Waarom geven we?

Een kind eet rijst op straat in Calcutta, India. (AP)

Veel mensen zullen nooit een project beginnen, maar geld doneren doen we massaal. Praktische idealist en relationele gever hebben elkaar nodig.

Vanaf twintig cent geef je een weeskind een thuis. Voor het bedrag van een kop koffie kun je ook zorgen voor medische noodhulp of de tijger helpen overleven. Maar we geven vooral omdat we er zelf gelukkiger van worden. En we geven precies zoals vrienden en familie doen.

Met z’n allen gaven we vijfhonderd miljoen euro voor de slachtoffers van de tsunami. Maar waar het geld is terechtgekomen, is soms onduidelijk. Weinig mensen liggen daar wakker van. Is dat omdat we geld genoeg hebben, of omdat we uiteindelijk toch niet zo betrokken zijn? Uit onderzoek blijkt dat we zelden puur en alleen geven om de ontvanger te helpen.

„Je bent geneigd te zeggen dat mensen geven uit altruïsme, maar dat werkt in de praktijk niet zo. Een groot percentage van de gevers doet het vooral omdat iedereen het doet”, zegt René Bekkers, socioloog aan de Universiteit van Utrecht en onderzoeker naar geefgedrag in Nederland aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Slechts een klein percentage zoekt heel bewust de goede doelen uit die hij of zij wil steunen. ,,Vaak spelen verschillende motieven door elkaar, maar duidelijk is dat als je omgeving het belangrijk vindt om te geven, jij dat ook vindt.''

Geld geven maakt armer, maar in sociaal opzicht rijker. Het is een signaal aan je omgeving dat je betrokken bent met ’de wereld’, via het ondersteunen van weeskinderen in Congo tot koala’s in Australië. Ook bevestigt het geven aan goede doelen je eigen altruïstisch zelfbeeld. „De reden dat mensen zelden ophouden met doneren aan goede doelen, is enerzijds omdat ze moeite moeten doen om de reguliere afschrijving te stoppen. Maar anderzijds speelt mee dat goede doelen je een identiteit geven. Mensen interpreteren donaties op een morele manier. Als je stopt, geef je voor jezelf toe dat je niet zo maatschappelijk betrokken bent. En dat gevoel is niet leuk”, aldus Bekkers.

Dat er andere motieven spelen dan het redden van bedreigde diersoorten en hongerende kinderen is duidelijk bij de grote deelname aan de Bankgiroloterij. „Je krijgt een goed gevoel omdat anderen er profijt van kunnen hebben, maar het gaat uiteindelijk om het winnen.”

Theo Ruyter, Afrikaspecialist en voormalig ontwikkelingswerker, stelde onlangs dat ’de rijke de arme nodig heeft om zich gelukkig te voelen’. Maar ten diepste hebben we vrienden en familie nodig om met een goed gevoel te geven.

Toch is het niet zo dat het doneren van geld voor iedereen voldoende is. De twijfel groeit of het geld effectief wordt besteed. De vraag naar transparantie wordt groter. Dat knagende gevoel is een goede voedingsbodem voor de alsmaar groeiende particuliere initiatieven. We sturen zelf speelgoed naar Roemenië, financieren lesmateriaal voor kindjes in Peru, vangen straathonden op in Griekenland of verzorgen uitgebluste ezels in Portugal.

Ook in Nederland groeien dergelijke initiatieven: van het opzetten van leesclubs op scholen tot het opvangen van bejaarde katten. Bij de Kamer van Koophandel staan minstens 30.000 stichtingen en verenigingen ingeschreven. Op deze manier hebben de ’praktische idealisten’ het gevoel dat daadwerkelijk hulp wordt geboden. Een kostbare publiciteitscampagne of het salaris van de directeur hoeft niet te worden betaald. Toch merken de ’gewone’ goede doelen weinig van deze opmars: afstrepen doen we amper. Het geld gaat én naar de particuliere initiatieven én naar de ’gewone’ doelen – nog steeds gemiddeld 270 euro per Nederlander.

Hoewel de ideologie van de gewone gever en de praktische idealist mijlenver uit elkaar lijkt te liggen, is er wel een raakvlak: de buurt speelt een grote rol. „De particuliere initiatieven beginnen vaak bij een actieveling die echt betrokken is bij de nood van ’verre naasten’’’, zegt Bekkers. „Ze willen deze mensen zelf helpen in plaats van dat te doen via grote organisaties. Maar daarbij zijn ze vaak toch sterk afhankelijk van de directe omgeving voor verdere steun.”

Uit recent onderzoek dat Alterra deed voor deze krant en GreenWish onder praktische idealisten, blijkt dat 68 procent van de mensen in hun eigen omgeving vertellen over hun idealen en plannen. Bekkers: „Donaties worden in eerste instantie daar ook geworven.’’

Want deze aanpak blijkt het meest succesvol. Deels omdat we geven omdat we de ander kennen, deels omdat we simpelweg geven als het aan ons wordt gevraagd. Op dat vlak komen de ’relationele gever’ en de ’praktische idealist’ samen. Het is de buurman die het buurmeisje een bijdrage geeft omdat zij een kindertehuis in Gambia wil helpen. Het is de plaatselijke Rotary die een verloederde dorpskerk helpt te renoveren door een klusteam te ondersteunen.

De relationele gever geeft uit welwillendheid en sociale erkenning aan z’n directe omgeving. De idealist voelt zich vervolgens gesteund door de gever en doneert hierop tijd en geld voor een betere wereld.

Bekkers vindt het dan ook geen teken van onverschilligheid dat het gros van de mensen niet op zoek is naar het antwoord op de vraag hoe hun geld precies wordt uitgegeven. „Geven in het belang van de ontvanger vinden wij moreel gezien het beste. Maar dat betekent niet dat het ’andere geven’ geen zin heeft of niets oplevert.” Je kunt pas echt spreken van altruïstisch geven als mensen in hun eentje nadenken aan wie ze willen geven. „Als er meerdere personen bij betrokken raken, bijvoorbeeld vrienden of andere gelovigen, gaan altijd sociale motieven meespelen. Dan gaan we kijken hoeveel de ander geeft, aan welk doel en dat doen we dan na om te conformeren.”

Je zou verwachten dat de vorm van betrokkenheid van de ’gewone gever’ snel afkalft als het financieel slechter gaat. Maar uit recent onderzoek van het Nederlands Donateurpanel, dat periodiek het donateursvertrouwen meet, blijkt dat een goed doel niet alleen afhankelijk is van gedreven idealisten. Als mensen moeten bezuinigen, gebeurt dat op vakanties en grote uitgaven. Dertig procent van de respondenten is wel van plan minder te doneren, maar nog steeds zegt een meerderheid te blijven geven. Ook als ze zich moeten redden met minder geld door de kredietcrisis.

Bekkers: „Veel mensen zullen eerder minder geld aan boodschappen besteden dan dat ze gaan bezuinigen op goede doelen.” Ze hebben een naam hoog te houden; niet alleen in Afrika, maar zeker en vooral voor de buren en voor zichzelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden