Waarom heeft een uur 60 minuten?

De manier waarop we de wereld bijhouden is het gevolg van toeval, kift en machtspolitiek

BART BRAUN

Heldere en boeiende uitleg over wat we als vanzelfsprekend beschouwen, maar dat niet is

Ook als u over een tijdmachine beschikt, kunt u toch niet terugreizen naar 5 oktober 1582. Die datum, net als de negen dagen die erop volgen, bestaat niet. Op 4 oktober van dat jaar volgde 15 oktober.

Tot die rare sprong in de tijd gebruikte Europa de juliaanse kalender, ingesteld door Julius Caesar. Die ging ervanuit dat de aarde om de zon draait in 365 dagen en zes uur. In werkelijkheid is het ongeveer elf minuten korter. Dat scheelt niet veel, maar met het verstrijken der eeuwen telt het op, legt Michiel van Straten uit in zijn boek 'Tien verdwenen dagen'. Dat gaat over onze aanduidingen voor de wereld.

Paus Gregorius XIII besloot dat het tijd werd voor een gelijkschakeling: in oktober 1582. Dat ging niet zonder slag of stoot; mensen die huur of belastingen inden, leken nu ineens een derde van hun inkomsten over oktober kwijt te raken. En kwam je als sterveling door deze maatregel niet ineens tien dagen dichter bij je dood?

Gregorius dreigde met 'de toorn van de Allerhoogste, en Zijn heilige apostelen Petrus en Paulus'. Langzaam maar zeker sloten steeds meer landen zich aan bij de gregoriaanse kalender.

Volgens die jaartelling leven we nu in het jaar 2012 'na Christus'. Volgens de Bijbel zat de gevestigde orde ten tijde van Jezus Christus niet bepaald op Hem te wachten; de jaartelling is niet meteen bij Zijn geboorte aangepast. Dat gebeurde pas ongeveer 500 jaar later, na berekeningen van de Perzische monnik Dionysius Exiguus. Volgens zijn sommen was Jezus geboren in het Romeinse jaar 753.

Over dat jaar zijn twee dingen te vermelden. Allereerst kan Jezus toen niet geboren zijn, volgens de Bijbel. Volgens Matteüs kwam Jezus op aarde tijdens de heerschappij van koning Herodes de Grote, maar die stierf in het jaar 4 voor Christus.

Ten tweede was het geboortejaar van Christus niet het jaar nul. "Tussen het jaar 1 v. Chr. en het jaar 1 n. Chr. zit niks", merkt Michiel van Straten op. Met uw tijdmachine kunt u dus ook niet naar het jaar nul, want dat bestond nooit.

De kalender is maar een van de vele voorbeelden uit Van Stratens boek. Waar komt dat uur tijdsverschil met de zomertijd vandaan? Waarom is dat überhaupt een 'uur'? We meten afstanden en gewichten in een tientallig stelsel, maar tijd in uren van zestig minuten van zestig seconden - hoe komt dat? En waarom meten we die afstanden eigenlijk met meters? En waarom is een meter zo lang als ie is? In 'Tien verdwenen dagen' komt het allemaal langs.

Ook de getallen die we gebruiken om al die maten mee aan te duiden, zijn veranderd. Dat doen we met tekens als '2' en '1', die we 'Arabische cijfers' noemen. In werkelijkheid zijn het Indische cijfers, laat Van Straten zien. De nul is daarvan de recentste: dat werd pas echt een getal dankzij de Indiase rekenaar Brahmagupta, in de zevende eeuw. Vandaar dat de Perzische monnik Dionysius Exiguus die het geboortejaar van Jezus berekende, geen jaar nul aanwees: hij wist niet wat een nul was.

In zijn vlotgeschreven boek vertelt Van Straten helder en boeiend over allerlei zaken die we als vanzelfsprekend beschouwen, maar dat helemaal niet zijn. Onze aanduidingen zijn het resultaat van machtspolitiek, toeval en kift. De lengte van de maanden? Romeinse keizers die 'hun' maand niet te kort wilden hebben. Er was heel wat politiek gesteggel nodig voordat de 'officiële wereldtijd' in Greenwich lag, en de Fransen vinden dat nog steeds niet prettig.

De meter zou oorspronkelijk één veertigmiljoenste van de aardomtrek zijn, maar de aarde bleek niet egaal genoeg van vorm voor de truc: de route om de aarde die je kiest, zou dan bepalen hoe lang een meter is. De Franse wetenschapper André Méchain stelde het vast, maar ging bijna ten onder aan zijn onvermogen om een echte meter te bepalen. "De ambitie om me nuttig te maken, blijkt niet meer dan een fantasie te zijn geweest", schreef hij.

In werkelijkheid droeg hij bij aan een beter beeld van onze wereld, en aan het ontstaan van de statistiek die het mogelijk maakt om afwijkingen in metingen draaglijk te maken. Uiteindelijk werd een platina staaf gesmeed, die dé meter voor moest stellen, maar die blijkt nu 0,2 millimeter te kort te zijn. Dat is procentueel een groter verschil dan tussen de juliaanse en de gregoriaanse kalender. Maar of de paus daar anno 2012 nog zijn vingers aan wil branden?

Michiel van Straten: Tien verdwenen dagen. Over de menselijke maat achter ons wereldbeeld. Atlas/Contact, Amsterdam; 240 blz. € 24,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden