Waarom de Stasi het IKV vreesde

Naïef. Dat is het beeld dat veel Nederlanders nog steeds hebben van de Nederlandse vredesbeweging uit de jaren tachtig. In werkelijkheid heeft deze in het communistische Oost-Duitsland een oppositie helpen ontstaan.

De Nederlandse vredesbeweging mocht zich in de jaren tachtig verheugen in een grote belangstelling van het communistische regime in Oost-Duitsland. Zo berichtten de agenten 'Kai' en 'Tulp', wier identiteit nog steeds onbekend is, de Oost-Duitse geheime dienst Stasi uitgebreid over wat er gebeurde in Nederlandse vredesgroepen. Vooral voor het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) was de angst in Oost-Berlijn groot. Samen met het concern Philips was het IKV de enige Nederlandse organisatie die tot spionagedoel van de communisten werd verklaard.

Terecht, want bij het ontstaan van oppositionele groepen in Oost-Duitsland blijkt directe invloed van Nederlandse christenen van wezenlijk belang te zijn geweest. Daarop besloot de Stasi het IKV, en in mindere mate ook het kleinere Pax Christi, actief te bestrijden. Tevergeefs, want de Oost-Duitse vredesgroepen bleven, ondersteund vanuit de Nederlandse vredesbeweging, in leven tot 1989, toen zij een rol speelden in het ontstaan van massademonstraties tegen het communistische regime. Dat betoogt de Utrechtse historica Beatrice de Graaf, die vandaag promoveert op de banden van kerken en vredesbeweging in Nederland met de DDR (het communistische Oost-Duitsland).

Aanvankelijk kwam de grote communistische belangstelling voor de Nederlandse vredesbeweging voort uit hoop, ontdekte De Graaf in de archieven van de Stasi. Anders dan in de rest van West-Europa bestond de vredesbeweging in Nederland niet alleen uit linkse, maar ook uit christelijke groeperingen. Zo was de regering van Oost-Duitsland erg verheugd te merken dat de actiebeweging StopdeNeutronenbom, een brede, door de Communistische Partij Nederland opgezette actie tegen Navo-kernwapens eind jaren zeventig, die financieel werd gesteund vanuit Oost-Berlijn, ook op steun van de Nederlandse kerken mocht rekenen. Zo meenden de communisten een ingang in de kerken te hebben gevonden om samen de Navobewapening te bestrijden.

Maar al snel bleek het Oost-Duitse regime zich te hebben misrekend en bleek het juist met de kerkelijke tak van de Nederlandse vredesbeweging, dat wil zeggen het Interkerkelijk Vredesberaad en Pax Christi, een paard van Troje te hebben binnengehaald. Want het IKV en in mindere mate Pax Christi gingen het communistische regime juist in eigen land bedreigen.

Het beeld van veel Nederlanders dat het IKV naïef was en met Moskou heulde, klopt dan ook niet. Er waren zeker in de Nederlandse vredesbeweging groepen die pro-communistisch waren of geld ontvingen uit Moskou of Oost-Berlijn, zoals het al genoemde Stop-de-neutronenbom en het kleine Christenen voor het Socialisme. Maar de grootste organisaties in de vredesbeweging, IKV en Pax Christi, waren allesbehalve naïef. Niet voor niets werden zij dan ook door de regimes in het Oostblok begin jaren tachtig in toenemende mate gevreesd en bestreden, omdat zij contact legden met dissidenten in het oosten en streden voor hun rechten.

Begin jaren tachtig begon het IKV onder secretaris Mient Jan Faber de acties tegen kernwapens te verbreden tot een actie voor vrede en vrijheid. Zonder respect voor de mensenrechten kon er immers geen sprake van vrede zijn. Bovendien wilde het IKV dat niet alleen politici in West-Europa, maar ook de politici in het Oostblok door een onafhankelijke vredesbeweging van de eigen burgers tot een eerste stap naar ontwapening zouden worden opgeroepen.

Naïef, luidde de kritiek van veel Nederlanders toen. Hoe zouden vredesbetogers in een communistische dictatuur ooit zoveel oppositie kunnen voeren als in het vrije Nederland? VVD-kamerlid Bolkestein schreef in 1982: ,,Zolang de sovjetregering niet zelf het ideologische vijanddenken ter discussie stelt en alle door haar opgeworpen barrières tussen de volkeren slecht, kunnen kerkelijke vredesbewegingen hier niets anders doen dan preken voor eigen parochie.”

In werkelijkheid, merkt Beatrice de Graaf op in haar onderzoek, preekte het IKV onder leiding van Faber op dat moment allang ook in Oost-Duitse parochies. Tot leedwezen van het communistische regime daar waren de kerkelijke contacten tussen de DDR en Nederland veel groter en dieper geworden dan verwacht. Juist via de kerken bestond er intens contact tussen Nederlandse en Oost-Duitse christenen. Dat leidde ertoe dat ook in de DDR een onafhankelijke vredesbeweging ontkiemde.

In het Oostblok was dat toen zeer gewaagd. Volgens de communistische leer was vrede immers het best gewaarborgd bij het communisme, en dienden kernwapens in communistische hand dus per definitie de vrede. Alleen Navo-raketten waren bedreigend, vond de officiële, communistische vredesbeweging in de DDR.

Het IKV legde daarom liever contact met onafhankelijke vredesgroepjes dan met de officiële Oost-Duitse vredesbeweging van het regime. Die onafhankelijke vredesgroepjes ontstonden en vonden bescherming binnen de protestantse kerken in Oost-Duitsland.

De Nederlandse invloed op het ontstaan daarvan, begin jaren tachtig, is onmiskenbaar. Zo pleit in 1981 de Theologische Studienabteilung, een denktank van de Oost-Duitse protestantse kerken, voor eenzijdige ontwapeningsstappen naar Nederlands voorbeeld. In juni 1981 verklaart de protestantse Weinbergsgemeente in het Oost-Duitse Dresden zich geïnspireerd door de voorstellen van de Nederlandse Hervormde Synode tot ontwapening. ,,Wij hebben door de heldere uitspraak van onze Nederlandse medechristenen voor de nucleaire ontwapening van Nederland de moed gevat ook van onze zijde een helder getuigenis af te leggen en ondubbelzinnige stappen te doen.” De Oost-Duitse protestantse kerken, hoewel onder nauw toezicht van het regime en vergeven van de spionnen, blijken niet immuun voor de acties aan de basis. In november 1981 roept ook de synode van de regionale Kirchenprovinz Sachsen op tot eenzijdige ontwapeningsstappen. Zoals het Nederlandse IKV het Westen opriep om van nieuwe Navo-raketten af te zien, moest in de DDR worden opgeroepen af te zien van Russische SS-20-raketten.

Het communistische regime reageerde scherp en trok de teugels aan. De aanvankelijke hoop dat de Nederlandse vredesbeweging een bruikbaar instrument in de strijd tegen de Navo zou blijken, veranderde in het tegendeel. Vanaf 1982 mocht Mient Jan Faber niet meer de DDR in, en het IKV werd een belangrijk spionagedoel van de geheime dienst, ontdekte onderzoekster De Graaf in de Stasiarchieven.

,,Een meter of drie” aan dossiers, alleen al over Mient Jan Faber: dat trof De Graaf aan in het Stasi-archief in Oost-Berlijn. De rest van de Nederlandse vredesbeweging was de Stasi nog eens zo'n vier meter aan dossiers waard.

De Oost-Duitse protestantse kerkleiding werd nu door de overheid tot de orde geroepen. Maar Oost-Duitse dissidenten en oppositionelen bleven onafhankelijke vredesacties houden. In 1983 waren er circa honderd onafhankelijke vredesgroepen actief binnen de Oost-Duitse protestantse kerken. In dat jaar liepen voor het eerst vredesactivisten, na een vredesgebed in de Nikolaikerk in Leipzig, de straat op om te demonstreren. Uiteraard werden zij direct opgepakt, maar de vredesbeweging was niet meer helemaal te onderdrukken. Ook in 1989 gingen de, nu tot massabetogingen tegen het regime uitgegroeide, protesten uit van vredesgebeden in dezelfde kerk. Dit werpt een ander licht op de in Nederland veelgehoorde mening dat de christelijke vredesactivisten die in de jaren tachtig contact legden met gelijkgezinden in de DDR naïef zouden zijn geweest.

Terwijl de Stasi het IKV als vijand ging beschouwen, raakte de vredesbeweging in Nederland, waar in 1981 en 1983 grote betogingen tegen kernraketten werden gehouden, langzaam over haar hoogtepunt heen. De kort daarop ingeslagen nieuwe koers, meer aandacht voor mensenrechten achter het IJzeren Gordijn, stuitte echter opnieuw op verwijten aan de rechterkant van het politieke spectrum. In NRC Handelsblad verweet columnist J. L. Heldring het IKV hoogmoedigheid door zich zo te vereenzelvigen met Oost-Europese dissidenten. ,,Heldring miskende echter dat (het Tsjechoslowaakse - red.) Charta '77 en enkele Oost-Duitse dissidenten zelf een beroep op het IKV hadden gedaan”, schrijft De Graaf.

Als in mei 1983 in West-Berlijn een officiële vredesconferentie wordt gehouden waar geen onafhankelijke vredesactivisten uit de communistische landen welkom zijn, gaan enkele IKV'ers en Pax Christi-mensen naar de oostelijke helft van de stad en bezoeken daar de woning van de Oost-Berlijnse dissidenten Ulrike en Gerd Poppe. Daar beleggen zij een alternatieve vredesconferentie, die niet alleen wapens in het westen, maar ook die in het oosten als probleem beschouwt.

,,Voor de DDR-dissidenten ontstond een volstrekt ongelooflijke situatie: de wereld verzamelde zich in de achterkamers van dit anders zo afgeschermde land”, herinnert Ulrike Poppe zich, nog steeds enthousiast.

Ook de Stasi vond het IKV trouwens allesbehalve naïef. Het IKV leerde de Oost-Duitse vredesactivisten geweldloos verzet en gaf ze rugdekking door in westerse media over hen te publiceren, analyseerde de Stasi in 1983.

De contacten tussen IKV en Pax Christi enerzijds en Oost-Duitse vredesgroepen anderzijds bleven, ondanks gestook van de Stasi in Duitsland en Nederland, in stand.

In februari 1989 richten Faber en gelijkgezinden een Oecumenisch Netwerk voor Vrede en Democratie in Europa op. Hierbij speculeert Mient Jan Faber op het verdwijnen van de Muur.

VERVOLG OP PAGINA 13

VERVOLG VAN PAGINA 11 Gerbert van Loenen

Waarom de Stasi het IKV vreesde

VREDESBEWEGING Laak van Pax Christi vond de Stasi nog gevaarlijker

,,Wie anders dan de kerken kunnen de grenzen openen”, zegt Mient Jan Faber begin 1989. De meeste Europeanen zijn er dan nog van overtuigd dat alles zal blijven zoals het is, maar een halfjaar later valt de Muur in Berlijn.

Het IKV kreeg niet alleen van rechts Nederland verwijten. Want terwijl het IKV uit die hoek kreeg te horen naïef te zijn, klonk ter linkerzijde kritiek dat het IKV juist te fel, te schoolmeesterachtig optrad. Dialoog met Oost-Europa, dat is wat de linkse critici van Faber wilden. Het opkomen voor de rechten van onafhankelijke vredesactivisten en andere dissidenten in Oost-Europa moest aan die dialoog ondergeschikt worden gemaakt, vonden deze critici van het IKV. En het was vooral hier, onder linkse tegenstanders van Faber, dat de Stasi kansen kreeg het IKV te beïnvloeden.

Bij generaal b.d. Michiel von Meijenfeldt bijvoorbeeld. Behalve een van de 'generaals voor de vrede' in een gelijknamige, door de DDR gefinancierde propagandafilm, was hij ook gereformeerd, net als Faber. Binnen de gereformeerde kerken bestreed hij de volgens hem te felle koers van Faber actief. In Oost-Berlijn, waar Von Meijenfeldt zich enkele malen liet fêteren, zei de generaal in gesprekken met functionarissen toe zich te zullen inspannen om ,,de realistische krachten” in het IKV te versterken, zo las onderzoekster De Graaf in de Stasi-archieven. Tijdens een bezoek aan Oost-Berlijn in december 1985 betoogde Von Meijenfeldt dat het IKV voor de Nederlandse vredesbeweging een blok aan het been was geworden, omdat het, zo schreef de Stasi, ,,op geraffineerde wijze” was gelukt het IKV een ,,anti-communistische richting” te geven waarbij dissidenten in het Oostblok werden ondersteund.

En bij Jan van Putten bijvoorbeeld. Deze gereformeerde hoogleraar politicologie wilde eerst en vooral strijden tegen kernwapens, en vond de koers van Faber verkeerd. Namens de gereformeerde kerken afgevaardigd naar het IKV-bestuur, poogde Van Putten het IKV te matigen. Met genoegen zag de Stasi de koersstrijd die hierna binnen het IKV ontstond aan. ,,Die Kader flippen aus” (De functionarissen slaan op tilt), vernam de Stasi van Dick Boer, een pro-communistische dominee van de Nederlandse oecumenische Gemeente in (West-)Berlijn. In deze tijd van ruzie in het IKV, december 1986, werd een geplande IKV-actie voor meer reisvrijheid voor burgers in het Oostblok afgeblazen. De tegenstanders van Faber boekten zo een overwinning. Kort daarop vertelde Jan van Putten aan functionarissen in Oost-Berlijn dat dit aan hem te danken was, zo las historica De Graaf in de Stasi-archieven terug. Na een bezoek van een groep Nederlanders rond Jan van Putten en Sienie Strikwerda, voormalig voorzitter van het Komitee Kruisraketen Nee, aan de DDR in januari 1987, was de Stasi hoopvol over ,,de bereikte successen” tijdens dit bezoek. Deze zullen ,,het proces van differentiëring (Stasitaal voor stoken - red.) binnen de leiding van het IKV in Nederland positief beïnvloeden in de zin dat het zal strijden voor een echt christelijk vredesengagement alsook voor de vredespolitiek van de USSR, de DDR en de andere socialistische landen.”

Ook kon de Stasi het IKV bestrijden door aan het regime gelieerde instanties op kerkelijk gebied aan Nederlandse journalisten uit te laten leggen wat er aan Faber niet zou deugen. Zo beschrijft in december 1982 de journalist Ton Crijnen in weekblad De Tijd, na een bezoek aan Oost-Berlijn, 'waarom Mient Jan Faber niet welkom is in de DDR'. Crijnen, die tegenwoordig in dienst is van Trouw, baseerde zijn berichtgeving in deze toenmalige krant op gesprekken met officiële instanties in Oost-Duitsland, zoals de Friedensrat der DDR. ,,Het IKV wil te veel”, concludeerde Crijnen. ,,De rol van de Nederlandse vredesbeweging lijkt in de DDR vrijwel uitgespeeld.”

Een nog eenvoudiger manier om het IKV te bestrijden, was het opstoken van de Nederlandse protestanten die zustergemeenten in Oost-Duitsland bezochten. Met geen enkel land onderhielden de Nederlandse protestantse kerken in de jaren tachtig zulke intensieve banden als met Oost-Duitsland. Zo hadden kort voor de val van de Muur zo'n driehonderd kerkgemeenten - vaak tot op de dag van vandaag voortgezette - banden met kerken in Oost-Duitsland. Hoewel deze mensen uit dezelfde protestantse hoek kwamen, waren de kerkelijke contacten minder politiek dan het IKV. Door nu Nederlanders die al jarenlang medechristenen in de DDR bezocht hadden opeens een visum te weigeren, kon het DDR-regime vrij gemakkelijk zorgen dat vanuit de eigen achterban kritiek op het IKV ontstond. Eind 1982, toen de Stasi het IKV ging bestrijden, kwamen inderdaad tal van klachten bij het IKV binnen, onder meer van de Hervormde Jeugdraad, dat men geen visa meer kreeg. De achterban verweet het IKV 'betweterij' in de omgang met de DDR. Dat de Stasi haar informanten, onder meer binnen de Oost-Duitse kerTer ken en de officiële Friedensrat, opdracht had gegeven te stoken tegen Faber, wist niemand.

Toch bleef het IKV op koers en werd aan de strijd voor mensenrechten vastgehouden. Ook Pax Christi, de katholieke zusterorganisatie, bleef deze koers volgen. Op basis van linkskatholieke informanten concludeerde de Stasi dat Pax Christi-voorman Jan ter Laak nog gevaarlijker was dan zijn medestrijder Faber. Waar Faber tenminste 'eerlijk' streed, verborg Ter Laak zijn 'mes' achter zijn 'glimlachende beroepsdiplomatie'.

,,Overziet men de contacten, dan was de directe beïnvloeding van de Nederlandse vredesbeweging door het Oost-Duitse regime alleen succesvol bij die groepen en personen die al sympathie voor de communistische 'vredespolitiek' koesterden”, schrijft De Graaf. Deze groepen, zoals Christenen voor het Socialisme en de Nederlandse Oecumenische Gemeente in Berlijn, waren klein. Na een bundeling van artikelen in Trouw onder de kop: 'Wie zijn je vrienden in Oost-Europa?', waarin deze clubs als collaborateurs werden neergezet, verloren zij verder aan invloed in de vredesbeweging.

Uiteindelijk bleef het IKV op de lijn van Faber en steunde het dissidenten in Oost-Duitsland. Nederlandse vredesactivisten leverden zo een bijdrage aan de morele en politieke uitholling van het communistische systeem, en daarmee indirect aan de crisis van 1989 die de val van de Muur inluidde, stelt De Graaf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden