Waarom april zo grimmig is

De Engelse zangeres PJ Harvey wijdde een complete cd aan de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog. Volgens Peter Sierksma treedt ze hiermee in de rijke Britse traditie van oorlogsdichters. En dan is er nog 'Het barre land' van T.S.Eliot.

'April is the cruellest month' dichtte T.S. Eliot in 1922, 'breeding/ Lilacs out of the dead land.' Of in de vertaling van Paul Claes: 'April is de grimmigste maand, hij wekt/seringen uit het dode land.'

Zelden heb ik een mooier en aangrijpender regel gehoord en gelezen dan dit begin van 'The Waste Land' ('Het barre land'). Maar begrijpen ho maar. Hoe ik er mijn best ook voor deed sinds ik het gedicht als student in Leiden opmerkte bij de geschiedeniscolleges over de Eerste Wereldoorlog en de dichters van het Interbellum - ik kreeg er geen vat op. Waarom was april de grimmigste of wreedste maand en niet mei, juni of juli, toen de Duitsers in 1917 voor het eerst mosterdgas gebruikten in de omgeving van het Belgische Ieper? En waarom niet september of oktober toen er bij Zonnebeke zo ongelofelijk gesneuveld werd? Behalve aan de oorlog heb ik bij het begin van 'The Waste Land' ook vaak aan Goede vrijdag gedacht. Vaak sterft Christus in april. En geen groter lijden dan Zijn collectief gememoreerde kruisdood. Maar ik kwam er niet mee weg. Want wordt Christus soms ook niet al in maart begraven?

Ik hoorde Eliot, maar doorgrondde hem niet. Maar sinds de verschijning van de cd 'Let England Shake' van de Engelse zangeres PJ Harvey vallen zijn woorden eindelijk op hun plaats. Op haar jongste plaat bezingt en beweent Harvey haar vader- en moederland in oorlogstijd. Onder de indruk van het nieuws en de ooggetuigenverslagen van de recente en huidige oorlogen in Bosnië, Irak en Afghanistan probeert Harvey het fenomeen oorlog te verbinden met de bijna natuurlijke en historische onvermijdelijkheid ervan. "Oorlog is er altijd en zal er altijd zijn", zo zei Harvey in een interview met The New Musical Express (te zien op YouTube).

Harvey's fascinatie gaat dan ook niet uit naar het politieke of strategische handelen zelf of welke schuldvraag dan ook, maar naar de grote dilemma's en existentiële vragen die iedere oorlog weer met zich mee brengt. Hoe verhoudt zich de wil om te vechten tot de morele opdracht van het brengen van vrede en het herstel van recht? Wat is de zin van vaderlandsliefde of trouw aan een land of een idee, een familie, een vriendschap of een geliefde? Hoe verhouden trots en schaamte en woede en verdriet zich tot elkaar?

Oorlog dus, als eeuwig terugkerend verschijnsel in de geschiedenis. Hoewel ze bij het schrijven van haar liederen op 'Let England Shake' vooral dacht aan oorlogsgeweld in Bosnië, Irak en Afghanistan, koos Harvey als decor het Turkse schiereiland Gallipoli. Hier liepen de Britse troepen eind april 1915 tegen een genadeloze nederlaag op. Bij ons is de slag relatief onbekend gebleven, maar in Engeland, Nieuw-Zeeland en Australië refereert Gallipoli nog altijd aan een van de grootste trauma's uit de moderne geschiedenis. Een litteken van de tijd, net als de slagvelden van Vlaanderen en Noord-Frankrijk uit de Eerste en de randen van de stranden van Normandië uit de Tweede Wereldoorlog.

Wat gebeurde er op Gallipoli? En wat maakt die plaats zo bijzonder? Onder leiding van de minister van Marine, Winston Churchill, hoopten de Engelsen in het voorjaar van 1915 samen met de geallieerde troepen uit Australïe en Nieuw-Zeeland (Anzac) via Gallipoli de Dardanellen en de zee van Marmara te kunnen beheersen. Het voert nu te ver op de hier uitgevochten slagen in te gaan, maar het komt er op neer dat alles wat er aan Engelse kant mis kon gaan ook daadwerkelijk mis ging. Nog voor de (ook wel als mislukte D-Day omschreven) invasie op 25 april schreef legerleider generaal Ian Hamilton in zijn dagboek in Egypte: "We zijn als matrozen die verdrinken in een zee van chaos, chaos op de kantoren, chaos op de schepen, chaos in de kampen, chaos op de kaden."

Eenmaal aan land werden de geallieerde soldaten vrijwel direct door de Turkse bondgenoten van Duitsland gedwongen zich in te graven. De loopgravenoorlog zou nog tot diep in de herfst duren. Zelfs de evacuatie verliep rampzalig, toen tientallen soldaten werden overvallen door hevige stortbuien die de loopgraven in rivieren deden veranderen. En alsof dat nog niet alles was, brak een strenge vorstperiode aan waardoor veel van de tot dan toe overlevende soldaten alsnog doodvroren. Toen in 1916 de balans werd opgemaakt bleek dat in Gallipoli meer dan 40.000 van de 400.000 geallieerde soldaten ter plekke gesneuveld waren.

In 'Let England Shake' dus geen modderig Vlaanderen of Noord-Frankrijk, maar het zonovergoten Gallipoli. En die keus heeft een extra vervreemdend effect. Het lijkt wel of het decor van zon en strand de verschrikkingen van de oorlog en de staat van verwarring en ontheemding die Harvey probeert op te roepen versterkt, zoals in de song 'All And Everyone': 'toen we verder trokken in de zon, alleen maar dood rondom.'

Niet eerder schreef Polly Jean Harvey over zo'n veelomvattend politiek historisch thema. Hoewel zij op haar vorige cd 'A Woman Walked By' (2008) al refereerde aan de maand april en het fenomeen van de oorlog, beperkte zij zich tot dan toe vooral tot het verkennen van de binnenwereld van de ziel: vertrouwen, lust, pijn en verlangen in het rijk van de (wan)hoop, het geloof en de liefde. Later kwamen daar de thema's dood en verlies nadrukkelijk bij. En nu dus het slagveld.

Hoewel Harvey, zo liet ze NME weten, altijd al geïnteresseerd was in het wereldnieuws, voelde ze zich nu pas rijp genoeg er ook over te schrijven: "Ik ben geen politicus, maar ik voel dat er een golf van onrust door de wereld gaat en dat gewone mensen en volken hun stem duidelijk willen laten horen."

Die stem is ook haar stem. Een stem, een taal van verlies en verdriet en soms verval ('And what is the glorious fruit of our land? Its fruit is deformed children'). Van bloed en verscheurdheid, maar ook van vriendschap en hoop. Het is een taal vol vragen en losse eindjes, noem het een soort vertaalde onderstroom van sentimenten waarvan de burger tijdens een oorlog ontheemd en in verwarring raakt:

In the fields and in the forests,

under the moon and under the sun

another summer has passed,

and not one man has appeared,

not one woman has revealed

the secrets of this world.

(In The Dark Places)

Je zou 'Let England Shake' een protestplaat kunnen noemen. Neem bijvoorbeeld het door Eddy Cochran's 'Summertime Blues' beroemd geworden zinnetje 'I'm gonna take my problem to the United Nations' dat als sample in het nummer 'The Words That Maketh murder' een wrange bijsmaak krijgt: 'I have seen and done things I want to forget; soldiers fell like lumps of meat, blown and shot out beyond belief'.

Maar ondanks dat zijn Harvey's liederen moeilijk te vergelijken met de bekende en vaak ook eendimensionale protestsongs tegen Nixon, Johnson of Vietnam uit de jaren zestig en zeventig van Donovan, Boudewijn de Groot en zelfs Bob Dylan of the Doors (hoewel de laatsten de gekte van de oorlog waarschijnlijk toch het dichtst benaderd hebben). Harvey is veel weemoediger.

Nee, als er al een voorloper van 'Let Eng land Shake' bestaat dan is dat 'Arthur, Or The Rise And Fall Of The British Empire' van The Kinks uit de zomer van 1969. Ook op 'Arthur' gaat het over het verval van Engeland als natie en het verdriet om dode zonen in The Great War . En ook hier voel je behalve kritiek verschrikkelijke weemoed. Maar tijd en toon zijn anders. Zijn de teksten en de melodieën van Ray Davies sterk geworteld in de rijke traditie van cabaret en vaudeville, bij PJ Harvey is alle franje verdwenen en iedere lach verstomd. Bij Harvey's minimale, door oude folk (uit Engeland maar ook Rusland, Koerdistan, 'Perzië' en Afghanistan) beïnvloede muziek zijn de heldere en open popklanken van de Kinks veranderd in het omfloerste geluid van een sobere, ondersteunende begeleiding door hoofdzakelijk akoestische instrumenten zoals xylofoon, gitaar en (kleine) harp. Alleen orgel en mellotron lijken elektrisch aangedreven. En dan is er nog haar ijle stemgeluid.

The West's asleep. Let England shake,

weighted down with silent dead.

I fear our blood won't rise again.

Het lijkt soms wel of de muziek er zelfs nauwelijks nog toe doet. Alles is teruggebracht tot de kern, tot de essentie van de taal. Twee jaar lang raakte ze geen instrument aan, vertelde ze in Oor. "Om deze muziek te schrijven moesten de teksten heel krachtig zijn. Dus besteedde ik al mijn tijd en aandacht om ze te laten 'werken' op papier, als poëzie, voor ik ze begon om te vormen tot songs."

De liefde, de dood en de poëzie, die drie. Door haar werkwijze treedt PJ Harvey nog meer in de voetsporen van haar vorig jaar december overleden inspirator Captain Beefheart, Leonard Cohen, Bob Dylan, Patti Smith en niet te vergeten haar oude liefde Nick Cave bij wie de poëzie ook nooit ver weg is.

Harvey's fascinatie voor de oorlog en haar liefde voor de poëzie klonk zoals gezegd ook al door in oudere songs. In 'The Soldier' droomt de zangeres soldaat te zijn, een verschrikkelijke nachtmerrie. De soldaat loopt over de gezichten van dode vrouwen en wordt achtervolgd door iedereen die hij ooit achterliet. Hij overschrijdt de 39ste breedtegraad en loopt dan bij wijze van spreken zo een zin van W.H. Auden binnen: 'It's the year when some poet said/ we must love, or accept the consequences...' Harvey verwijst ermee naar het gedicht '1 September 1939' waarin Auden (1907-1973) op de agressie van Hitler slechts dit antwoord heeft: 'We must love another or die.'

Het zinnetje werkt op 'Let England Shake' door. Een andere keus is er ook niet bij al die moeders, jonge weduwen en weggeblazen mannen. Auden had Harvey er misschien toe kunnen verleiden de Tweede Wereldoorlog als decor te kiezen. Maar dat deed ze niet. Ze had er ook een goede reden voor. Op school leerde de jonge Polly, zoals iedereen in Engeland, al vroeg de zogenaamde 'War Poets' kennen. Robert Graves, Siegfried Sassoon en de op het slagveld gestorven Rupert Brooke, Julian Grenfell en Wilfred Owen behoren tot de canon van de literatuur die iedere Brit kent. Ziet of hoort hij 'The naked earth is warm with spring... and life is colour and warmth and light... and he is dead who will not fight...' , dan herkent hij 'Into the Battle' (Grenfell) en leest hij iets over een oor of een hand of een ander lichaamsdeel dat zomaar in de takken tussen de kersen hangt plus het gedempte geluid van vogels, dan denkt hij aan ene Robert Nichols, aan wie Robert Graves een gelijknamig gedicht opdroeg. En nu zal hij vergelijkbare flarden herkennen bij Harvey.

Geen oorlog zo genadeloos vertrouwd: openbaart de dood bij Harvey zich in 'All And Everyone' tijdens het rollen van een shagje, het lachen om een mop en het drinken van water; in 'On Battleship Hill' is het de geur van tijm die door de wind wordt meegevoerd 'over de als gebroken tanden in een rottende mond uitstekende bergtoppen.'

Het zijn sterke beelden, opgerakeld uit dat collectieve bewustzijn van Engeland en onlosmakelijk verbonden met de grote poëzie die het land heeft voortgebracht:

Hier is geen water maar enkel rots

Rots en geen water en de zandweg

De weg die hoog door het gebergte kronkelt

Een rotsgebergte waar geen water is

Was er water we stonden stil om te drinken

Tussen de rotsen kan je niet stilstaan of denken

Zweet droogt op en voeten staan in het zand

Was er maar water tussen de rotsen

Dode bergmond met rot gebit die niet kan spuwen...

En zo kom ik terug bij de zinnen waar ik dit artikel mee begon. Net als het beeld van die grillige en grimmige maand, die ook nu weer net begonnen is, is dat van die bergrug als een stel rotte tanden ook uit 'Het Barre Land' van T.S. Eliot afkomstig. Via hem moet ze ook bij haar keuze voor Gallipoli als metafoor gekomen.

Zo ligt Gallipoli niet alleen bij de ingang van de Zee van Marmara, ze grenst ook aan de monding van de oude Helles pont, niet ver voor de kust van het oude Troje. Een notie die je ook steeds bij Eliot terugvindt, bijvoorbeeld in zijn 'Four Quartets'.

Anders dan de genoemde Oorlogsdichters, die vaak nog in een romantische traditie stonden en als ooggetuige opvielen door hun primaire stem, bekeek Eliot, net als Auden overigens, de wereld met zijn experimentele en metafysische benadering van de poëzie meer van een afstand. Hoe actueel de beelden die tijdens het schrijven in de dichter opkwamen ook waren, nooit kon je ze los zien van de autonome (en mythologische) zeggingskracht van de taal zelf.

Die afstand en het ontbreken van al te persoonlijke sentimenten gaf Eliot de mogelijkheid zijn barre tijding der tijden in een breder historisch perspectief te zetten. En het lijkt dat PJ Harvey hem daarin op 'Let England Shake' tracht na te volgen. In een interview benadrukte ze onlangs dat haar songs niets over haarzelf zeggen en dat zij steeds opnieuw rollen en personages bedenkt die haar de kans geven een thema vanuit verschillende perspectieven te beschouwen. Het sluit aan bij een opmerking die ze ruim tien jaar geleden tegen Hans Nauta in deze krant maakte: "Wanhoop schrijft geen goede muziek", zei ze. "Inspiratie, daarin geloof ik heilig. Songs maken is geen therapie: je werkt niet aan je verleden, maar ontdekt iets nieuws."

Nog een keer terug naar ons beroemde begin. Lees je 'April is the cruellest month, breeding/ Lilacs out of the dead land' dan komt 25 april 1915, de dag van de mislukte invasie van Gallipoli, wel erg dichtbij en begrijp je waarom Harvey tijdens het schrijven van haar libretto meer aan die seringen heeft gedacht dan aan de tot symbool geworden klaprozen van zijn Canadese collega John McCrae 'In Flanders Fields the Poppys blow/ between the crosses, row on row.'

Er is nog iets. De connectie met T.S. Eliot lijkt behalve dichterlijk ook geografisch bepaald. PJ Harvey werd geboren vlakbij East Coker, de plaats waar T.S. Eliot zijn laatste rustplaats vond en waar hij ook het tweede van zijn 'Four Quartets' naar genoemd heeft. Slechts een paar mijl scheidt dus Polly's wieg van Thomas' graf, dat wil zeggen de urn waarin zijn as bewaard is. En gezien haar opvoeding en interesse kan het niet anders of zij heeft al vroeg die bewuste kerk en haar kapel bezocht.

In 'The Last Living Rose' beschrijft Harvey het verlangen van een wanhopige soldaat om van het godvergeten Europa terug te mogen keren naar Engeland 'waar de mist al eeuwenlang de bergen en kerkhoven bedekt en de Theems glinstert als goud':

Let me watch night fall on the river,

the moon rise up and turn to silver,

the sky move,

the ocean shimmer,

the hedge shake,

the last living rose quiver.

Het landschap als pleister op de wonde: hoop versus wanhoop. Meer nog dan naar de rollen die zij graag speelt (oorlogscorrespondent, weduwe, soldaat) zoekt Harvey uiteindelijk naar een 'gevoeligheid' in de omgang met de taal zelf. Een gevoeligheid zoals Eliot die zocht op een manier die hem de kans gaf zo zuiver mogelijk te kijken naar de (turbulente) wereld om zich heen door daarin de valse, te makkelijk voor de hand liggende emotie van de echte, diepere onderliggende, te onderscheiden.

Voor Eliot was de overwinning van Engeland in de Eerste Wereldoorlog dan ook geen overwinning maar een nederlaag. Een nederlaag van de Europese beschaving, te vergelijken met de Griekse ondergang in de Peloponnesische oorlog eerder. Die gevoeligheid heeft PJ Harvey begrepen. Het is haar gelukt het verdriet van Engeland in oorlogstijd vanaf 'The Glorious Revolution' tot Irak en Afghanistan te vangen in een vorm die nog het meeste op gestolde wanhoop lijkt. Ter nagedachtenis aan hen, die lijken op die beste vriend, die altijd, zoals in het prachtige slotlied 'The Colour Of The Earth', Louis zal blijven heten en nooit meer van zijn verre heuvel af zal dalen:

He's still up on that hill. [..]

Nothing more than a pile of bones,

but I think of him still.

Peter Sierksma is historicus en publicist. PJ Harvey treedt op 30 en 31 mei op in Paradiso, Amsterdam. 'Let England Shake' verscheen bij Vagrant Records.

Polly Jean Harvey
De ouders van Polly Jean Harvey (1969 Corscombe, Zuid-Engeland) waren hippe en liberale muziekliefhebbers, en zo kreeg Polly de oude blues en de jazz, de folk van Bob Dylan en de psychedelica van Pink Floyd met de paplepel ingegoten. Dankzij de met haar ouders bevriende muzikant Ian Stewart (ooit wel het zesde lid van de Rolling Stones genoemd) kreeg zij ook al vroeg muziekles. Eerst sax, daarna gitaar. Eind jaren tachtig leerde Polly in een muziekclub in Sherborne John Parish kennen (met wie ze nu nog haar platen maakt). Daarna trok Harvey naar Londen. Onstuimig op zoek naar harmonie en liefde ontmoette ze het tegendeel en trok ze alle registers open. Ze werd vergeleken met sirenes als Björk en Tori Amos en zelfs met Madonna, maar vooral die laatste vergelijking gaat mank. Speelde Madonna met het imago van de moderne, zelfverzekerde vrouw, Polly toonde de binnenkant van de vrouwelijke ziel: soms stoer, dan weer kwetsbaar in haar verdriet en wanhoop om de onvolmaaktheid van het bestaan. Het mondde uit in haar tot nu toe nog altijd succesvolste, religieus geladen cd 'To Bring You My Love' (1995). Met name in het hartverscheurende 'The Dancer' druipt de ellende er van af, al wilde Polly zich ondanks haar heftig vertolkte emoties ook toen al niet opstellen als de gekwelde artiest. En dat om het eenvoudige feit "dat iemand die het moeilijk heeft vaak het vermogen verliest zich open te stellen voor de buitenwereld."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden