Waarom basisscholen zich zorgen maken over het onderwijs aan kwetsbare kinderen

In aanloop naar het Kamerdebat over onderwijs aan kinderen met een achterstand, biedt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-raad, Kamerleden een 'koektrommel' aan met de boodschap: 'De koek is te klein'.Beeld PO-raad

De Tweede Kamer debatteert vandaag over het onderwijs aan kinderen met een achterstand. Volgens de basisscholen is er een tekort van 150 miljoen euro om deze groep goed les te geven. Kwetsbare kinderen zullen de dupe worden, zegt de PO-raad, de organisatie van basisscholen. 

Wat is er aan de hand?

In het regeerakkoord in 15 miljoen euro extra uitgetrokken voor onderwijs aan kinderen met een achterstand. Tegelijkertijd verandert de definitie van een 'achterstandsleerling'. Op dit moment gelden enkel kinderen van wie zeker een ouder maximaal twee jaar mavo heeft gevolgd als een achterstandsleerling. Vanaf 2019 gaat het land van herkomst van de ouders opnieuw meetellen, net als voor 2006. Verder gaat meewegen of ouders in de schuldsanering zitten, hoe lang de moeder in Nederland woont en wat het gemiddelde opleidingsniveau is van ouders van klasgenoten. 

Tot zo ver niets aan de hand. Met die nieuwe definitie is iedereen blij. De pijn zit het wat betreft de PO-raad in twee problemen: de groep leerlingen die straks recht heeft op extra begeleiding groeit door de bredere definitie, maar 15 miljoen is volgens scholen bij lange na niet genoeg om dat op te vangen. Daar komt bij dat er volgens de PO-raad sinds 2012 geld is verdampt voor leerlingen met een achterstand. 

Dat komt doordat het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking stijgt, waardoor er automatisch minder kinderen zijn met lager opgeleide ouders. Maar de problemen zijn daarmee niet verdwenen, benadrukken scholen. Vluchtelingenkinderen bijvoorbeeld hebben extra aandacht nodig, terwijl hun ouders niet per definitie weinig onderwijs hebben genoten. Juist Syrische ouders zijn vaak hoogopgeleid, waardoor scholen geen geld krijgen voor begeleiding. Vanuit de gemeente of de kinderbescherming zijn er wel potjes voor deze kinderen, maar dit geld is niet bedoeld voor het wegwerken van taalachterstanden. 

Klinkt logisch, toch?

Het ministerie van Onderwijs benadrukt dat er 15 miljoen euro extra komt voor kinderen met een achterstand en 170 miljoen voor de voorscholen. Die laatste zak met geld is bedoeld om achterstanden weg te werken nog voor kinderen 4 jaar worden, en gaat naar de gemeenten. 

De pijn zit hem volgens het ministerie vooral in het feit dat het geld door de nieuwe definitie van achterstandsleerling wordt herverdeeld. Sommige scholen zullen minder krijgen, andere meer. Maar de nieuwe verdeling zal meer recht doen aan het werkelijk aantal leerlingen met een achterstand, al is het maar omdat die nu gebaseerd is op gegevens uit 2009. 

Wie bekijkt hoeveel het ministerie de afgelopen jaren heeft uitgegeven aan kinderen met een onderwijsachterstand ziet: in 2012 ging er 410 miljoen euro naar scholen, in 2018 is dat 280 miljoen. Tel daar 15 miljoen bij op en er is 295 miljoen beschikbaar. 

Basisscholen krijgen dankzij PO in Actie toch al meer geld? Hoe zit dat ook alweer?

Klopt. Maar dat geld is bestemd voor leraren, niet voor leerlingen. Met stakingsacties in het hele land wisten leraren 270 miljoen af te dwingen om de salarissen in het primair onderwijs te verhogen en 430 miljoen voor maatregelen die de werkdruk verlagen. 

Dat is minder dan de 1,4 miljard die vakbonden en werkgevers eisen. De stakingen gaan dus nog even door. Gisteren werkten leraren in het midden van het land niet, volgende maand gaan in het zuiden de scholen dicht.

En waar praat de Tweede Kamer dan precies over vandaag ?

Meer geld zal er naar alle waarschijnlijkheid niet komen. De Kamer moet besluiten hoe het geld dat er wel is, straks verdeeld moet worden. Onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) heeft vijf mogelijkheden op tafel gelegd. Moet er bijvoorbeeld extra geld komen voor grote steden of juist niet? Krijgen scholen met een handjevol achterstandsleerlingen ook extra geld of moet dat naar scholen met een flinke groep leerlingen met een achterstand? En wat is dan een flinke groep? Tien procent van de leerlingen, vijftien, of twintig? 
Daar moet de Tweede Kamer zich over uitspreken. 

Lees ook:

Tot 2006 was er geld voor het bijspijkeren van allochtone kinderen. Maar de afgelopen tien jaar werd de etniciteit van de ouders geacht geen rol meer te spelen bij het succes van de kinderen op school. Dat verandert vanaf 2019 weer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden