Waar zijn ze, en wie heeft ze vermoord?

Met de herverkiezing van president Juan Manuel Santos deze week zijn de vredesbesprekingen tussen regering en guerrilla in Colombia gered. De komende maanden gaan die over de vele tienduizenden moorden, ontvoeringen en verdwijningen. De slachtoffers willen maar één ding: de waarheid.

Het is woensdagavond, 18 augustus 1993. De jonge vrachtwagenchauffeur Ernesto Serrano stopt na een dag rijden bij een truckerhotel in de stad Medellín. Hij belt zijn vrouw nog even, steekt een sigaretje op en kletst wat met collega's op de parkeerplaats. Plotseling arriveert een pick-up. Een groep gewapende mannen in camouflagekleding stapt uit, zegt geen woord en schiet iedereen neer. Ruim twintig jaar later vertelt zijn 57-jarige weduwe Maria Olivia Gálvez met gebroken stem het verhaal: "Nog altijd heb ik geen idee wie het heeft gedaan en waarom hij is vermoord."

Gálvez is een van de miljoenen slachtoffers van het gewapend conflict in Colombia. Een halve eeuw strijd tussen guerrilla, paramilitaire milities en het leger heeft volgens officiële cijfers 220.000 doden opgeleverd en bijna zes miljoen ontheemden. Iedere Colombiaan kent wel een ontvoerd familielid, een kind dat op een landmijn stapte, een zoon die is geëxecuteerd, een verdwenen vader van wie nooit meer iets is vernomen. De steden bezwijken onder de vluchtelingen. Er zijn gruwelijke dingen gebeurd; families betaalden losgeld voor een lijk, kinderen zagen hoe hun ouders werden gevierendeeld, ontvoerden werden na jarenlange gijzeling alsnog vermoord.

De komende maanden staan de slachtoffers op de agenda van de vredesbesprekingen tussen de regering en de Farc die in november 2012 in Havana begonnen. Twee weken geleden presenteerden de partijen de uitgangspunten: "De rechten van de slachtoffers zijn niet onderhandelbaar; zij hebben recht op erkenning; ze hebben recht op compensatie voor de schade als gevolg van het conflict." Compensatie voor het leed, het vinden van de waarheid, het straffen van de daders en uiteindelijk de verzoening moeten leiden tot vrede. De komende maanden worden slachtoffers in heel Colombia opgetrommeld om mee te praten. Een kleine delegatie reist naar Havana om aan te schuiven bij het overleg.

undefined

Hoop

Voor veel Colombianen biedt dit hoop op het einde van een lange lijdensweg. Ook voor de 57-jarige Constanza Turbay. Zij is de laatst overlevende van een bekende familie van politici, die eind jaren negentig systematisch door de Farc is uitgemoord. Zelf ontsnapte ze meer dan eens aan een aanslag. "Je weet alleen wat het is als je het zelf hebt meegemaakt", zegt Turbay terwijl ze de tranen van haar wangen veegt. Wat ze de moordenaars van haar familie zou vragen? "Dat ze me alles vertellen zoals het is gebeurd, de hele waarheid, tot in detail."

De Colombiaanse media spraken van een "historische stap" en "de eerste keer dat de Farc het bestaan van zijn slachtoffers erkent". De Colombiaanse regering had dat al gedaan. Aan 385.000 slachtoffers is al een kleine miljard euro uitgekeerd ter compensatie van het leed. Eerder al begon een programma voor de teruggave van land aan ontheemde boeren. Soepel gaat het niet. De veiligheid blijft een groot probleem en vooral: hoe bepaal je wie wel of geen slachtoffer is? De staat kan geen zes miljoen mensen compenseren. Nu al wordt rekening gehouden met een bedrag van bijna 22 miljard euro voor de komende tien jaar.

"Veel is het niet maar het is mijn pensioen", zegt Gálvez. Met de ruim 4000 euro compensatie heeft ze aan de voorkant van haar huis in het arme zuiden van de hoofdstad Bogotá een klein winkeltje ingericht. Een curieuze mix van schoonmaakmiddelen en alle soorten hondenvoer voorziet in het levensonderhoud van haarzelf en haar dochter. Tussen bezemstelen en afwasmiddel weegt ze een plastic zak hondenbrokken af voor een klant. "Als ik terugdenk aan het geweld dat ik heb gezien, blijf ik huilen. Die pijn verdwijnt nooit, net zo min als de angst."

De partijen in Havana moeten de balans vinden tussen wat recht doet aan de slachtoffers en wat acceptabel is voor de daders. Oftewel, hoeveel straf accepteert de guerrilla om de wapens neer te leggen, en is dat voldoende? En wat te doen met militairen die misdaden begingen? Zeker 1700 onschuldige burgers zijn door soldaten geëxecuteerd en gepresenteerd als guerrilleros. Een paar maanden geleden leken de partijen in Havana nog op weg hun misdaden 'tegen elkaar weg te strepen'. Maar de recente verklaring wijst in de andere richting. 'We gaan geen straffeloosheid uitwisselen', staat er kort maar krachtig

"Er komt geen kwijtschelding, er komt geen onvoorwaardelijke amnestie", benadrukt senator Roy Barreras resoluut vanachter een glimmend bureau in het majestueuze neoklassieke parlementsgebouw. Barreras is een van de architecten van het 'juridisch raamwerk voor de vrede' dat vorig jaar werd aangenomen. "Dat raamwerk maakt tijdelijk alternatieve straffen mogelijk voor misdaden tegen de menselijkheid", zegt de senator. Met de reguliere lange straffen voor moord of ontvoering zou geen guerrillero ooit demobiliseren. En ook de militairen hebben daar weinig zin in; zij zien zichzelf als redders van het vaderland die hun leven wagen tegen terroristen.

undefined

Gerechtigheid

"Niemand onderhandelt natuurlijk om naar de gevangenis te gaan, maar een zekere mate van gerechtigheid voor de hoogste verantwoordelijken is noodzakelijk", vindt ook Iván Velázquez, een gerenommeerde advocaat op het gebied van mensenrechten. De grote vraag is of de Farc dat accepteert. De commandanten noemen hun gewapende strijd "een universeel recht om de wapens op te nemen tegen een misdadig regime". Vorige maand nog zei een van de leiders dat de Farc geen blaam treft: "We kunnen niet uitgaan van de veronderstelling dat wij worden aangeklaagd. Wij zijn deel van de slachtoffers en de aanklagers van het Colombiaanse politieke regime."

Farc-kenner Rodrigo Rojas verwacht dan ook niet dat de commandanten ook maar één dag de cel ingaan. "De Farc zegt: 'Goed, we gaan een straf uitzitten, maar dan gaan al die gouverneurs, ministers, congresleden en ondernemers met ons mee die medeverantwoordelijk zijn voor het geweld van paramilitairen'." Om de banden tussen politici en ondernemers met moordcommando's bloot te leggen, dringt de Farc aan op een waarheidscommissie. Maar daar heeft de regering weer geen zin in, alleen al om belangen van grote bedrijven niet in gevaar te brengen. Rojas: "De regering offert liever een paar militairen, als bijdrage in de wederzijdse boetedoening."

De slachtoffers zelf houden zich niet bezig met de discussie over straf. Ze willen maar een ding: de waarheid; waar zijn de lichamen, wie heeft ze vermoord en waarom? "Wat heb ik eraan dat ze de cel ingaan?" zegt Turbay. "Laat ze openlijk erkennen wat ze hebben gedaan en daar excuses voor aanbieden. De waarheid is het enige wat een einde maakt aan de pijn en wat leidt tot vergeving, verzoening en vrede." Maria Olivia Gálvez denkt er ook zo over. "Als voor een samenleving zonder geweld straffeloosheid nodig is, neem ik daar genoegen mee. Dit land heeft genoeg van de wreedheden."

undefined

Internationaal Strafhof is alert

Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag houdt de vredesbesprekingen in Havana nauwlettend in de gaten. Colombia is al jaren onderwerp van vooronderzoek en de aanklager van het Hof waarschuwt de Colombiaanse regering regelmatig om niet aan te sturen op straffeloosheid of opschorting van straffen. President Juan Manuel Santos probeert het ICC op een afstand te houden. In zijn laatste toespraak voor de VN wees hij op de "armzalige resultaten" van internationale tribunalen bij het vinden van "antwoorden voor de spanning tussen vrede en gerechtigheid".

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden