Waarom het vrouwenvoetbal niet populair is (en wat we daaraan kunnen doen)

Nederlands dameselftal van 2017. Beeld studio vonq

Voetballende vrouwen krijgen net zoveel kansen als mannen, denken we. Toch stuiten ze op subtiele culturele barrières. Het EK in eigen land is een uitgelezen kans daar wat aan te doen.

Wat is dat toch met vrouwenvoetbal? Met het EK voor de boeg, lijkt er alle reden de stormachtig gegroeide sport definitief te omhelzen, maar terwijl vrouwen die andere sporten beoefenen (zwemmen, hockey, turnen) amper meer langs de meetlat van de man worden gelegd, hoor je in Nederland toch nog vaak dat vrouwen 'nooit zo goed zullen voetballen als mannen'.

Met seksisme naar vrouwen kijkend

Ook het bekijken van voetballende vrouwen lijkt nog gêne te veroorzaken. Zwetende, knokkende, in voetbalbroek gestoken dames zouden er niet aantrekkelijk genoeg uitzien. In Zuid-Afrika, schreef Trouw-columniste Marijn de Vries al eens, worden voetbalsters daarom verondersteld lesbisch te zijn, wat ze niet zelden met verkrachting moeten bekopen.

Dichterbij is de situatie zeker minder dramatisch, maar in 2004 raadde Fifa-voorzitter Sepp Blatter vrouwen nog aan in 'vrouwelijke kleren te sporten, in strakkere broekjes bijvoorbeeld'. Dat zou de sport populairder maken. In zijn woorden klinkt het traditionele idee door dat vrouwen beter sporten kunnen beoefenen waarin ze er leuk uitzien, zoals turnen, paardrijden, zwemmen. Zulke 'sierlijke' sporten mogen vrouwen al een eeuw lang beoefenen; voetbal werd nog tot diep in de vorige eeuw als een veel te ruwe bezigheid beschouwd - in Nederland tenminste. In 1938 stelde de KNVB haar velden niet meer voor vrouwen open. Pas in 1979 stond de bond meiden weer toe lid te worden van een voetbalvereniging.

Tekst loopt door onder de foto

Voetbalster Kelly Zeeman. Beeld studio vonq

Voetballende vrouwen moeten zich dus op twee fronten bewijzen: ze moeten net zo krachtig, hard en snel kunnen voetballen als mannen, maar ze mogen er ook weer niet als 'manwijven' uitzien.

Serieuzer

Gezien die late start, is dat misschien niet zo vreemd. Vrouwen mogen nog maar zó kort meedoen, dat ze kwalitatief een achterstand hebben. De tegenwoordige populariteit van het vrouwenvoetbal, plus de verwachte effecten van het komende EK in Nederland, zullen die verschillen op den duur wel verkleinen. Nu al wordt vrouwenvoetbal veel serieuzer genomen dan pakweg twintig jaar geleden. En als voetballende vrouwen vaker in beeld komen, zal de stoere voetbalster misschien net zo'n vertrouwd beeld worden als de speerwerpster of kogelstootster.

Of toch niet? De gisteren uitgekomen bundel 'Vrouwenvoetbal in Nederland' stelt in dit opzicht niet gerust. Historici, antropologen en filosofen - vaak zelf met een achtergrond in de (voetbal)sport - brengen in het boek een schat aan informatie samen. Het eerste artikel, 'Nette vrouwen zweten niet', berooft de lezer meteen al van de illusie dat vrouwen en mannen in de sport gelijke kansen krijgen. "Sportparticipatie door vrouwen was nooit vanzelfsprekend, maar werd gezien als binnendringen van een aan mannen toebehorend veld", constateert sporthistorica Marjet Derks op grond van haar onderzoek. En dat probleem is nog niet verholpen. Bij het bestormen van het mannenbastion dat voetbal in Nederland nog altijd is, ervaren sportvrouwen dat mannen de norm volledig bepalen.

Net zo stoer als de mannen

Wat is die norm dan? Vooral: net zo stoer doen als de mannen. Eén van de auteurs, de Leidse promovenda Nathanja van den Heuvel concludeert: "Op het veld wordt van topvoetbalsters verwacht dat ze zich volop gedragen als man, ze moeten doorzetten, dominant en agressief zijn, pijn kunnen lijden." Natuurlijk wordt in élke topsport pijn geleden, maar bij voetbal is die pijn expliciet verbonden met mannelijkheid, constateert Van den Heuvel. Een echte kerel kan immers tegen een stootje. Vrouwen die zich moeten bewijzen, zullen dus liever pijn negeren dan die norm te bekritiseren. "Omdat mannen zo hoog op de berg staan, zouden veel spelers een man willen zijn of voegen ze zich naar wat bij een man gewaardeerd zou worden." Ook is haar opgevallen hoe zelden de topvoetbalsters reflecteren op die dwang tot aanpassing. "Ze zijn te druk met presteren. Ze willen serieus genomen worden. Dus stellen ze geen vragen."

Terwijl dat juist een goed idee zou zijn. Is nóg harder trappen, nog agressiever spelen, wel de enige norm voor kwaliteitsvoetbal? Dat vraagt ook Martine Prange zich af. Ze is hoogleraar filosofie in Tilburg, hoofd van het door de NWO ondersteunde onderzoeksproject 'Van voetbalvrouwen tot vrouwenvoetbal' en dé specialist op het terrein. "Vrouwen moeten zich ontzettend bewijzen. En ja: zelfs mannen die technisch minder goed zijn, kunnen altijd nog harder tegen een bal trappen. Maar waarom is dát de norm?"

'Keiharde pegel'

Onder voetballiefhebbers geldt de 'keiharde pegel' inderdaad als keurmerk van mooi voetbal. En juist daarin zullen vrouwen mannen niet zo snel evenaren. Dat probleem wordt tegenwoordig nog versterkt door de neoliberale tijdgeest, denkt Prange. "Individuele prestaties worden in de sport almaar belangrijker. Ook als Dafne Schippers gewonnen heeft, wordt nog gemeten of ze een record heeft verbroken. Daar hangt ook haar startgeld vanaf. Bovendien is spektakel - nog harder, nog sneller, nog hoger - commercieel interessanter." Het maatschappelijk belang van gelijke kansen en een gelijke behandeling delft zo het onderspit.

Martine Prange, naar eigen zeggen 'geboren als voetballer', stelde op haar tiende zelf een team van meiden samen. Omdat de Amsterdamse club RKAVIC er niet aan wilde, ging ze tijdelijk hockeyen. Later kwam ze toch in het Nederlands elftal terecht en in 1994 speelde ze drie seizoenen in Turkije, waar wel al een serieuze competitie bestond.

Gezien de spectaculaire opkomst van het Nederlands vrouwenvoetbal, zou je verwachten dat Prange optimistisch gestemd is, maar daarvan is aan de telefoon weinig te merken. Het door haar geleide onderzoek heeft haar vermoeden bevestigd dat het gros van de mannen nog altijd 'geen enkele belangstelling vertoont voor de sportieve prestaties van vrouwen' - en dat probleem is breder dan het voetbalwereldje. "Ja, als Nederland afhankelijk is van medailles van vrouwen, zoals bij hockey, dan willen mannen wel kijken. En Dafne Schippers is een echte heldin, maar dat komt ook omdat ze zo uitzonderlijk goed is. Én omdat ze zo'n echte Hollandse meid is - ze voldoet aan een stereotype."

Desinteresse

Desinteresse van de media is een blijvend pijnpunt, blijkt uit het boek, en het heeft er alle schijn van dat dit samenhangt met de sekse van de meeste sportjournalisten. De meeste sportjournalisten, overwegend man, probéren vrouwenvoetbal wel serieus te nemen, maar zien het toch als slap aftreksel van 'het echte werk'. "Als ik het niet zou hoeven volgen voor de krant, zou ik er denk ik nooit naartoe gaan", bekent de sportverslaggever van een regionaal dagblad in het boek.

Het argument dat 'het sportpubliek', vaak mannen van middelbare leeftijd, vrouwenvoetbal niet interessant of aantrekkelijk genoeg vindt, zorgt er weer voor dat er te weinig geld naar vrouwen gaat, constateert Prange. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: "Vrouwenvoetbal lijkt de wind mee te hebben, maar we moeten ons niet vergissen in de bestuurders. Dat zijn haast allemaal mannen, en niet altijd zo professioneel. Die willen alleen geld steken in wat aandacht krijgt in de media. Terwijl de media alleen uitzenden waar hun kijkers al bekend mee zijn." Dat schiet natuurlijk niet op, verzucht Prange. "Soms denk ik weleens, dat er sinds de jaren tachtig weinig is gebeurd. Ja, vrouwen worden gestimuleerd, maar alleen als ze mannen niet in de weg zitten."

Tekst loopt door onder de foto

Voetbalster Renate Jansen. Beeld studio vonq

Dat zie je op alle niveaus terug, legt Prange uit. Als sportclubs bezuinigen, gaan de vrouwenteams er het eerste uit. Zo geef je vrouwen het gevoel dat ze onbelangrijk zijn. "Stel dat je trainer bent van vrouwen en je wilt om 16.00 uur op veld 1 spelen. Zodra een team mannen op dat moment een extra training inlast, word je opzij geschoven. Er zijn voetbalsters die daarom afhaken. Maar goed, vrouwen hebben millennialang op de tweede plaats gestaan. Voetbal is één van de laatste bastions die nog genomen moeten worden."

Martine Prange & Martijn Oosterbaan (redactie). Vrouwenvoetbal in Nederland. Spiegel en katalysator van maatschappelijke verandering. Uitgeverij Klement; 270 blz. € 24,95

Zestien landen op het EK

Aan het EK voetbal voor vrouwen in Nederland doen voor het eerst zestien landen mee, vier meer dan tijdens het laatste EK in 2013. De landen zijn ingedeeld in vier groepen van vier, waarvan de eerste twee doorgaan naar de kwartfinales. Nederland is ingedeeld in een groep met Noorwegen, Denemarken en België. Het team van bondscoach Sarina Wiegman opent het toernooi zondag om 18.00 uur in Utrecht tegen Noorwegen. De volgende groepsduels zijn op donderdag 20 juli om 20.45 uur in Rotterdam tegen Denemarken en op maandag 24 juli om 20.45 uur in Tilburg tegen België. De overige speelsteden zijn: Deventer, Enschede, Doetinchem en Breda. De finale is op zondag 6 augustus om 17.00 uur in Enschede.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden