Waarden en normen / De cirkel van gezag en gelijkheid

Minister Heinsbroek (LPF, economische zaken) stelde de ministerraad voor om het 'product' normen en waarden met flitsende reclamecampagnes aan de man te brengen. Hij maakte duidelijk waar zijn pleidooi op neerkomt: de terugkeer van het gezag; de politie moet weer respect afdwingen, onderwijzers en huisartsen moeten met eerbied behandeld worden, het aureool rondom de gezagsdrager van weleer moet weer gaan stralen.

Behalve zijn grote vertrouwen in markt en management, en zijn stelling dat normen en waarden een 'verkoopbaar product' is -als hamburgers of sportschoenen-, is het allemaal niet zo nieuw. Conservatieven roepen al jaren dat de anti-autoritaire revolutie van de jaren zestig is doorgeslagen en dat gehoorzaamheid weer moet worden bijgebracht. De crisis in de moraal -zinloos geweld, hardere criminaliteit, gevoel van onveiligheid en onbehagen- is in conservatief gedachtegoed alleen te overwinnen door herstel van gehoorzaamheid met harde hand. Bolkestein in 1998: ,,Sinds de jaren zestig en zeventig heeft Nederland -althans grote delen daarvan- een vrije opvoeding. De morele teugel werd gevierd. Jantje kon de pruimen, o als eieren zo groot, plukken, terwijl buurman lachend toekeek. De pruimenboom staat er inmiddels kaal bij.''

De morele teugel moest volgens Bolkestein dus weer worden aangehaald. Maar wie heeft die teugels in onze democratie nog in handen? Wie brengt de samenleving weer in het gareel? Heinsbroek is duidelijk: de markt, de media en de publieke opinie. President Bush gebruikt ook de radio in zijn strijd tegen het terrorisme door in het Arabisch zijn eigen nieuws uit te zenden. Waarom zou dat niet werken?

Meestal zeggen we 'normen en waarden', maar we bedoelen: gezag aanvaarden. Zo ook Heinsbroek. Als conservatieven het hebben over normen en waarden denken zij aan het bijbelse gebod: Gij zult! De moraal als een door een hogere macht opgelegde plicht. De almacht van de wetgever geeft deze moraal zijn heilige en gerechtvaardigde karakter. Zo klaagt in de Bijbel Job God aan: waarom wordt hij zonder enige reden zo wreed gestraft? God weigert verantwoording af te leggen. Hij legt de mens wetten op, maar hoeft zich er zelf niet aan te houden, omdat hij almachtig is. Zo'n gezaghebbend wezen kan de mens niet anders dan gehoorzamen. Heel goed voor de normen en waarden, vanuit conservatief oogpunt bekeken. Maar een regering anno 2002 kan moeilijk prat gaan op haar contact met de Allerhoogste.

De tijd dat God in een wervelwind komt uitleggen dat we gehoorzaam moeten zijn, ligt ver achter ons. De legitimiteit van het gezag zit dan ook in een crisis. De mens heeft geleerd voor zijn eigen belangen op te komen, mondig te zijn, te denken dat niemand boven een ander staat. Vrijheid is: doen waar je zin in hebt en dat vier je op 5 mei.

De kwalijke gevolgen van die duivelse revolutie van de jaren zestig, brommen de conservatieven. Maar in wezen gaat het veel verder terug. De Franse aristocraat Alexis de Tocqueville (1805-1859) heeft de crisis van de autoriteit al in de 19de eeuw voorspeld.

,,Gelijkheid is onze bestemming'', geloofde deze filosoof. Hij zag de voortgang van de gelijkheid als de wil van God, die zich openbaart in de geschiedenis. ,,Maar de machtigste, intelligentste en meest morele klassen hebben nooit geprobeerd om dit proces een richting te geven'', klaagde hij. ,,En dus werd de democratie aan haar wildste instincten overgelaten: zij is opgegroeid, zoals kinderen zonder ouderlijk gezag in de straten van onze steden, die als enige vorm van scholing alleen de ondeugden en de ellende van onze maatschappij leren kennen.''

De Tocqueville zag na de Franse Revolutie de wereld op drift. ,,Zal de democratie, die het feodale systeem vernietigde en koningen omverwierp, stoppen voor de middenklasse en de rijken, nu wél, nu zij zo sterk is, en haar tegenstanders zo zwak? Waarheen zijn we op weg? We kunnen onze situatie met niets vergelijken.''

Zelf voelde hij een soort 'religieuze verschrikking' als hij over de geschiedenis nadacht. ,,Zijn alle tijden geweest zoals de onze?'', vroeg hij zich af. ,,Tijden, waarin orde verward wordt met tirannie, waarin de heilige leer van de vrijheid gezien wordt als minachting voor de wet en waarin niets meer verboden of toegestaan is, eerlijk of onbetrouwbaar, waar of leugen.''

,,Je kunt je een maatschappij voorstellen'', schreef hij ,,waarin iedereen de wet als iets gemeenschappelijks beschouwt, iets waarvan je houdt, en waar je je zonder problemen aan onderwerpt. Maar terwijl wij de instituties, ideeën, normen en waarden van onze voorvaderen achteloos achter ons laten, stellen wij daar weinig voor in de plaats. Het prestige van het vorstendom is verdwenen, maar is niet vervangen door de majesteit van de wet. Vandaag de dag haten de mensen autoriteit, zij vrezen deze; en er komt meer uit hun handen uit angst dan vroeger uit respect en liefde.''

Deze verwoestende tendens was volgens De Tocqueville alleen te remmen met behulp van de religie. ,,De vrijheid kan niet heersen zonder de heerschappij van de moraal en moraal zonder geloof mist een stevig fundament.'' Alleen het geloof, het vertrouwen in de wetten en de tradities van een gemeenschap, zou die gemeenschap voor de ondergang kunnen behoeden.

Toch klinkt hij soms erg pessimistisch over dit project: ,,Meegevoerd door de sterke stroming, houden wij onze ogen gefixeerd op de puinhopen voor ons, terwijl de stroming ons naar achteren voert -richting afgrond.''

De Tocqueville bleef hopen. Hij constateerde dat de Amerikaanse Revolutie, anders dan de Franse, geen enorme bloedbaden had aangericht. Daarom reisde hij naar de Verenigde Staten om misschien wel het meest gezaghebbende boek uit de geschiedenis over de politiek en samenleving van de 'nieuwe wereld' te schrijven. Het voorbeeld van Amerika deed De Tocqueville geloven dat de wil van God -ofwel, de voortgang van de gelijkheid in de christelijke wereld- in goede banen was te leiden. Daar trof hij geen anarchie aan en geen chaos. De Tocqueville schreef dat in Amerika een nieuwe vorm van intellectueel gezag was ontstaan: de publieke opinie. ,,Het is veilig om te voorspellen dat het vertrouwen in de publieke opinie zich tot een soort van religie zal ontwikkelen, met de meerderheid in de rol van profeet.''

Zo voorzag hij, ver vóór minister Heinsbroek, dat de publieke opinie het gezagsvacuüm in een democratische samenleving zou kunnen opvullen. Een ontwikkeling waar hij overigens niet helemaal gerust op was.

De Tocqueville had alle reden de revolutionaire tijdgeest te vrezen, maar toch was hij geen reactionair. Je verzetten tegen Gods wil is zinloos, vond hij. Het enige wat we nog kunnen proberen is mensen op te voeden. Maar voor educatie was juist te weinig aandacht. Daarvoor waren de machthebbers te zeer bezig met het veiligstellen van hun positie. De Tocqueville gruwde van deze kortzichtigheid. Hij schreef dan ook in 'De democratie in Amerika': ,,Terwijl anderen bezig zijn met de dag van morgen, heb ik besloten mij op de gehele toekomst te richten.''

Anderhalve eeuw later: nóg meer gelijkheid heeft nu ook het gezag van ouders over het kind, het respect van burgers voor agenten, leerkrachten en doktoren aangetast. Met flitsende reclame willen we het tij keren, vooral onder de klassen die (anders dan wij) nog veel over normen en waarden moeten leren. Volgens De Tocqueville zullen we daarbij eigenlijk ook nog in iets moeten geloven, iets dat we als waardevoller beschouwen dan het realiseren van onze privé-wensen, iets dat ons als concurrerende individuen aan elkaar bindt. Voor hem was dat de religie, voor sommigen als minister Heinsbroek is dat wellicht 'het gedachtegoed van Pim', voor anderen is dat juist de gruwel. En daarmee is de cirkel van gezag en gelijkheid weer rond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden