Waarom ik Marilyn voor gezien houd

Emma Brunt laat verstek gaan bij de tentoonstelling over Monroe. Wat weerhoudt haar?

EMMA BRUNT

Emma Brunt (1943) is socioloog en publicist. Ze schreef in 2010 'Onwijs oud. Over de dubieuze zegeningen van het ouder worden'.

Zelfs iemand die de film nooit gezien heeft kent waarschijnlijk de foto van een lachende Marilyn Monroe die in 'The Seven Year Itch' (1955) verkoeling zoekt door op het luchtrooster boven de ondergrondse te gaan staan. De wijde rok van haar zomerjurk waait op en ze heeft allebei haar handen nodig om te voorkomen dat de voorbijgangers - en het publiek in de bioscoop natuurlijk - haar onderbroekje te zien krijgen. Regisseur Billy Wilder liet haar die scène eindeloos overdoen voordat hij tevreden was, en draaide hem ten slotte toch maar liever in de studio, omdat de opnamen verpest bleken te zijn door het gejoel en gefluit van een paar verbaasde maar ongetwijfeld hoogst geboeide passanten. Op hoeveel tienerkamers zou de poster die ervan gemaakt is sindsdien al gehangen hebben?

Het was zo'n onvergetelijk beeld dat iedereen meteen raakte en bij bleef, alsof de seksuele dromen en verlangens van een hele generatie er op magische wijze door werden samengevat. En wat meer is: het hield repertoire, ook toen de vrijgevochten jaren zestig en zeventig ervoor hadden gezorgd dat die opwaaiende rok allang voorbij gestreefd was door de veel rauwere, expliciete beeldtaal waaraan filmkijkers gewend raakten ten tijde van de Seksuele Revolutie en daarna, toen er opeens zoveel meer getoond kon worden dan twee blote vrouwenbenen in elegante, hooggehakte sandaaltjes.

Op de Marilyn-tentoonstelling die vandaag in Amsterdam opengaat zal die foto vast niet ontbreken. Als illustratie van het imago dat de studiobazen in Hollywood haar hadden toebedacht en waartegen ze in later jaren (tevergeefs) in opstand kwam, toen ze er schoon genoeg van kreeg om steevast afgeschilderd te worden als het spreekwoordelijke 'domme blondje' en ze in New York bij Lee Strasberg in de leer ging om serieus genomen te worden als actrice. Enfin, de treurige geschiedenis van Norma Jean Baker, het straatarme plattelandsmeisje dat eerst ontdekt werd als (pikant) fotomodel, en vervolgens tot een onstuitbare carrière als kassamagneet, pin-up en seksbom werd veroordeeld, een spectaculair maar ook tiranniek 'succes' dat haar uiteindelijk dusdanig heeft ontwricht dat ze eraan onderdoor is gegaan, mag onderhand wel algemeen bekend verondersteld worden.

De tentoonstelling heeft de pretentie om een andere, veel intiemere kant van haar leven te belichten, aan de hand van de documenten, kleren, sieraden en volstrekt alledaagse gebruiksvoorwerpen die na haar zelfmoord (of is ze toch uitgeschakeld door Bobby Kennedy en zijn clan, om president Kennedy van verdere, ongewenste avances te vrijwaren?) achterbleven in het laatste huis dat ze bewoonde, wat tevens het eerste huis was dat ze ooit zelfstandig heeft gekocht: een tamelijk eenvoudig, landelijk villaatje met een tuin waar ze dolverliefd op werd, aan 5th Helena Drive in Brentwood, een chique buitenwijk van Los Angeles.

Bezoekers van de expositie kunnen dus niet alleen jurken, schoenen en tassen verwachten die ze in haar filmrollen gedragen heeft, maar ook parafernalia uit haar dagelijks leven, zoals een half opgebruikt potje gezichtscrème en wat blonde haren die nog vastzaten in de rollers die ze gebruikte. Want ook die gelden inmiddels als collector's items die voor astronomische bedragen van de hand gaan, alsof het met magie geladen relieken betreft van een heiligverklaarde martelares die haar leven heeft gegeven op het altaar van de wereldse roem.

Is dat onnozel, of juist ontroerend, omdat het de eenzame en op het eind behoorlijk labiele en wanhopige vrouw achter de publieke beeldvorming naderbij brengt? Of, met andere woorden: moeten we Marilyn Monroe zien als een slachtoffer van haar tijd, iemand die ten prooi is gevallen aan de bekrompen en hypocriete opvattingen die het publiek in de jaren vijftig (mannen én vrouwen) erop na hield over vrouwelijkheid en de benauwde grenzen waarbinnen de vrouwelijke seksualiteit zich diende te bewegen, zonder ooit haar ware gezicht te mogen laten zien?

Misschien ga ik wel even kijken, maar ik denk niet dat ik die expositie echt nodig heb om me daarvan een voorstelling te kunnen maken. Het beeldmateriaal, zoals we dat nu kennen, is namelijk al onthullend genoeg op dat punt.

De Amerikaanse socioloog Erving Goffman, die levenslang studie gemaakt heeft van de manier waarop mensen zich in het dagelijks leven aan anderen presenteren, publiceerde in 1976 een opmerkelijk boek over de stereotiepe verschijningsvormen van mannelijkheid en vrouwelijkheid die in de reclamewereld gangbaar waren.

Die verschilden hemelsbreed van elkaar, zonder dat het ooit iemand opviel, omdat de beeldtaal die in advertenties gebruikelijk was zo normaal leek: zo natuurlijk en volkomen vanzelfsprekend.

Bij nadere beschouwing drukten de poses en gebaren die aan vrouwen werden toebedeeld maar één ding uit: ondergeschiktheid ten opzichte van al datgene wat gold als typisch mannelijk. Op reclamefoto's die vrouwen in beeld brachten lag de nadruk op kwaliteiten als zachtheid, kwetsbaarheid, fragiliteit, machteloosheid, dromerigheid, gebrek aan waakzaamheid, onderdanigheid en kinderlijkheid, terwijl de mannen er juist uitzagen alsof ze alert en vol zelfvertrouwen de wereld in keken, in poses die erop duidden dat ze zich volkomen op hun gemak voelden en zich te allen tijde scherp bewust waren van hun omgeving en hun plaats daarin.

Voor sociologiestudenten, van wie ik er een was, vormde dat indertijd een bron van vermaak, want als je het eenmaal zág, zag je het meteen ook overal. De knee-bend bijvoorbeeld, van vrouwen die ergens tegenaan leunden of door hun ene heup gezakt waren, zodat ze er nogal wankel bij stonden, terwijl de mannen beide benen stevig aan de grond hielden. Maar er waren meer verschillen, die allemaal dezelfde richting op wezen.

Vrouwen op reclamefoto's raakten zichzelf nogal eens aan, soms terloops, maar meestal enigszins pruilend (vinger aan de lip) of openlijk behaagziek (hand in het haar, of delicaat in de buurt van hun decolleté) alsof ze zichzelf van buitenaf bekeken - door de ogen van een ander, en naar alle waarschijnlijkheid was die ander een man - en hun eigen lichaam behandelden als een object dat bewonderd, begeerd, gesust en gestreeld moest worden.

De blik van vrouwen was vaak afgewend, of enigszins versluierd, terwijl mannen recht in de camera keken, op zijn minst onvervaard, maar soms ook ronduit intimiderend. En misschien nog wel het meest opvallende verschil was dat vrouwen regelmatig in dromerige, kinderlijke poses werden afgebeeld, op een schommel, blootsvoets in het gras of likkend aan een ijsje, terwijl de mannen altijd werden voorzien van attributen die erop wezen dat ze gepreoccupeerd waren met uiterst volwassen, stoere besognes en activiteiten, zoals tennisrackets, surfplanken en diplomatenkoffertjes.

Nogmaals, heel vanzelfsprekend allemaal, tot je in gedachten de rollen omdraait en je voorstelt dat de mannen blootsvoets rondhuppelen in een bloemenwei en aan ijsjes likken, terwijl de vrouwen hun waakzame blik op de omgeving richten, alsof ze er voortdurend op gespitst zijn dat er gevaar kan dreigen en dat ze paraat moeten zijn om dat af te weren.

Het was een ware eye-opener, en als je met die analytische blik naar de overbekende foto's van Monroe kijkt, zie je het hele scala aan onderdanige, dromerige, kinderlijke poses aan je voorbij trekken: Marilyn met een bedeesde vinger tegen haar pruillip; Marilyn met haar ogen geloken, alsof ze nooit helemaal wakker was en door het leven ging als een slaapwandelaar; Marilyn aan het strand met een air alsof ze elk moment zandtaartjes zou kunnen gaan bakken.

Het is moeilijk voorstelbaar dat ze dit jaar negentig zou zijn geworden, want op de foto's die wij allemaal kunnen dromen ziet ze er eigenlijk niet eens uit als een volwassen vrouw maar als een meisje, een meisje dat zich nog maar nauwelijks bewust is van de seksuele uitstraling die ze heeft, en de macht die dat haar geeft. Ook wat dat betreft is die beroemde foto met opwaaiende zomerjurk terecht in het collectieve geheugen blijven hangen, want in de desbetreffende film van Wilder heeft ze niet eens een naam: ze wordt daarin consequent betiteld als the girl. Een naamloos meisje dat de fantasie prikkelt van een gelukkig getrouwde, maar ook enigszins verveelde man die zojuist zijn gezin uitgeleide heeft gedaan voor de zomermaanden, om de hitte in de grote stad te ontlopen, en zich dan ineens geconfronteerd ziet met een uiterst aantrekkelijke blonde bovenbuurvrouw, die hem zowaar voorstelt om de nacht niet in haar maar in zíjn appartement door te brengen! Een even aanlokkelijk als gevaarlijk voorstel, waar deze brave borst danig van in de war raakt, totdat hij zich realiseert dat het haar - in ongeveinsde argeloosheid - alleen om zijn airconditioning te doen is. Zijn nieuwe buurmeisje gedraagt zich alsof ze op het punt staat om hem als een rijpe appel in de schoot te vallen, maar de schijn bedriegt: ze is onaanraakbaar, omgeven als ze is door een ondoordringbaar pantser van onschuld.

Ik denk dat het deze dubbelzinnige combinatie van eigenschappen is die Monroe tot op de dag van vandaag hult in een waas van fascinatie, melancholie en mysterie: als belichaming van het enigszins verontrustende vermoeden dat er überhaupt zoiets bestaat als een 'vrouwelijke seksualiteit'. Even gerechtvaardigd en potent als de seksuele aandrift van mannen: een oerkracht die maar beter kon blijven sluimeren in de sprookjeswereld van Hollywood, als Doornroosje achter de doornhaag, omdat de geordende samenleving van vaders, moeders en kinderen daar nu eenmaal slecht op berekend is.

Zo werd Marilyn Monroe dus verbannen naar haar eigen symbolische domein, want zodra ze aanstalten maakte om zich onder gewone stervelingen te begeven, ontstond er prompt kortsluiting tussen de fantasie en de werkelijkheid, en werd de poort naar het echte leven voor haar neus dichtgeslagen.

Voor jongeren die nu door mensen van mijn generatie met heimwee naar de jaren vijftig worden bestookt, raad ik een gang naar deze expositie van harte aan. Hopelijk zal 'Marilyn' ze een illusie armer maken.

Zelf laat ik bij nader inzien liever verstek gaan bij de 'iconische vrouw' in de Nieuwe Kerk. Dat komt door de enige andere foto die mij in de loop der jaren steeds is bijgebleven. Die laat iets zien van de vrouw van vlees en bloed achter het icoon, en dat is er uitgerekend een waar ze zelf niet op staat: de politiefoto van haar slaapkamer in Brentwood, nadat het dode lichaam al is afgevoerd.

Het is een kamer met kale muren, naast het onafgehaalde bed staat een scheefgezakt leeslampje en de vloer is bezaaid met dozen, verfrommelde kleren, tassen en andere spullen die daar niet horen en die kennelijk zijn blijven liggen waar de bewoonster ze toevallig ooit heeft laten slingeren.

Zo ziet een depressie eruit, weet ik maar al te goed uit eigen ervaring, en wat de twee employees van de begrafenisonderneming achteraf verklaarden tegen een journalist bevestigt dat ontluisterende beeld. Wat ze daar aantroffen op vijf augustus 1962 was het stoffelijk overschot van een al wat oudere vrouw die een heel alledaagse en vooral onverzorgde indrukt maakte, met beurse plekken in haar gezicht, benen die al een hele poos niet waren onthaard, en nagels aan haar handen en voeten die ook wel een opknapbeurt hadden kunnen gebruiken.

Inderdaad, ik zei het al: het is een treurig verhaal. Intiemer dan de foto van die ontredderde slaapkamer wordt het niet, en dat vind ik ook wel intiem genoeg.

De expositie 'Negentig jaar Marilyn Monroe. Omzien naar een iconische vrouw' gaat vandaag open in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Te zien t/m 5 februari 2017.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden