Interview

Waarom de wethouder van Apeldoorn een staatslot koopt om de jeugdzorg te financieren

De Apeldoornse wethouder Detlev Cziesso. Beeld Koen Verheijden

Het was de week van het extra miljard voor de jeugdzorg. Waar lopen gemeenten tegenaan? Op bezoek in Apeldoorn. ‘Dat geld lost de problemen niet op’, zegt de wethouder jeugd.

Wethouder Detlev Cziesso (58) uit Apeldoorn gaat een staatslot kopen. Niet om zelf rijk te worden, maar om de jeugdzorg in zijn gemeente te financieren. Van zo’n oranje-blauw velletje met het hoofd van Willem van Oranje erop verwacht hij meer dan van het Rijk. Het is een opmerkelijke uitspraak in een week dat er 1 miljard euro extra werd vrijgemaakt voor de jeugdzorg. Dit jaar krijgen gemeenten er 420 miljoen bij, de komende twee jaar 300 miljoen, schreven de bewindslieden van het ministerie van volksgezondheid aan de Tweede Kamer. 

Het toeval wil dat Cziesso (GroenLinks) de opvolger is van staatssecretaris Paul Blokhuis (CU) als wethouder zorg en financiën in Apeldoorn. Hij heeft nu grote moeite om het beleid van Blokhuis overeind te houden: Apeldoorn is een van de gemeenten met de grootste jeugdzorgtekorten: ruim 19 miljoen. 

Cziesso gaat op een roze fauteuil zitten in de stationsrestauratie van de stad. Buiten ruikt het naar dennen. Die bosrijke omgeving herbergt bovengemiddeld veel zorginstellingen. “Een geluk”, zegt Cziesso cynisch. Hoewel hij een olijke stropdas uit de kast heeft getrokken, is hij toch vooral somber. 

Het miljard moet u toch vrolijk stemmen! Is dat staatslot nog wel nodig? 

“Complimenten voor de onderhandelaars hoor, maar met het resultaat ben ik niet blij. Ik heb even zitten rekenen: Apeldoorn krijgt waarschijnlijk 4 miljoen extra, nou, da’s bij lange na niet genoeg om het gat van 19 miljoen over 2018 te dichten. Daar komt bij dat binnen de drie jaar dat het Rijk geld vrijmaakt, de structurele tekorten niet zomaar zijn opgelost. Toen de gemeenten de jeugdzorg van het Rijk overnamen, ging dat gepaard met een korting van ­15 procent. Dat komt neer op zo’n 490 miljoen. In de jaren daarna zijn de budgetten voor jeugdzorg niet aangepast op inflatie en de toegenomen vraag naar jeugdzorg. Dus 1 miljard verspreid over drie jaar lost dat niet op.”

Kunt u niet minder uitgeven? 

“Normaal geldt: wie betaalt, bepaalt. Maar dat is bij de jeugdzorg niet zo. Artsen bepalen of er zorg nodig is voor een kind of jongere, daar gaan wij niet over. Die beleidsvrijheid hebben wij niet. Dus onze handen zijn gebonden. Als je toevallig veel instellingen in je gemeente hebt, zoals Apeldoorn, dan kan dat voor problemen zorgen. Als een arts een jongere uit Amsterdam doorverwijst naar een zorginstelling in Hoenderlo, dan moeten wij die zorg financieren. Daar wordt niet over overlegd. 

“We stellen nu wel hardere eisen dan eerder. Zo moeten zorginstellingen binnen zes weken hun rekeningen indienen, en betalen we pas zorg als er ook écht een indicatie is gesteld en niet eerder, zoals vroeger vaak gebeurde. Natuurlijk maken we een uitzondering als iemand echt op de rand van een gebouw staat. 

“We kopen nu zorg in bij 200 verschillende aanbieders, dat heeft Blokhuis zo bedacht, zodat inwoners keuzevrijheid hebben. Maar dat heeft gevolgen voor controle en sturing, en dat kost geld. Als de tekorten blijven, moeten we het aantal aanbieders terugschroeven.”

Het zorggeld gaat op aan bureaucratie, zeggen sommige experts.

Cziesso gaat op het puntje van zijn stoel zitten. “Het is niet zo dat ik uit pure liefhebberij regels opleg! Als het Rijk in 2015 zegt: Verzin maar wat als het om de financiering van de jeugdzorg gaat, dan moet het gebrek aan centrale sturing niet ons in de schoenen geschoven worden. Natuurlijk ligt een deel bij ons, maar ik kan niet onder alle regels uit. Een deel wordt landelijk opgelegd. Neem de accountantsverklaring. Wil die goedgekeurd worden, dan moeten wij iedereen die op papier zorg heeft ontvangen opbellen om te checken dat dat echt zo is. De accountants hebben het liefst dat je een camera op het hoofd van de ambtenaren zet! Dat is toch van de zotte.”

Wat zou u tegen uw voorganger Paul Blokhuis willen zeggen?

“Paul, je weet als geen ander welke problemen gemeenten hebben. Geef ons meer tijd dan de drie jaar die we nu krijgen om dingen voor elkaar te krijgen. En laten we een maatschappelijke discussie voeren over wat normaal is. Het kan toch niet waar zijn dat een op de acht kinderen dermate verknipt is dat ze niet zonder hulp kunnen? Wat hoort thuis bij opvoeding en wat bij jeugdhulp? Daar moeten we het over hebben. Ik heb het idee dat de speelruimte van wat ‘normaal’ is, kleiner is geworden. Ik ben blij dat ik nu niet op school zit. Ik was zo’n wiebelkont, dat ik vast een label had gekregen.”

Lees ook: 

Een miljard extra voor de jeugdzorg, maar in de sector klinkt gemor

De lobby van de gemeenten voor extra geld was succesvol, maar in de sector zelf heerst enige scepsis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden