Waarom het pensioencircus steeds opnieuw begint

Premier Mark Rutte verlaat het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid na het stuklopen van het pensioenoverleg met werkgevers en vakbonden. Beeld ANP

Al sinds het uitbreken van de financiële crisis wordt er gepraat over een drastische hervorming van het pensioenstelsel. Tien jaar later is er vooral veel gepraat, maar weinig veranderd.

“Full house!” Op het Plein in Den Haag staat een klein gokpaleis, inclusief een croupier en een gezelschap gokkers. Een man draagt een ketting met een dollarteken om zijn nek, een vrouw heeft een zwarte verentooi op haar hoofd. Ze staan rondom groene casinotafels en spelen blackjack, roulette en poker.

Op het eerste gezicht lijkt het misschien alsof de nouveau riche zich hier vandaag heeft verzameld, maar het zijn verklede vakbondsmedewerkers en kaderleden van FNV Bondgenoten, de grootste bond binnen vakcentrale FNV. Op de groene casinotafel liggen fiches waarop staat ‘Casinopensioen NEE!’ Dezelfde boodschap staat ook op grote borden. Het mag duidelijk zijn: de vakbond vindt dat het de verkeerde kant op gaat met de hervorming van het Nederlandse pensioen.

Pensioencasino

Het is vrijdag 1 juli 2011. Achter het gokpaleis in sociëteit De Witte begint over enkele ogenblikken een congres van ’s lands grootste en machtigste pensioenuitvoerder APG. Voorname gasten op het congres zijn Agnes Jongerius, voorzitter van vakcentrale FNV, en Bernard Wientjes, voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW. Ze zijn verrast als ze het casino voor de deur van de deftige sociëteit zien staan. Net als andere voorbijgangers en congresbezoekers worden ze uitgenodigd om ‘een gokje te wagen met hun pensioen’, maar daar hebben ze allebei geen trek in.

Een paar weken eerder hebben Wientjes en Jongerius samen met minister Henk Kamp een pensioenakkoord gesloten. Jongerius heeft het sindsdien aan de stok met bonden binnen haar vakcentrale die zich niet kunnen vinden in de pensioenhervorming. FNV Bondgenoten is het luidruchtigst in het protest. Maar waarom is het akkoord gesloten, wat staat er nu eigenlijk in en waarom heeft FNV Bondgenoten er zo’n problemen mee?

Beeld Tomas Schats

Om die vragen te kunnen beantwoorden moeten we nog verder terug, naar 15 september 2008. Een schok gaat door de financiële wereld als de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers failliet gaat vanwege een hoge blootstelling aan slechte leningen. Wereldwijd duiken de beurzen in het rood. Banken, verzekeraars en ook pensioenfondsen krijgen klappen. Pensioenfonds Zorg en Welzijn, het op een na grootste fonds van Nederland, ziet meer dan het 20 procent van het belegd vermogen dat jaar verdampen. De dekkingsgraad – de verhouding van het belegd vermogen en de toekomstige pensioenuitkeringen – gaat onderuit: van 148 procent begin 2008 naar 91 procent eind 2008. Dat betekent dat er niet genoeg geld in kas is om alle toekomstige pensioenuitkeringen te kunnen betalen. Voor het eerst dringt het tot pensioendeelnemers door dat hun pensioen niet zo zeker is als ze hadden gedacht.

Nu lukt het veel pensioenfondsen wel om het belegd vermogen in de jaren na de val van Lehman weer op te krikken. Maar de crisis veroorzaakt een ander probleem. Mensen, bedrijven en overheden houden hun hand op de knip. Schulden worden afgebouwd en geld wordt niet uitgegeven maar gespaard. Hierdoor wordt geld lenen goedkoper. Met als gevolg: een lage marktrente. En laten pensioenfondsen nu net aan de hand van die lage marktrente hun dekkingsgraad berekenen. Hoe lager de rente, hoe meer belegd vermogen een pensioenfonds moet hebben om aan de toekomstige pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. Zo blijven de pensioenfondsen er slecht voor staan. De lage rente doet het herstel van het belegde vermogen meer dan teniet. Als er niet snel iets verandert, moeten de pensioenen voor het eerst in de geschiedenis van het stelsel verlaagd worden.

Langer leven

Intussen is er nog iets anders aan de hand, iets positiefs: Nederlanders zijn langer gaan leven, veel langer zelfs. Dit is voor pensioenfondsen een probleem, want zij moeten mensen langer pensioen uitkeren dan zij hadden gedacht. Bij pensioenfonds Zorg en Welzijn betekent het zelfs een verlaging van de dekkingsgraad van 8 procentpunt. Dat mensen langer leven kost ook de overheid veel geld, zij betaalt immers de AOW-uitkeringen. Daar komt nog bij dat Nederland vergrijst.

Een belangrijke afspraak in het akkoord dat Jongerius, Wientjes en Kamp op 10 juni 2011 sluiten, is dan ook dat de AOW-leeftijd niet meer vast staat op 65 jaar, maar wordt gekoppeld aan de levensverwachting. Dat betekent dat de AOW-leeftijd stijgt naar 66 jaar in 2020. Tegen die verhoging van de AOW-leeftijd is aanvankelijk nog veel weerstand is, maar in 2011 lijkt die niet zo groot meer.

FNV Bondgenoten is vooral kwaad over andere afspraken in het pensioenakkoord. Zo hebben werkgevers en werknemers afgesproken dat pensioendeelnemers geen garantie meer krijgen over de hoogte van hun aanvullende pensioen. Oftewel: pensioen is niet langer een zekerheid. Daar staat wel tegenover dat de kans dat de pensioenen worden gecompenseerd voor de inflatie toeneemt.

Werkgevers hebben via het akkoord bedongen dat de premie komt vast te staan. In slechte tijden is er dus geen sprake van dat werkgevers (goed voor twee derde van de premie) en werknemers (een derde) meer premie gaan betalen. Het gevolg is dat pensioenen gaan meebewegen met de beurzen. Om te voorkomen dat dit schoksgewijs gaat worden mee- en tegenvallers uitgesmeerd.

Maximaal verwachte rendement

Aangezien pensioen niet meer een zekerheid is, hoeft het fonds de dekkingsgraad niet langer op voorzichtige wijze te berekenen met de marktrente. In plaats daarvan mag het fonds gaan rekenen met maximaal het verwachte rendement op het belegde pensioengeld.

Vooral op dit laatste komt een storm aan kritiek. Pensioendeskundigen wijzen erop dat een fonds de beleggingsmix risicovoller kan maken om het verwachte rendement en daarmee dus de dekkingsgraad op te krikken. Ook FNV Bondgenoten ziet dit gevaar en zo komt de term ‘casinopensioen’ in de wereld. De vakbondsbestuurders en hun achterban willen geen pensioenfondsen die meer risico gaan nemen en geen pensioen waarbij zekerheid wordt losgelaten.

Op die zomerdag op het Plein in Den Haag is het protest nog ludiek, maar de onenigheid binnen de vakcentrale leidt tot een ongekende crisis binnen de FNV. Jongerius treedt uiteindelijk af. De vakcentrale gaat vervolgens door een lang en moeilijk hervormingsproces.

In 2012 moet de FNV bovendien slikken dat de politiek de afspraak over de AOW aan haar laars lapt: een gelegenheidscoalitie van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie bepaalt dat de AOW-leeftijd niet vanaf 2020 maar al vanaf 2013 omhoog gaat. Zo is het pensioentrauma van de vakbond compleet.

En het pensioenakkoord? Dat wordt ondertussen uitgewerkt door een werkgroep van ambtenaren, pensioendeskundigen, werkgevers en werknemers, zodat het in 2014 kan worden ingevoerd. Maar de uitwerking blijkt lastig, omdat de Tweede Kamer als voorwaarde heeft gesteld dat de pensioenherziening er niet toe mag leiden dat er geld wordt overgedragen tussen verschillende generaties.

Onteigend

Een ander dilemma is de verandering van een zeker naar een onzeker pensioen. Niet alle pensioenfondsen zien dit zitten. Vooral ook omdat ze vrezen voor juridische procedures van deelnemers die de beleving hebben dat hun zekere pensioen bij de overheveling naar het nieuwe pensioenstelsel als het ware wordt onteigend, omdat het onzeker wordt.

Zo koersen de partijen af op twee pensioencontracten, waaruit werkgevers en werknemers samen moeten kiezen. Een aangepast oud pensioencontract, waarin zekerheid niet wordt losgelaten, en een nieuw pensioencontract waarin zekerheid wel wordt losgelaten, maar wel met meer kans op compensatie voor de inflatie.

Iedere leek kan begrijpen dat het bestaan van twee totaal verschillende pensioencontracten naast elkaar niet handig is. Wat gebeurt er immers als iemand met een oud pensioencontract een baan krijgt in een sector die het nieuwe contract hanteert?

Vreemd is het dus niet dat staatssecretaris Jetta Klijnsma uiteindelijk in de herfst van 2013 besluit om alleen aanpassingen door te voeren van het oude pensioencontract. Het nieuwe pensioencontract gaat in de prullenbak. Ondertussen moeten in 2013 zeventig pensioenfondsen, waaronder ook drie grote fondsen, de pensioenen verlagen.

Klijnsma vindt dat de samenleving nu eerst maar eens het gesprek moet aangaan over hoe het verder moet met het pensioenstelsel. Ze organiseert in 2014 een serie debatten over pensioen in het land, onder de naam Pensioendialoog.

Circus

Zo begint het hele circus opnieuw. Een heikel punt dat iedereen wil aanpakken is de doorsneepremie. Het lijkt eerlijk dat jong en oud dezelfde premie betalen, maar dat is het niet. De premie van een jongere kan namelijk langer renderen en dus een grotere bijdrage leveren aan de pensioenpot. De premie van een oudere heeft juist minder tijd om te groeien. Het zou dus eerlijk zijn als de jongere minder inlegt dan een oudere of meer pensioenrechten opbouwt dan een oudere.

Toen mensen nog hun leven lang in loondienst werkten, was dit niet zo’n probleem. Een individuele deelnemer betaalde als jongere te veel, maar dit werd gecompenseerd doordat hij als oudere eigenlijk te weinig betaalde. Maar carrières kunnen tegenwoordig heel anders lopen. Iemand werkt bijvoorbeeld tot zijn 45ste in loondienst en begint daarna voor zichzelf. Het probleem is dan dat hij wel heeft meebetaald aan andermans pensioen, maar zelf niet meer profiteert van het systeem. Maar het afschaffen van de doorsneepremie kost tientallen miljarden euro’s. Het is de vraag wie dat moet betalen.

De veranderingen op de arbeidsmarkt hebben nog een discussie op gang gebracht. Hoe moet het met al die zzp’ers waarvan een flink deel geen pensioen opbouwt? Moeten die verplicht worden mee te doen aan het systeem of juist niet omdat ze als ondernemer zelf die verantwoordelijkheid hebben?

Harde roep

Klijnsma geeft uiteindelijk de Sociaal-Economische Raad de opdracht om met een aantal voorstellen te komen. Om tegemoet te komen aan de steeds hardere roep om een individueel pensioen, komt er begin 2017 een variant op tafel waarbij individuele pensioenpotjes worden gecombineerd met het collectief delen van risico’s, zoals arbeidsongeschiktheid Maar dit voorstel verdwijnt na veel vergaderen en rekenen weer van tafel als uit berekeningen van pensioenfondsen blijkt dat deelnemers er in deze variant op achteruit gaan.

Mei 2018 lekt een nieuw plan van werkgevers en werknemers uit in De Telegraaf. Eigenlijk lijkt dit plan verdacht veel op het ‘nieuwe pensioencontract’ dat in 2013 in de prullenbak verdween. Pensioen blijft collectief. De pensioenuitkering wordt wel minder zeker. Daardoor kunnen de pensioenen eerder worden gecompenseerd voor de inflatie, maar ook sneller – maar niet direct – worden gekort. En net als een paar jaar eerder willen werkgevers en werknemers een hogere rekenrente hanteren. De AOW-leeftijd moet minder snel omhoog dan eerder afgesproken en het oplossen van de doorsneepremie mag geen pensioendeelnemer benadelen.

Werkgeversorganisatia VNO-NCW, de vakbonden, het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank overleggen nog enkele maanden om tot een samenhangend plan te komen voor de grootste pensioenhervorming ooit. Maar na het lek in De Telegraaf is het vertrouwen tussen de onderhandelingspartners beschadigd. In oktober schuift minister Koolmees van sociale zaken aan bij werkgevers en werknemers. En uiteindelijk bemoeit ook premier Rutte zich ermee. Het mag allemaal niet baten. Het wantrouwen is te groot. Mede door de oude pensioenpijn bij de FNV. En zo heeft Nederland tien jaar na de val van Lehman nog steeds geen nieuw pensioensysteem.

Lees ook:

Dit zijn de gevolgen van het klappen van het pensioenoverleg

Het mislukken van het pensioenakkoord heeft gevolgen voor jong en oud. 

Kunnen we nog polderen na het mislukken van het pensioenakkoord?

Als het vorige kabinet zich volgens de vakbonden aan zijn afspraken had gehouden, was het wantrouwen nu niet zo groot. De problemen stapelen zich intussen op. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden