Waarom ik mijn zieke man de trap af duwde

'Ik had het gevoel dat ik met een wildvreemde in huis woonde. Sindsdien kan ik misdadigers begrijpen.'Beeld Sjaak Verboom

Stel: je echtgenoot verandert na een beroerte in een wrak, hij sart je, en zegt dat jullie relatie nooit iets heeft voorgesteld. Dat overkwam Sjaan.

Ze zag het aan zijn gezicht: hij is stervende. Alle pijn, alle woede verdween langzaam van zijn gezicht. Zijn scheve mond trok recht. De gepijnigde trekken die zich de afgelopen jaren op zijn gezicht hadden verzameld, leken op te lossen in het niets.

In dit kleine ziekenhuiskamertje lag haar man. De man die haar leven de afgelopen jaren zo zuur had gemaakt, die haar had uitgescholden, had gezegd dat hij nooit van haar had gehouden, dat hun huwelijk een komedie was geweest. Kijk maar, had hij gezegd toen hij een foto uit betere tijden aan haar liet zien waarop hij haar verliefd aankeek: "Je ziet toch wel dat ik er niks van meen."

Het had misschien wel tien jaar geduurd. Maar voor het eerst zag Sjaan de man weer die ze ooit had leren kennen.

Wonder
Een mooie vent was het, elf jaar ouder dan zij. "Meneer", had ze tegen hem gezegd toen ze hem in het Amsterdam van de jaren vijftig had ontmoet. Vlak bij de Dam werkte hij in een chique winkel. Een half leven met vrienden en relaties had hij al achter de rug. Atletisch gebouwd, donker haar; het was een wonder dat hij beschikbaar was.

Maar dit verhaal gaat niet over de jaren die volgden. Sjaan nam contact op met deze krant omdat ze wilde vertellen hoe desastreus het afliep. Waarom ze hem sloeg, overal waar ze hem maar raken kon. Waarom ze hem van de trap duwde en met plannen rondliep om hem te vermoorden.

Na een eerdere publicatie in Trouw over het effect van een chronische ziekte op het huwelijk piekerde ze er een heel weekend over. Zou ze bellen? Ze had in het eerder genoemde artikel gelezen over een man die niet plassen kon, en over gebroken nachten. Precies hetzelfde. Alleen niet zo erg. Afgezien van een vriendin en een psychiater had ze nog nooit verteld over de catastrofe die haar trof. Omdat andere mensen zich misschien in haar verhaal herkennen besloot ze te bellen.

"Mantelzorg, dat woord kende ik tien jaar geleden helemaal niet. Ik kan het woord niet meer horen. Je begint er met goede moed aan, maar je hebt geen idee. Het begon ermee dat ik niet lief was", vertelt ze vanuit haar woonkamer in een Fries dorpje. Ze verhuisde er na het overlijden van haar man naartoe om alle nare herinneringen achter zich te laten.

Haar man had een hersenbloeding gehad, kort na een hartoperatie. Een kans van één op duizend hadden de artsen gezegd. Hij raakte halfzijdig verlamd, en had een katheter nodig om te plassen. "Het bleek een enorme impact op zijn geest te hebben. Hij was een rustige, erudiete man. Heel sportief ook, echt een natuurmens. Hij hield van studeren, las de Koran zelfs. Maar daar bleef niets van over."

Aangezet tot hartoperatie
Het begon met de katheter die hij nodig had om te plassen. Doordat zijn lid tijdens de hartoperatie was beschadigd, kwam hij niet meer van de katheter af. Voor de man die in hun huwelijk altijd de oudere, de meneer, was geweest, viel dat niet te accepteren. Hij leek zich alleen nog maar op dat vervloekte hulpstuk te richten.

En het was allemaal haar schuld. Was het niet zijn vrouw die hem tot de hartoperatie had aangezet? Hem over zijn angst had heen geholpen? Hij werd gemeen, reageerde zijn frustraties op haar af. Hoe slechter hij zich voelde, des te meer moest zij het ontgelden. Ze was een slechte vrouw, klonk het herhaaldelijk. Ze kon niks, ze was niks.

De nachten werden een kwelling. "Altijd maar die onrust. Dan kon hij niet slapen, en ging ik naar een andere kamer. Dan liep hij me achterna, en sleepte hij zijn nachtzak met urine over de vloer. Dan vloog die katheter er natuurlijk uit. Verschrikkelijk."

Dat ze een rotwijf en slechte vrouw werd genoemd, viel nog wel te verdragen, zegt Sjaan. Maar dat haar man naar verloop van tijd alle mooie jaren begon te besmeuren, was onverdraaglijk. Ze begon te ondervinden dat iemand met wie je lief en leed hebt gedeeld je kan raken als geen ander.

Twijfel
"Sjaan, het was allemaal komedie", zei hij. "Wat wij samen hadden was niets. Ik heb nooit van je gehouden. Ik heb altijd maar een beetje gedaan alsof." Ik dacht dat hij begon te dementeren. Maar in het ziekenhuis zeiden ze dat het de gevolgen waren van een beroerte. Later las ik eens een stukje van een verpleeghuisarts die zei vooral medelijden te hebben met familieleden van mensen die een beroerte hadden gehad, vanwege de karakterverandering."

Niets bleef gespaard. Een seksleven hadden ze nooit gehad, zei hij. Haar verstand wist: deze man is ziek, hij meent het niet. Toch sloop de twijfel erin. Het gevoel won het van het verstand. Zou hij de waarheid spreken, net als een dronkeman? Was haar hele leven een farce geweest? Het was in die periode dat ze foto's van vroeger begon te verscheuren. Hele albums gooide ze weg. Waarom zou ze die kiekjes nog bekijken als het een komedie was geweest?

Ze kon het niet helpen, maar ze begon hem te slaan en te schoppen. Overal waar ze hem raken kon. Hoe gemener hij werd, des te agressiever werd zij. Overdag met haar vuisten. 's Nachts met een pantoffel, of wat er maar naast het bed voor het grijpen lag. Links en rechts. Anderhalf jaar lang. "Hij sloeg nooit terug. Dat vond ik misschien wel het ergste. Hij had er de kracht niet voor. Hij schold alleen maar. Na een tijdje keek hij me steeds angstiger aan. Hij werd bang. En terecht. Die arme man, denk ik nu."

Dagopvang, waardoor Sjaan stoom zou kunnen afblazen, en haar man even in een andere omgeving zou verkeren, werkte niet. Haar man maakte met iedereen ruzie. Met de chauffeur van het busje, met de verplegers bij de revalidatiekliniek, in het ziekenhuis.

Duw
De situatie bereikte een climax toen hij haar weer eens achterna kwam. Die buien had hij vaak, zegt ze. "Dan claimde hij me volledig. Dan sloot ik me op in een kamer waar ik aan de binnenkant van de deur een knip had gemaakt. Dan stond hij op de deur te bonzen. Ik had het gevoel dat ik met een wildvreemde in huis woonde."

Ze gaf hem die dag een harde duw, waarop hij achterover van de trap viel. Wonderwel raakte hij niet zwaargewond. Maar omdat hij vanwege zijn beroerte bloedverdunners slikte, zat hij onder de blauwe plekken."

Ze vindt het moeilijk om te vertellen, om die vernietigende kracht van toen weer te voelen. "Het is ongelooflijk wat er in een mens kan varen. Het klinkt gek, maar sindsdien kan ik misdadigers begrijpen. Het zit gewoon ín ieder mens, moet u weten."

Tegen de huisarts zei haar man niets. Hij geloofde haar toen ze zei dat hij gevallen was. Het was het begin van een opname in een verpleeg-huis waar geen einde meer aan zou komen.

"De aanblik toen ik hem daar na twee weken bezocht, zal ik nooit meer vergeten. Hij was verwaarloosd, vervuild en platgespoten. Last van zijn katheter had hij niet meer. Hij mocht alles nu gewoon in zijn luier laten lopen. Ik wilde hem verzorgen, maar dat mocht niet. Ze zeiden dat ik hem hulpeloos had gemaakt. Hij moest het zelf doen, zeiden ze.

Grote en kleine wijzers
Niet veel later later overleed haar man in een Amsterdams ziekenhuis. Toen ze die bewuste dag zijn gezicht zag ontspannen, ging ze bij hem liggen. De zusters riep ze niet. Een half uur lang lag ze daar. Een aggregaat dat haar man van zuurstof voorzag, bleef brullen. "Later hoorde ik dat het apparaat op het balkon had moeten staan. Dan zou niemand er last van hebben. Dat geloof je toch niet?"

Toen ze de zusters verwittigde dat haar man was overleden, wilden ze het precieze tijdstip van overlijden weten. Wat maakt dat nou uit, dacht ik. Alsof ik op zo'n moment naar de grote en de kleine wijzers van de klok kijk."

Zeventig was Sjaan toen. Voor hem was ze blij. Voor zichzelf voelde ze opluchting. En schuldgevoel, omdat ze zich opgelucht voelde. Radeloos fietste ze soms langs de Amstel. Lag ik maar op de bodem, dacht ze dan. Jaren zou het duren voordat ze de goede jaren weer kon herinneren.

Een psychiater hielp niet, zegt ze. "Ik wilde vertellen wat me dwarszat, waarom ik me schuldig voelde. Hij zei de hele tijd: we beginnen bij uw jeugd, en dan gaan we stapje voor stapje. Hij wilde weten of ik in mijn jeugd wel eens op een onprettige manier was aangeraakt. Maar daar kwam ik niet voor."

Voor Sjaan brak een labiele fase aan na het overlijden van haar man, zegt ze. Op aanraden van een bevriende dominee pakte ze haar leven op. Ze ging bij een koor, naar gym, naar de kerk zelfs. Hele bedragen smeet ze over de balk aan concerten, aan dure dingen, en aan vakanties. Ze werd verliefd, op een veertien jaar jongere man. "Het was om te gillen. Maar ik kwam erachter dat hij een vrouw en kinderen had. Ik heb aan die verhouding drastisch een einde gemaakt."

Verwijten
Sjaan, inmiddels 81, kan zich niet meer indenken dat ze nog met iemand kan samenleven. Alleen al de angst dat ze ooit weer iemand moet verplegen, vindt ze al ondraaglijk.

Soms schrikt ze 's nachts nog wakker. "Dan vermoord ik hem weer in mijn dromen. Volkomen in paniek ren ik dan naar buiten, de Friese nacht in. De twijfel, de verwijten, en het schuldgevoel krijg ik nooit meer uit mijn kop. Meestal neem ik dan een valiumtabletje, en rook ik een sigaret. Een gewoonte die ik sindsdien helaas weer heb opgepakt. Ook daar kom ik niet meer vanaf, ben ik bang."

Achteraf had ze het anders moeten aanpakken, zegt ze nu. Dan had ze zo snel mogelijk aangestuurd op opname in een verpleeghuis. "Je haren rijzen je te berge als je leest dat de overheid ouderen en zieken langer thuis wil laten wonen. Ze weten niet waar ze het over hebben. Dat is ook één van de redenen waarom ik dit verhaal wil vertellen. Mensen moeten het niet alleen willen doen. Iedereen die de moed opgeeft, of een hekel aan zijn partner begint te krijgen, raad ik aan om hulp te zoeken. Ik had gewild dat ik dat ook had gedaan."

De naam Sjaan is gefingeerd.

Langer thuiswonen
Sinds 2013 is het voor ouderen met een lichte zorgvraag (de zorgzwaartepakketten 1 en 2) niet meer mogelijk om in een verzorgingshuis te wonen. Dit jaar mogen ook ouderen die behoorlijke zorg nodig hebben (zzp 3) er niet meer in, en in 2016 gaat het verzorgingstehuis op slot voor een deel van de mensen die intensieve begeleiding en uitgebreide zorg nodig hebben (zzp 4). Onder meer Actiz, de brancheorganisatie voor verpleeg- en verzorgingshuizen, maakt zich hier zorgen om - vooral omdat deze ouderen (met zzp 4) soms al dementerend zijn. Binnen de branche bestaan er verder zorgen over de gelijktijdige bezuinigingsoperatie op de huishoudelijke hulp (-40 procent in 2015) en een bezuiniging op de dagopvang en begeleiding van hulpbehoevende ouderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden