Column

Waarom het manifest voor Europese openheid rammelt

Vluchtelingen in de rij voor eten bij Idomeni.Beeld afp

Waarom besluit je een manifest dat je door een goede collega ter ondertekening wordt voorgelegd niet te steunen? Mij gebeurde dat vorige week, in een rondzendmail van Denker des Vaderlands Marli Huijer. Het manifest dat Trouw woensdag heeft afgedrukt zat er als attachment bij. Ik las het en werd door twijfels bevangen.

Sympathiek is het pleidooi ongetwijfeld. Een warm pleidooi voor gastvrijheid jegens mensen die door oorlog en vervolging van huis en haard verdreven zijn: wie kan daar bezwaar tegen hebben? We zouden niet zijn wie we zijn wanneer we het open karakter van onze samenleving zouden verloochenen.

Maar daarmee beginnen ook de problemen. Want wat behelst precies die 'openheid' van de Europese cultuur waarover het in het manifest gaat? Henri Bergson introduceerde de term 'open samenleving' in de jaren twintig; Karl Popper gaf er na de Tweede Wereldoorlog zijn eigen draai aan. Voor beiden gaat het om het vermogen tot zelfkritisch onderzoek van een bepaalde cultuur. In het manifest lijkt het vooral te gaan om openheid van grenzen, al lijkt de eerste betekenis er ook in door te schemeren.

Helaas zit de ene openheid de andere danig in de weg. Met de komst van mensen van elders heeft zich ook een nieuw soort (religieuze en morele) geslotenheid gemanifesteerd waartegenover de autochtone cultuur van de weeromstuit op haar beurt op zichzelf is gaan terugvallen. Dat is een jammerlijke ontwikkeling waar je best je zorg over mag uitspreken. Maar een blijmoedige bevestiging van de zegeningen van migratie, grensoverschrijding en gastvrijheid volstaat dan niet.

Lees hier het manifest van Marli Huijer en en Martin van Hees: 'Wij zijn allemaal migranten - een pleidooi voor Europese openheid'

Open oog voor problemen
Dat laatste hebben de opstellers en ondertekenaars van het manifest geweten! Vooral op de website van Trouw klonk hoon op over zoveel eenzijdigheid en hooghartig academisme. Dat was voorspelbaar en veel van wat op internet voor opinie doorgaat kun je maar beter naast je neerleggen. Wanneer het manifest een beroep had willen doen op het geweten van het Nederlandse volk, dan is het succes daarvan echter twijfelachtig gebleken - en ook dat was voorspelbaar.

Maar wilde het manifest zich wel richten tot Nederland in den brede? Aan het slot spreekt het uitdrukkelijk tot politici en bestuurders. Het wil het dus iets uitwerken op beleidsvlak. Maar juist dán zou je een opener oog verwachten voor de concrete problemen waarmee deze bestuurders te maken krijgen. Met wijsgerige algemeenheden kom je in het gesprek met hen niet ver.

De vrijheid van de grens
Misschien slaan die beter aan bij de andere categorie waartoe het manifest zich richt: 'opinieleiders, journalisten en schrijvers van maand-van-de-filosofie-essays'. Die laatste toevoeging is nogal raadselachtig, zolang je het boek 'De vrijheid van de grens' van Paul Scheffer niet gelezen hebt. Dat is het maand-van-de-filosofie-essay van dit jaar en daarin gaat Scheffer uitgebreid in op de noodzaak van grenzen, die het verkeer daaroverheen weliswaar niet stoppen maar wel reguleren.

Nu kón de lezer dat boek nog niet kennen, omdat het pas verscheen nadat dit manifest publiek werd gemaakt. Je kunt je afvragen hoe elegant dat is, maar over etiquette gaat het hier niet. Wel over de vraag wat je mag verwachten van een filosofische beginselverklaring die zich niet waagt op het vlak van de alledaagse, praktische politiek, maar daarop met wijsgerige waarheden wel invloed hoopt te hebben.

Intellectuele openheid
Ik vrees dat het daar pas echt begint te rammelen. Want filosofie vertoont zelden de stelligheid waar een politieke uitspraak (en het genre van het manifest) om vraagt. Ze zaait eerder twijfel dan slogans rond: dát was de intellectuele openheid waar Bergson en Popper van droomden. En precies daarom is zij een bevoorrecht voorwerp van beleidsmakersspot, want 'filosofen hebben nog nooit één probleem opgelost'.

Het manifest lijkt dat verwijt te hebben willen pareren door met filosofie politiek te bedrijven - en dan stoten die twee hard op elkaar. Want politiek mag best retorisch en eenzijdig zijn. Wat telt is het resultaat en is dat behaald, dan bekreunt niemand zich meer om de kromme wegen die daartoe werden bewandeld. Helaas moesten we in dit geval al vaststellen dat het manifest in politiek-maatschappelijke weerklank eerder zijn tegendeel bereikte.

Wijsgerige deugd
En daarmee gaf het terloops ook zijn wijsgerige deugd prijs. Want juist de filosofie dient zich rekenschap te geven van álle kanten van een probleem, ook wanneer sommige daarvan haar minder goed uitkomen. Sterker nog: filosofie is alleen maar interessant wanneer zij 'schandalig' durft te zijn - juist tegenover haar eigen weldenkende achterban. Dat is van een manifest als dit misschien wat veel gevraagd, maar een zeker bewustzijn van de problematische kanten van wat erin bepleit wordt had niet misstaan.

Ik moest het manifest, zo besloot ik vorige week, maar niet ondertekenen.
Zo maakte deze principeverklaring zichzelf politiek machteloos en schoot ze filosofisch tekort. Je zou het een lose-lose situatie kunnen noemen - en daarvoor is de wijsbegeerte mij te lief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden