Waarin Groot-Nederland klein kan zijn

De senatoren Jurgens (PvdA), Terlouw (D66) en Postma (CDA) braken deze week een lans voor inniger banden tussen Nederland en Vlaanderen. Ze waren de eersten niet, maar de suggesties in die richting hebben tot nu toe weinig zoden aan de dijk gezet. In Nederland heerst vooral onverschilligheid ten aanzien van Vlaanderen. Alleen koestert extreem-rechts de Groot-Nederlandse gedachte. In Vlaanderen is de belangstelling voor de cultuurgenoten groter en rijker geschakeerd. Maar aan een huwelijk moet ook Vlaanderen niet denken.

'Een federatie van Nederland en Vlaanderen is voorbijgestreefd'', zegt Wilfried Vandaele. De algemeen secretaris van de commissie die waakt over de uitvoering van het cultureel verdrag Vlaanderen-Nederland maakt zich geen illusies. ,,Er is hiervoor geen enkel draagvlak in Vlaanderen. Daar moet je dan ook geen tijd aan spenderen.''

De tijden zijn veranderd. Vlaanderen is zelfbewuster geworden. Het credo van de vorige rooms-rode regeringscoalitie - 'Wat we zelf doen, doen we beter' - is ingeburgerd. De bevolking voelt dat volgens Vandaele ook zo aan. Hij bespeurt zelfs een afkeer tegen Nederland en Nederlanders. ,,Vroeger was dat wel anders. Belgen keken op naar het noorden en alles wat daar gebeurde'', zegt hij. Omgekeerd is volgens Vandaele de weerstand van Nederlanders tegenover Vlaanderen afgenomen, ook op beleidsniveau.

Toch ligt samenwerking voor de hand. Dezelfde taal, allebei economisch sterk. Vlaanderen en Nederland hebben twee grote havens (Rotterdam en Antwerpen), twee belangrijke luchthavens en zelfs een directe verbinding met het Ruhrgebied.

Vandaele: ,,Dat is waar, maar als je kijkt naar bijvoorbeeld de concurrentie tussen de twee havens dan overheerst de nationale reflex. Nederland verkiest de eigen Betuwelijn voor de verbinding per spoor tussen Rotterdam en Duitsland, Antwerpen wil de IJzeren Rijn opwaarderen voor het goederenvervoer met het Ruhrgebied. Samen zouden ze op dat vlak sterker staan, maar dat wil niemand. Ze verkiezen concurrenten te blijven.''

En toch wordt op tal van terreinen wel samengewerkt. Het cultureel verdrag beslaat een breed terrein van onderwijs, welzijn, media en wetenschap. Studenten uit Vlaanderen en Nederland volgen college op de universiteiten van Maastricht en Diepenbeek in Belgisch-Limburg.

Vandaele betreurt het alleen dat de bestaande instrumenten voor samenwerking onvoldoende worden gebruikt. ,,Een federatie is een brug te ver. We moeten eerst maar eens uitvoeren wat we samen hebben afgesproken en waar bovendien een parlementaire meerderheid voor bestaat. Maar zelfs dat gebeurt niet. We hebben al 20 jaar een Taalunie en toch zie je rond de Frankfurter Buchmesse weer allerlei losse initiatieven ontstaan buiten het Taalunieverdrag om.''

Rik Gysels is voorzitter van de Unie Nederland-Vlaanderen, in 994 opgericht door een aantal natuurwetenschappers met de bedoeling jongeren uit beide landen te laten kennismaken met grensoverschrijdende problemen. Gysels ondersteunt van harte de oproep van de senatoren Jan Terlouw en Erik Jurgens. ,,Dat idee van een federatie is eerder ook door ons gelanceerd'', zegt de voormalige hoogleraar biologie aan de universiteit van Gent. De unie loofde zelfs een prijs uit voor wie daar iets mee wilde doen. Een student kwam met een blauwdruk voor een federatie op de proppen, gebaseerd op de vroegere republiek der zeventien provinciën - in de blauwdruk teruggebracht tot vijftien min of meer zelfstandige (stads)staten.

Volgens Gysels staat de huidige vormen van samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland op een veel te laag pitje. ,,Het onderlinge wantrouwen is ons met de paplepel ingegoten. Vanaf onze kinderjaren leren we al dat alles wat uit het noorden komt verdacht is'', zegt hij. Gysels vindt het vanzelfsprekend dat Nederlanders weten wat er in Vlaanderen en in België gebeurt, en omgekeerd. ,,Ik weet wel dat in Nederland heel anders tegenover nauwe samenwerking wordt aangekeken. De collaboratie drukt toch als een stempel op de zaak, alsof een federatie uitsluitend de wens is van extreem-rechts.''

Europa is volgens Gysels de doorslaggevende factor om verder te gaan dan alleen culturele samenwerking. ,,De rijksgrenzen vervagen overal. Je ziet in Europa blokvorming ontstaan. Als je nagaat dat de Benelux de vierde economische macht ter wereld is, is het toch vreemd dat de drie landen niet meer als eenheid optreden. Het gebeurt wel, maar als puntje bij paaltje komt prevaleren nationale belangen. Dat getuigt van weinig staatsmanschap.'' Nederland denkt volgens hem sterk centralistisch en kijkt nauwelijks over de grens. ,,Aan de andere kant zie je dat in België vanuit francofone hoek het noorden als een bedreiging wordt gezien.''

Maar leeft zo'n federatie der lage landen in Vlaanderen dan wel? ,,Op kleine schaal'', geeft Gysels toe. Vooral bij mensen die historisch zijn geschoold of via hun werk met het probleem bezig zijn. ,,Maar eigenlijk is het allemaal al aan de gang'', voegt hij er snel aan toe. ,,De euroregio's en de grensgemeenten werken voortreffelijk samen.'' Is dat zo? Een recent onderzoek heeft uitgewezen dat cultuur- en mentaliteitsverschillen een belangrijk obstakel vormen voor samenwerking in de grensgebieden. ,,Ik heb dat ook gelezen. Tja, cultuurverschillen neem je natuurlijk niet zo maar weg.''

En de gewone Vlamingen, liggen die wakker van een huwelijk met Nederland? ,,Daar is niet veel over nagedacht. In België gaat veel energie verloren in de opsplitsing van het land en aan het verschaffen van een identiteit aan de cultuurgemeenschappen. En dat in een tijd dat op Europees en wereldvlak alles in beweging is.''

De 65 leden van de Unie Nederland-Vlaanderen hebben zich flink geërgerd aan de uitspraken van Herman De Croo. De kamervoorzitter en eerste burger van het land zei een aantal lelijke dingen over Nederlanders en Nederland naar aanleiding van een essay in HP/De Tijd over meer samenwerking met Vlaanderen. ,,Dat waren heel domme uitspraken'', zegt Gysels. ,,De Croo heeft het beeld dat we over elkaar hebben alleen maar versterkt.'' Toch blijft hij erbij dat er in België, en niet alleen in Vlaanderen, mensen te vinden zijn die bereid zijn tot meer samenwerking met Nederland, zelfs tot staatkundige samenwerking. ,,Het is de logica van Europa. We moeten een wij-gevoel ontwikkelen, niet uit chauvinisme, maar omdat we allemaal Nederlanders zijn, Nederlanders én Vlamingen.''

,,De Croo heeft een aantal dingen gezegd, die andere Vlamingen misschien niet zo meteen in de mond nemen, maar wel denken'', zegt Wilfried Vandaele. De Belgische kamervoorzitter moet er niet aan denken dat Vlaanderen en Nederland samen een federatie vormen. ,,Dan verhuis ik nog liever naar Wallonië, want wij hebben niets gemeen'', zei De Croo eind mei in een interview. Hij had zich volgens de krant De Standaard laten verleiden tot het afschieten van een paar populaire salvo's.

,,Ik heb wel wat bewondering voor de calvinistische vingerwijzerij en hun koopmansgeest. Maar ermee samenleven, bespaar me dat'', aldus De Croo, die eraan toevoegde niet veel zin te hebben in mentale kolonisatie. ,,We zijn concurrenten, niet meer dan dat'', aldus de liberale politicus. De keuze van het volk is volgens hem duidelijk. ,,Hoeveel Vlamingen wonen tegen hun zin in Nederland? En hoeveel Nederlanders wonen mét zin in Vlaanderen? Wel dan.''

Ondanks deze opmerkelijke tirade van de Belgische kamervoorzitter, zijn er in Vlaanderen de afgelopen jaren weinig woorden vuil gemaakt aan meer politieke samenwerking met Nederland. De Belgen zijn vooral bezig geweest met hun eigen staatshervorming. In die moeilijke fase, waarbij de spanningen opliepen en het separatisme geen taboe meer was, doken figuren op die voelden voor aanhechting bij Nederland of Frankrijk. De socialistische oud-minister Louis Tobback noemde zichzelf in een interview met Netwerk een Orangist, oordeelde dat de scheiding van de Nederlanden in 83 een vergissing was, terwijl als reactie hierop aan Franstalige zijde werd getreurd om de nederlaag die Napoleon in Waterloo had geleden.

,,Ik vind dat Nederland en Vlaanderen zoveel mogelijk dingen samen moeten doen'', zegt Wilfried Vandaele. Op tal van terreinen kunnen volgens hem Vlamingen en Nederlanders van elkaar leren. ,,De organisatie van het milieubeleid in Nederland of de kinderopvang en de positie van de vrouw in Vlaanderen. Eigenlijk is het zoals in een huwelijk: je hoeft het niet steeds met elkaar eens te zijn om te trouwen. Je hoeft elkaar ook niet echt graag te zien. Het is gewoon praktisch en heel af en toe ook eens plezierig.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden