Waarom gebeurt er zo weinig?

Voor het klimaat was 2006 het jaar van Al Gore en de weerrecords. Met het nieuwe klimaatrapport van de VN dat morgen verschijnt, zou 2007 het jaar van de actie moeten worden. Maar de geschiedenis geeft wat dat betreft niet veel hoop. „We hebben nu al twintig jaar verspeeld.”

Nu gaat het gebeuren, dacht hij. Kort na het Protocol van Montreal, dat in 1987 de drijfgassen uitbande en de ozonlaag redde, leek de wereld ook het broeikaseffect aan te pakken. In de jaren tachtig was de wetenschap ervan overtuigd geraakt dat de opwarming van de aarde een ernstig probleem was. En dat het, ondanks de aanwezige onzekerheden, zaak werd om nu echt maatregelen te nemen.

Tot zijn vreugde zag Pier Vellinga, directeur van het Klimaatcentrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam, dat destijds veel politici die zorg deelden. De Britse premier Margaret Thatcher noemde het klimaatprobleem in 1988 al een van de grootste uitdagingen van haar tijd. Een jaar later nam de toenmalige premier Ruud Lubbers zich voor dat Nederland zijn uitstoot van broeikasgassen in 2005 met twintig procent zou hebben teruggebracht.

Maar bij woorden is het gebleven, nu zijn het Blair en Balkenende die het klimaatprobleem tot het hunne hebben verklaard. „In feite zitten we nog steeds in dezelfde fase”, stelt Vellinga. „De wereld heeft twintig kostbare jaren verloren.”

De vraag is: waarom? Waarom gebeurt er zo weinig? Alle seinen staan inmiddels op rood, de wereld zou haar koers moeten wijzigen. En beter vroeg dan laat. Waarom stevenen we dan toch als lemmingen op die afgrond af?

Niet zo negatief, zegt Klaas van Egmond, directeur van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP). In Nederland is de afgelopen twintig jaar wel wát gebeurd. „Zonder beleid was de uitstoot van CO2 dertig miljoen ton, zeg vijftien procent, hoger geweest. Dat de uitstoot niet is gestegen, is vooral aan energiebesparingsmaatregelen te danken.”

Rob Boeree, directeur energie en klimaat van SenterNovem, het kennisagentschap van Economische Zaken, valt hem bij. „Het gaat traag, maar dat heeft misschien meer met uw ongeduld te maken. Er is de afgelopen jaren van alles gebeurd. We vinden het nu heel gewoon dat huizen zijn geïsoleerd of dat koelkasten een energielabel hebben. Maar ja, de economische ontwikkeling heeft veel besparingen tenietgedaan. Daarom zou je willen dat het allemaal wat sneller gaat.”

Wat heet? Het rapport dat eind deze week door de IPCC, de klimaatcommissie van de VN, naar buiten wordt gebracht, is nog wel geheim maar de wetenschappers zijn zekerder dan ooit over oorzaak en omvang van de opwarming. De voorzitter van de IPCC, de Indiër Rajendra Pachauri, was deze week duidelijk: „Ik hoop dat ons rapport mensen en overheden wakker zal schudden en tot actie zal aanzetten. De bewijzen zijn overweldigend: het klimaat verandert en de mens is daar de oorzaak van.”

Toch is het de vraag of die boodschap overkomt. Tot nu toe zijn we niet echt in actie gekomen. Wie of wat houdt ons tegen? Politici die hun kiezers niet tegen zich in het harnas durven te jagen en ook niet verder dan de volgende verkiezingen willen kijken? Consumenten die misschien wel willen, maar wachten tot hun buurman ook in actie komt? Elektriciteitsbedrijven die stroom willen blijven verkopen? Of kun je de milieugroepen verwijten dat ze zoveel doemscenario’s hebben verspreid dat iedereen denkt dat ook deze storm zal overwaaien?

Veel analyses hierover komen uit bij het zogeheten prisoner’s dilemma. Dit kwelduiveltje ligt in menig milieudebat dwars en vaak krijgt de consument de schuld. Het dilemma verklaart waarom een milieubewust individu het moeilijk heeft: hij ontzegt zich van alles maar ziet daar nauwelijks het voordeel van omdat anderen gewoon doorgaan met consumeren en vervuilen.

„Het is niet eerlijk om de consument de schuld te geven”, zegt Vellinga. „Je moet wel gekke henkie zijn om in de regen op de bus te gaan staan wachten, terwijl je buurman in zijn auto voorbijrijdt en jou ook nog eens natspat.”

Maar het prisoner’s dilemma speelt wel degelijk een grote rol, zegt hij. Alleen houdt het niet consumenten gevangen, maar landen. „Lubbers wilde destijds met Nederland voor de troepen uit lopen, maar toen lag Europa dwars. Nu wil de EU wel, maar trapt Nederland op de rem. Het verdelen van de pijn binnen Europa gaat heel moeizaam. Een land dat iets opgeeft of dat investeert in alternatieven, ziet geen direct rendement en verliest op korte termijn.”

Op het grote wereldtoneel houden landen elkaar ook in een wurggreep gevangen, maar dan zou Vellinga het eerder ’een duivels pact’ noemen. „De Verenigde Staten hebben zand in de machine gegooid. Het is niet alleen Bush, het is nagenoeg de hele Amerikaanse politiek. De Senaat constateerde dat als China of India niet binnen twintig of dertig jaar mee zou doen aan een wereldwijde aanpak, het niet zou gaan lukken. En sprak toen uit dat de VS zich nooit aan regels zouden binden zolang die twee landen niet meededen. Wetende dát die landen voorlopig niet meedoen, omdat zij regels als een beperking van hun groei zien, en terecht opmerken dat het rijke Westen eerst maar eens zijn eigen rommel moet opruimen. Dit grote, geopolitieke machtsspel, dit duivelse pact, is de kern van het probleem. Daardoor hebben we twintig jaar verspeeld. Alle andere factoren, zoals de twijfel van wetenschappers of de rol van de media, zijn hieraan ondergeschikt, of worden voor dat pact ingezet.”

Je kunt Nederlandse kabinetten nauwelijks iets verwijten, zegt Van Egmond van het MNP. „Men discussieerde in de Trêveszaal best vaak over de langere termijn. De afweging tussen economie en ecologie werd heel gewetensvol gedaan. Maar de grote vraag was: kunnen we de maatregelen rechtvaardigen? Kunnen wij het ons permitteren om de economie op een lager pitje te zetten, of moeten wij mee met de gigantische groeicurves van China en India? Daar zijn geen economische handboeken over, men weet niet of zo’n stapje terug veilig is, dus gaan we maar mee in die ratrace. Men durfde onder die onzekerheid het eigen bedrijfsleven niet te benadelen.”

Dat zou helemaal niet aan de orde hoeven zijn, zegt de politicoloog Matthijs Hisschemöller van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit. Nederland heeft het technische potentieel om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen allang in huis. „Dat we daar geen gebruik van maken, is een kwestie van botsende belangen en van botsende wereldbeelden. We doen weinig met biomassa omdat de milieubeweging dat vies vindt, of slecht voor de derde wereld. Zon of wind nemen geen hoge vlucht omdat men denkt dat ze geen substantiële bijdrage kunnen leveren. En mensen kunnen zich niet voorstellen dat zo’n mondiaal probleem met kleinschalige projecten kan worden opgelost. Maar het zijn ook de elektriciteitsbedrijven die hun monopoliepositie niet willen opgeven. Of een overheid die eigenlijk geen energie wil besparen omdat ze de miljarden aan aardgasbaten niet wil missen.”

Dat vinden anderen een achterhaalde stellingname. Boeree van SenterNovem: „De overheid heeft ook belang bij energiezekerheid, en dus bij de zoektocht naar alternatieven. We hebben geïnvesteerd in ons aardgasnetwerk, dat willen we ook straks bij een ander gas gebruiken. Veel aardgasbaten worden juist ingezet voor energieonderzoek.”

Nee, zegt ook Wim van den Essenburg, manager nieuwe producten van Nuon: „Wij willen niet louter zoveel mogelijk stroom verkopen, wij werken de klant die zijn eigen elektriciteit opwekt niet tegen. Ik vergelijk ons wel eens met een kastelein: een goede barkeeper tapt ook niet eindeloos door, die wil zijn klanten morgen terugzien. Zo kijken wij ook verder dan vandaag, en de markt van de toekomst is die van duurzame energie, van energiebesparing. Die kant gaan wij op: we adviseren onze klanten over besparingen, we gaan ze helpen bij het financieren van bijvoorbeeld woningisolatie en we gaan nog zuinigere ketels leveren en onderhouden.”

Dat klinkt vooral als toekomstmuziek. Voorlopig zijn de huishoudens met groene stroom nog in de minderheid, en hun aantal loopt eerder terug dan dat het groeit. Het heeft te maken met de fase waar we nu in zitten, zegt Van den Essenburg. Allereerst moet de consument doordrongen raken van de ernst van het probleem. Daarna kun je hem met allerlei middelen tot ander gedrag bewegen, met prijsprikkels bijvoorbeeld.

„In die fase zitten we nu. De consument is nu wel overtuigd. We kunnen nu een grote groep bereiken als we gratis spaarlampen weggeven. Als we die actie daarna zouden herhalen, was het bereik veel minder groot. Een deel van de consumenten trek je alleen over de streep met voorschriften. Om ook die groep aan de spaarlamp te krijgen zou de overheid de gloeilamp moeten verbieden.”

In dat opzicht schiet de overheid tekort, vindt Van den Essenburg. „Een nieuwbouwwoning moet aan energienormen voldoen. De consument heeft daar geen enkele moeite mee. Maar voor bestaande woningen bestaat zo’n norm niet. Wij kunnen als energiebedrijf wel wat stimuleren met prijsprikkels, maar het effect daarvan is beperkt. De overheid moet hierin het voortouw nemen, ook door groene financieringen mogelijk te maken, maar juist op dit terrein laten de ministeries het de laatste jaren afweten.”

Ook Van Egmond van het MNP is niet echt te spreken over het overheidsbeleid. „De milieu-agenda is verspreid over vijf departementen. De samenhang in het beleid is ver te zoeken. Daardoor krijgt ook de burger geen samenhangend beeld van het probleem en de mogelijke aanpak.” Het is een complex probleem, verzucht hij, en complexiteit is de vijand van goed beleid. „Goed bedoelde pogingen om de laatste automobilist tegemoet te komen, maken het beleid onwerkbaar.”

Met die pogingen houdt het een keer op, zegt Boeree van SenterNovem. „Het tempo van energiebesparing moet omhoog. Er zijn bijvoorbeeld ingrijpende beslissingen nodig op het gebied van de mobiliteit. We vinden het heel gewoon dat iedereen zich de hele dag van hot naar her verplaatst, maar dat houdt een keer op. Het zal een keer pijn gaan doen. Het is heel relatief hoor; de kosten om de klimaatverandering te bestrijden bedragen maar één of twee procent van ons inkomen. Maar als wij dit soort beslissingen al niet kunnen nemen, wie zijn wij dan om China of India eisen op te leggen?”

Dat het een keer pijn gaat doen, is ook Vellinga wel duidelijk. De wereld is verslaafd aan energie, aan olie vooral. We zullen moeten afkicken. „De olie vormt de belangrijkste grondstoffenstroom in de wereld. De mensheid besteedt acht procent van haar inkomen aan energie. Talloze mensen verdienen hun brood in de olie-industrie. Als je dan zegt, dit gaat helemaal fout, dit moet anders, moet je de halve wereldeconomie omgooien.”

Die omschakeling moet je aan de markt toevertrouwen, zegt Boeree. De overheid moet wel met regels bijsturen, moet er ook voor zorgen dat het huidige momentum niet verloren gaat als bijvoorbeeld de olieprijs weer keldert, maar moet zich niet met de innovaties zelf bezighouden. „Dat hebben we aan de hogesnelheidslijn gezien. De TGV moest een alternatief worden voor de vliegreizen binnen Europa, maar nu de lijn er ligt, is het idee ingehaald door de prijsvechters, die je voor minder geld naar Barcelona vliegen. Laat de markt hier zijn werk doen.”

Vellinga ziet dat ook gebeuren. Na de ’twintig verloren jaren’ constateert hij een kentering bij bedrijven. „Het is van een welles-nietesdiscussie naar de investeringsagenda verschoven. Bedrijven zien steeds meer dat daar de toekomst ligt. Dat ze anders hun waren niet meer kwijtraken omdat er bij de productie te veel CO2 is vrijgekomen. Net zoals klanten nu geen producten meer afnemen waarbij veel pesticiden zijn gebruikt.”

Hij erkent dat de wens hier wel eens de vader van de gedachte kan zijn, maar toch: „Bedrijven doen nu heel veel investeringen, de burger wordt zich steeds meer bewust van het probleem en het weer zit ook mee. Ik geef toe, na vier Elfstedentochten ziet de wereld er weer anders uit, maar dat zit er bij de hogere zee- en atmosfeertemperaturen niet in. Het weer houdt ons bij de agenda.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden