Waarom altijd dat dedain?

Marieke van der Pol schreef het scenario van ’Alles stroomt’, dat onlangs de Publieksprijs won van het Nederlands Filmfestival.

De speelfilm ’Alles stroomt’ gaat over een moeder en een zoon in het jaar na zijn eindexamen. De moeder, weduwe, wordt voor het eerst sinds jaren weer verliefd, op een gescheiden binnenschipper. De zoon gaat het huis uit, op kamers in een kraakpand. Vervreemding dreigt. Hoe laat je elkaar los en ga je toch ook weer samen verder?

Het geslaagde, heldere ’Alles stroomt’ werd genegeerd door de Gouden Kalveren-jury vorige week, maar won wel de publieksprijs in Utrecht. Het scenario werd geschreven door Marieke van der Pol die daarbij nauw samenwerkte met debuterend regisseur Danyael Sugawara. Het tweetal was blij verrast met de prijs.

„Een film zonder oorlog, dood, of andere heftigheid, die dan alle andere films in de publieksenquête voorbijgaat”, reageert Van der Pol enthousiast, twee dagen na ontvangst van het Kalf. „Het was toch een risicovolle film, zo’n kleine film waarin amper wat gebeurt. Maar hij heeft, op één dag na, het hele festival op nummer een gestaan. Een groot succes.”

Hoe kwam je bij deze film terecht?

„Danyael mocht meedoen aan een project voor jonge filmmakers van de VPRO (De Oversteek) en gaf daar te kennen dat hij het liefst met mij zou werken. Hij was erg onder de indruk geweest van ’De Tweeling’. Ik was zelf wat terughoudend. Het leeftijdsverschil tussen ons is zo groot. Hoe zouden wij nu samen een persoonlijke film kunnen maken? Maar toen kwam Danyael met het idee voor een film over wat er met zijn moeder en hem gebeurde toen hij het huis uit ging. Dat was een verhaal waar we ieder onze eigen ingang toe hebben. Ik in de ervaring met het uit huis gaan van mijn dochter, hij in de ervaringen met zijn moeder. Pratend aan de werktafel hebben we toen verhaal en scènes verder ontwikkeld. Het werd een beetje een moeder en zoon relatie tussen ons ook. (lacht) Het moest altijd bij mij omdat er bij hem te veel rommel was. Ik zorgde dat hij goed at en zo.”

De film gaat over een moeder en een zoon die veel voor elkaar verzwijgen. Hadden het ook een moeder en dochter kunnen zijn?

„Dat denk ik wel. Veel van de scènes heb ik letterlijk zo meegemaakt met mijn dochter. Maar het verrassende van deze film is dat hoewel het een heel persoonlijke film is, gebaseerd op onze eigen ervaringen, het zo’n universeel herkenbaar verhaal blijkt te zijn. Zo liet Danyael het script aan zijn moeder lezen en die was er vast van overtuigd dat de moeder helemaal op haar gebaseerd was. Maar we hebben de film ook aan studenten van de filmacademie laten zien en toen kwamen er ook veel verhalen los. Veel van hen deelden de ervaring dat ze in het eerste jaar op kamers verpletterend eenzaam waren maar dat niet tegen hun ouders konden of wilden vertellen.”

Dachten jullie direct aan Anneke Blok voor de moeder?

„Wel snel, ja. Het moest een vrouw zijn die stads was maar die je je ook op een schip voor kan stellen. Anneke Blok heeft dat allebei in zich. Met een te stadse actrice gaat dat schip meteen wringen, dan wordt het een heel ander verhaal.”

Bij de Kalf-uitreiking riep je op tot meer steun voor films als deze waarin regisseur en scenarist intensief samenwerken. Is die steun er nu niet?

„Er is een tendens ten faveure van de auteursfilm op dit moment, zoals je ook zag in het ’Dutch Angle’ label dat op het filmfestival werd gelanceerd. Die steun krijgt binnen de filmwereld wat dogmatische, calvinistische trekjes, vind ik. Er is een scheiding der geesten, alsof alleen de auteursfilm (waarbij de regisseur ook het scenario ontwikkelt) de moeite waard is. Alsof een intensieve samenwerking tussen regisseur en scenarist niet ook een persoonlijke film kan opleveren. Je zag het ook aan de keuze van de Kalveren-jury dit jaar. De kalveren gingen naar auteursfilms. De grote publieksfilms van dit jaar (Bride Flight, De Storm, Wit Licht) werden genegeerd door de jury.”

Is dat niet een kwestie van smaak ?

„Maar het dedain tegenover de publieksfilm reikt verder dan deze jury. Je proeft het ook onder de nieuwe jonge filmmakers. Of in recensies. Men spreekt over dichtgetimmerde scenario’s. Wat bedoelen ze daar precies mee? Wat is er tegen? Het zijn tendentieuze, loze kreten. Aan publieksfilms als ’Bride Flight’ en ’De Storm’ wordt ook heel bevlogen gewerkt, met heel veel geloof in het verhaal. Het is niet dat die makers denken nu gaan we het publiek eens lekker manipuleren.”

Heeft de commerciële publieksfilm de steun van het Filmfonds dan nodig?

„Jazeker wel. Nederland heeft geen filmindustrie. Je hebt het Filmfonds, het COBO-fonds en al die andere fondsen nodig om een film van de grond te krijgen. In dit kleine filmlandje zou er daarom ook ruimte moeten zijn voor beide stromingen. De publieksfilm is nodig om het publiek naar de bioscoop te krijgen voor Nederlandse films. Dat lukt eindelijk weer. Om mij heen proef ik nu de huiver dat met de wisseling van de wacht bij het Filmfonds alle steun richting de artistieke film zal gaan, en dat het Nederlandse publiek weer af zal haken. Maar de publieksfilm heeft aan de andere kant ook de artistieke film nodig om nieuwe vertelvormen uit te vinden. Ik zou willen dat er wat meer loyaliteit richting elkaar bestond, dat men elkaar wat meer de ruimte zou gunnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden