Waarom de meeste aanslagen nooit worden opgeëist

Ravage vorige week in Baghdad, nadat in de wijk Baghdad Jadida een autobom ontplofte.Beeld afp

Terreurexperts breken zich er al jaren het hoofd over. Verreweg de meeste aanslagen worden nooit opgeëist. Hoe komt dat toch? Amerikaanse onderzoekers denken nu het antwoord te hebben.

26 november 2008: 10 mannen trekken schietend door de Indiase stad Mumbai en beroven 160 mensen van het leven.

1 maart 2014: 8 mannen en vrouwen steken op een Chinees treinstation 29 reizigers dood.

189 levens weggevaagd, door geweld dat alles weg had van terreur. Toch heeft tot op de dag van vandaag geen enkele terreurorganisatie de verantwoordelijkheid geclaimd voor een van de bloedbaden.

Het lijkt misschien ongebruikelijk, maar dat is het niet, stellen terreurexperts Max Abrahms van de Northwest University in Seattle en Justin Conrad van de University of North Carolina in de nieuwe editie van het wetenschappelijke tijdschrift Security Studies. Op minder dan twee op de tien aanslagen volgt een verklaring of videoboodschap waarin het brein achter de aanslag zich wereldkundig maakt.

Vaak heeft iedereen wel een donkerbruin vermoeden dat het om terreur gaat en wie daarvoor verantwoordelijk is, bijvoorbeeld omdat de aanslag precies past binnen de ideologie van een bepaalde organisatie. Toch komt er in acht van de tien aanslagen niemand naar voren. Vanwaar die schroom?

Alleen claimen als het je iets oplevert
Terroristen maken bij iedere aanslag een calculatie, menen Abrahms en Conrad. Ze komen alleen uit voor hun daden als ze daar iets bij te winnen hebben. Aanzien bijvoorbeeld, of een steviger politieke positie.

De onderzoekers baseren zich op een analyse die ze maakten van vrijwel alle terreuraanslagen tussen 1977 en 2011. Een databank waarin collega-wetenschappers al jaren die aanslagen bijhouden, de Global Terrorism Database, vermeldt keurig van iedere casus of die ooit is opgeëist. Aan diversiteit geen gebrek: de motieven van de onderzochte aanslagen varieerden van jihadisme tot links guerilla-geweld.

Groepen eisen vooral aanslagen op die er voor hen direct na afloop veelbelovend uitzagen. Een aanslag op burgers kán helpen bij het bereiken van zo'n doel, leggen de onderzoekers uit. Het veroorzaakt chaos en angst, en in zo'n klimaat kunnen terroristen gedijen. Maar dat betekent nog niet dat je er als terrorist altijd voor uit moet komen dat jij erachter zat, want te veel transparantie kan tegen je werken. Wie onschuldige burgers vermoordt, oogt zelden massale sympathie. Bij een bomaanslag op een markt kun je soms maar beter in het midden laten dat jij erachter zat.

Leiders van terreurorganisaties maken die afweging heel bewust, menen Abrahms en Conrad. Ze willen wel chaos en angst, maar ze willen daar niet altijd op afgerekend worden. Zulke eerlijkheid kan nadelig zijn voor hun succes op lange termijn. Met terroristen die er trots voor uitkomen dat ze rücksichtslos onschuldige mensen neermaaien, kun je eigenlijk niet onderhandelen.

Toen het om een lijnvlucht ging, wisten de Russen van niks

Dat mechanisme was twee jaar geleden duidelijk te zien bij de MH17, het vliegtuig dat onderweg was van Amsterdam naar Kuala Lumpur en dat boven Oekraïne uit de lucht werd geschoten. Russische rebellen dachten dat ze te maken hadden met een Russisch gevechtsvliegtuig en klopten zich daar aanvankelijk over op de borst. Toen het om een lijnvlucht vol met burgers bleek te gaan, ontkenden ze alle betrokkenheid.

Aanslagen op militaire doelen roepen doorgaans minder verontwaardiging op. Dat is volgens Abrahms en Conrad ook terug te zien in de cijfers. Aanslagen op militaire doelen worden iets vaker opgeëist dan die op onschuldige burgers (ongeveer in 15 tegen 12 procent van de gevallen). Geen reusachtig verschil, geven ze toe. Maar statistisch wel significant.

Dat er over de hele wereld toch aanslagen op burgers blijven plaatsvinden, komt niet alleen doordat terreurleiders soms een oogje toeknijpen, menen Abrahms en Conrad. Vaak komt het gewoon doordat ze hun troepen niet in de hand hebben.

Leden onderaan de pikorde nemen soms op eigen houtje de wapens op. Omdat ze zich willen bewijzen tegenover hun omgeving, of omdat ze niet doorzien dat ze het imago van hun organisatie beschadigen. Leiders zijn daar lang niet altijd blij mee. De Braziliaanse guerrillaleider Carlos Marighela bijvoorbeeld, riep zijn strijders regelmatig op geen aanslagen te plegen op burgers. Abdullah Yusuf Azzam, die in Afghanistan in de jaren '80 jihad voerde tegen de Sovjet-bezetters, deed hetzelfde. Over het algemeen geldt: hoe langer een terreurgroep meegaat, hoe kleiner de kans dat die zich op onschuldige burgers richt.

De uitzondering op de regel: Islamitische Staat
Zou dat ook gelden voor de bekendste terreurgroep van dit moment: Islamitische Staat? Zou IS milder kunnen worden en meedogenloos geweld inruilen voor gedoseerde en gerichte aanvallen?

Dat is ernstig de vraag, schrijven Abrahms en Conrad. IS' leidsman Abu Bakr al-Baghdadi is in kringen van islamitische terreur een atypische verschijning. Hij behoort tot het kleine gezelschap van terreurleiders die nietsontziend geweld toejuichen. IS roept in haar propaganda-uitingen, zoals het tijdschrift Dabiq, regelmatig sympathisanten op om op eigen houtje aanslagen te plegen. Het devies: een aanslag hoeft geen massaal bloedvergieten te zijn, een schiet- of steekpartij is ook welkom.

Beeld afp

Het is, zo erkennen de wetenschappers, nog onduidelijk waarom IS het anders aanpakt dan de meeste concurrenten. De schijnbaar onbegrensde agressie van de terreurgroep was eenvoudiger te verklaren geweest als IS nog een kleine groep was geweest, want kleine spelers hebben vaak weinig te verliezen. Vervolgonderzoek kan daar vast meer duidelijkheid over brengen.

Aanhanger of niet, IS claimt gewoon
IS-officieren zijn overigens niet kieskeurig. Het lijkt er inmiddels op dat ze er geen enkele moeite mee hebben om een aanslag te claimen waar ze vooraf niet van op de hoogte waren. Veelzeggend is de aanslag in de Amerikaanse stad San Bernardino, afgelopen december. De man en vrouw die toen 14 mensen doodschoten en er 22 ernstig verwondden, zwoeren pas enkele uren voor hun bloedbad trouw aan Islamitische Staat - met een bericht op Facebook. IS noemde hen een paar dagen later niettemin 'soldaten van het kalifaat'.

Inmiddels doen IS-propagandisten hetzelfde bij Omar Mateen, de man die zondag in de stad Orlando in een homobar 49 mensen doodschoot. De FBI onderzoekt momenteel wat er klopt van de berichten dat hij zelf homo was en dat hij de club regelmatig bezocht. Praktiserend homo of niet, de radiozender van IS weet het zeker: ook Mateen is een strijder voor het kalifaat.

Beeld afp
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden