Waarom homo’s zichzelf discrimineren

Onlangs hield Gerrit Komrij een lezing onder het motto: ’Waarom zijn Nederlanders zo dol op homoseksuelen?’. Vorige week stond de tekst in tekst in De Groene Amsterdammer.

Elma Drayer

De homo-emancipatie, betoogt hij, is wel erg ver doorgeschoten. Zeker, of de tolerantie ’echt diep zit’, daar is de schrijver niet gerust op. En hoe de bevolking ’werkelijk denkt’ over homo’s valt volgens hem moeilijk te achterhalen. Maar die kanttekeningen sneeuwen bijkans onder in zijn welbespraakte tirade tegen ’de knuffelhomo’.

Het speciale, stelt Komrij spijtig vast, is er wel vanaf. Hij griezelt van de jaarlijkse Gay Pride in de Amsterdamse grachten (’Alle homo’s op een bootje over het water, in een nadrukkelijke manifestatie van blije grijns en gymnastiekoefeningen’). Hij gruwt van de ’pijnlijke standaardnichten’ die dagelijks op het televisiescherm voorbijtrekken. „In de heilstijd die wij in ons platgeregelde en sufgeorganiseerde landje meemaken”, schrijft hij, „is de homoseksualiteit volstrekt smetvrij en taboeloos geworden. Ze krijgt geen wenkbrauw meer omhoog.”

Smakelijk geformuleerd, ik kan niet anders zeggen. En het valt me niet héél moeilijk om Komrij’s weerzin tegen de Geers & Goors van dit land te delen. Maar klopt het ook wat hij beweert? Is homoseksualiteit inderdaad ’volstrekt smetvrij en taboeloos’ geworden?

Met meer dan gewone belangstelling volg ik een week lang het binnenlandse homonieuws.

Op donderdag laat het CDJA, de jongerenclub van het CDA, in het Nederlands Dagblad weten dat minister Plasterk zich niet mag bemoeien met reformatorische scholen die weigeren homoseksuele docenten in dienst te nemen. Dat is volgens de jeugdige CDA’ers in strijd met „hét kroonjuweel uit de geschiedenis van de christendemocratie”, artikel 23 uit de Grondwet.

Dezelfde week vertelt defensieminister Eimert van Middelkoop in Vrij Nederland dat zijn homoseksuele broer gelukkig net zo’n hekel heeft aan het ’zogenaamde homohuwelijk’ als hijzelf. De parlementaire stemming over deze wet noemt de minister van de ChristenUnie „een van de ergste nederlagen uit mijn carrière” en „de ontbinding van het familierecht”.

Vrijdag schrijft deze krant hoe pinkstergemeenten in Amsterdam Zuid-Oost tijdens healings homo’s en seropositieven proberen te genezen. Homoseksualiteit is in hun ogen een „onreine gedachte die je denken gevangen houdt”. Ze is een ’demon’ en misschien wel „een macht die bij de voorouders vandaan komt”. Maar wie oprecht bidt tot de Heer kan van zijn zonden worden verlost.

Natuurlijk, deze kwesties trekken vooral de aandacht omdat ze de uitzondering op de homovriendelijke norm zijn.

Maar dan is daar nog dat bericht over een onderzoek van het Bureau Discriminatiezaken Utrecht. Op het eerste gezicht een geruststellend rapport. Vergeleken bij 1998 valt het met de homodiscriminatie reuze mee. „Op de meeste onderzochte terreinen”, schrijven de opstellers, „is er een procentuele afname te constateren.” Vooral de meldingen van fysiek geweld tegen homo’s daalden in tien jaar tijd sterk.

Toch is driekwart van de respondenten van mening dat ’de tolerantie’ in de samenleving rond homo’s de laatste jaren is afgenomen – mede dankzij wat in het rapport nogal omfloerst de ’allochtone invloed’ heet. En pikanter: liefst 78 procent van de ondervraagden zegt dat ze dientengevolge hun gedrag buitenshuis aanpassen. ’Zelfdiscriminatie’ noemt het rapport het verschijnsel buitengewoon treffend. „Zij lopen bijvoorbeeld niet hand in hand over straat of verbergen hun seksuele gerichtheid voor anderen.” Ze zorgen, zeg maar, dat ze zo min mogelijk opvallen.

Homoseksualiteit krijgt geen wenkbrauw meer omhoog? Ik zeg het Gerrit Komrij toch nog maar niet na.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden