Waarlijk in Walhalla met Hartmut Haenchen

Deze week wijlde ik waarlijk in Walhalla. Voor ingevoerden zal deze eerste zin vol stafrijm en germanismen al een indicatie zijn waar deze column over gaat. Inderdaad: Richard Wagner. In het licht van dit - volgens velen vermoeiende - stafrijm, is het nog een geluk dat de componist door zijn vader niet Wilhelm of Walter genoemd werd. Zijn kleinzonen Wieland en Wolfgang hadden dat geluk niet. En de ouders Haenchen vonden de naam Hartmut voor hun zoon ook wel lekker bekken. Over hem gaat deze column ook.

Laat ik dat Walhalla eerst maar even uitleggen. In 'Der Ring des Nibelungen' van Wagner is Walhalla de naam voor de burcht die oppergod Wotan door de reuzen Fasolt en Fafner voor hemzelf en zijn medegoden heeft laten bouwen. Een machtig bouwwerk zoals Wagner duidelijk muzikaal aangeeft in het majestueuze Walhalla-leidmotief. Walhalla, dat associeer je ook meteen met iets hoogs - boven op een berg, of ergens tussen de wolken.

Welnu, dat gevoel had ik donderdag, toen ik mij bevond in de toneeltoren van het Muziektheater. Een plek waar ik normaliter niet kom. Maar voor de vier opera's van 'Der Ring des Nibelungen' werden in de gigantische en imponerende decors van George Tsypin adventure seats gecreëerd. Stoelen voor liefhebbers die graag met hun neus bovenop het gebeuren zitten. Plekken die er tevens voor zorgen dat Wagners epische verhaal zich daadwerkelijk midden tussen de toeschouwers afspeelt.

Donderdag zat ik daar dus voor 'Götterdämmerung' en ik zag van boven hoe Brünnhilde - de fantastische Catherine Foster - door het vuurrood vuur 'verteerd' werd, hoe de toneelvloer zich opende, hoe Wotans speer zich als laatste krampachtige oprisping door de wand vlak tegenover mij boorde, en hoe het hele theater zich in rood licht hulde. De ontroering bleef ook nu - op die atypische plek - niet uit. Vele malen al zag ik Pierre Audi's magistrale realisatie van dit einde, maar nog altijd grijpt het aan.

Wat vooral ook ontroerde, was de aanblik van Hartmut Haenchen. Dit jaar werd hij 70, deze weken verschenen twee boeken van zijn hand, en nog steeds heeft hij het ware Wagnervuur, zoals weinig anderen. Vanuit dat plekje boven de bühne kon je zijn verrichtingen goed volgen.

De avontuurlijkste adventure seat is natuurlijk voor Haenchen zelf, ook al viel me op dat er op de bok niet eens een kruk staat waarop hij even kan rusten. Onvermoeibaar staat hij daar, en hij is er vanaf het begin bij geweest. Haenchen is een avontuur aangegaan en heeft niet versaagd. Als straks op 14 februari de slotnoten van deze 'Ring' voor het allerlaatst verklinken, dan heeft Haenchen hier alles bij elkaar ruim honderd keer in de bak gestaan om deze 'Ring' in onderdelen of als cyclus te dirigeren. Bij zoveel volledige toewijding past geen kruk op de bok, maar een heuse gouden troon. Met bijpassend muzikaal leidmotief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden