BeethovenjaarInterview Jan Caeyers

Waarom Beethoven inspireert om beter te gaan leven

Beeld .

Wie was Ludwig Van Beethoven nou echt? Wat zijn de grootste clichés rondom een van de grootste componisten ooit? Jan Caeyers geeft verrassende antwoorden in zijn boek dat in dit Beethovenjaar als officiële biografie bestempeld is.

Uitholling! Uit de mond van de Vlaamse dirigent en Beethoven­-biograaf Jan Caeyers klinkt dat woord bijna als een verwensing. We zijn aan het eind van een lang gesprek over de componist die Caeyers al zoveel jaren bezighoudt, en we zijn uitgekomen bij het Beethovenjaar 2020 en alle activiteiten daarin. “Ik wil absoluut niet blasé overkomen”, zegt Caeyers, “maar ik bladerde onlangs een brochure door waarin evenementen wereldwijd rondom het 250ste geboortejaar van Beethoven stonden opgesomd. Het is te veel, er dreigt een overkill. Natuurlijk­­ zijn er vanwege zo’n herdenkingsjaar bijzondere mogelijkheden – sponsoren en geldschieters die hun naam aan projecten willen verbinden – die er anders niet zouden zijn. Maar eigenlijk ontwaarde ik in die brochure veel programma’s als alibi’s – alibi’s om te vermijden dat men een één-op-één relatie met Beethoven krijgt.

“Ik ben een conservatieve consument en verdediger van Beethoven, dus ik heb niets met al die cross-overs die bedacht worden om mensen misschien voor Beethoven te kunnen interesseren. Het is uitholling! Oppervlakkigheid, Beethoven voor dummies. Want hoe gaan we dan in 2021 met Beethoven om? En in 2027? Dan is hij tweehonderd jaar dood, en hebben we opnieuw een Beethovenjaar, dat commercieel zal worden uitgemolken. Daar moet je toch niet aan denken? Wat bij dit alles uit het zicht raakt, is dat de componist Ludwig Van Beethoven inspireert om beter te gaan leven. Daarop zou de nadruk moeten liggen.”

Gevraagd naar wat rondom dit alles het grootste Beethoven-cliché is, zingt Caeyers de vier beruchte beginnoten van de Vijfde symfonie: ‘Ta-ta-ta-taaa’. “Men denkt dat dit hamerende ‘noodlots-motief’ Beethoven ten voeten uit is. Maar nee, hij heeft juist ook veel zonnige, Italiaanse muziek geschreven.

“Het beeld van de oude, norse, getormenteerde, lijdende, ambitieuze, woeste idealist, van de stokdove misantroop met een onaangename persoonlijkheid – dat is het grootste cliché. Dat beeld dat voor zijn oude dag redelijk klopt, heeft men in de geschiedschrijving naar voren geëxtrapoleerd – en dat klopt absoluut niet. Ja, hij had weinig geduld, en hij kon opvliegend zijn. Maar buiten zijn vakgebied was hij een aimabel en humoristisch iemand. Hij had veel vrienden en veel liefjes, en hij was sociaal­­ bewogen.”

Musicoloog, musicus, docent en dirigent Jan Caeyers (1953) schreef in 2009 de eerste Nederlandstalige Beethoven-biografie.Beeld Willem Verstraete

Musicoloog, musicus, docent en dirigent Jan Caeyers (1953) schreef in 2009 de eerste Nederlandstalige Beethoven-biografie. Het lijvige en origineel opgeschreven levensverhaal van Ludwig Van Beethoven was bij verschijning meteen een groot succes. Er volgden vertalingen in het Duits en het Engels. Twee maanden geleden verscheen de herziene editie die door het Beethoven-Haus in Bonn – onderzoekscentrum, geboortehuis en museum – uitgeroepen is tot de officiële biografie voor dit Beethoven jubeljaar.

“Er is niets fundamenteels veranderd”, stelt Caeyers de eerdere kopers en lezers van zijn biografie gerust. “Maar in zo’n boek sluipen natuurlijk altijd foute data, slordigheden. De specialisten van het Beethoven-Haus zijn er voor de nieuwe editie met de stofkam doorheen gegaan. Uiteindelijk viel het me nog mee wat ze eruit visten. En na tien jaar heb je er wel behoefte aan om je oorspronkelijke formuleringen wat te verfijnen. De contacten met mijn vertalers hebben wat dat betreft veel opgeleverd. Zij konden sommigen passages maar moeilijk vertalen. En dat kwam vooral omdat er soms te veel bijvoeglijke naamwoorden instonden, die min of meer hetzelfde betekenden. Die zijn er nu uitgehaald. Maar nogmaals, dit is geen nieuw boek. De enkele fundamentele veranderingen in de nieuwe editie gaan over de jonge Beethoven. Zijn jeugdjaren zijn het belangrijkst, maar vaak het minst gedocumenteerd. In die periode van zijn leven is voor een biograaf de grootste winst te boeken.

“Ik heb niets met al die cross-overs die bedacht worden om mensen misschien voor Beethoven te kunnen interesseren. Het is uitholling! Oppervlakkigheid, Beethoven voor dummies.”Beeld Joseph Karl Stieler, ‘Beethoven die de missa solemnis componeert’

Les van Mozart

“Zo weten we bijvoorbeeld sinds kort dat de eerste reis die Beethoven vanuit Bonn naar Wenen heeft ondernomen al in december 1786 begon, twee maanden eerder dus dan voorheen werd aangenomen. En hoewel we het niet zeker weten, wordt het daardoor wel veel aannemelijker dat de jonge Beethoven langer contact met Mozart gehad zou kunnen hebben dan men altijd dacht. Muziekonderricht krijgen van Mozart was per slot van rekening het doel van Beethovens tripje, dat in opdracht van een keurvorst werd gemaakt. Die zag in Beethoven een potentiële kapelmeester aan zijn hof in Keulen, en dus moest hij het best mogelijke onderwijs krijgen. Mozart en Beethoven waren dus minstens twee maanden samen in Wenen, en Beethoven heeft daar ook veel meer muziek gehoord dan men altijd aannam. En waarschijnlijk heeft hij toen ook al veel contacten gelegd die hem hielpen toen hij in 1792 – Mozart was toen al overleden – voor de tweede keer, en toen voorgoed, naar Wenen verhuisde.”

Bij Caeyers thuis staat een boekenkast van vijf meter lang en twee meter hoog. Daarin staan alleen maar boeken over Beethoven. De biograaf ging in alle steden waar hij kwam op zoek naar publicaties over Beethoven en verzamelde die. Ondanks de hoeveelheid boeken die hij over Beethoven door de jaren heeft gelezen, zat er geen favoriete biografie tussen. Geen favoriete biograaf. Hij zegt het gedecideerd, en laat even een pauze vallen. Zonder een verzoek van een uitgever begon Caeyers te schrijven aan zijn boek. Waarom Beethoven?

“Mijn vader was sportleraar en het lag niet in de lijn der verwachting dat ik iets met muziek zou gaan doen. Er stond thuis wel een piano. Met daarop een buste van Beethoven, u kent ze wel. Het gebeeldhouwde componistenhoofd keek elke dag streng toe of ik wel goed speelde. Toen ik zeven jaar oud was, raakte ik verslingerd aan een elpee waarop Aldo Ciccolini de ‘Appassionata’-sonate van Beethoven speelde. Op de andere kant stond zijn ‘Waldstein’-sonate. Grijsgedraaid heb ik die plaat. Het was voor mij hele gewone muziek, terwijl Beethoven daar toch heel ongewoon te werk gaat, maar dat ontdekte ik later pas. Voor mij was alle muziek precies zoals op die elpee. Misschien is dat mijn geluk geweest. Mijn Beethoven-beeld was vanaf het begin niet academisch bezoedeld, ik ben nooit geïndoctrineerd geweest door een systeem. In mijn atypische carrière als musicus en musicoloog is de fascinatie voor Beethoven altijd een constante geweest, al ging mijn doctoraal scriptie over Rameau, een heel ander soort componist.

“Toen ik orkestdirectie ging studeren in Wenen heb ik in het eerste jaar alleen maar analyses van Beethoven-­sonates gemaakt. Daar heb ik ontdekt dat ik een antenne had voor de proporties in Beethovens muziek. In 2003 kwam ik in een artistieke crisis als dirigent terecht en wilde een pauze inlassen. Toen ontstond het idee om over Beethoven te gaan schrijven. Eigenlijk had ik in eerste instantie een soort manifest voor ogen. Dat is een beetje uit de hand gelopen.”

Als heks op de brandstapel

Caeyers laat zijn boek op 29 maart 1727 beginnen in Mechelen, waar bakker Michiel Van Beethoven (overgrootvader van de componist) mijmert over het leven. Die denkt onder andere aan zijn zelfbewuste en geëmancipeerde betovergrootmoeder Josyne Van Beethoven, die aan het begin van de 17de eeuw als heks in Brussel op de brandstapel kwam. Volgens Caeyers is deze traumatische gebeurtenis in het geheugen van de Van Beethovens gegrift. ‘Een Van Beethoven’, schrijft Caeyers, ‘heeft een heilig geloof in de eigen overtuiging en idealen. Dat is men aan de stammoeder-martelares verplicht.’ Aan dat begin, zegt Caeyers, heeft hij sindsdien niets meer veranderd, het staat er nog precies zoals toen hij het in 2003 opschreef. Dat speelse en creatieve karakter van het Beethoven-verhaal is door het hele boek geweven.

“Nee, het feit dat Beethovens voorvaderen uit Vlaanderen komen, landgenoten van mij zijn, heeft geen enkele rol gespeeld in mijn keuze voor deze componist. Voor mij was de belangrijkste reden dat Beethoven in zijn muziek schijnbaar onverenigbare parameters met elkaar verbindt. Ratio en emotie kunnen elkaar soms in de weg staan, maar niet bij Beethoven. Hij heeft beide op een extreme manier uitgewerkt. In zijn pianosonates gaat hij met zijn modulaties soms zo ver dat hij riskeert dat luisteraars het kompas verliezen. En toch vindt hij altijd de weg terug naar de juiste toonsoort, en dat geeft vertrouwen aan luisteraars. Aan die van toen en die van nu.

“Ik ervoer het als een uitdaging om over hem te schrijven, niet alleen vanwege het complexe individu Beethoven, maar zeker ook vanwege de tijd waarin hij leefde. Rond de eeuwwisseling van 1800 verdween het ancien régime en ging de mensheid op weg naar een moderne tijd. Beethoven heeft enorm op die transitie ingespeeld. Mijn theorie is dat Beethoven niet dezelfde was geweest als hij tien jaar later was geboren. De tijdspanne heeft hem geholpen te worden wie hij wilde zijn.”

Jan Caeyers: “Mijn theorie is dat Beethoven niet dezelfde was geweest als hij tien jaar later was geboren. De tijdspanne heeft hem geholpen te worden wie hij wilde zijn”Beeld Hollandse Hoogte

De ultieme erfenis

Die bijzondere combinatie van individu en de tijd waarin hij leefde, maakte Beethoven voor Caeyers het ideale onderwerp. Hij was zelf verrast dat het schrijven hem zo goed afging. Na het succes van zijn Beethovenboek hebben uitgevers de schrijver gesmeekt om een biografie over een andere componist te overwegen. Caeyers blijft dat weigeren. Om het lot niet te tarten, zegt hij, maar er is volgens hem geen enkele andere componist bij wie het hele pakket klopt. “Heel misschien Sjostakovitsj, maar met hem voel ik geen affiniteit.”

Wat beschouwt Caeyers als de ultieme erfenis van Beethoven? De 9 symfonieën, de 32 pianosonates, de 16 strijkkwartetten of toch die ene opera? “De pianosonates, absoluut. Alleen al het volume van die muziek. In de pianosonates merk je voortdurend dat klaviertechniek en compositorisch kunnen het dichtst bij elkaar liggen. Hier hoeft hij niet het grote gebaar te maken, voor het grote publiek. Het grote gebaar kan rampzalig zijn, want het werkt afvlakkend. Daar komt bij dat het idioom van het klavier, en de klank ervan volledig in zijn hoofd zaten. Zelfs toen hij al helemaal doof was, kon hij de pianomuziek die hij componeerde in zijn hoofd horen. En altijd wanneer Beethoven gedurende zijn leven in een crisis belandt, komt hij daar weer uit door nieuwe pianomuziek te schrijven. Dat is iets heel opvallends.”

En toch noemt hij zijn hoofdstuk over de late strijkkwartetten ‘De ontdekking van de hemel’. Hoe moeten we dat rijmen? Caeyers lacht, blaast wat lucht uit zijn longen en denkt even na. “Die titel was een kleine spielerei. Een eerbetoon aan een van de grootste romans ooit geschreven. Maar in de allerlaatste pianosonate, meer precies bij het tweede deel Arietta, daar begint voor mij de hemel. Muziek gaat daar over in een klankenspel. Alsof de klank verdampt en etherisch wordt. Muziek op de rand van ontbinding.”

Weg van die hemel ruimt Caeyers heel wat pagina’s in voor de luidruchtige compositie ‘Wellingtons Sieg’, een bravoure-stuk met salvo’s van musketten en andere artillerie-geluidseffecten. Een gelegenheidsstuk om de overwinning in 1813 van de hertog van Wellington op Joseph Bonaparte in het Spaanse Vitoria te vieren. Beethoven verdiende er veel geld mee, maar de geschiedenis kijkt neer op deze wat banale compositie. Waarom juist dit voorbeeld?

“In de 19de eeuw ontstond een veredeld, hoog-idealistisch beeld van de kunstenaar. De burgers van de late 19de eeuw hebben van Beethoven een mythe gemaakt. Men dacht dat een kunstenaar vanuit een innerlijke behoefte de hoogste kunstwerken schiep. Maar Beethoven schreef bijna altijd muziek vanuit een impuls die buiten hem lag. Altijd vanuit een vraag, geen innerlijke noodzaak. Dat die impuls soms minder hoogdravend was, deerde Beethoven niet. Hij vond Wellington’s Sieg zelf een heel erg goed stuk. Hij was in zijn uitdaging geslaagd om er het maximale uit te halen. Alsof je nu aan de Duitse hedendaagse componist Wolfgang Rihm vraagt om binnen de geldende parameters een lied voor het Eurovisie Songfestival te schrijven. Die zou waarschijnlijk ook tevreden zijn, mocht hem dat lukken.”

Aan het eind van het gesprek bekent Caeyers dat als hij iets uit het oeuvre van Beethoven zou moeten redden hij toch niet de pianomuziek mee zou nemen. “Ik zou de Missa Solemnis uit de puinhopen redden. Voor mij is die compositie dé ultieme synthese van alles waar Beethoven mee bezig is geweest. Hierin komen zaken samen die hem zijn hele leven bezighielden: oude muziek, theologie en filosofie. Een magnum opus vol vernieuwingen. Sinds Beethoven is het element vernieuwing een belangrijke parameter geworden. Vernieuwing en originaliteit zie je sindsdien overal – in de kunsten, de politiek en het bedrijfsleven. Beethoven zag zichzelf overigens niet als een vernieuwer. Vernieuwing was voor hem geen doel op zich, maar het gevolg van een streven naar excellentie. En het gevolg van zijn winnaarsmentaliteit.”

De nieuwe editie van Beethoven – Een biografie van Jan Caeyers is verschenen bij De Bezige Bij, 704 pag., 39,99 euro.

Lees ook:

‘Ik zou best een broodjeszaak willen beginnen met Broodje Beethoven’

Wat mij betreft begint de jaartelling bij Beethoven: de manier waarop wij muziek en de rol van de kunstenaar beleven danken wij aan hem. Nu is het vanzelfsprekend dat een muzikant zijn gevoelens uitdrukt in muziek, maar hij deed dat als eerste. Tot dan toe was muziek vooral bedoeld om te vermaken of om God te eren. Bij Beethoven werd de muziek persoonlijker. 

Berlioz, de roodharige, Franse ragebol, verdient op zijn minst een straatnaambord

Honderdvijftig jaar geleden stierf Hector Berlioz, in zijn eigen land met artistieke argwaan bekeken. En hoewel hij vernieuwender was dan Debussy spreken veel Fransen nog steeds met dedain over hem. Zonder Beethovens symfonieën zijn die van Berlioz ondenkbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden