Essay

Waarom blijven de Russen dwepen met een akelig verleden?

Een communistische demonstratie op de Dag van de Arbeid in Moskou. Beeld Getty Images

Hoe kijken de Russen terug op hun gewelddadige twintigste eeuw? Daarover schreef Ruslandkenner Marc Jansen een boek, waarvan hier een fragment.

Een maand of wat na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bracht de Russische filmregisseur Stanislav Govoroechin een documentaire uit met de titel ‘Het Rusland dat wij zijn kwijtgeraakt’. Van dat verloren Rusland gaf hij een geïdealiseerd beeld. Onder keizer Nicolaas II en zijn voorgangers was het een groot rijk geweest, bewoond door een dito volk. Daar kwam een eind aan toen de bolsjewieken in 1917 dat eigen volk de oorlog verklaarden en het rijke land plunderden en vernielden. Govoroechins zienswijze kwam erop neer dat als de buitenwereld zijn neus er niet in had gestoken, alles bij het oude had kunnen blijven.

Het idee dat een on-Russische revolutie de zaak een verkeerde loop heeft doen nemen, is in Rusland wijdverbreid. In zijn Open brief aan de Sovjetleiders sprak de Russische schrijver en dissident Alexander Solzjenitsyn in 1973 al van ‘de duistere wervelwind van de progressieve ideologie die aan het eind van de vorige eeuw vanuit het Westen op ons afvloog, ons compleet verscheurde en kapot maakte’.

Het communisme was Rusland volkomen vreemd, redeneerde ook Govoroechin. In zijn film vond hij het een vermeldenswaardig nieuwtje dat de leider der bolsjewieken, Vladimir Lenin, van gemengde etnische afkomst was en dat zijn grootvader van moederszijde de Jood Alexander Blank was. Voor een goed begrip, Govoroechin (overleden in 2018) was een gewaardeerd parlementslid voor Poetins partij Verenigd Rusland. Solzjenitsyn, in 1994 teruggekeerd uit ballingschap, kreeg een naar hem genoemde straat in Moskou, en in december 2018 onthulde de Russische president daar een standbeeld van hem.\

Geen oog voor de defecten

De opvatting dat de revolutie roet in ’s lands eten heeft gegooid, is de laatste tijd in Rusland bon ton geworden. Dat was ook de toon op de tentoonstelling in de Amsterdamse dependance van de Hermitage ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Russische Revolutie in 2017. Die vertelde meer over Nicolaas II dan over de revolutie zelf. De Hermitage, het oude tsarenpaleis in Sint-Petersburg, had voor deze expositie nu eenmaal vooral Nicolaas gestuurd.

Dat smachtend terugkijken naar het verleden doet al gauw de ogen sluiten voor de defecten die ook het Russische Rijk eigen waren: de autocratie en bureaucratie die alle initiatieven uit de samenleving verstikten, de hiërarchische standenstaat, de kloof tussen arm en rijk, de erbarmelijke toestand waarin boeren en arbeiders verkeerden, de russificatie, de pogroms tegen Joden, het onevenwichtige beleid van Nicolaas II. De lijst valt gemakkelijk uit te breiden.

Een portret van Stalin in een park in Moskou ter gelegenheid van de Dag van de Overwinning in Rusland, om de overwinning op Nazi-Duitsland te herdenken. Beeld REUTERS

Ontegenzeggelijk was de revolutie het begin van een buitengewoon zware tijd. De nieuwe regering sloot dan wel in maart 1918, ruim een half jaar voordat de bloedige Eerste Wereldoorlog was uitgevochten, een afzonderlijke vrede met Duitsland en zijn bondgenoten, maar de revolutie bracht een nog veel bloediger burgeroorlog teweeg. Een paar jaar later haalde Jozef Stalins ‘grote ommekeer’ Ruslands agrarische orde compleet overhoop, om tegelijkertijd de industrie een snoeiharde impuls te geven.

In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog verordonneerde de partijleiding terroristische massaoperaties tegen een mythische ‘vijfde colonne’ die de Sovjet-Unie zou ondermijnen. Niet in de laatste plaats door die terreurgolf had juist de Sovjet-Unie het in die oorlog het het zwaarst te verduren.

Archiefrevolutie

Aangezien de Sovjetarchieven potdicht zaten, was het beeld dat we in het Westen van de Stalinterreur hadden, niet volledig adequaat. Tot eind jaren tachtig schatten veel westerse historici het aantal dodelijke slachtoffers van het stalinisme op rond de 20 miljoen mensen. Die schattingen werden weersproken of als niet ter zake afgedaan door communisten, fellow travellers, maar in de jaren zeventig ook door jonge ‘revisionistische’ historici.

In de tweede helft van de jaren tachtig en begin jaren negentig gingen in het kader van de glasnost (openheid) van de nieuwe Sovjetleider Michail Gorbatsjov en onder de kersverse Russische president Boris Jeltsin de Sovjetarchieven eindelijk (deels) open. Die ‘archiefrevolutie’ heeft aan de eerdere controverse een eind gemaakt; onder historici heerst nu een soort consensus dat de Stalinterreur zeker 10 miljoen dodelijke slachtoffers heeft geëist.

De Franse stalinismekenner Nicolas Werth inventariseert de terreur tussen 1930 en 1953 als volgt: één miljoen executies; 1,8 miljoen doden in de concentratiekampen; 6 miljoen gedeporteerden, van wie een kwart het niet overleefde; 5,5 tot 6 miljoen doden als gevolg van de kunstmatig gecreëerde hongersnood van begin jaren dertig; en ten minste een half miljoen doden door de hongersnood van 1946 en het jaar daarop. Een team van Russische demografen bereikte in de jaren negentig de slotsom dat het dodental dat is veroorzaakt door het stalinisme zelfs kan oplopen tot 14 miljoen. Het aantal mensen die eronder te lijden hebben gehad, ligt vanzelfsprekend nog een heel stuk hoger.

Slachtoffers

Een ander onderwerp van discussie is de vraag hoe we de doden moeten classificeren. Zijn het slachtoffers van massamoord, etnische zuivering, genocide of misdaden tegen de menselijkheid? Kun je, in termen van schuld, iemand die als gevolg van een door de overheid veroorzaakte hongersnood omkomt even zwaar laten wegen als iemand die op grond van valse beschuldigingen wordt doodgeschoten?

En hoe moeten we oordelen over de meer dan 26 miljoen doden uit de Grote Vaderlandse Oorlog, de naam die de Russen hebben gegeven aan hún pas in 1941 begonnen Tweede Wereldoorlog? In het kader van de Grote Terreur ‘onthoofdde’ Stalin het Rode Leger, dat daardoor na de Duitse aanval in juni 1941 gedurende zeker anderhalf jaar bij lange na niet tegen de vijand opgewassen was. Bovendien had Stalin tussen 1939 en 1941 met Adolf Hitler samengewerkt en allerlei waarschuwingen over diens aanval genegeerd. Ook keken de stalinistische militaire strategen niet op een paar duizend dode soldaten meer of minder. Tenslotte draaide de Goelag, het Sovjetsysteem van concentratiekampen, gedurende de oorlog gewoon door en werden enkele complete volken in de loop ervan gedeporteerd omdat ze zouden hebben gecollaboreerd met de Duitsers.

Dan hebben we het nog niet eens gehad over Vladimir Lenin, de voorman van de Oktoberrevolutie van 1917, en Stalins wegbereider. De enkele honderdduizenden dodelijke slachtoffers van zijn eigen geheime politie kun je hoe dan ook op zijn conto schrijven, en Lenin c.s. is op zijn minst gedeeltelijk verantwoordelijk voor de miljoenen mensen die tijdens de burgeroorlog en de daaropvolgende hongersnood omkwamen.

“Achter de leninistische en stalinistische terreur stond de in wezen misantropische leer van de proletarische revolutie, die ertoe opriep de restanten van de reactionaire klassen fysiek te vernietigen in naam van de volledige en definitieve overwinning van het socialisme”, schreef de Russische filosoof Alexander Tsipko in 2016.

Een portret van Stalin tijdens een mars op de Dag van de Overwinning. Beeld AFP

Autocratische traditie

Daarmee reduceert ook Tsipko de terreur tot een gevolg van de marxistisch-leninistische ideologie. Maar in die ideologie zat een flinke dosis afkomstig van de negentiende-eeuwse Russische radicale oppositie. Bovendien sloot de communistische ideologie aan op de vanouds autocratische traditie in Rusland, met een sacrale rol voor de staat, waaraan de onderdanen volledig ondergeschikt waren.

Het geweld nam pas merkbaar af na Stalins dood – meer dan 50 miljoen doden verder sinds het begin van de Eerste Wereldoorlog als gevolg van oorlog, staatsterreur, hongersnood en epidemieën. Al die ellende heeft zijn weerslag gehad op de Russische bevolkingsgroei. Bestond de bevolking van het Russische Rijk aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog uit 167 miljoen mensen, begin jaren ’50 was de bevolking van de Sovjet-Unie, veel minder dan voorspeld, slechts gegroeid tot 182 miljoen mensen.

Met dit gewelddadige verleden wisten de regering en bevolking zich geen raad. Ook na de val van het communisme en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie laat het de Russen niet met rust.

Opmerkelijk genoeg heeft de afwijzende kijk op de revolutie niet tot een verwerping van de postrevolutionaire orde geleid. Lenin ligt nog steeds in zijn mausoleum in Moskou. In Russisch-nationalistische of -patriottische krin­gen concurreren vandaag de dag twee manieren om naar het eigen verleden te kijken. Aan de ene kant heeft de in aanzien herstelde Russisch-orthodoxe kerk Nicolaas II als martelaar letterlijk heiligverklaard en hebben monarchisten van hem hun boven kritiek verheven held gemaakt. Aan de andere kant geniet ook Stalin een populariteit die hij niet meer heeft gehad sinds de destalinisatie onder zijn opvolger Nikita Chroesjtsjov.

Nostalgie

Het Russische politieke establishment wil deze beide onverenigbare visies liefst combineren in één patriottische canon van het Grote Rusland, waarin de revolutie van 1917 niet meer dan een vergetenswaardige rimpeling was. De ideologie van het Rusland van nu baseert zich op de nationalistische, patriottische en imperialistische ingrediënten van zowel de tsaristische als de communistische tijd, zonder de misdaden van het communisme recht in de ogen te kijken.

Hoe verschrikkelijk de Sovjettijd ook was, veel Russen blikken er met nostalgie op terug. “Men kan niet anders dan trots zijn op een volk dat een revolutie heeft teweeggebracht die haar weerga niet kent in de geschiedenis, dat vrijwel uit het niets een gigantische industrie heeft gecreëerd en waarvan de zonen zich (tijdens de Tweede Wereldoorlog, mj) met een granaat voor de vijandige tanks hebben geworpen”, schreef bijvoorbeeld de Russische historicus Sergej Semanov in 1970. Ook voor de Sovjetnostalgici van vandaag is de staatsmacht van de grote mogendheid essentieel.

Dwepen Russen tegenwoordig met het verleden, in de jaren na de revolutie keken ze juist reikhalzend uit naar de lichtende toekomst. Lev Trotski, tijdens de Oktoberrevolutie Lenins belangrijkste adjudant, zei in de lente van 1918 dat ‘we het paradijs zullen bouwen hier in deze wereld, voor iedereen, voor onze kinderen en kleinkinderen voor altijd’. Lenin, Stalin en de andere communisten in de Sovjet-Unie dachten er net zo over. Hetzelfde geldt voor hun medestanders en fellow travellers elders in de wereld. “Ik heb de toekomst aan het werk gezien”, schreef de Amerikaanse journalist Lincoln Steffens in 1919 na een bezoek van een paar weken aan Sovjet-Rusland. Hij was laaiend enthousiast.

Een communistische demonstratie op de Dag van de Arbeid in Moskou. Beeld EPA

Dichters tussen het onkruid

Bij het bouwen van het schitterende paleis van de toekomst moest wel goed worden opgelet, vond Stalin. Tussen zijn stenen kon onkruid de kop opsteken, dat diende te worden gewied (hij was een liefhebber van tuinieren). De Britse socialiste Beatrice Webb, een fellow traveller, prees Stalin naar aanleiding van de zuiveringen omdat hij ‘het dode hout had weggekapt’.

Tussen het ‘gewiede onkruid’ bevond zich een van de grootste dichters van het Zilveren Tijdperk van de Russische poëzie, Osip Mandelstam. In 1938 werd hij tot opsluiting in een concentratiekamp veroordeeld. Zijn gevangenenwagon deed meer dan een maand over de reis langs de trans-Siberische spoorlijn, waarna hij in een overvol doorgangskamp nabij Vladivostok belandde. Vóór het eind van het jaar kwam hij er van uitputting om. Zijn naakte lijk werd in een kuil gesmeten, met een houten label aan zijn linkerenkel waarop het nummer van zijn persoonsdossier stond genoteerd. Overeenkomstig voorschrift werden de details van de terreur keurig bureaucratisch bijgehouden.

Massaal geweld ter wille van abstracties als ‘de mensheid’, ‘het Russische volk’, ‘het vaderland’ of ‘de stralende toekomst’ heeft miljoenen individuen het leven gekost. In 1931, op een moment dat Mandelstam nog niet wist dat hij voor ‘de Mensheid’ en ‘de Toekomst’ met zijn leven zou betalen, schreef hij een gedicht dat zo begon:

Terwille van de luidruchtige faam van toekomstige eeuwen,
terwille van het verheven mensdom
ben ik beroofd van mijn beker aan de dis der vaderen,
van mijn levensvreugde en mijn eer.
(vertaling Kees Verheul)

Lees ook:

Russische advocaat Genri Reznik: Elk succes in de rechtszaal is een mirakel

Advocaten hebben in Rusland weinig aanzien: hun rol in voorgekookte zaken is gering. Strafpleiter Genri Reznik is een uitzondering. Hij legt uit wat de marges van zijn métier zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden