Waarom God wel/niet moet verdwijnen uit de wetgeving

null Beeld anp
Beeld anp

De symboliek is dat God moet verdwijnen uit de wetgeving, zeggen voorstanders van de wet op de smadelijke godslastering. Maar God heeft geen wettelijke bescherming nodig, menen tegenstanders. Een overzicht van de argumenten.

Voor afschaffing
Het verbod is een onnodige beperking van de vrijheid van meningsuiting, vinden onder andere VVD, PvdA, SP, D66 en GroenLinks. "Elke mening, ideologie of religie moet geuit en bekritiseerd kunnen worden, desnoods op het scherp van de snede," vindt oud-D66-Kamerlid en tegenwoordig voorzitter van het Humanistisch Verbond Boris van der Ham.

Religie moet volgens Van der Ham gelijk behandeld worden als alle andere meningen, zonder extra bescherming. "Immers: als op de vrijheid van meningsuiting wordt ingeboet, klinken niet langer de beste bijdragen aan het maatschappelijk debat, maar slechts de minst controversiële."

Wat tegenstanders vaak vergeten, is dat godslastering ook indruist tegen de vrijheid van godsdienst. SP-Kamerlid Ronald van Raak haalt het befaamde Ezelsproces uit 1967 aan. "... het beeld van God die wederkeert in de gedaante van een wijze ezel en de notie van lichamelijke vereniging met God zijn zaken die passen in een traditie van katholieke mystiek", stelt Van Raak.

Het staatkundig gereformeerd Kamerlid Cor van Dis zag dat anders en sleepte Reve voor de rechter. Een veroordeling kwam er niet. Het was immers niet aan de rechter te bepalen of de katholiek of de gereformeerde het ware geloof verkondigde.

"Het 'Ezelsproces' laat zien dat het verbod op godslastering ook een beperking is van de vrijheid om te spreken over God", schrijft Van Raak. "Wie godsdienst serieus neemt, zou ook de discussie over God serieus moeten nemen en geen godsbeelden moeten verbieden. Wie werkelijk ruimte wil geven aan godsdienst moet een einde maken aan het verbod op godslastering."

Blasfemiewetten zijn in diverse landen het wettelijk instrument voor radicalen om andersdenkenden te onderdrukken. Afschaffing van de dode letter uit 1931 stelt een voorbeeld. "Atheïsten en humanisten riskeren in zeven islamitische landen de doodstraf; In Rusland leidde een wet die 'haat jegens religie' strafbaar stelde tot gevangenisstraf voor de popgroep Pussy Riot", schrijft Van der Ham.

"Daarnaast bepleit Organization of Islamic Cooperation ieder jaar opnieuw dat het 'lasteren van Godsdienst' op het hoogste niveau moet worden bestreden. Westerse landen, humanisten en zelfs kerkorganisaties verzetten zich tegen hun oproep, omdat zij vrezen dat hun pleidooi juist alle andersdenkenden wil bestrijden."

De voorstanders van afschaffing vinden niet dat gelovigen een speciale behandeling in het strafrecht verdienen. Groepsbelediging wegens overtuiging, aanzetten tot haat, discriminatie en geweld is immers ook al strafbaar. Een aparte bescherming van een categorie is verder niet wenselijk in een rechtstaat waar iedereen gelijk is, vindt PvdA-Kamerlid Martijn van Dam.

Tegen afschaffing
Dat het verbod op smalende godslastering een bevoordeling van gelovigen is, is een verwijt dat de plank helemaal mis slaat, beweert SGP-leider Kees van der Staaij. "We kennen allerlei bijzondere bepalingen in onze wet, die geen discriminerende bescherming opleveren maar gewoon een specifiek karakter hebben", schrijft hij.

"Alleen mensen met kinderen krijgen kinderbijslag. Alleen gehandicapten worden beschermd door het verbod op discriminatie wegens handicap. Daar is niets mis mee. Je hebt algemene regelingen, en specifieke voorzieningen. Dat is geen discriminatie, maar elementaire logica."

Opmerkelijk geschiedkundig feitje: de SGP was in de jaren dertig, toen de wet werd ingevoerd, nog tégen invoering van de wet. Zij waren bang dat een verbod hen kon hinderen tegen de 'foute' Rooms-katholieke kerk te ageren.

Wie de stelling poneert dat gelovigen met het wetsartikel extra beschermd zouden zijn, "verliest uit het oog dat het geloof in een persoonlijke God geheel iets anders is dan het hebben van bepaalde levensbeschouwelijke opvattingen", zegt mr. Harmen van der Wilt die aan de Erasmus Universiteit een scriptie schreef over het onderwerp. "

Bovendien gaan voorstanders van afschaffing voorbij aan het feit dat geloof iets anders is dan een mening. Geloof raakt je identiteit. En hoe kan men zich beklagen over rechtsongelijkheid met betrekking tot gevoelens die men zelf niet heeft? Wel lijkt er sprake te zijn van rechtsongelijkheid wanneer artikel 147 alleen gereserveerd wordt voor bescherming van christelijke gevoelens."

Van der Wilt benadrukt dat in deze tijd van verharding en intolerantie richting gelovigen het verbod op smalende godslastering hard nodig is. "De rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens over uitingen van godslasterlijke aard biedt hiervoor ook voldoende aanknopingspunten."

De Bond tegen het Vloeken vindt dat het verbod 'niet een erkenning is van een hogere macht of andere status, maar een erkenning van verschil'. "En daar moeten we trots op zijn. Het gaat de Bond tegen vloeken niet alleen om het verdedigen, maar ook om het uitdragen van Gods Naam. De Bond tegen vloeken wil Nederland mooier maken. God overstijgt wetsartikelen en menselijke bepalingen."

De bond is bang dat schrappen van de wet opgevat kan worden als een vrijbrief om te vloeken. "Het afschaffen van een vloekverbod zal in de publieke opinie worden opgevat als een verbod dat wordt opgeheven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden