Waarom blijft de tennisjeugd in Nederland zo wit?

Tennis is in Amsterdam Zuidoost niet langer een voornamelijk witte hobby. Beeld Werry Crone

Diverser en gekleurder dan voetbal kan een sport niet worden. Maar verenigingssport nummer twee, tennis, blijft al tientallen jaren zo blank als onze top der duinen. In Amsterdam Zuidoost gaat het anders.

 Achter de wereldberoemde Johan Cruijff Arena in Amsterdam Zuidoost krijgen op tennisclub Strandvliet vanmiddag zo’n 25 kinderen les. De meesten zijn gekleurd. Melody Tuffour en Fiankson Kwaning zijn twee lange tieners met wortels in Ghana. Zij hebben het spel al aardig onder de knie. Voor een lid van een doorsnee tennisclub uit Nederland is het een bijzonder tafereel, omdat tennis zo’n witte sport blijft. 

In de VS braken vorige eeuw Venus en Serena Williams door. De zusjes werden een rolmodel voor vrouwen over de hele wereld. ­Tegenwoordig speelt er een jonge generatie ­gekleurde vrouwen op de grote tennistoernooien, vooral uit de VS. Nederland juicht voor Kiki Bertens, die net zo blond is als de Deense kampioen Caroline Wozniacki. Waar blijven toch de Nederlandse topspeelsters met een kleur?

Vrijwilligerswerk

De cijfers zijn helder. Bij verenigingssporten staan voetbal en tennis bovenaan. Maar daar constateert de Leefstijlmonitor van CBS/RIVM (2015-2018) een opvallend verschil. ‘Allochtonen’ ­– eerste, tweede en derde generatie – voetballen vaker dan ‘autochtonen’: 15 procent versus 7,5 procent. Bij tennis is dat precies andersom: slechts 2 procent ­‘allochtonen’ tegen 5,8 procent ‘autochtoon’ tennist.

Kinderen gaan meestal op de sport die ­ouders of vriendjes beoefenen, verklaart het Mulier Instituut, dat sport onderzoekt. Daarnaast zijn klasse, etniciteit, geslacht en opleiding bepalend bij de keus. Traditionele sporten als tennis, hockey of paardrijden zijn minder populair bij nieuwe Nederlanders. Zij zijn minder vaak lid van een sportclub, die vrijwilligerswerk vergt, maar kiezen eerder voor laagdrempelige fitness.

Hoe krijg je een sport dan toch diverser? De landelijke tennisbond KNLTB is er kort over. “Diversiteit heeft onze aandacht”, klinkt het politiek correct. Maar ‘gerichte, concrete activiteiten hebben we niet’, aldus een woordvoerder. 

Dat kan anders. In Zuidoost wonen van oudsher meer gekleurde Amsterdammers. Hier proberen vrijwilligers al jaren kinderen op ­gemeentebanen en veldjes van de ­Krajicek Foundation aan het tennissen te krijgen. De volgende stap is buurtjeugd en ouders bij een echte tennisvereniging binnenhalen. Want ­alleen als lid speel je mee in de competitie en kun je aan de lange ladder naar de top beginnen.

Sport voor rijken

Dit is precies wat team jeugdzaken van tennisvereniging Strandvliet probeert. Terwijl voorzitter Joan Tol voorbereidingen treft, loopt het clubhuis langzaam vol. Sandra Egwono-Woods (41) heeft haar drie kinderen op tennis gedaan. Die van elf komt net van een toernooi uit Hoofddorp met de nodige praatjes. “De jongste van vier is net begonnen.” ­Buiten slaat hij met een kinderracket wat ­grote, zachtere tennisballen.

“Als kind in Nigeria zagen wij tennis als sport voor de rijken. Wat was ik trots op Serena. Het gaf ons de hoop dat iedereen kan spelen. Later werd ik ook fan van Federer”, zegt Egwono die zelf door de week speelt. Haar man geeft als vrijwilliger tennisles bij Tine Slager, een fenomeen in de Reigersbosbuurt van Zuidoost. Overal klinkt haar naam, omdat zij al twintig jaar straatjeugd een kans geeft te tennissen. ’s Winters in een sporthal, ’s zomers in Reigersbos op een ‘playground’ van de Krajicek Foundation. Die doet veel om in achterstandswijken jongens én ook meisjes aan het sporten te krijgen. Want in allochtone kring is de deelname van meiden laag.

De Nederlands-Surinaamse Joan Tol signaleert meer drempels die de instroom van zwarte jeugd – en daarmee talent – belemmeren: “Er leven hier veel migrantengezinnen die druk zijn met overleven. Andere ouders moesten wennen aan op tijd komen. Wij proberen hen erbij te betrekken, om hun kinderen aan te moedigen, ook bij de competitie op zondag”, aldus Tol.

Joan Tol van tennisclub Strandvliet in Amsterdam deelt de kinderen in voor hun speelmiddag. Beeld Werry Crone

Soms gaan 12-jarigen best lekker, maar denken ouders dat ze dan klaar zijn met sport. Studeren gaat voor. “Daarom propageer ik dat ­bewegen goed is voor hun brein.” Nog steeds heeft tennis een elitair imago. “Het is ook een dure sport. Lidmaatschap en lessen zijn voor sommige ouders best een hap geld. Zij doen ­gelukkig steeds vaker een beroep op het Jeugdfonds Sport.”

Dan is er de KNLTB, die actiever zou kunnen meedenken. Toen Tol vorig jaar een open dag organiseerde, bleek het gratis fotomateriaal van de bond alleen witte spelers te tonen. “Een gemiste kans! Daarmee krijg ik de buurtjeugd niet binnen. De bond reflecteert onvoldoende op hoe de wereld eruit ziet. Representatie is cruciaal, dus heb ik op internet maar een foto gekocht.”

Elitair imago

Sommige binnengehengelde zwarte ouders van TC Strandvliet zien ertegenop voor de competitie met hun kind naar een andere – lees witte – club te gaan, juist door dat elitaire imago. Tol ziet graag dat de tennissport inclusiever wordt, zodat iedereen zich er thuis voelt: “Dat geldt ook voor de jeugd. Als ze competitie spelen en in de regio op bezoek gaan, verrijkt dat hun wereldbeeld. Je ziet dat gekleurde kinderen zich op Strandvliet steeds meer thuis voelen. Ook voor de club is het goed. Het is niet meer die witte enclave in een multicultureel stadsdeel.”

Deze middag krijgen op vier tennisbanen zo’n 25 buurtkinderen les – ook een paar witte – van drie ouders en jeugdtalent Ginelle Richardson (17), die op Sint Maarten is geboren. Ginelle stond in de dames top-150 van ­Nederland, had vorig seizoen veel blessures, maar wil weer terugkomen. Haar prioriteit was eindexamen Havo te halen. Nu komt professioneel tennis in het vizier. Eerst een tussenjaar met ­dagelijks vier uur trainen. Hoe is zij wél zo ver gekomen?

“Mijn oudere zus is met tennis begonnen dankzij het veldje van Tine Slager. Zij speelde in de eredivisie, maar stopte om arts te worden.” Ginelle begon op haar zevende met lessen. “Een nachtmerrie! Ik was zo verlegen en dan al die kinderen. Ik zat vaak in een hoekje te huilen. Maar mijn moeder wilde me sterker maken en liet me doorgaan. Zij is trots op me.”

Overstap naar profspeler

Haar talent werd snel gezien. Op haar tiende werd ze ‘aangenomen’ bij de KNLTB en als jeugdtalent uitgenodigd voor trainingen en toernooien. Ze trok vaak op met vijf donkere tennisvriendinnen, maar Ginelle werd beter en de anderen haakten af. Toen Ginelle twaalf was, dacht ze ineens: “Waar is iedereen gebleven?” Sindsdien speelt ze ‘alleen’. “Toch jammer, want ik had met hen zo’n automatische klik. Ook jammer dat veel donkere kindjes niet de kans krijgen die ik had.” Bij tennis heb je geen cijferlijst zoals op school, noemt zij als een verklaring voor uitval. “Ouders zien niet direct resultaat.”

Vorig jaar ondersteunde de Krajicek Foundation Ginelle en twee meiden van Afrikaanse komaf uit Zuidoost met een bescheiden beurs. Om echt de overstap naar profspeler te maken is wel 25.000 euro per jaar nodig. Eerst dat tussenjaar trainen. Ze blijft daarvoor financiële steun krijgen van haar tennisschool en de ­Foundation.

“Vorig jaar ging ik twijfelen, door mijn blessures. Dat zag ik in mijn tennis. Mentaal moet ik nog veel leren.” Ginelle traint bij tennisschool Drive-itt. “De hoofdtrainer is Surinaams. Een super getalenteerde, fijne man.” Haar favoriet bij de grand slams? De Japans-Haïtiaans-Amerikaanse Naomi Osaka. “Zij is heel bescheiden, maar verandert op de baan in een geweldige tennisser.”

In de top gaat het niet om kleur of nationaliteit, zegt Ginelle. “Je spel en je gedrag zijn doorslaggevend.” Na een denkpauze: “Het zou toch wel heel fijn zijn als meer meisjes zoals ik in de top spelen.”

Naomi Osaka in actie tijdens Roland Garros in Parijs. Beeld AFP

Wereldwijd krijgt tennis wel meer kleur

Waar Nederlandse tennisclubs weinig doen aan diversiteit, zetten de Verenigde Staten daar actief op in. Dat zie je nu ook terug in de mondiale tennistop, vooral bij de vrouwen.

Naomi Osaka keek zelf ook wel raar op toen ze de nieuwe reclame van één van haar sponsors zag. Nissin Foods, een Japans noedelmerk, had een tekening gemaakt, waarin Osaka als een stripfiguur was afgebeeld die in de verste verte niet op haar leek. De tennisster, die een Haïtiaanse vader heeft en een Japanse moeder, was getekend met een witte huid en lichtbruin haar. “Ik heb duidelijk een kleurtje”, zei Osaka erover. “Ik heb er met ze over gepraat. Ze hadden dit met me moeten overleggen.”

Haar Japanse sponsor mag tennis misschien wit maken zoals in de jaren zeventig, anno 2019 is tennis gekleurder dan ooit. Osaka voert op dit moment de wereldranglijst bij de vrouwen aan. De tennisster die voor Japan uitkomt, groeide op in New York met Serena Williams als boegbeeld van de sport. 

Het succes van de zussen Venus en Serena inspireerde een jonge generatie Afro-Amerikaanse speelsters, van wie er een aantal de top heeft bereikt. Sloane Stephens is al jaren een vaste waarde in de mondiale top tien. In 2017 won ze de US Open. Vorig jaar haalde ze de finale op Roland Garros. Madison Keys zit daarachter als de huidige nummer 14 van de wereld en het jonge talent Taylor Townsend timmert aan de weg om in hun voetsporen te treden. 

Chef diversiteit

In Amerika wordt er – in tegenstelling tot Nederland – actief ingezet op diversiteit, en dat zet zoden aan de dijk. Er is een ‘chef diversiteit’ bij de Amerikaanse tennisbond, die plannen bedenkt om zwarte kinderen aan het tennissen te krijgen. Er zijn al jaren verschillende tenniskampen, die hen moeten inspireren om een racket op te pakken. Op de jeugdtoernooien in de VS groeit mede daardoor het aantal gekleurde kinderen, ook op de hogere niveaus. 

Terwijl Serena Williams haar 23 Grand Slams veroverde, wordt er bij de mannen nog steeds gewacht op een opvolger van Yannick Noah, de laatste gekleurde speler die een grandslamtoernooi won. Hij was in 1983 de beste in Parijs. Het Franse tennispubliek hoopt al jaren op een uitschieter van Jo-Wilfried Tsjonga of Gaël Monfils. Tsonga is inmiddels al 34 en in de herfst van zijn carrière afgezakt naar de 82ste plek op de wereldranglijst. Hij is geen geplaatste speler meer op de grandslamtoernooien, komt sneller een topspeler tegen en verloor op Roland Garros al in de tweede ronde van de Japanse nummer 7 van de wereld, Kei Nishikori. Monfils is met zijn 32 jaar ook niet meer de jongste. Hij verloor in Parijs in de achtste finales.

Samen met Arthur Ashe is Yannick Noah de enige zwarte speler die ooit een Grand Slam won. Hij won in 1968 de US Open, gevolgd door de titel op de Australian Open in 1970 en Wimbledon in 1975. Opvolgers hebben ze nog niet. De mondiale top honderd is nog steeds overwegend wit, en toch – net als bij de vrouwen – gekleurder dan ooit.

Met Osaka als nieuw boegbeeld voor de sport kan het alleen maar beter gaan. Als haar sponsor haar tenminste afbeeldt zoals ze is. Wortels in Japan en Haïti, opgegroeid met de Amerikaanse cultuur. Trots op wie ze is. 

Lees ook:

Diversiteitsbeleid is een hol modewoord om subsidiepotten open te breken.

Dagelijks krijg ik e-mailtjes met verzoeken om zitting te nemen in een panel, een debat te leiden of een lezing te geven. Ik zou er mijn baan van kunnen maken, schrijft Seada Nourhussen in haar column.

Lees meer cijfers in de statistieken van CBS en RIVM:

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden