Waarom Garaudy's 'L'Islam en occident' vertaald moet worden

Toen de Franse filosoof Roger Garaudy op zijn twintigste tegelijkertijd voor het communisme en het christendom koos vond hij dat niet tegenstrijdig. Door de islam als derde poot onder zijn schildersezel te zetten, overschreed hij de grens van zijn eenzijdig westers en provinciaals geworden dialoog van de bevrijdingstheologie en startte de dialoog der beschavingen.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

Tijdens en na zijn switch van 'philosophe marxisant' naar 'philosophe islamisant' schreef Roger Garaudy in 1981 Promesses de l'islam en L'islam habite notre avenir en in 1985 Mosquee miroir de l'islam. Waarin hij toonde dat zijn in debat en scherpe formulering getrainde geest in staat was de situatie waarin de islamitische wereld zich aan het eind van de twintigste eeuw bevindt op haar belangrijkste punten te analyseren.

In 1986 sprak hij op een internationale conferentie in Riaad, Saoedi-Arabië. De kloof tussen hem en zijn gastheren en de belangrijkste spreker (in Saoedi-ogen), Sjeikh Abdulaziz bin Ba'z, die voornamelijk werd veroorzaakt door de triomf waarmee traditionele moslims mensen begroeten die de islam binnenstappen, heeft ervoor gezorgd dat de flirt met het Saoedische koningshuis kort duurde.

Om te beweren dat zijn betrokkenheid bij de islam - misschien vanwege het huwelijk met zijn Syrische vrouw Selma Nuruddin - sowieso nogal op een flirt lijkt, gaat te ver. Daarvoor is er teveel continuïteit in zijn werk, zijn leven, en waar hij nu voor staat. Daarmee doel ik in het bijzonder op de continuïteit in zijn gedachtengoed in zijn in 1975 verschenen bestseller Parole d'homme - in het Nederlands verschenen onder de titel Het hart op de tong - en zijn in 1987 verschenen L'islam en occident. Hij plaatst daarin het begin van de sterke opleving van kunsten en wetenschappen in West-Europa (renaissance) bij vertalingen uit het arabisch die in Italië en vooral in Spanje zijn gemaakt. Waarbij hij voortdurend verbanden legt met het arabisch-talige achterland en het Westeuropese voorland. 'Islam in het westen' van Garaudy verdient het te worden vertaald omdat het als geen ander boek bijdraagt tot het bestrijden van allerlei vooroordelen die in de laatste eeuwen in West-Europa zijn ontstaan - negatieve opvattingen over niet-westerse culturen in het algemeen, maar in het bijzonder over de arabischtalige cultuur en over moslims. Hoewel ik niet kan meegaan in enige bagatellisering van de holocaust, levert hij mijns inziens ook een belangrijke bijdrage aan een doorbraak in de hysterische hypocrisie als het om een objectieve weergave van de Palestijns-Israëlische verhoudingen gaat.

Roger Garaudy stelt een drietal voorwaarden aan de realisatie van islamitische verdraagzaamheid en het respecteren van mensenrechten:

1. Men moet afrekenen met het triomfalisme van een traditie die, radicaal in strijd met de koran, ervan uitgaat dat de islam begonnen is met de prediking van de profeet Mohammed en sindsdien vastligt. Dit heeft tot gevolg dat men zich op drie manieren afsluit: voor verleden, voor alle wijsheid en openbaring uit vroeger tijden, die ook een boodschap van God zijn; voor de toekomst, door ons de mogelijkheid te ontnemen om op basis van tijdloze principes steeds opnieuw oplossingen te vinden voor steeds nieuwe problemen die er altijd weer worden gecreëerd door God, die “ook in al het nieuwe aanwezig is” (55:29); en voor het heden, doordat men de dialoog blokkeert in de armzalige vaste overtuiging dat onze religie de beste is omdat wij alle andere religies niet kennen.

2. Men moet afrekenen met letterknechterij en verstarring, en zich weer herinneren wat de koran zelf zegt over het lezen ervan: God spreekt tot de mens in de geschiedenis, dat wil zeggen dat Hij vraagt om voorbeelden waarover wij moeten nadenken (39:2). Het gaat niet om axioma's, waaruit men voor iedere situatie en voor alle tijden antwoorden kan afleiden, maar om voorbeelden die vragen om een argumentatie naar analogie van, voor het toepassen van de zelfde principes in zeer verschillende, geheel nieuwe omstandigheden.

God spreekt tot de mens in gelijkenissen waarover wij ook moeten nadenken (14:25; 30:27). Dit symbolisme is het onvermijdelijk gevolg van de transcendentie van God, die ik met mijn zintuigen niet kan waarnemen en met mijn verstand niet kan doorgronden. Alleen zo kan uit een door 'wetgeleerden', scholastiek en 'talmoedisch' geworden islam weer een levende islam ontstaan, in een kritische geest en tevens een nederige houding ten opzichte van God.

3. Men moet afrekenen met het legalisme, dat de islam zijn dimensie van verinnerlijking en liefde ontneemt.

De koran erkent bijvoorbeeld op het terrein van het recht het begrip vergelding, dat in het pre-islamitische Arabië van kracht was, maar herinnert tevens aan de universele boodschap dat er boven het recht, dat in de geschiedenis wortelt, een morele verplichting bestaat, een verplichting die van God afkomstig is. Al heeft de moderne mens dan recht op vergelding, als hij de “zachtmoedige en barmhartige God” wil behagen, heeft hij tevens de plicht te gehoorzamen aan de eeuwige ongeschreven wet, de wet van Jezus, “om kwaad met goed te vergelden”. Parallel met de koranverzen: “ . . .want zij zijn standvastig geweest omdat zij het kwade met het goede weren. . .” (28:54), en: “Doch de vergelding van het kwade is het daaraan gelijke; maar wie vergeeft en zich betert, zal zijn verdienste bij Allah vinden. . .”. (42:40)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden