Waarom het overlijden van Umberto Eco wereldnieuws is

Beeld uit de film 'In de naam van de roos' uit 1986. Beeld Trouw

Met het sterven van Umberto Eco is een belangrijke filosoof verloren gegaan. Maar weinigen beseffen welke betekenis zijn boek 'De naam van de roos' had voor de wijsbegeerte in de jaren tachtig, schrijft columnist en filosoof Ger Groot.

Ergens moet ik nog een filosofieboek hebben waarin Umberto Eco nauwelijks meer dan een voetnoot wordt gegund. Vanochtend bij het opstaan op de vroege zaterdag las ik dat hij overleden is en dat is wereldnieuws.

Aan zijn wijsgerige werk heeft Eco die roem niet te danken gehad. In 1980 brak hij internationaal door met zijn middeleeuwse detectiveroman De naam van de roos. Hij had er jarenlang mee geleurd bij uitgevers die er niets in zagen. Een verhaal over een 14de-eeuwse monnik die zich bij het oplossen van een reeks moorden laat inspireren door allang verstofte filosofische controverses: wie verzint er zoiets?

Literaire coryfee

Het bleek een gouden greep, die de obscure hoogleraar semiologie in één klap tot een literaire coryfee maakte. Ik begrijp nog altijd niet precies waarom. Een Sherlock Holms-verhaal situeren in een middeleeuws klooster was opmerkelijk, maar nu ook weer niet zo heel origineel. In Nederland had Hélène Nolthenius kort daarvoor al iets dergelijks gedaan, al was haar hoofdpersoon, de bedelmonnik Lapo Mosca, eerder geïnspireerd op de Father-Brownverhalen van Chesterton. Haar succes kon zelfs in de verte niet in de schaduw staan van dat van Umberto Eco.

Was dat te danken aan de levendigheid waarmee Eco zijn verhaal vertelde? Aan zijn kennis van de middeleeuwse filosofie? In beide deed Hélène Nolthenius nauwelijks voor hem onder. Of was het de logische scherpzinnigheid van Eco's hoofdpersoon, wiens gedachtengangen zoveel makkelijker te volgen waren dan de nogal intuïtieve logica van Nolthenius' bedelmonnik? Was hij gewoon in het voordeel omdat Italiaans nu eenmaal een groter taalgebied vormt dan het Nederlands?

Het zal van alles misschien een beetje zijn geweest - aangevuld met een flinke scheut toeval, die in bij literair succes nu eenmaal meestal de doorslag geeft. Voor filosofen was De naam van de roos in ieder geval een feest. Niet alleen omdat Eco zijn verhaal doorspekte met een grondige kennis van het middeleeuwse denken; niet voor niets was hij ooit gepromoveerd op de esthetica van Thomas van Aquino. Maar vooral omdat zijn roman een verkapte aanval was op de filosofische mode van zijn eigen tijd.

Achterdocht werd paranoia
Vanuit Frankrijk verspreidde zich, deels via de Verenigde Staten, een filosofie van wantrouwen die achter elk woord een verborgen betekenis vermoedde. Eco zelf was zich daar maar al te goed van bewust. Zijn specialiteit, de semiologie, zat als 'leer van tekens en betekenissen' in het hart daarvan. Maar langzamerhand was die achterdochtige scherpzinnigheid gaan uitgroeien tot een paranoïa waarin helemaal níets meer was wat het leek. Met De naam van de roos probeerde Eco de filosofie weer enige nuchterheid bij te brengen.

Op het eerste gezicht doet de held van de roman, de franciscaner monnik William van Baskerville, weinig anders dan de semiologen en 'deconstructivisten' van Eco's eigen tijd. Hij leest, als een goede voorafschaduwing van Sherlock Holms, de tekenen van wat hij ziet: een verloren paardehaar hier, een vlek op de wijsvinger van een vermoorde monnik daar. Hij leidt er tenslotte de clou van het moordmysterie uit af. Niet alleen door te redeneren, maar ook door zijn conclusies steeds weer door de feiten te laten corrigeren. William van Baskerville is niet alleen een denker, maar ook een empiricus die zich het hoofd niet op hol laat brengen door wat het verstand allemaal kan verzinnen.

Steen in de vijver
Ik weet niet of veel mensen zich er indertijd van bewust waren dat Eco met De naam van de roos een steen gooide in de filosofische vijver van die dagen. Zelf vond hij kennelijk dat er nog wel een schepje bovenop kon. Een paar jaar later schreef hij een nieuwe roman, De slinger van Foucault, waarin zijn 'helden' juist het tegendeel van William van Baskerville vormen. Het zijn mystici die hopeloos verslaafd zijn aan verborgen betekenissen achter álles - en het loopt uiteindelijk met hen slecht af. Om zijn punt nog eens extra te onderstrepen, publiceerde Eco vrijwel tegelijkertijd een filosofische studie over de valkuilen van van zijn eigen vakgebied onder de veelzeggende titel Interpretatie en overinterpretatie.

Umberto Eco is vrijdagavond overleden. Hij werd 84 jaar oud, was filosoof, semioticus en schrijver.

Umberto Eco. Beeld reuters
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden