’, zo lichtte de rector van de universiteit desgevraagd toe. Hij ziet waarschijnlijk de Amerikanen al voor zich die zich, met zo’n oude Latijnse oorkonde voor zich, afvragen: ’Wat is dat voor vod?’

Krampachtiger kan een universiteit niet modern willen worden – nog afgezien van het feit dat ze in Amerika dól zijn op het chique Latijn. Maar inmiddels kun je je wel afvragen hoeveel tijd de wereldtaal Engels eigenlijk nog heeft. Taalhegemonie duurt nu eenmaal steeds korter. Het Latijn hield het nog anderhalf millennium vol, het Frans ongeveer tweeënhalve eeuw, het Duits iets minder dan een eeuw. Met het Engels zitten we inmiddels op een jaar of zestig.

Wat daar wereldwijd voor in de plaats zal komen, is de vraag. Maar in Europa gaat het Duits een grote toekomst tegemoet en Nederland kan daar maar beter aan wennen. Economisch gezien zijn wij tenslotte nauwelijks meer dan vazalstaat van onze Oosterburen, van wie vroeger onze gulden, nu onze euro en al die tijd onze export afhankelijk is geweest.

Daar zal voorlopig geen verandering in komen.

Maar dat is niet de enige reden om het Duits opnieuw te omhelzen. Want ook al is dat economisch en machtspolitiek van geen enkele betekenis: het is ook nog eens een heel mooie taal, waarin de poëzie het gemakkelijk wint van het Befehl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden