Waarom Benedictus lefèbvristen thuishaalt

Waarom heeft de paus een omstreden priesterbroederschap weer opgenomen in de gelederen van de rooms-katholieke kerk? Het is te herleiden tot het grote historische bewustzijn van paus Benedictus XVI, constateert Paul van Geest.

Als bisschop Williamson in een tv-interview voor de Zweedse televisie de immensiteit van de Holocaust niet had ontkend, dan was de opheffing van de excommunicatie van hem en zijn drie medebroeders-bisschoppen waarschijnlijk niet eens op de achterpagina van het Katholiek Nieuwsblad verzeild geraakt.

Vooropgesteld: het is opmerkelijk dat een – klaarblijkelijk dus nu – rooms-katholieke bisschop als privépersoon dergelijke meningen verkondigt. Dit temeer omdat hij in Argentinië ook nog eens verantwoordelijk is voor de priesteropleiding van de Priesterbroederschap Pius X. Dit is de broederschap die in de jaren zeventig door aartsbisschop Marcel Lefèbvre (1905-1991) is opgericht, onder andere uit onvrede met de veranderingen in de liturgie en het katechese-onderwijs na het Tweede Vaticaans Concilie. De kerk was volgens Lefèbvre modernistisch geworden.

In 1988 riepen vier geestelijken over zichzelf de excommunicatie af omdat deze aartsbisschop hen zonder toestemming van de paus tot bisschop wijdde. Een van hen was bisschop Richard Williamson, een bekeerde anglicaan. De man die nu het bestaan van gaskamers ontkent.

Een hoogleraar aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana te Rome zei tijdens een college eens dat de kerkgeschiedenis een interessante les leert: domme priesters zijn erger dan onkuise, op vrouwen jagende clerici.

Dat deze priesterbroederschap weer opgenomen is in de gelederen van de rooms-katholieke kerk is begrijpelijk. Het is te herleiden tot het grote historische bewustzijn van paus Benedictus XVI. Het is bekend dat deze paus zijn priesterleven lang grote affiniteit heeft gehouden met de preconciliaire Tridentijnse liturgie, zoals deze door de Priesterbroederschap Pius X in ere werd gehouden.

Maar aan deze affiniteit is de opheffing van de excommunicatie niet uitsluitend toe te schrijven. De paus is een uitmuntend kenner van de kerkvaders en van de ontwikkelingen in de eerste eeuwen van het christendom. Hij weet daarom als geen ander dat in de kerk van die dagen een veelvoud van rituelen en ideeën over God en mens leefden. Hij weet dat de theologieën in deze tijd binnen de catholica pluriformer waren dan wij gewend zijn te denken.

Hij weet ook dat er zo ongeveer geen kerkvader is die volstrekt orthodox was. Augustinuskenner bij uitstek, is hij zich er van bewust dat er bij enige ideeën van Augustinus over de genade op het Concilie van Orange (529) kanttekeningen werden geplaatst. Bovendien houdt hij ook het gebruik in ere dat veroordeelde theologen uit de eerste eeuwen van het christendom, zoals Origenes en Tertullianus, onder de kerkvaders gerekend blijven omdat ze in hún tijd groot gezag genoten.

Als geen ander weet paus Benedictus tenslotte dat het vroege christelijke denken meer lijkt op een symfonie dan op een eenstemmige melodie. Het lijkt meer op een samenvloeiing van vele beekjes in een enkele stroom dan op een grijze rivier die zich niet vermengt met andere waterstromen op weg naar de zee.

Dat de orthodoxie de rechte leer is die altijd in de kerk is verkondigd vanaf de allereerste oorsprong, is voor de paus waarschijnlijk een dwaze gedachte. Een even dwaze gedachte als het idee van bisschop Williamson dat de Holocaust een minor detail in de geschiedenis is.

Al voordat hij paus werd, liet Benedictus XVI zien dat hij diverse stromingen in de kerk kan aanvaarden. Op grond van zijn kennis van de theologie van de eerste eeuwen is het dus zeer begrijpelijk waarom kardinaal Ratzinger in 1998 de excommunicatie ophief van pater Tissa Balasuriya. Deze was een jaar eerder uitgesproken omdat deze Sri Lankaanse theoloog niet kon aanvaarden dat Jezus Christus ook in een multireligieuze mondiale samenleving als unieke en universele verlosser kon worden beleefd.

Zo komt paus Benedictus XVI ook tot het opheffen van de excommunicatie van de vier Lefèbvriaanse bisschoppen. Wie de geschiedenis van de eerste eeuwen in het christendom bestudeert, weet dat er toen vele woningen waren in het huis van de Vader. De kamers op aarde zijn wel heel verschillend gestoffeerd. Maar het was één huis met de Cathedra Petri, de zetel van de opvolger van Petrus, als gezaghebbend meubelstuk.

De terugkeer van de verloren zonen en hun schapen zal de paus nog wel de nodige zorgen baren. Behalve de afwijzing van liturgie wijzen zij vooralsnog het decreet van Vaticanum II over de godsdienstvrijheid (Dignitatis Humanae) en de verklaring over de niet-christelijke godsdiensten (Nostra Aetate) en de interreligieuze dialoog van paus Johannes Paulus II fel af. Dat is niet niks.

En onderliggend is het grote probleem bij de Lefèbvriaanse bisschoppen dat zij niet inzien dat de taal, waarin dogma’s en gebeden worden uitgedrukt, historisch is bepaald. Formules en gebeden moeten door concilies soms ontdaan worden van amalgamen die aangekoekt zijn in de loop van de eeuwen. Anders is er sprake van orthophonie in plaats van orthodoxie: van lege en onbetekenende woorden als je je geloof belijdt en leeft.

Dit alles heeft te maken met historisch bewustzijn. Dit bewustzijn werd bij ons destijds aan de Gregoriana goed aangescherpt in de colleges van de huidige secretaris van de geloofscongregatie te Rome, mgr. Luis Ladaria. Het is vurig te hopen dat bisschop Williamson verplicht wordt om veel, héél veel college te lopen aan deze pauselijke universiteit. Wat mij betreft is hij overigens ook in Tilburg of Amsterdam welkom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden