Waardevol

Geld is zoiets als tijd; hoe langer je erover nadenkt hoe mysterieuzer het wordt. De mens denkt de hele dag aan wat je met geld kunt doen, maar zelden vraagt hij zich af wat geld ís. Om de overgang van gulden naar euro te markeren, een hele Verdieping over het mysterie geld. Over de gevreesde grauwsluier die juist kleurrijk blijkt. Over geld in leven en leer van Jezus. Over die verduivelde rente. Over geld in de familie, in de kunst, in cyberspace, en in het leven van de directeur van de Nederlandsche Bank.

'Of je het nu leuk vindt of niet, geld is geld en meer valt er niet over te zeggen', schreef Gertrude Stein in 1936 in de Amerikaanse krant de Saturday Evening Post. De Amerikaanse centrale bank, de Fed, was er net in geslaagd het warrige geldverkeer in de Verenigde Staten te harmoniseren. Daartoe waren de speelse en kleurrijke bankbiljetten die tal'oze lokale banken tot die tijd in omloop mochten brengen, allemaal vervangen door de uniforme greenback, het sobere dollarbiljet waarmee Amerikanen tot op de dag van vandaag hun aankopen doen. Het betalingsverkeer mocht zo overzichtelijker en veiliger zijn geworden, voor Stein was de poëzie van dat gestandaardiseerde geld ver te zoeken.

Geld is kleurloos, beweren sociologen sinds jaar en dag. En dat niet alleen, er gaat ook nog eens een destructieve werking van uit: de uniformiteit van geld zou zich slecht verhouden tot de diversiteit van sociaal verkeer en de rijkdom van het culturele leven. Die huiver voor het destructieve karakter van geld is in het gedachtegoed van de Griekse filosoof Aristoteles al terug te vinden. Volgens Aristoteles was het gebruik van geld alleen geoorloofd voor zover het ruiltransacties vereenvoudigde.

Aangezien niemand in staat is in al zijn levensbehoeftes te voorzien, moeten we de vrucht van onze eigen arbeid wel ruilen tegen die van onze naaste. Geld, dat de meest uiteenlopende behoeften onder een gemeenschappelijke noemer weet te brengen, vereenvoudigt zulke ruilrelaties. Zolang de prijzen waartegen wordt geruild eerlijk zijn, komt geld de sociale verbanden binnen een gemeenschap dan ook ten goede, aldus Aristoteles. Zodra er echter sprake is van geldelijk gewin, bijvoorbeeld wanneer rente wordt gevraagd op geleend geld, komt dat sociale verkeer onder druk te staan. Wat Aristoteles betrof was het heffen van rente dan ook verwerpelijk; het gaat tegen de natuur van geld in en creëert antagonistische relaties tussen de leden van een gemeenschap. Die doctrine was tijdens de Middeleeuwen in de scholastiek van Thomas van Aquino terug te vinden, en wordt tot op de dag van vandaag in sommige islamitische landen uitgedragen.

In de moderne tijd zwengelden klassieke Duitse sociologen als Karl Marx, Georg Simmel en Max Weber de gedachte aan dat geld weinig goeds in petto heeft voor sociale relaties en culturele waarden. In de 'Economische en Filosofische Manuscripten' van 1844 schreef Marx over het onmenselijke karakter van geld en de vervreemding die het in de hand werkt. Probleem was dat geld door zijn universaliteit alles op één hoop gooit - het reduceert mensen en goederen tot getallen, waardoor unieke kwaliteiten aan het oog onttrokken worden. Vandaar dat Marx over geld sprak als de 'radicale gelijkmaker'.

Simmel waarschuwde in 'Die Philosophie des Geldes' (1900) dat het kleurloze geld de wereld in een gelijkmatige, grijze toon zou overschilderen. De logica van het geld is een kwantitatieve logica, zo beweerde Simmel, die maakt dat goederen alleen nog in monetaire termen gewaardeerd kunnen worden. Daardoor wordt een uniek schilderij opeens vergelijkbaar met de onpersoonlijke Ikea-bank waar het doek boven hangt. Op de arbeidsmarkt is een inschatting van het belang van iemands beroep en maatschappelijke positie al gauw gemaakt door te kijken naar het geldbedrag dat hij ermee verdient. Volgens Simmel worden ook de meest intieme, menselijke waarden daardoor getrivialiseerd, gedegradeerd, of zelfs vernietigd. Weber beaamde de analyse van Marx en Simmel door geld het 'meest abstracte en onpersoonlijke element' in het maatschappelijk leven te noemen.

Afgaande op deze sociologen kan geld met sociale relaties, culturele waarden, of identiteit niets te maken hebben. Het vestigen van een identiteit, of dat nu op individueel of collectief niveau is, kan alleen maar door het aanbrengen van onderscheidingen, tussen jezelf en de ander, tussen de waarden en normen die de ene gemeenschap deelt en die van een andere gemeenschap. Laat geld zulke onderscheidingen nu juist uitwissen, aldus Marx, Simmel en Weber. Hooguit kunnen we onszelf een speciale status aanmeten door het consumptiepatroon dat geld mogelijk maakt, dat wil zeggen door merkkleding, een auto of een woning te kopen die exclusiever, luxueuzer of groter is dan die van de ander.

Het probleem is bovendien dat in de moderne, kapitalistische samenleving geld niet alleen doel, maar ook middel lijkt te zijn van alles: we gebruiken geld voor het doen van giften, om dingen te kopen, om een oudedagsvoorziening aan te leggen, om anderen door middel van een lening uit de brand te helpen, om een fooi te geven, om een bureaucraat om te kopen, om mee te gokken. Het lijkt allemaal niet uit te maken.

Maar is geld werkelijk zo onverschillig? Ik waag het te betwijfelen. Sta wat langer stil bij de wijze waarop je geld spendeert. Registreer in detail wat er gebeurt, en je zult merken dat geld wel degelijk betekenisvol en identiteitsbepalend kan zijn.

Om te beginnen is het gebruik van geld in sommige situaties, bijvoorbeeld in de familiesfeer of in vriendschappelijke relaties, uit den boze. Stel dat je een afspraak met een vriend op het laatste moment moet afzeggen vanwege onverwacht overwerk. Als die vriend vervolgens teleurgesteld reageert, zou je eens moeten voorstellen om zijn teleurstelling af te kopen met een geldbedrag. Ondenkbaar! We zijn maar al te goed in staat menselijke waarden tegen de destructieve werking van geld te beschermen.

Op collectief niveau kan geld een bijdrage leveren aan de vorming en het instandhouden van een nationale identiteit. Een gemeenschappelijke munteenheid behoort immers net als de vlag en het volkslied tot de culturele artefacten die een bevolking deelt. Dat wordt versterkt door de afbeeldingen die op biljetten en munten te vinden zijn: staatshoofden, vooraanstaande personen in de cultuurgeschiedenis, belangrijke bouwwerken of kunstwerken die een gedeeld cultureel erfgoed markeren.

Een medium voor zulke beelden dat zo wijdverspreid is en zo frequent onder ogen komt als een bankbiljet is ondenkbaar. Dat verklaart waarom de landen die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de Balkan ontstonden, zo snel op de proppen kwamen met hun eigen munt.

Een gedeelde munt creëert een gemeenschappelijke werkelijkheid, tenminste in economisch opzicht. Gedeeld geld hangt immers samen met eenzelfde notie van prijzen (2000 Italiaanse lire tegenover een half Brits pond voor een kop koffie), problemen met inflatie, fluctuaties in de hypotheekrente, of geldontwaarding ten gevolge van een devaluatie van de munt.

Denk maar aan de hyperinflatie in Duitsland in de jaren twintig, toen werknemers hun loon in kruiwagens bankbiljetten kregen uitgekeerd, of de dramatische fluctuaties van het Engelse pond begin jaren negentig. De trots die Duitsers de afgelopen decennia voor de sterke D-mark voelden, is heel wat anders dan het Italiaanse gevoel voor de kwakkelende lire.

Die gedeelde economische realiteit onderscheidt bewoners van het ene muntgebied van het andere, en levert daardoor een bijdrage aan de nationale identiteit. Vandaar ook dat de Europese Commissie in een rapport uit 1995 waarschuwde dat de invoering van een nieuwe, gemeenschappelijke munt gelijkstaat aan het leren van een nieuwe taal; het kost tijd en vergt oefening om te denken in de nieuwe munteenheid. Lukt dat eenmaal, dan zal de euro een bijdrage kunnen leveren aan het ontstaan van een Europese identiteit. De droom van vaders van de Europese eenwording als Jean Monet en Jacques Delors, die hoopten dat economische integratie automatisch zou leiden tot verdergaande politieke of zelfs culturele integratie van Europa, komt daarmee dichterbij.

Op individueel niveau staan burgers middelen ter beschikking om reliëf aan te brengen in hun uniforme geld. Om te beginnen is het soort waardepapier waarmee we een transactie doen en de rituelen die we daarbij uitvoeren, van betekenis. Waardepapieren zijn er immers, behalve het eigenlijke papiergeld, in vele soorten en maten. Denk aan de keur aan cadeaubonnen (voor boeken, bloemen, sauna's, theater), aan voedselbonnen, die in de Verenigde Staten nog steeds worden ver-strekt aan uitkeringsgerechtigden, of aan de volle spaarkaarten die bij de supermarkt voor contant geld kunnen worden ingewisseld.

Zulke monetaire media zijn soms louter functioneel; betaalfiches in horecagelegenheden, bijvoorbeeld, vervangen geld uit veiligheidsoverwegingen en om bezoekers aan te zetten tot het nuttigen van meer consumpties. Meestal draait het echter om de symbolische betekenis van die media: zij symboliseren een bepaald type transactie en de sociale relatie die daarmee verbonden is.

VERVOLG OP PAGINA 15

Waardevol

VERVOLG VAN PAGINA 13

Niemand haalt het in zijn hoofd om iemand te feliciteren voor zijn verjaardag, vervolgens een biljet van vijfentwintig gulden uit zijn portemonnee te trekken, en dat te overhandigen als cadeau. Maar als je in plaats van een bankbiljet een fraai ingepakte boekenbon geeft, dan is het morele probleem ineens de wereld uit. Het minimale onderscheid tussen een ingepakte boekenbon betekent een wereld van verschil, en verleent legitimiteit aan een gift in geld. Aldus wordt de universele werking van geld, die sociologen zo lang heeft verblind, tenietgedaan.

Reliëf wordt verder aangebracht door geld voor bepaalde transacties te oormerken. Zo wordt van het eerstverdiende loon gewoontegetrouw iets bijzonders gekocht. Geld dat onverwacht binnenkomt, bijvoorbeeld door een lot in de loterij, wordt eenvoudiger uitgegeven dan geld dat met noeste arbeid is verdiend. Geld dat de student van zijn ouders krijgt komt binnen per giro en kan aan huishoudelijke uitgaven worden besteed. Maar een grootouder die zijn studerende kleinkind wil ondersteunen, maakt het geld niet per giro over; die geeft een bankbiljet in een envelop, verwacht dat dat niet in de huishoudpot verdwijnt, maar dat hij te horen krijgt waaraan het uiteindelijk is besteed.

Uit een Noorse studie blijkt dat prostituees een scherp onderscheid maken tussen 'schoon' en 'vies' geld: geld dat met prostitutie is verdiend, geven zij meteen uit voor alcohol en drugs. Schoon geld, bijvoorbeeld afkomstig van een uitkering, houden deze Noorse prostituees zorgvuldig apart. Het onderscheid is zo belangrijk, dat zij liever de losse eindjes aan elkaar proberen te knopen met het weinige schone geld dat ze ontvangen, dan dat ze vies geld gebruiken om hun rekeningen te betalen.

Afgaandeop de serie 'Gemeenschap & Goederen' van televisiemaker Frans Bromet, vorig jaar uitgezonden door de VPRO, zijn zulke oormerkpraktijken en onderverdelingen in verschillende soorten geld de wereld nog niet uit: gewapend met een camera ondervroeg Bromet levensgezellen over hun financiële huishouding. Sommige partners stelden hun geliefde een gelimiteerd budget ter beschikking om te voorkomen dat spaargeld in de bodemloze put van een kostbare hobby of verslaving gestort zou worden.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt verder dat veel huishoudens er een ware schaduwboekhouding op na te houden, al dan niet op schrift, met onderverdelingen in zakgeld en kleedgeld voor de kinderen, spaarpotten, een vaas met parkeergeld, huishoudgeld enzovoorts. Van werkgevers, die moeite doen om hun relatie met werknemers uit de zakelijke sfeer te trekken, komt ook nog eens vakantiegeld binnen, en als douceurtje voor de duurste tijd van het jaar, een dertiende maand.

Vallen er voorspellingen te doen over de toekomstige betekenis van geld? Die ziet er niet zo best uit, zo hoor je de socioloog al zeggen. Steeds meer unieke, kwetsbare goederen lijken immers aan de macht van het geld ten prooi te vallen, van zeldzaam Afrikaans cultureel erfgoed tot gezonde menselijke organen.

Bovendien lijkt de universaliteit van geld alleen maar toe te nemen, met de invoering van de euro, het groeiend gebruik van bankpasjes, chipkaarten, en creditcards, en de vlucht die het elektronisch bankverkeer, 24 uur per dag de wereld rond, in de laatste twee decennia heeft genomen.

Maar juist vanwege het vluchtige karakter van onze maatschappij, vanwege het feit dat we in veel meer en veel meer verschillende relaties tot anderen staan dan in het verleden, zal de behoefte aan betekenisvol geld toenemen. Door te oormerken, te budgetteren, en verschillende soorten geld te onderscheiden, markeren we immers het type transactie dat we aangaan en de sociale relatie die daarmee samenhangt.

Gertrude Steins bewering ten spijt, is het laatste woord over geld nog niet gezegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden