Waarom Amerika zo gespleten is

De VS zijn gepolariseerd. Republikeinen wantrouwen de overheid, president Obama vecht terug om nog iets van zijn plannen waar te maken. Van zijn belofte om tegenstellingen te overbruggen komt niets terecht.

Een verloren decennium. Zo kenschetst Eugene Joseph Dionne de afgelopen tien jaar Amerikaanse politiek. "Politici hebben er natuurlijk een handje van om elke verkiezing 'historisch' te noemen, maar ik denk dat ze dit keer níet liegen als ze dat zeggen." Hij lacht erbij, ondanks zijn ernstige boodschap. "Op deze manier kunnen we niet doorgaan."

Al zo'n twintig jaar peilt E.J. Dionne (60) in zijn column in The Washington Post de politieke staat van de Amerikaanse natie. Niet alleen door die columns verwierf hij gezag, ook zijn boeken droegen daaraan bij, vooral de bestseller 'Why Americans Hate Politics' (1991). Nu is een nieuw boek van hem verschenen - volgens Bill Clinton misschien wel zijn beste in twintig jaar.

In 'Our Divided Political Heart' analyseert Dionne de huidige politieke polarisatie. Die dreigt, zo meent hij, de Amerikaanse samenleving onbestuurbaar te maken. Met veel kennis van de geschiedenis legt hij de dieperliggende dimensies van de tweedracht bloot. De kern van zijn betoog is simpel: de Amerikaanse samenleving werd vanaf haar oprichting bepaald door twee krachtige impulsen: vrijheidsliefde en gemeenschapszin. Al vanaf het begin botsten die met elkaar en moest er een balans worden gevonden.

Sinds de Tweede Wereldoorlog was er volgens Dionne een 'lange consensus', waarin persoonlijke vrijheid en gemeenschappelijke doelen elkaar min of meer in evenwicht hielden. Die balans is nu compleet verdwenen. "Het oude sociale contract, gebaseerd op gedeelde welvaart, is verscheurd", stelt hij in zijn boek. Dat heeft alles te maken met de opkomst van een nieuw soort individualisme, dat volgens Dionne in zijn radicaliteit ongekend en zelfs on-Amerikaans is. Het vindt politieke vertaling in het op de schrijfster Ayn Rand geënte libertarisme van de Tea Party, op de rechtervleugel van de Republikeinse partij.

Toen Obama aan de macht kwam, was dat met de belofte dat hij de tegenstellingen waar u het over heeft zou overbruggen.
"Ik heb Obama's beloften in 2008 altijd tegenstrijdig gevonden. Aan de ene kant zei hij: ik wil voorbij de partijpolitiek, en iedereen weer samenbrengen. Aan de andere kant beloofde hij verandering. Maar je kunt geen echte verandering bereiken zonder politieke strijd. Het was naïef om te denken dat de Republikeinen zonder morren met zijn beleid zouden instemmen. De felheid van hun oppositie was misschien onverwacht, maar niet dat die weerstand er zou komen. Halverwege Obama's eerste termijn zag je dat hij zijn koers bijstelde - hij realiseerde zich dat hij de confrontatie moest aangaan."

Daarmee heeft hij wel wat bereikt, zoals een verplichte ziektekostenverzekering.
"Jazeker. Maar zelden was het land zo verdeeld als nu. We moeten onze balans weer zien te vinden."

Gedetailleerd laat Dionne in zijn boek zien dat de strijd om de ziel van Amerika niet alleen vanuit de loopgraven op Capitol Hill wordt uitgevochten, met een spervuur aan filibusters en veto's, maar ook op het terrein van de geschiedschrijving. Alleen de naam 'Tea Party' is natuurlijk al historisch beladen - alsof de huidige overheid in Washington te vergelijken is met de Engelse koning tegen wie de kolonisten in Boston eind achttiende eeuw in opstand kwamen door een lading thee te vernielen. Ideologen uit beide kampen selecteren uit het verleden de hun welgevallige elementen. Maar het zijn volgens Dionne toch vooral de libertariërs die de geschiedenis naar hun hand zetten.

Hun grofste geschut is de Constitutie, de Amerikaanse grondwet. Alle voorstellen voor overheidsbemoeienis schieten Tea Party-aanhangers met een verwijzing naar dat sacrale document aan gruzelementen. De grondwet zou de deelstaten op de eerste plaats zetten, en niet de federale overheid in Washington. Dionne: "Dat klopt dus gewoon niet." Hij citeert de aanhef van de grondwet en zegt: "Er staat niet: 'We the states', maar: 'We the people'. Er was een besef dat we één volk waren, een som die meer was dan haar delen. Ook leefde het besef dat we een sterk centraal gezag nodig hadden".

Meer nog ergert Dionne zich aan de ondeugdelijke manier waarop de geschiedenis in het debat wordt ingezet.

"Dit soort conservatieven lijdt aan 'originalism': ze verlenen de constitutie - in haar oorspronkelijke versie, dus zonder de latere amendementen - een onaantastbare status. Zoiets als de Bijbel die voor fundamentalistische christenen heeft: onwrikbaar, met een betekenis die ondubbelzinnig is en voor eeuwig vastligt. En die komt natuurlijk naadloos overeen met wat zij erin lezen."

Dat is gevaarlijk, zegt Dionne, want daardoor miskennen Tea Party'ers de progressie in het Amerikaanse zelfverstaan. "Voor hen is de Gilded Age net na de Burgeroorlog in de negentiende eeuw het ideaal: een zwakke overheid, ongereguleerde markten, zwakke bonden. Maar dat is maar één periode geweest in onze geschiedenis. De New Deal van Franklin Delano Roosevelt, die de federale overheid sterker en groter maakte om de crisis in de jaren dertig de baas te worden, is óók deel van onze geschiedenis. Net als de Civil Rights Acts in de jaren zestig. Dat zijn geen aberraties, maar aanvullingen." Volgens Dionne waren de Founding Fathers, de oprichters van de VS die de grondwet schreven, ook maar mensen. "Veel moest na hen nog tot klaarheid komen. Die latere ontwikkelingen zijn wezenlijk voor onze identiteit."

Obama kiest duidelijk een kant in deze strijd. Hij is liberaal, vóór legalisering van abortus. En als eerste president uit de geschiedenis sprak hij zich uit voor het homohuwelijk.
"Dat klopt. Met die laatste keuze schaart Obama zich volgens mij wel aan de zijde van de toekomst. Een overweldigende meerderheid van de jongeren is voor het homohuwelijk. Zelfs onder jonge evangelicalen zie je een opmerkelijke verschuiving. Als het gaat om abortus blijven ze even conservatief als hun ouders, maar over homorechten zijn ze echt anders gaan denken. Vijf jaar geleden had Obama dit nog niet kunnen doen, nu doet hij volgens mij iets heel slims.

Je ziet trouwens ook dat de Democraten de traditionele thema's van rechts terugclaimen. Tijdens de nationale conventies vorige maand spraken de Democraten veel meer dan de Republikeinen over het belang van de familie - een echt biblebeltonderwerp. 'De Amerikaanse droom', zei de Democraat Julian Castro, burgemeester van San Antonio, 'is geen sprint, maar een estafetteloop.' Dat vond ik intrigerend."

Ook religielijken de Democraten te hebben herontdekt. Op die Democratische conventie sprak zuster Simone Campbell. Zij is een van de progressieve katholieke 'nuns on the bus', de nonnen die het afgelopen jaar met een bus door Amerika toerden om te protesteren tegen de Amerikaanse bisschoppen, die de teugels aanhalen. De nonnen komen op voor vrouwenrechten, homorechten en sociale rechtvaardigheid.

Dat de Democraten Campbell een podium boden, past in hun poging religie terug te winnen. Ze leggen zich niet langer neer bij het monopolie dat de Republikeinen er lange tijd op leken te hebben, aldus Dionne, die zelf katholiek is.

Het is een thema waar hij uitgebreid bij stilstond in zijn boek 'Souled Out' uit 2008. Daarin beschrijft Dionne de opkomst van religieus rechts en hoe dat een pact aanging met het radicale individualisme van de conservatieve vleugel in de Republikeinse partij.

Gealarmeerd door de progressieve politiek van de jaren zestig en de liberale theologie van de social gospel, maakten veel protestantse christenen een ruk naar rechts. Televisiedominees als Jerry Falwell en Pat Robertson mobiliseerden hen in organisaties als Moral Majority en Focus on the Family. Evangelicaal Amerika werd opeens interessant als electoraal blok. De Republikeinse partij was er in de Reagan-jaren als de kippen bij om dat aan zich te binden. Met succes.

Tegelijkertijd kreeg een radicale vorm van vrijemarktdenken de Republikeinse partij in haar greep. Zo raakten moreel conservatisme en economisch libertarisme met elkaar verstrengeld, aldus Dionne. Zozeer zelfs dat het tegenwoordig haast vanzelfsprekend lijkt dat je als evangelicaal niet alleen Republikeins stemt, maar ook een ongereguleerde markt voorstaat en in de overheid de grote vijand ziet. 'Teavangelicals' noemt CBN-journalist David Brody deze kiezers, in een boek dat dit jaar uitkwam.

In 'Souled out' schreef u dat er een einde kwam aan dat pact: "Voor meer dan een kwart eeuw is religie gebruikt en, naar ik geloof, misbruikt, door politiek rechts. Veel mensen, ook religieuze mensen, hebben daar schoon genoeg van. Het tijdperk van religieus rechts is voorbij."
"Eerlijk gezegd heeft de taaiheid waarmee religieus rechts binnen de Republikeinse partij een machtsblok blijft me verrast. Ik was te optimistisch. Al blijf ik bij de strekking van mijn boek: ik zie een voorzichtige kentering. Progressieve christenen laten weer meer van zich horen in het publieke debat. Zij gruwden aan het begin zo van de opkomst van religieus rechts dat zij bijna als secularisten klonken in hun nadruk op de scheiding tussen kerk en staat. Nu roeren zij zich weer.

Maar ook binnen de evangelische zuil zie je een verschuiving. Jonge evangelicalen, vertegenwoordigd door mensen als Jim Wallis en Rick Warren, zijn de blikvernauwing op kwesties als abortus zat. Klimaatverandering, sociale ongelijkheid, economisch onrecht, dat zijn thema's die zij belangrijk vinden. Het is een minderheid, maar toch. Zij herontdekken daarmee ook hun eigen geschiedenis. Want hoewel de evangelische theologie individualisme in de hand werkt - door de grote nadruk op persoonlijke beleving en bekering - is dat niet het hele verhaal. Evangelicalen stonden voorop in de strijd tegen slavernij."

Maakt het veel uit wie er gekozen wordt als president? Worden na de verkiezingen de loopgraven niet gewoon weer ingenomen?
"Ik ben niet pessimistisch. Als Obama wint, wat denk ik gaat gebeuren, dan zal dat tot een intern debat leiden in het Republikeinse kamp over de vraag of het radicalisme van de Tea Party hun zaak wel zo goed doet. Mogelijk schuiven ze dan op naar het midden. Ook om een andere reden ben ik optimistisch. De coalitie van Obama is een coalitie van de toekomst: de jongere Amerikanen, de latino's, de Afro-Amerikanen. De rechtervleugel van de Republikeinse partij bestaat vooral uit oudere, blanke protestanten uit het Zuiden. De Teavangelicals houden het op de langere termijn niet vol, simpelweg omdat ze vergrijzen. Zoals Lindsey Graham, Republikeins senator van South-Carolina, het laatst zei: 'We're not generating enough angry white guys to stay in business.'"

U stemt op Obama, als ik dat zo hoor.
"Inderdaad."

Wat als Romney wint?
"Dat wordt een experiment met een soort politiek dat we nog niet gezien hebben en die ons geen goed zal doen.

Mensen beseffen dat heel goed, en daarom is het Romney niet gelukt van deze verkiezingen simpelweg een referendum over de staat van de economie te maken. Economische kwesties spelen natuurlijk een centrale rol in deze verkiezingen, maar zullen niet de doorslag geven.

Deze verkiezingen gaan over wie wij willen zijn als land."

Wie is E.J. Dionne?
Journalist en politiek commentator E. J. Dionne Jr. (1952) woont in Bethesda, Maryland. Hij studeerde sociologie aan Harvard en in Oxford en begon zijn carrière in 1975 bij The New York Times. Hij deed verslag van Amerikaanse politiek en werd later correspondent in Parijs en Rome.

In 1990 stapte hij over naar The Washington Post, waar hij sinds 1993 twee keer per week een column schrijft, die overgenomen wordt door 140 andere media. Ook verschijnt hij wekelijks op de NPR, de nationale radio, en regelmatig op de nationale televisiezenders MSNBC en NBC.

Dat is nog niet alles. Naast zijn werk als columnist is hij senior fellow in Governance Studies aan het Brookings Institute, een prestigieuze politieke denktank, en universiteitshoogleraar Foundations of Democracy and Culture aan Georgetown University in Washington, D.C.

De katholieke Dionne, die zichzelf progressief noemt, publiceerde in 1991 zijn eerste en tevens bekendste boek, 'Why Americans Hate Politics'. Daarin probeert hij te verklaren waarom volgens hem het vertrouwen van veel Amerikanen in hun eigen democratie is verdwenen. Dat valt zowel de 'liberalen' als de 'conservatieven' te verwijten, betoogt hij: terwijl het Amerikaanse volk verlangt naar een nieuwe consensus, dwingen de dominante ideologieën hun in een wig: het volk wordt voor valse keuzes gesteld die de echte, fundamentele kwesties onaangeroerd laten.

Andere boeken van hem zijn: 'They Only Look Dead: Why Progressives Will Dominate the Next Political Era' uit 1996 en 'Stand up Fight Back: Republican Toughs, Democratic Wimps, and the Politics of Revenge' uit 2004.

In 'Souled Out: Reclaiming Faith and Politics After the Religious Right', dat in 2008 verscheen, bespreekt hij de opkomst van religieus rechts. En in mei van dit jaar verscheen zijn nieuwste boek: 'Our Divided Political Heart: The Battle for the American Idea in an Age of Discontent'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden