WAAROM IS DIT ZO MOOI?

“Waarom? Waarom is het Gezicht op Delft zo uniek en ongemeen schitterend? Waar gaat het Gezicht op Delft over?” In 1956 werd het Gezicht op Delft van Johannes Vermeer gerestaureerd, daarna werd het tientallen jaren lang, samen met het Meisje met de Parel, continu geëxposeerd in het Mauritshuis in Den Haag, totdat het een half jaar geleden opnieuw aan een algehele schoonmaak- en restau-ratiebeurt toe was. Sinds enkele weken hangt het weer op zaal. In de herfst van 1995 komt er een grote Vermeer-expositie in de National Gallery in Washington, die in het voorjaar van 1996 in het Mauritshuis te zien zal zijn.

Voor mij had men het Gezicht op Delft niet behoeven te restaureren, maar nu het karwei is geklaard betreur ik het niet dat mijn toestemming niet is gevraagd. De vernislagen van het schilderij bleken sterk vergeeld en verder zou het last hebben van ouderdomskwalen. Door het sterke craquelé wilde men vooral controleren of de verfhuid nog voldoende aan het linnen hechtte - fijne smoezen allemaal om het doek eens lekker onder handen te nemen. Eerlijk gezegd was ik me er nooit zo van bewust dat dat 'geel' er niet bijhoorde, en het is vreemd dat men het nu zonder het oude vernis moet zien. Maar toegegeven, het schilderij is ongemeen schitterend.

Tot 4 december kan men door middel van een videofilm en wat tekstborden nagaan wat de restaurateurs hebben uitgespookt. We zien hoe met een microscoop, wattenstaafjes en eindeloos geduld oude vernislagen worden verwijderd, oude beschadigingen en retouches zichtbaar worden. We lezen over een gordijnroe die door het schilderij is gevallen, over craquelures en 'stoppen', over het verschrikkelijke gevaar van schotelvorming en het gevolg daarvan, de rampspoed bij uitstek, verfverlies.

In een publikatie over de restauratie wordt het allemaal uitgelegd en begeleid met talloze schetsen, röntgenfoto's en computertekeningen van craquelé-patronen. Een waanzinnige hoeveelheid geld, energie en aandacht voor een schilderij dat letterlijk alleen met handschoenen wordt aangepakt.

Het moet en het kan niet anders, maar het doet ook wat wrang aan als je het vergelijkt met de weerzin, onverschilligheid en domheid waarmee kunst en cultuur doorgaans door politici worden benaderd, hoe men telkens weer op de musea, het beheer en het onderhoud probeert te bezuinigen. En zonder de hulp van het bedrijfsleven zou de Nederlandse staat - zoals in de videofilms trots wordt beweerd - ook niet hebben kunnen bewijzen hoezeer hij zich bekommert om ons nationale cultuurgoed. Maar het is ze geraden, want Vermeer is heilig.

Waarom? Waarom is het werk van Vermeer en het Gezicht op Delft zo uniek en onbeschrijflijk prachtig? Waar gaat het Gezicht op Delft over?

Natuurlijk is er veel over Vermeer geschreven. Kunstenaars en schrijvers hebben zich uitgelaten over de schoonheid van het werk, en er is veel kunsthistorisch speurwerk verricht. Toch bestaan er weinig interpretaties van het Gezicht op Delft.

We weten dat Marcel Proust het schilderij het mooiste ter wereld heeft genoemd. In zijn é la recherche du temps perdu sterft de romanschrijver Bergotte na het aanschouwen van het Gezicht op Delft, in het bijzonder een klein stukje gele muur dat door een criticus was beschreven als een verfijnd Chinees kunstwerk van een schoonheid die zichzelf genoeg was.

De verbluffende illusionistische effecten van Vermeers fabelachtige schildertechniek, de poëtische sfeer die louter door picturale middelen wordt opgeroepen, de schoonheid van dit sterke, overtuigende realisme, hebben altijd een overweldigende indruk gemaakt. Maar men vervalt in machteloosheid, als het er om gaat daarover iets te zeggen. Bij gebrek aan woorden heeft men nog al eens een toevlucht gezocht in euforie of zich tot metafysische bespiegelingen laten verleiden.

Daarnaast bestaan er de nuchtere geesten die van geen raadsel willen weten en laatdunkend reageren op dat soort geestdrift van collega's. Hun sterkste troef is de grote topografische belangstelling in de 17e eeuw, zoals die onder meer ook blijkt uit de vele landkaarten op de schilderijen van Vermeer en tijdgenoten. Het Gezicht op Delft is volgens hen geschilderd binnen het kader van deze algehele belangstelling en past binnen de traditie van stadsgezichten die silhouetten van bekende Hollandse steden weergeven. En inderdaad zijn de elementen waaruit Vermeer zijn compositie construeerde, te traceren op gravures en tekeningen van panorama's en stadsgezichten. Zelfs de figuren op de voorgrond zijn niet nieuw. Ook het hoge standpunt, de brede horizontale compositie en de hoge luchten zijn niet ongewoon en kennen we van de Hollandse landschapsschilderkunst.

Zowel het onderwerp als de compositie zijn dus niet geheel nieuw. Maar het schilderij is geen veduta, geen panoramisch overzicht van de stad. We zien een klein gedeelte van Delft van dichtbij, althans van niet al te veraf. Daarnaast was het stadsgezicht nog nauwelijks een genre in de schilderkunst, en op dat moment vooral een kwestie van tekeningen en prenten. Vergelijking met topografische plattegronden en tekeningen tonen aan dat Vermeer allerlei veranderingen heeft aangebracht, onder andere om de compositie te vereenvoudigen en de horizontaliteit ervan te versterken, waaruit blijkt dat hij geen topografisch waarheidsgetrouwe weergave van Delft heeft nagestreefd.

Nog onlangs verscheen een publikatie met een verrassend en veelsoortig aantal prenten en schilderijen van belangrijke historische en politieke gebeurtenissen, die als directe voorlopers van het Gezicht op Delft worden beschouwd. Zo wordt het schilderij in verband gebracht met het herstel van de stad na enkele rampen en stadsbranden: de verlichte daken achter de brug maken deel uit van een nieuw munitiemagazijn dat de autoriteiten lieten bouwen na de ramp van 1654. Het schilderij vijzelt daarmee het prestige van de stad op.

In vergelijkbare zin wordt ook het bezoek aan Delft van de Engelse koning Karel II aangevoerd. De koning zou op een tocht van Breda naar Den Haag via Amsterdam per schuit Delft aandoen om daarna per koets de tocht naar Den Haag voort te zetten. Het Gezicht op Delft is geschilderd omdat het schip van de koning aan de steigers van de Kolk heeft aangelegd.

En natuurlijk was Delft ook de zetel van de Oranjes. Daarmee wordt het Gezicht op Delft ook een politieke 'uitspraak'. De Nieuwe Kerk staat in het licht omdat zich daar het graf van de vermoorde Willem van Oranje bevindt, een monument van nationale betekenis.

Hoewel deze laatste beweringen wel erg ver gegrepen zijn, zijn ze wat mij betreft allemaal waar. Ze gaan echter alle over de interpretatie van de afbeelding en de mogelijke motieven van de schilder, maar verklaren op geen enkele manier de esthetische kracht van het werk, zoals ze ook niet verklaren waarom al die andere prenten en schilderijen door ons minder mooi worden gevonden dan het Gezicht op Delft.

Wat de stijl betreft: door de heldere kleuren en het schitterende zonlicht, maar ook om de stippeltechniek die Vermeer gebruikt om de glinstering van het licht weer te geven, is het Gezicht op Delft als een voorloper van het impressionisme en pointillisme beschouwd. De levensechtheid van het werk komt inderdaad niet tot stand door een realistische weergave van de dingen, alsof Vermeer stenen en dakpannen naschilderde; hij schilderde er de suggestie van.

Het zou ook het eerste plein-air-schilderij zijn geweest omdat men de precieze plaats en het huis meende te hebben gevonden van waaruit Vermeer het Gezicht op Delft direct naar het leven en met behulp van een camera obscura zou hebben geschilderd. De puntjes die Vermeer gebruikt doen denken aan het optische effect van een lens die niet is scherp gesteld.

De Amerikaanse kunsthistorica Svetlana Alpers heeft Vermeers houding als kunstenaar vergeleken met die van een landmeter. Zij brengt het Hollandse realisme in verband met Keplers onderzoekingen van het oog. Het betreft dan diens onderscheid van het fysische instrument en het ontstaan van beelden op het netvlies enerzijds en de psychologische interpretatie van zintuiglijke gewaarwordingen anderzijds. Voor het omgekeerde beeld op het netvlies schijnt Kepler ook het begrip pictura te hebben gebruikt, een werkelijk optisch beeld binnen in het oog, gevormd door convergentie van de beschikbare stralen op een oppervlak zoals in de camera obscura.

Het gaat om het verschil tussen de wereld die we visueel waarnemen en de wereld die visueel wordt waargenomen; de wereld die aan onze waarneming vooraf gaat, en wij die voorafgaan aan de wereld en haar tegenwoordigheid oproepen.

Dat allemaal is ook meeslepend waar, en de vergelijking met de landmeter gaat ook zeker op, behalve dan dat een landmeter meet en een schilder kijkt, een oog niet zonder waarnemer kan en Kepler iets heeft onderscheiden waarvan Vermeer de onverbrekelijke eenheid heeft laten zien.

De illusie die het Gezicht op Delft oproept is een weergave: een gezicht op Delft zoals het er in de 17e eeuw ongeveer moet hebben uitgezien. We zien de Kolk, de haven van de stad en de aanlegsteigers van de Schiedamse en Rotterdamse Poort, die de verbindingen vormden met de omliggende steden en de zee.

Voorbijdrijvende wolken werpen schaduwen op de rivier, waarvan de weerkaatsingen glinsteren in het water. Door die wolken ook liggen de gebouwen vooraan in de schaduw. Daarachter, tussen de poorten breekt het licht door en glanst het zonlicht op de rode daken van het nieuwe kruithuis, en zien we de zonovergoten toren van de Nieuwe Kerk.

De compositie is heel eenvoudig, opeenvolgende horizontale lijnen van oever, water, stad en lucht.

Dit alles lijkt een nauwkeurige en natuurgetrouwe weergave, met een sterke suggestie van zintuiglijke, tastbare realiteit. Die illusie van realiteit wordt nog versterkt door het oproepen van het gevoel dat het schilderij een toevallige waarneming is van een willekeurige plek, in een kort moment opgelicht door de openbrekende wolken.

Dit realisme is niet uniek. Terwijl de kunst in Europa nog overal door mythische en religieuze voorstellingen wordt beheerst, ontstaat er in de Noordelijke Nederlanden een realistische schilderkunst die voorstellingen ontleent aan het zogenaamde dagelijkse leven; wel bevatten deze vaak morele vingerwijzingen en zijn zij in die zin nog gebonden aan een religieus wereldbeeld.

Behalve het Gezicht op Delft. Hier ervaren we een merkwaardige afwezigheid. Terwijl we voor de betekenis van het meeste andere werk van Vermeer nog enige steun ondervinden van attributen en symbolische voorstellingen, ontbreekt in het Gezicht op Delft elk teken, allegorie of symbool, elke expliciete metaforische verwijzing.

Ook de gebeurtenissen op het schilderij doen geen beroep op onze respons. In tegenstelling tot andere afbeeldingen van deze soort, die meestal een grote bedrijvigheid laten zien, is er op het Gezicht op Delft weinig van dat alles te bespeuren. Het tafereel is kalm. Er lopen wat mensen rond, men maakt een praatje, er spelen kinderen op de kade, maar er gebeurt niets dat ons kan helpen de betekenis van het schilderij te ontcijferen. Er valt niets te zien en niets te begrijpen, het is een gezicht op Delft. Natuurlijk weet ik ook niet wat Vermeer er mee heeft bedoeld.

Vermeer heeft niets bedoeld, Vermeer heeft aandachtig gekeken. In die zin vormt het schilderij ook slechts de belangeloze aanleiding tot eveneens aandachtig kijken en nutteloze overpeinzing. In alles voelen we dat Vermeer de dingen wilde weergeven zoals ze zich voor zijn ogen ontvouwden, als het ware - ik ontleen de zegswijze aan Francis Ponge - 'vanuit het gezichtspunt van de dingen zelf', zonder hen aan te tasten, zonder zijn wil aan de dingen op te leggen en ze daarmee ondergeschikt te maken aan zichzelf. En daarom denk ik dat Vermeer zo aandachtig keek omdat hij gegrepen was door het bestaan van de dingen zelf, door het loutere bestaan van de wereld.

Daarmee presenteert Vermeer met het Gezicht op Delft ogenschijnlijk een beeld van de wereld, zonder een mening over de wereld. Het laat de wereld zien zonder het gebruikelijke perspectief van een mythologische of religieuze wereldbeschouwing. Het toont de wereld zelf.

Maar een schilderij is geen spiegel. Zoals elk kunstwerk is ook het Gezicht op Delft een interpretatie van de werkelijkheid. Doordat elke verwijzing voor een interpretatie van het schilderij ontbreekt - en we mogen aannemen dat Vermeer het zo en niet anders heeft gewild - moet het schilderij zelf worden opgevat als een metafoor.

Vermeer presenteert geen beeld van het toenmalige Delft. Delft is een metafoor voor de werkelijkheid van de wereld. En doordat het schilderij die wereld alleen laat zien, alleen zijn zichtbaarheid toont, toont het het raadsel van zijn aanwezigheid. Het schilderij schijnt er op te wijzen dat de wereld, zonder God en goden, nog steeds een mysterie is. Uitsluitend door zijn bestaan. Het mysterie zijn we zelf. Of liever, het ligt in onze handen.

De eeuw van Vermeer is niet alleen de tijd van Kepler. Het is ook de tijd waarin Galilei het heliocentrische stelsel van Copernicus verdedigt, en er het zijne aan bijdraagt met zijn onderzoek op het gebied van de mechanica.

Het is de tijd van Descartes die de filosofische fundamenten legt voor de moderne natuurwetenschappelijke methode door een scheiding aan te brengen tussen het onderzoekende subject en te onderzoeken object en daarmee een scheiding installeert tussen mens en wereld. Het is de tijd waarin de 'onttovering' van de wereld, de 'mechanisering van het wereldbeeld' en de gehele grondslagen van de klassieke natuurwetenschap in het werk van Newton zijn beslag vinden.

Deze intellectuele prestatie en overwinning op de antieke wijsbegeerte en middeleeuwse theologie, betekent het einde van het zintuiglijke, participerende bewustzijn. Het betekent de ontgoddelijking van de mens en de natuur. Het betekent een onoverbrugbare kloof tussen de mens en de goden, en de verdwijning van het sacrale.

In feite moet in deze tijd de 'wereld' zijn ontstaan. Het Gezicht op Delft kan worden geschilderd omdat de werkelijkheid van de menselijke cultuur de plaats in gaat nemen van de goddelijke schepping.

Bijna al het werk van Vermeer heeft een contrapuntische structuur. Het wordt gekenmerkt door spanningen tussen tegenpolen: man en vrouw, beeld en werkelijkheid, afstand en nabijheid. In alle schilderijen van Vermeer wordt deze spanning opgeroepen door de voorstelling.

Behalve in het Gezicht op Delft. In dat schilderij telt alleen de presentie van de wereld. Het beeld is leeg, mild en afwachtend. Die andere pool is de afwezige schilder, is de beschouwer. Dat contrapunt zijn wij. Daarmee toont het Gezicht op Delft op een even onnadrukkelijke als dwingende wijze de noodzaak tot transcendentie. De metaforische leegte en de afwezigheid van menselijke activiteit op het schilderij stelt ons voor de noodzaak de wereld met ons leven te bezielen. Het interpreterende perspectief zijn we zelf, onze beschouwende blik, onze feitelijke aanwezigheid voor het schilderij: het zinloze raadsel van ons bestaan.

Het Gezicht op Delft gaat over het ongrijpbare karakter van de zichtbare werkelijkheid. Als dit schilderij iets representeert, dan is dat het kijken zelf. Draai je om in het Mauritshuis en je kijkt in het gezicht van het Meisje met de Parel. Het werk van Vermeer gaat over de onverbrekelijke band tussen de wereld en onze - zingevende - existentie. Wij zijn het die in de aanschouwing van het Gezicht op Delft, en met het inzicht in zijn betekenis, de dynamiek van het werk in beweging zetten, en daarmee de dynamiek van ons leven zelf. Want de metafysica van het Gezicht op Delft ligt in het inzicht, dat wij het zijn die de werkelijke wereld creëren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden