'Waarom die Zweedse auto’s fikken? Alleen zo wordt de jeugd gezien'

De Zweedse premier Stefan Löfven praat met journalisten voor een paar kapotte auto's in Gotenburg. Beeld REUTERS

Het is maandagavond, even na negenen, als in een buitenwijk van Gotenburg bendes zwartgeklede jongeren zo’n dertig auto’s in de fik steken. Veel Zweden zijn er woedend over, maar een deskundige begrijpt waarom ze het doen. En politici spreken verkiezingstaal.

Ook uit andere steden in West-Zweden druppelen berichten over brandstichting binnen. Uit Trollhättan, waar tientallen jongens pallets, autobanden en personenauto’s aansteken. In Lysekil, een kustplaats ten noorden van Gotenburg, wordt eveneens melding gemaakt van uitgebrande voertuigen. Gedurende maandagavond en -nacht breidt de lijst gemeentes zich uit.

De politie maakt dinsdagmiddag de balans op: er zijn een honderdtal auto’s in vlammen opgegaan. Ook aan de oostkust van Zweden, rond de hoofdstad Stockholm, staan auto’s in brand. Maar het plaatselijke politiekorps merkt laconiek op: we denken niet dat dit verband houdt met de vernielingen elders. “Voor ons was dit een doorsnee-nacht in Stockholm.”

Die opmerking spreekt boekdelen. De autoriteiten lijken er gewend aan dit soort vandalisme en gerel. De politie in Gotenburg laat weten dat er sprake is van een patroon. Jongerenbendes lijken er een sport van te hebben gemaakt vlak voor het begin van het schooljaar een paar auto’s af te fikken, zegt communicatiechef Hans Lippens.

'Echt nijdig'

Niet dat de autoriteiten de brandstichting licht opvatten. De politie wil dat de jongeren worden vervolgd voor ‘moordbrand’, een brand waarbij slachtoffers hadden kunnen vallen. Inmiddels zijn twee jongeren aangehouden. De politie vermoedt dat de branden een tegenaanval zijn van criminele jeugdbendes, die vergelding zoeken voor een aantal recente arrestaties.

Premier Stefan Löfven spreekt klare taal. “Ik ben nu echt nijdig”, briest hij in een radio-interview. “Waar zijn jullie helemaal mee bezig?” De samenleving, zegt hij, zal hier altijd hard tegen optreden. De branden lijken goed georganiseerd, vindt de premier, bijna als een militaire operatie. “We hebben zojuist de straffen voor dit soort grove vernieling verhoogd.” En: “Deze regeringstermijn hebben we de politie uitgerust met meer middelen dan waar ze om vroeg.”

Löfvens verwijzing naar de daadkracht van de regering is niet echt verrassend. Veiligheid – de uitbreiding van het politiekorps en van defensie, strafverzwaring en een vrijkaart voor justitie om sneller te vervolgen – staat hoog op de lijst verkiezingsthema’s. Alle partijen rechts van het centrum, maar ook Löfvens sociaaldemocratische partij, strijden om de eer: wie is bereid het hardst op te treden tegen criminaliteit? Wie laat het Zweedse volk zich weer veilig voelen? Over minder dan een maand zijn de verkiezingen.

Geen schijn van kans

Maar extra toezicht en bestraffing lijken vooral symptoombestrijding. “Over de oorzaken reppen politici zelden”, zegt Ilda Lindell, docent aan de faculteit culturele geografie aan de universiteit van Stockholm en onderzoeker van stedelijk oproer. “Het is geen toeval dat de locaties van deze autobranden samenvallen met wat in Zweden kwetsbare wijken worden genoemd.” Deze kwetsbare wijken zijn een dertigtal buurten in en rondom de grote steden waar de werkloosheidcijfers hoog zijn en de onderwijsresultaten laag.

Na de grootschalige rellen in Stockholm in 2013, zei de regering daadkrachtig: hier moeten we iets aan doen. “Maar wat dat iets inhoudt is vooralsnog onduidelijk”, aldus Lindell. “Her en der wordt wel een anti-segregatieprojectje gestart, maar is het echt voldoende?”

Volgens de onderzoeker heeft de bevolking in deze buurten het idee niet gehoord te worden, geenszins betrokken te zijn bij het plaatselijke bestuur. “De jeugd hier heeft een gevoel van desillusie, van povere vooruitzichten. Dat gevoel is niet ongegrond: jongeren uit deze buurten hebben vaak geen schijn van kans op de arbeidsmarkt, terwijl hun leeftijdsgenoten een paar straten verderop welvarender en succesvoller zijn dan ooit.”

Zodra de bevolking uit zo’n buurt zich niet herkent in de lokale en landelijke politiek, zegt Lindell, ‘vinden ze een andere manier om gehoord te worden’.

Lees ook: 

De keerzijde van de Zweedse heilstaat

Haar eerste woning in Gotenburg staat aan het eind van tramlijn 11: een flat in een ‘miljoenprogrammabuurt’. Dit is niet het idyllische Zweden dat correspondent Anne Grietje Franssen beloofd was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden