Waarom ik zo gelukkig ben in mijn kleinere huis

Nederland, Winssen, het huis van Bram en Melanie. Foto: Jorgen Caris Beeld Jorgen Caris

Terwijl buurtgenoten naar grotere huizen vertrokken, vond Trouw-redacteur Andrea Bosman na lang zoeken het ideale kleinere huis. En we kijken binnen bij twee stellen die ieder heel verschillende keuzes maakten.

Kleiner wonen is de toekomst, zei ontwerper Piet Hein Eek tijdens de afgelopen Dutch Design Week. Hij is natuurlijk niet de enige die dit zegt, het zinnetje is al jaren een mantra, zoals heel veel dingen waar je ‘... is de toekomst’ achter kunt zetten. Maar Piet Hein kan het echt weten, want hij bouwt momenteel tegelijkertijd aan een heel groot en een heel klein huis. Het kleine huis vindt hij het leukst, zei hij tegen Nu.nl. Daar zet je alleen in wat je nodig hebt, al het overtollige kun je weglaten. Dus als hij thuiskomt wil hij vooral eten met liefst veel mensen, dan wat lezen of werken en naar bed. Feitelijk zou je met een klein huis en een flinke eettafel kunnen volstaan. Minimalisme, daar is het weer.

Vanaf de eettafel waar ik nu aan zit, kan ik met een arm naar achteren reiken naar het keukenkastje om bestek te pakken, zonder opstaan. Een soort vakantiehuisjesgevoel. Sowieso kan ik vanaf hier alles overzien: de compacte, vierkante woonkamer met de keuken aan de voorkant, de tuin met het schuurtje aan de achterkant. In de kamer staan verder een bank en een kastje, er is een hoekje planten en er hangt een tv aan de muur.

Wonen in de toekomst

Ik woon sinds kort al in de toekomst, namelijk in een kleiner huis.

Het is onzin om te beweren dat het een ‘klein’ laat staan een ‘tiny’ huis is, met zijn ongeveer 100 vierkante meter, maar dat doe ik ook niet. Het is wel een stuk kleiner dan het oude. En vooral: betaalbaarder.

Dat ik me zo thuisvoel in ons nieuwe huis, zeg ik tegen mijn nieuwe buurman, op de eerste dag dat ik in de voortuin bezig ben en onder een doorgeschoten struik ontdek dat ik een tuinhek heb. Hij kijkt me licht verbaasd aan. Jullie zijn er toch flink op achteruitgegaan? Zo zie ik dat helemaal niet.

Wij waren allemaal toe aan een volgende stap. Wij, dat wil zeggen de bewoners van een ruim jarendertighuis in een zeer gewilde jarendertigbuurt, in een constellatie die je doorgaans gezin noemt: een vrouw, een man en twee dochters in de tienerleeftijd. Het ogenschijnlijk ruime was aan alle kanten benauwd geworden. Al jaren piepte en kraakte het maandbudget omdat we late instappers in de koopmarkt waren geweest, destijds, toen de meeste van mijn leeftijdgenoten al lang aan een lucratieve wooncarrière waren begonnen. En omdat we vlak voor de spectaculaire rentedalingen onze hypotheek hadden overgesloten betaalden we maandelijks een astronomisch bedrag aan de bank. Ik lag er geregeld van wakker, van onze molensteen.

Ook was ons randstedelijke huis na vijftien intensieve woonjaren aan een nieuwe opknapronde toe, maar daar was geen geld voor.

Minder ballast. Hoera!

En dan zouden er ook nog binnen niet al te lange tijd kinderen gaan studeren, wat een nieuwe aanslag op het maandbudget zou betekenen. Het was niet mijn bedoeling om ze met een torenhoge studieschuld een toekomstige hindernis(loop-)baan in te sturen. Hoe fijn zou het zijn om fysieke meters in te leveren voor ruimte op andere vlakken, meer beweging voor iedereen, ook los van elkaar. Voor de een misschien een wat langere reis, voor de ander een studie, of een woon/werkruimte elders?

Minder vierkante meters, minder spullen, minder geldzorgen. Minder ballast. Hoera.

Op dezelfde avond dat ik in klein gezelschap vertelde dat het eindelijk gelukt was, het vinden van dat kleinere, goedkopere huis met toch genoeg plek voor vier, vertelde een buurtgenote juist dat het haar eindelijk gelukt was om dat grotere, vrijstaande huis in bosrijke omgeving te vinden waar ze al zo lang naar op zoek was. Ze zouden wat forsere maandlasten krijgen, maar ach, dan maar even niet op vakantie. Bijna even lang woonden we in dezelfde wijk, bijna even oud waren onze kinderen en hoe anders waren onze vervolgstappen. Het leek de logische beweging. In de loop der jaren waren sowieso de meeste vertrekkers voor groter gegaan, ruimer, duurder, bijzonderder. Naar iets monumentaals in de binnenstad, of naar zo’n riant herenhuis bij het chique park.

Nederland, Baarn, het huis van Rick en Angelique. Foto: Werry Crone Beeld Werry Crone

Statusangst

Wij gingen naar een jarentachtig-tussen-woning, een paar buurten verderop. Dat moesten we toch vaak uitleggen, aan de taxateur die langskwam, aan onze oude buren, aan vrienden, ja zelfs aan het aardige stel met baby dat ons huis kocht. Waarom we toch in vredesnaam uit dit huis weg wilden. En ik merkte hoe weinig moeite het me kostte om te zeggen dat het vooral over geld ging. Ik gunde iedereen zijn eigen stap, groter of kleiner. Ik dacht aan filosoof Alain de Botton en aan zijn standaardwerk over ‘Statusangst’, over hoe we in onze zoektocht naar liefde en erkenning door de wereld geneigd zijn naar groter en meer te streven.

Ja, natuurlijk had ik me weleens groen en geel geërgerd als in een magazine of tijdschrift weer een ontwerpers- of architectenechtpaar uit de doeken mocht doen hoe ze die gigantische oude school/loods/klooster/kerk/fabrieksetage tot een hip woonpaleis hadden omgetoverd. Om de geestige persiflage die striptekenaar Renske de Greef over dit soort woonrubrieken onlangs in NRC Handelsblad maakte (‘Een loods van 500 vierkante meter in de oude binnenstad van Amsterdam’, ‘we wilden vooral: ruimte, ruimte, ruimte’) moest ik zo hard lachen dat ik begon te twijfelen: of is het toch gewoon jaloezie?

Ik speurde mijn geweten af: maak ik van deze stap een ‘simpeler en kleiner = fijner’-mantra om een zeker verlies aan status te maskeren? Maar ik voelde het oprecht niet zo. Rijkdom is geen absoluut gegeven, zegt De Botton, het staat altijd in verhouding tot verlangen, elke keer dat we verlangen naar iets wat we ons niet kunnen veroorloven worden we armer. ‘En elke keer dat we tevreden zijn met wat we hebben, kunnen we onszelf rijk rekenen, hoe weinig we feitelijk misschien ook bezitten’, aldus de sterfilosoof.

Ik had gezien hoe door de exploderende huizenprijzen in onze populaire buurt de sociale cohesie er niet speciaal beter op was geworden. Als je zo veel geld moest ophoesten voor een huis, dan had je kennelijk ook geen tijd meer voor een hand, een groet of een praatje. De nieuwkomers in de buurt, ik kende ze niet.

Hyacint

Hier in mijn nieuwe buurt is een bloeiende wijkvereniging, op een dag stond een lieve dame van de commissie ‘sociaal’ voor de deur, ze kwam ons welkom heten, met een hyacint en een mapje over de buurt. Het was me al opgevallen hoe makkelijk men hier contact legt, even kennis komt maken. De landing werd zo een warm bad.

Verder moeten we heus ook nog zoeken naar de juiste gebruiksaanwijzing hoe de krappere ruimte te verdelen. Iets anders proberen te doen in de woonkamer als de tv aanstaat: dat gaat bijvoorbeeld niet. Dus worden we iets meer een satellietgezin.

En dan de spullen. Dat valt tegen. Na ruim een jaar van talloze ritjes naar kringloop en afvalscheidingsstation was de verhuiswagen toch gewoon helemaal vol. Een deprimerend moment.

Die keuken met de gootsteen onder het raam aan de voorkant is – naast het boemelspoorlijntje dat achter de tuin langsloopt, en dat de buurt dat mooie rafelrandje geeft – een van de leukste dingen aan het nieuwe huis. Een kopje afspoelen en een buurtgenoot of de postbode groeten of je dochter aan zien komen fietsen, of ’s avonds bij het fruiten van een ui iets te lang turen naar de verlichte ramen van de flat schuin tegenover, vrij fantaseren bij het flakkerende blauw van televisieschermen, ongezellige plafonnières of juist fijne sfeerverlichting, boekenkasten en kamerplanten. Het begint al vertrouwd te worden.

Bram (30) en Melanie (28) Verheijen gingen van groot naar klein in Winssen

Nederland, Winssen. Tiny house van Bram en Melanie. Foto: Jorgen Caris Beeld Jorgen Caris

Bram en Melanie Verheijen hadden een huis gekocht en waren bezig hun bedrijf in webdesign op te zetten, toen ze opeens tot het inzicht kwamen dat dit helemaal niet was wat ze wilden, hard werken voor een hypotheek en voor spullen om dat grote huis mee vol te zetten. Ze wilden reizen, vrijheid en tijd. Twee jaar geleden namen ze een radicaal besluit: het huis ging in de verkoop, het bedrijf in oprichting werd opgeheven.

Ze lieten een piepklein huisje op wielen bouwen en vonden een plekje op een camping in het Gelderse Winssen. “We zijn van ruim 100 naar 25 vierkante meter gegaan. Samen met de bouwer hebben we het ontwerp gemaakt. We hebben gekeken welke ruimtes in ons huis we nu eigenlijk veel gebruikten. Dat waren de keuken en de zithoek – die hebben we dus gehouden. Bijna letterlijk, de kussens van de bank hebben we gewoon meegenomen”, zegt Melanie. In de keuken gingen ze er zelfs op vooruit. “We wilden altijd een barretje om aan te eten en dat hebben we nu.” Met een slimme indeling passen Melanie, Bram en de hond Kay er precies in.

Het mobiele huisje past helemaal in de ‘tiny house’-filosofie, de ultrakleine huisjes die populair zijn in de duurzaamheidsbeweging – klein wonen maakt je ecologische voetafdruk een stuk kleiner. Melanie en Bram lieten zich inspireren door die huisjes, maar voor hen is het geen idealistische keuze, maar meer een middel om hun doel te bereiken. “Echte tiny houses zijn helemaal zelf voorzienend. Ze wekken hun eigen stroom op en zuiveren hun afvalwater. Zo ver zijn wij niet”, zegt Melanie.

Ook wat betreft de vrijheid om te gaan en staan waar ze willen, zijn ze nog niet waar ze wezen willen. Het idee is om het komende jaar nog flink te sparen en leningen af te betalen. Tegelijk willen ze een nieuw bedrijf oprichten rond de thema’s reizen en eenvoudiger leven – ze hebben veel ervaring om te delen. Maar nu heeft Bram nog een fulltime baan bij defensie. En Melanie is chronisch ziek geworden en zit daarom noodgedwongen thuis. Gek genoeg was dat juist een motivatie om door te gaan. “Toen ik ziek werd, beseften we nog beter dat je de dingen die je wilt doen niet moet uitstellen.”

Voor hun reizen hebben ze een stoere fourwheeldrive gekocht. “Er kan een tent bovenop, zodat het eigenlijk een camper wordt.” Daarmee reizen ze nu al Europa door, het liefst door ruige gebieden. Afgelopen jaar waren ze in Albanië, dit jaar staat Scandinavië op het programma. “Nee, we vliegen niet. Dat is lastig met de hond.” Ook hierin zijn ze eigenlijk heel duurzaam, beaamt Melanie. Maar opnieuw: het is vooral een praktische keuze.

Meer over Melanie en Bram, hun tiny house en reizen op: offroaddog.nl

Rick Woertman (51) en Angelique Dorrestijn (44) gingen van klein naar groot in Baarn

Nederland, Baarn, 5 april 2019. Ruim wonen. Foto: Werry Crone Beeld Werry Crone

De eerste grote stap in hun ‘wooncarrière’ maakten Rick en Angelique in 2005: van een gezellig, maar klein appartement in de Amsterdamse Pijp verhuisden ze naar een gloednieuwe woning in de buitenwijk-in-aanbouw IJburg. Ze genoten van de voor hoofdstedelijke begrippen riante 120 vierkante meter, de rust en ruimte buiten het centrum. Een prima plek om hun kinderen Tijn en Fienne te laten opgroeien. “Er trokken allemaal jonge gezinnen naartoe, er waren veel kinderen om mee te spelen”, zegt Rick. “Het was in het begin echt pionieren”, herinnert Angelique zich. “Daardoor maakte iedereen wel snel contact. Het huis zat altijd vol.”

Rick is eigenaar van de Espresso-fabriek, een koffiezaak met twee filialen in Amsterdam, Angelique is actrice en theatermaakster. Ze waren helemaal op hun plek in de stad, maar het dorpsleven bleef altijd trekken. Hij is opgegroeid in Brummen, zij in Baarn. “Toen ik door familie werd getipt dat dit huis te koop stond, waren we meteen om”, zegt Angelique. In 2014 trok het gezin in de ruime halfvrijstaande woning van rond 1900 met hoge plafonds, een marmeren schouw en een trappenhuis met een bordes halverwege. “De vorige eigenaar had al flink uitgebouwd – de serre en een extra slaapkamer”, vertelt Rick. In de tuin stond een apart houten huisje, waarin een kantoor zat. Rick en Angelique verbonden de twee gebouwen met een moderne, lichte aanbouw, waardoor de totale oppervlakte uitkwam op 224 vierkante meter. “Ongelofelijk riant”, zegt Rick. “We hebben allemaal onze eigen plek, Tijn woont al een beetje op kamers – hij heeft zijn eigen stek in het voormalige kantoor.”

“Soms ben je elkaar gewoon een beetje kwijt”, lacht Angelique. >>“Dan zit ik in de hangstoel in de serre, Fienne op de bank in de woonkamer, Rick in de woonkeuken en Tijn in zijn kamer. Dan roep ik iedereen op een gegeven moment weer bij elkaar.”

Maar niet alleen de ruimte binnen, ook de tuin en het aangrenzende park geven een gevoel van vrijheid. “Er staan hier prachtige hoge bomen, met bijzondere vogels erin, spechten en Vlaamse gaaien”, zegt Rick. “Ja, je bent een echte vogelspotter geworden”, lacht Angelique. “We zijn goed herkenbaar als voormalige stedelingen: we zitten ook vaak op de grote loungebank in de voortuin. Dat is hier niet gebruikelijk”, zegt Angelique. “We gaan ook nog weleens met een hangmat naar het park. Daar is het altijd heel rustig – iedereen heeft hier immers een eigen tuin.”

Ze komen nog veel in Amsterdam, Rick is vrijwel dagelijks in zijn Espressofabriek-filialen te vinden. “Ik ben er in een half uurtje, geen probleem.” Het blijft een dubbel gevoel – de stad trekt weer nu ze in een dorp wonen, zegt Angelique. “Maar Fienne zou niet meer terug willen. Die gaat lekker naar een boerderij om paard te rijden.” Tijn, die bijna 16 is, vindt de grote stad wel weer interessant.

Voor Rick en Angelique is het geen uitgemaakte zaak of ze hier altijd blijven wonen. “Het liefst zou ik dan dit huis oppakken en het ergens in de Jordaan neerzetten”, lacht Anglique. Nee, in dat geval zullen ze vast weer vierkante meters moeten inleveren.

Klein, kleiner, kleinst

Uit cijfers van het CBS bleek vorig jaar dat Nederlanders steeds vaker voor een kleinere woning kiezen. Een goede locatie en voorzieningen in de directe omgeving tellen zwaarder mee, blijkt uit cijfers. De gemiddelde nieuwbouwwoning was in 2017 gemiddeld 12 vierkante meter kleiner dan in 2005, toen woningen gemiddeld 126 vierkante meter telden. Met name in steden is deze ontwikkeling zichtbaar. Een van de factoren die daarbij een rol spelen is het toenemende aantal eenpersoonshuishoudens. Van de huidige drie miljoen zal dit aantal kleine huishoudens doorgroeien naar ruim 3,5 miljoen. De ontwikkeling staat haaks op de trend van de jaren tachtig, toen woningen steeds groter werden. Vanaf 2005 werden de huizen weer kleiner.

Lees ook:

Welkom in mijn Tiny House

Niet voor iedereen is een groot huis het ideaal. Klein wonen met weinig spullen geeft ruimte in je hoofd. Maak kennis met de overzichtelijke wereld van de tiny houses.

Te koop: 

Het grootste huis van Hollywood (waar niemand ooit gelukkig was)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden