Waarom ik niet lees

06.45 In het televisieprogramma 'Boeken op Zondag' dat Hanneke Groenteman een paar maanden mocht presenteren voordat het voor een sportprogramma moest wijken, verscheen elke week een gast die vertelde wat er aan boeken op zijn of haar nachtkastje lag. Ik heb ook een nachtkastje met boeken. Een flinke stapel is het in de loop der tijd geworden, want er komt wel af en toe wat bij, maar er gaat zelden iets van af. Ik lees namelijk niet.

07.00 Het eerste leeswerk vindt in de badkamer plaats. De blik glijdt over de toiletartikelen, een chaotische opeenhoping van crèmes, gels, tandpasta's. Er zijn woorden die bijna elke ochtend bij me binnenkomen. Hydratante, bijvoorbeeld. En bomullsrondeller. En vanulappu. Ik spreek ze zachtjes uit - de Scandinavische namen voor wattenschijfjes.

07.10 Lezen is jezelf afsluiten. Hoeveel mensen zouden op het toilet lezen? Schitterende plek. Zeer besloten, sobere, betegelde ruimte. Op schoot de krant. Steevast langs een paar vaste plekken, voorpagina, de column van Ephimenco, opiniepagina. Een paar minuten zeer diepe concentratie. Wel tijdig doorspoelen.

07.15 - 08.00 Bij het ontbijt meer krantenteksten, hoofdzakelijk in aanheffen, tussenkoppen, streamers. Zeer gefragmenteerd leesmoment, eigenlijk volstrekt ongeschikt. ,,Nee, geen chocopasta, we doen eerst smeerkaas op je rijstwafel.'' Ik zeg zoiets elke morgen, meestal midden in een zin, die ik al lezende in mijn hoofd poog vast te houden. Tevergeefs. Zodra de rijstwafel komt is de zin verdwenen.

11.00 Anderhalf uur televisie gekeken - door middel van videobanden. Het hoort bij mijn werk. Ik trek wel de gordijnen dicht, omdat ik me geneer voor de buren aan de overkant. 'Stuurt elke dag zijn vrouw uit werken en zit zelf de godganse dag voor de tv.' Televisiekijken is zondige tijdverspilling.

Opstaan van de bank, ogen uitwrijven. Bij de post iets uitzonderlijks. Een dikke brief van Dimitri met daarin alleen een gefotokopieerd hoofdstuk uit een recent boek van Bill Bryson. Ik werp een blik op de eerste pagina en blijf doorlezen. Lekker geschreven Engels.

Het hoofdstuk handelt over de 'explosieve' staat waarin het Yellowstone Park -dat werd gevormd door een apocalyptische vulkaanuitbarsting- verkeert, terwijl onder het park een kolossale magmakamer gloeit en broeit. Ik had zelf in de krant over dit verschijnsel geschreven naar aanleiding van een alarmerend Duits wetenschapsprogramma op televisie en zie nu dat Bryson de strekking van wat ik schreef goeddeels bevestigt. En opnieuw heeft het gegeven van die dunne aardkorst en dat kokende magma iets verontrustends. Bij Bryson lees ik dat geologen pas in de jaren zestig van de vorige eeuw ontdekten dat het park in feite één reusachtige vulkaan is. We leven op een kruitvat en we weten van niks.

13.30 Lunch met mijn zoon, die vervroegd uit school is gekomen. Hij toont me de teruggegeven overhoring van Duits: een rijtje onberispelijke antwoorden waarvan ik de vragen niet ken.

In zijn tas ook een Harry Potter-pil. Deel drie: De gevangene van Azkaban. Onvoorstelbaar. Hij herleest de delen als voorpret op het verschijnen van deel vijf. Ik heb me vaak over dat vele lezen van hem verbaasd. Het leek soms bijna een wedstrijd in snel-lezen. ,,Ik ben al op pagina 219.'' Zo werd ook een plank Thea Beckman verslonden. In hoog tempo, als eikenprocessierupsen door het gebladerte.

Voor ik een niet-lezer werd was ik een matig lezer, die met zekere regelmaat boeken kocht. Ik kocht meer dan ik las. Ik leg het niet-lezen graag uit als een uitgesteld lezen, een lezen dat ik voor later bewaar, voor een levensfase die een leesfase zal blijken te zijn. Dan waait de storm om het huis, maar ik hoef de deur niet uit, want de hele beschaving staat in mijn doorzakkende Billy's.

Maar mocht ook die fase niet aan willen breken dan is er altijd nog dat ene boek, waarover Willem Brakman ooit in een essay schreef: wie dit boek werkelijk tot zich neemt die kan hele bibliotheken overslaan. Hij doelde op Rilke's 'Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge'. Daarin schrijft Rilke ook over de schoonheid van lezende mensen in een bibliotheek en ik zou de passage hier graag citeren als het mijn eigen proza niet zo zou doen verbleken. Hoe zou Rilke, zou hij nu geleefd hebben, de aanblik van de televisiekijkende mens beschreven hebben, zoals hij die bij een wandeling door een Nederlandse buitenwijk zo tussen zes en acht 's avonds nog voor het sluiten van de gordijnen zou hebben kunnen waarnemen?

Vervolg op de pagina hiernaast

14.30 Weer voor de televisie. Op de videoband het kunstprogramma R.A.M., met daarin een van die interviews die Michaël Zeeman heeft met een buitenlandse schrijver. Hij spreekt goed Engels, die Zeeman, maar de toon is bijna altijd erg serieus, bijna bekommerd en een beetje sacraal, alsof hier een kleine liturgie rondom de literatuur wordt opgevoerd. Soms hoop ik dat een schrijver ineens in schaterlachen uitbarst na weer een vraag naar de diepste zielenroerselen van een personage, maar dat gebeurt nooit. Televisie en boeken - het blijft een moeizame combinatie die meestal vergezeld gaat van de opmerking dat sinds Van Dis er maar nauwelijks een onderhoudend boekenprogramma op de buis is geweest. De twee verdragen elkaar slecht, ook aan de ontvangende kant van het scherm. Televisie verdringt elke leeslust.

Intussen knaagt het wel, dat schuldgevoel.

In de kern geloof ik dat je van lezen een beter mens kunt worden: misschien niet in de sociale betekenis, maar meer in de zin van veredeling - een troostend patina over je ziel. Zo zondig als ik me kan voelen bij het televisiekijken, zo schuldig kan ik me voelen bij het niet-lezen. Over mijn ziel en zinnen vormt zich geen patina, maar roest. Ik voel me een televisiejunk die zich dagelijks met bewegende beelden inspuit. De afstandsbediening is de injectienaald die de verrukkelijke stroom laat vloeien. Weg met dat schuldgevoel.

17.30 Korte scannende blik over de avondkrant. Net als 's ochtends langs een vaste route.

20.00 Kleine kinderen naar bed. Weer televisie. Brandende ogen - de vermoeidheid groeit met de minuut. Af en toe een halfslachtige poging een langer artikel uit de kranten te lezen, maar het hoofd wil niets meer opnemen. De ogen evenmin. Ze vallen dicht en blijven secondenlang gesloten. Dan roept iemand op tv me weer terug. Ik kijk nog de hele avond met onregelmatig dichtvallende ogen, maar laat het registreren aan de videorecorder over.

24.00 In de slaapkamer hangt boven het bed een uitvergroot, in fel, bijna fluorescerend roze gedrukt tekstfragment. Het is een fragment in de meest letterlijke betekenis van het woord: een uitsnede uit een -in dit geval- pornografisch verhaal, een werk van een Amerikaanse kunstenaar. De regels zijn afgebroken en incompleet, een deel van de seksuele handeling voltrekt zich in het duister. Dat leest dan zo:

00.15 Lezen in bed. Ik begrijp niet hoe dat kan. Ik lees de ruggen op het nachtkastje, dichtbij en onbereikbaar.

- Op de boerderij. Deltas.

- Arnon Grunberg: Fantoompijn.

- Cornald Maas: Tv.nl.

- Annie M.G. Schmidt: Jip & Janneke.

- E.du Perron: Het land van herkomst.

- Ernst Jünger: In Stahlgewittern.

- Jef Rademakers: De broek van Corry Brokken.

- Robert Frost: Selected poems.

- Hugh Kenner: The elsewhere community.

- Wat kabouters doen.

- Pat Barker: Regeneration.

- Heleen van Royen: Godin van de jacht.

- Kees Ruys: Onbetreden paden.

00.20 Vlak voor het heel diepe wegzinken, nog even de ruimte voor een gedicht. Toen men de Indiase leider Pandit Nehru dood aantrof in zijn bed vond men naast hem op het nachtkastje een gedichtenbundel van Robert Frost. De bundel lag opengeslagen bij het gedicht, dat hij elke avond las en herlas. Een schitterend spiritueel gedicht is het, dat ook een junk kan troosten.

Stopping by woods on a snowy

Whose woods these are I think I

His house is in the village,

He will not see me stopping here

To watch his woods fill up with

My little horse must think it

To stop without a farmhouse

Between the woods and frozen

The darkest evening of the year.

He gives his harness bells a shake

To ask if there is some mistake.

The only other sound's the sweep

Of easy wind and downy flake.

The woods are lovely, dark and

But I have promises to keep,

And miles to go before I sleep,

And miles to go before I sleep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden