Waarom hapert de Vaticaanse machinerie?

’Denk niet. Als je denkt, en als je spreekt, schrijf niet. Als je denkt, en als je spreekt, en als je schrijft, onderteken niet.

Als je denkt, en als je spreekt, en als je schrijft, en als je je naam eronder zet, verbaas je niet’.

Aldus de vijf verboden van het Vaticaan, geboekstaafd door de Amerikaanse jezuïet Thomas J.Reese in een werk over het functioneren van het Vaticaan als bestuursorganisatie, dat hij een jaar of tien geleden publiceerde. Het zou dienst kunnen doen als ironisch advies in een diplomatenklasje, maar als een typering van de algemene sfeer in een kerkelijk opperbestuur geeft het toch wel ernstig te denken.

Mijn kennis van de Vaticaanse machinerie reikt niet veel verder dan wat ik heb geleerd uit het volumineuze dagboek van de Poolse diplomaat Tadeuz Breza, ’De bronzen deur (1963)’, bekroond en in vele talen uitgegeven. Breza, een schrijver van naam, was van 1955 tot 1959 als cultureel attaché aan de Poolse ambassade in Rome verbonden. Hij raakte al spoedig ongemeen geboeid door wat zich in het Vaticaan afspeelde. Dank zij een aantal persoonlijke contacten en observaties weet hij een fascinerend beeld te schetsen van de wijze waarop Vaticaanse bestuurders met allerlei interne en externe conflictsituaties omgaan. Dat gebeurt doorgaans op een buitengewoon behoedzame manier want als de curie iets haat, schrijft Breza, dan zijn het onbeheersbare incidenten en de onvermijdelijke publieke ophef daaromheen.

Tegen de achtergrond van die informatie verbaasde het mij dat de paus zich afgelopen half jaar tot twee maal toe flink in de nesten heeft gewerkt. De Regensburger rede, die hij in september uitsprak, bevatte een onnodig historisch citaat dat evenwel bijzonder geschikt was om de moslimwereld in de gordijnen te jagen en het Vaticaan te verplichten tot verzoeningsgebaren.

Kon die affaire nog worden afgedaan als een ’verspreking’, de recente afhandeling van de ongelukkige benoeming van Stanislaw Wielgus tot aartsbisschop van Warschau wijst op ernstig bestuurlijk falen.

Ziehier enkele feiten. Herhaalde berichten over geheime collaboratie van Wielgus met het voormalige communistische regime in Polen werden door het Vaticaan meermalen en met beslistheid tegengesproken, maar even later zo ernstig opgevat dat men de pasbenoemde prelaat tot onmiddellijk aftreden dwong. Dat gebeurde op basis van een belastend dossier waarover de Poolse regering beschikte maar dat in Rome niet bekend was. De paus, een leermeester en oude kennis van Wielgus, zei van niets te hebben geweten, wat door deze meteen openlijk werd tegengesproken, een staaltje van insubordinatie dat bij mijn weten niet eerder in de moderne geschiedenis van de kerk is voorgekomen,

De nuntius – ambassadeur – van het Vaticaan in Polen zei niet op de hoogte te zijn geweest. Een kerkelijke commissie die geacht werd de Poolse archieven door te spitten op zoek naar collaborerende geestelijken, had zitten slapen hoewel het onderwerp de publieke opinie al enkele jaren bezighoudt. Polen was eindelijk bezig met het communistisch verleden af te rekenen maar de Poolse kerk liet het afweten.

Wat nog erger is: de bal begint nu verder te rollen. Men spreekt van een twaalftal bisschoppen – alleen nog bij schuilnaam bekend – die eveneens als informant van de communistische geheime dienst zijn opgetreden en van honderden priesters die hetzelfde deden. Dit alles in een land waarvan de zeer gelovige bevolking, mede dank zij de onverzettelijke houding van de kerk, het communistische regime in het defensief wist te dringen. Met als ’beloning’ de verkiezing van een Pool tot paus: Benedictus’ voorganger Johannes Paulus II.

Voor een afdoende verklaring van deze wonderlijke gang van zaken is het nog te vroeg, al kan men in verschillende richtingen gaan zoeken. Zo zou het kunnen zijn dat Johannes Paulus II, wat Polen betreft nourri dans le sérail, al heel wat wist maar met zijn hand over zijn hart heeft gestreken. Hij was het die Wielgus tot bisschop benoemde, de eerste stap naar de functie die hem vorige week toeviel.

Het is ook mogelijk dat de bureaucratische finesse en politieke waakzaamheid van het Vaticaan tijdens het langdurige pausschap van Johannes Paulus verwaarloosd is. Meer pastor dan politicus, zal hij zich wellicht om andere zaken hebben bekommerd dan om ideologische kwesties. En zal hij als Pool niet hebben geaarzeld de trotse reputatie van zijn land als bolwerk tegen het communisme, in de waagschaal te stellen door in het verleden te gaan spitten?

De minst opwindende maar meest plausibele reden van wat nu is gebeurd, blijft evenwel de diep gewortelde neiging van het Vaticaan alle kritiek van buiten zo lang mogelijk te negeren, tot het te laat is. ’Voor mij is het interessantst in die kwesties’, schrijft Breza naar aanleiding van een schandaal, ’het langzame groeien van de grote bok die de Kerk tenslotte heeft geschoten. (...) Alleen begrijp ik niet dat er in heel die kerkelijke machinerie geen waarschuwingsbelletje tijdig alarm luidt. Kennelijk is het er niet’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden