Waarom hang je een Rothko naast Jeroen Bosch?

Carel Blotkamp ( links) bezig met het inrichten van 'De collectie als tijdmachine'. Beeld Werry Crone

Carel Blotkamp gaf de zalen van Museum Boijmans Van Beuningen een make-over. Met 'botsingen' tussen oude en moderne kunst wil hij de bezoekers fris houden, zodat ze aandachtiger gaan kijken.

Al vijftig jaar komt hij er over de vloer. Kunsthistoricus Carel Blotkamp (1945) wil niet onbescheiden klinken, maar de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam kent hij 'goed'. "Natuurlijk niet alle tekeningen en prenten, maar wel de schilderijen en beelden." En toch stuitte de emeritus hoogleraar moderne kunst op verborgen schatten, toen het museum hem vroeg voor een 'make-over' van 39 museumzalen. Als gastconservator mocht hij een compleet nieuwe inrichting maken van de vaste collectie en dan vooral de schilderkunst.

Een fantastische klus, maar waar begin je? Het Rotterdamse museum heeft een collectie van zo'n 145.000 stukken, waarvan 85.000 tekeningen en prenten. Het gros daarvan bevindt zich in de depots. Blotkamp kreeg een usb-stickje mee met daarop de vele duizenden kunstwerken waaruit hij er zo'n 500 moest kiezen. Daarmee begon zijn virtuele zoektocht. Hij kreeg de vrije hand, al moesten de topstukken van het museum 'vanzelfsprekend' zichtbaar blijven voor het publiek.

Eén ding stond meteen vast voor hem: meer ruimte voor de kunst van na 1945. Die kwam er wat bekaaid af in de bestaande opstelling, waarin het zwaartepunt lag bij de oude kunst en de presentatie zo ongeveer ophield bij de surrealisten.

Een week voor de officiële opening van de nieuwe opstelling, beent Blotkamp door de zalen. Helemaal naar zijn zin is het nog niet. "Dat stilleven daar hangt me net iets te laag." In een volgende zaal is er een lege plek, omdat het schilderij nog uit het restauratieatelier moet komen. Maar van het devotiekabinetje met onder meer een wonderschone Maria met kind tussen twee engelen uit 1420 van de Italiaanse kunstenaar Fra Angelico wordt hij helemaal gelukkig. Het 'kapelletje', zoals hij het kleine zijzaaltje noemt, is voor hem een van de hoogtepunten van de nieuwe presentatie.

Maar laten we beginnen op de plek waar het publiek straks binnenstapt. Dat is in het trappenhuis, dat Blotkamp volledig heeft 'behangen' met schilderijen. Het is een bonte parade van oud en nieuw, groot en klein van formaat. Een Picasso hangt plompverloren naast een Morandi en zo zijn er meer combinaties, waarvan je mond openvalt. Blotkamp wil met deze uitstalling 'de overvloed' tonen waaruit hij moest kiezen: Picasso, Anselm Kiefer, Klaas Gubbels, Rembrandt, Henk Chabot, Morandi, Dirk Nijland, Kees van Dongen, Man Ray, Mark Rothko, Donald Judd, Cézanne, Monet, Jacob van Ruisdael...

Blotkamp: "Boijmans heeft zo'n rijke collectie die ook nog eens veel internationaler is dan die van het Rijksmuseum en het Mauritshuis. Als enige museum in Nederland hebben ze een Titiaan, Brueghel en Jeroen Bosch. En dan bezitten ze ook nog een verzameling impressionisme en surrealisme van het hoogste internationale niveau."

Acht tijdblokken

Zijn eerste opwelling was om de chronologie los te laten en van de hele inrichting een variatie van oud en nieuw te maken. Hoe afwisselender en onverwachter, hoe aandachtiger mensen immers gaan kijken. "Maar dat idee heb ik snel laten varen, want dat houdt geen bezoeker vol om 39 zalen met mijn privékeuzes te volgen. Daar wordt iedereen gek van."

De tekst loopt door onder de afbeelding 

Beeld Werry Crone

Hij vond een tussenweg door de collectie in te delen in acht tijdblokken, waarvan er vier de periode na 1945 beslaan. Met abrupte overgangen en 'botsingen' tussen deze tijdvakken wil hij de bezoekers fris houden en zo verleiden tot langer kijken. Gemiddeld kijkt een museumbezoeker acht seconden naar een werk. Hij is tevreden als hij er tien tot vijftien van kan maken.

Als in een tijdmachine laat Blotkamp de bezoekers heen en weer springen door de kunstgeschiedenis. Na in de eerste vier zalen ondergedompeld te zijn in de (religieuze) kunst uit het tijdvak 1300 tot 1600, belanden ze vervolgens pardoes in de periode 1945 tot 1960 met schilderijen van Karel Appel, Constant en Gerrit Benner. Ook hangen daar de dierenschilderijen van de relatief onbekende Rotterdamse kunstenaar Kees Timmer. Blotkamp kende hem wel, maar wist niet dat Boijmans zo'n mooie collectie dierenportretten van hem had.

Om de bezoekers houvast te geven heeft elke tijdzone een andere kleur: lichte tinten voor de moderne kunst, donkere voor de oude kunst. De moderne werken heeft Blotkamp 'heel wild' aan de muren gehangen; de oude kunst netjes op ooghoogte.

Bij het inrichten ging hij vrij intuïtief te werk, vertelt Blotkamp. "Natuurlijk ga je niet lopen sjouwen met schilderijen van de ene naar de andere zaal. Thuis heb ik met hulp van iemand die daar verstand van heeft, eerst op de computer een indeling gemaakt. In deze 3D-animatie ben ik vervolgens gaan schuiven tot het naar mijn zin was. Soms wilde ik per se een schilderij in een zaal, maar als het te groot was, moesten daar twee andere schilderijen voor wijken. Het was soms net kwartetten."

Soms detoneerde een werk ook, zoals het 'krachtige' schilderij van David met het hoofd van Goliath van de zeventiende-eeuwse Italiaanse schilder Guercino. Het hing tientallen jaren onopgemerkt in een kantoor van een waterschap, tot vorig jaar werd ontdekt dat het om een Guercino ging.

"Het blies alle andere schilderijen uit dat tijdvak compleet weg", zegt Blotkamp. Toch wilde hij het beslist laten zien. Daarom hangt het nu in het trappenhuis, waar het dé blikvanger is.

Vooral in de zeventiende eeuw, waar het aanbod erg groot is, heeft hij streng moeten selecteren. "De conservator oude kunst, Friso Lammerts, moest heel wat slikken, maar hij heeft zich grootmoedig opgesteld."

Suze Robertson

Behalve een accent op de naoorlogse kunst wilde Blotkamp er ook zoveel mogelijk vrouwelijke kunstenaars in. Tot zijn verrassing ontdekte hij in het depot twaalf tekeningen van Suze Robertson.

"Ze was op de Haagse academie een klasgenoot van Breitner en die vond haar heel erg goed. Haar schilderijen zijn mooi, maar haar tekeningen zijn nog beter." Vanwege hun lichtgevoeligheid hangen ze nu nog even achter zwarte doeken. Hij tilt er één op waarachter een 'lekker ruig' vrouwenportret schuilgaat. "Geweldig vind ik dit. Deze tekeningen behoren met de dierenportretten van Timmer tot de verborgen schatten die ik heb ontdekt."

Zelf is Blotkamp ook kunstenaar. Zijn werk bevindt zich in de collecties van diverse musea, waaronder ook Boijmans. Hij voelt de vraag al aankomen en maakt afwerende gebaren. 'Geen seconde' heeft hij overwogen om zijn eigen schilderijen te selecteren.

"Ik ben ... niet", zegt hij, waarbij hij de naam van de kunstenaar onvermeld wil laten die wel zo ijdel was om als gastconservator zijn eigen werk uit te kiezen voor een expositie.

Voordelen heeft het overigens wel om zelf ook kunstenaar te zijn. "Ik kijk anders dan kunsthistorici, let er meer op hoe de dingen zijn gemaakt. Daardoor maak ik andere keuzes. Dat hele ruige van die tekening van Suze Robertson bijvoorbeeld, dat zie ik meteen."

De collectie als tijdmachine, vanaf 24 juni in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Wie is carel blotkamp?

Kunsthistoricus Carel Blotkamp (1946) was van 1982 tot 2007 hoogleraar kunstgeschiedenis van de nieuwste tijd aan de VU. Hij publiceerde onder meer over De Stijl en het magisch realisme en schreef monografieën over Piet Mondriaan, Pyke Koch, Ad Dekkers, Carel Visser en Daan van Golden. Ook werkte hij als kunstcriticus. Hij maakte eerder tentoonstellingen in het Stedelijk Museum Amsterdam en het Mauritshuis in Den Haag. Blotkamp is ook kunstenaar en had diverse exposities.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden