Waar zijn de Afrikaanse journalisten?

Nieuws genoeg uit Afrika de laatste weken. Maar een verrassend klein aandeel daarvan wordt door Afrikanen zelf gebracht. Waarom wil het maar niet lukken met het opzetten van een stevig, onafhankelijk Afrikaans nieuwsmedium? 'De mentaliteit is nu vooral: betaal me en ik schrijf wat je wilt.'

En ineens waren ze daar weer: de foto's van uitgemergelde Afrikanen, de overvolle vluchtelingenkampen, de kinderen met vliegen op hun ogen, de uitstekende ribbenkasten. Journalisten van CNN, BBC, AP en Reuters staan zich te verdringen om het meest schokkende beeld naar buiten te brengen, de schreeuw om hulp vast te leggen. Maar waar zijn eigenlijk de Afrikaanse journalisten? De laatste jaren zijn tientallen Afrikaanse media-initiatieven opgezet, maar niet één is het tot nu toe gelukt om een krachtig, overkoepelend geheel te vormen, om een eenheid uit te stralen zoals Al-Jazeera dat doet voor de Arabische wereld of CNN voor Amerika. Waarom lukt dat niet?

Cees Hamelink, emeritus hoogleraar Internationale communicatie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) die de journalistiek in Afrika al sinds de jaren zeventig volgt, kan er kort over zijn: "Het gebrek aan een kritisch vermogen, de controle door de overheid en een tekort aan geld."

Jaap van Ginneken, die als media- en massapsycholoog eerder lange tijd verbonden was aan de UvA en nu buitengewoon hoogleraar isaan het Euro American Institute van de Ceram businessschool in Nice, voegt daar nog voldoende advertenties en abonnementhouders aan toe.

"Maar voor beide heb je een koopkrachtig publiek nodig en dat is lastig te vinden in Afrika."

Een van de media-initiatieven in Afrika die het wel goed lijken te doen, is vijf jaar geleden opgezet in Nederland. Africa Interactive, een commercieel bedrijf met een sociale doelstelling en een van de snelst groeiende persagentschappen in Afrika, begon in 2006 met een handjevol mensen in een pand in Haarlem en is inmiddels uitgegroeid tot een bedrijf met meer dan tweeduizend journalisten in vijftig Afrikaanse landen. Het doel: het creëren van banen en het versterken van de media in Afrika om uiteindelijk het grootste pan-Afrikaanse persagentschap te worden, met een kantoor in elk Afrikaans land.

Dat doet het bedrijf door een podium (www.africanews.com) te bieden aan Afrikaanse reporters, waar zij hun werk vrij kunnen publiceren. 'Echt' Afrikaans nieuws dus, gebracht door Afrikanen zelf. Inmiddels produceert Africa Interactive niet alleen maar video's, tekst en fotografie, maar verkoopt het ook televisieprogramma's en marketing- en communicatieconcepten.

Ook het Nederlandse tintje is verdwenen: in 2008 werd een kantoor in Accra geopend, niet veel later een in Nairobi. Ook hoopt Africa Interactive ooit een televisiezender op te zetten. Een Afrikaanse Al-Jazeera klinkt de Nederlandse initiatiefnemers als muziek in de oren, al zal dat nog wel even duren, geeft directeur Bertil van Vugt toe. "Het is een ambitie, maar dan wel een van de heel lange termijn. Zoiets gaat heel veel tijd kosten."

Van Ginneken is sceptisch. "Ik volg de Afrikaanse media al zo'n jaar of veertig, maar het blijft tot nu toe allemaal knutselen en sukkelen." Het produceren van nieuws voor een westers publiek is bovendien lastig: "De westerse context in de artikelen van Afrikaanse journalisten ontbreekt. Daarbij is er grote concurrentie van mediagiganten als AP en Reuters, die meer financiële middelen, meer ervaring en al tientallen jaren een netwerk hebben in Afrika."

Maar waar het eigenlijk op neerkomt, zegt van Ginneken, is dat Afrika gewoon niet interessant genoeg is voor het Westen. "Er zijn geen grote zakelijke belangen gemoeid met Afrika. De belangen die er zijn, zijn verspreid, verbrokkeld, en om dat alles hangt ook nog eens een louche sfeer."

De westerse focus op rampen in Afrika is er niet voor niets. "Dat komt voort uit de hoge nieuwsdrempel die er voor Afrika is." Van Ginneken ziet niet hoe je geld kan verdienen aan een nieuwsmedium in Afrika, "tenzij je een miljardair vindt, zoals de emir van Katar die Al-Jazeera heeft opgezet".

Maar Kent Mensah, samen met Joseph Appiah-Dolphyne webredacteur in het kantoor van Africa Interactive, ziet geen probleem: "Er is vrijwel geen concurrentie."

Wel ziet hij het probleem van onafhankelijkheid bij andere Afrikaanse media. "Helaas is censuur nog steeds gebruikelijk in de meeste Afrikaanse landen. Veel artikelen zijn gecensureerd of tendentieus, omdat de kranten waar ze in staan, verbonden zijn met overheden of met bedrijven die banden hebben met de regering." Dat maakt Africa Interactive juist aantrekkelijker voor afnemers en voor de reporters die er werken. "Wij horen vaak van journalisten dat ze het fantastisch vinden dat wij ze een onbeperkte persvrijheid bieden."

Natuurlijk blijft het geld wel een probleem. "Wij kunnen hen voor hun nieuwsartikelen niets bieden. Dat betekent veel eigen investeringen om bijvoorbeeld het internet te betalen in het cybercafé waar ze zitten." Een beetje video uploaden kan een Afrikaanse journalist - met de traagheid van het internet waar op veel plekken sprake van is - zo een hele dag kosten. "Dat kost je al snel vijf euro, die je ook andere dingen had kunnen uitgeven."

De aanvankelijke plannen om zich vooral op nieuws te richten zijn veranderd, vertelt Van Vugt. "Hoewel we ons daar in de toekomst wel weer meer op willen richten, zijn we nu geen persbureau, maar een bureau dat tekst en video's levert aan ngo's, overheden en multinationals."

De winstmarges op journalistieke producties, zo ontdekte het bedrijf, zijn te klein om te kunnen groeien. "Andere persbureaus, als ANP of AP en Reuters, kopen video's aan van 150 euro. Daar kunnen wij het niet voor maken." De doelstelling is nog wel hetzelfde: "Het ondersteunen van lokale mediaprofessionals." Ook de plannen voor het opzetten van een database met daarin artikelen, foto's en video's van Afrikaanse journalisten waar westerse media en kranten een abonnement op kunnen nemen, zijn er nog steeds.

Want de meerwaarde van een Afrikaanse journalist, ten opzichte van een niet-Afrikaanse, is er wel degelijk, zegt Van Vugt. "In het nieuws over de hongersnood zetten wij journalisten uit ons netwerk in om te kijken hoe het eraan toegaat in de vluchtelingenkampen in Somalië. Dat land is voor een westerse correspondent lastig om in te reizen omdat het er zo gevaarlijk is. Hij moet zich om die reden vaak aansluiten bij een hulporganisatie. Onze journalisten kennen de weg en blijven onafhankelijk. Zij kunnen beter dan hun westerse collega's de verhalen van binnenuit brengen."

De artikelen die de journalisten van Africa Interactive aanleveren, worden altijd gecontroleerd op kwaliteit en eventuele partijdigheid. "Als we die zien, is het direct afgelopen." Het nieuwsbureau probeert de kwaliteit van zijn journalisten hoog te houden door uitgebreide feedback op hun werk. In de toekomst wil het ook trainingen aanbieden.

Als commerciële producties en het 'gratis' nieuws dat de Afrikaanse journalisten op Africanews.com kunnen zetten, goed genoeg worden bevonden door de redactie, kunnen ze ook worden ingezet voor betaalde commerciële opdrachten. Veel van de reporters fungeren als informatiebron voor grotere media als CNN, BBC en Al-Jazeera.

De journalist Kingsley Kobo schreef tijdens en na de verkiezingen in Ivoorkust vorig jaar veel over de situatie in zijn land en werkte regelmatig samen met de BBC en Franse media als Radio France Internationale. "Ze zetten me in als 'stringer' om extra informatie en contacten voor ze binnen te halen. Maar ze citeerden me ook geregeld in hun artikelen. Ik was een van de eersten die foto's van de lijken in de straten maakte en die vertelde en schreef over hoe mensen honger leden en doodgingen."

Dat het leven hem, als Afrikaanse journalist werkend in eigen land, een stuk moeilijker werd gemaakt dan zijn westerse collega's, ondervond Kobo aan den lijve. Niet lang na de verkiezingen merkte hij dat hij werd gevolgd door de geheime dienst en kreeg hij bedreigingen binnen van de toen nog gevestigde orde van president Gbagbo.

Begin april moest hij halsoverkop vluchten. Kobo's vrouw en twee kleine kinderen konden de journalist niet veel later volgen naar Accra in Ghana. Daar zitten ze nog steeds, bang voor de onvoorspelbaarheid van militante Gbagbo-aanhangers, de groep die na de arrestatie van de toenmalige president in april zijn verlies moest nemen.

Het probleem van de Afrikaanse journalistiek is geld, vertelt Kobo vanuit zijn huis in Accra. "Ik was vrijwel de enige Ivoriaanse journalist die tijdens de crisis in ons land naar buiten bracht wat er werkelijk gebeurde. De rest liet zien wat Gbagbo wilde. Maar wat zou jij doen als Afrikaanse journalist die bijna niets verdient? Waag jij je leven voor honderd dollar door te schrijven wat er echt gebeurt? Wie zorgt er voor mijn familie als ik word doodgeschoten?"

Journalistiek in Afrika kan niet onafhankelijk zijn zolang de Afrikaanse journalist zo slecht wordt betaald. "Hoe kan ik onafhankelijk zijn als ik mijn gezin niet eens kan voeden, de huur niet kan betalen, geen reis- of gezondheidsverzekering af kan sluiten?" Africa Interactive, zegt Kobo, geeft hem de kans om 'meer dingen te vinden die eerlijk en waar zijn'.

Webredacteur Mensah is ervan overtuigd dat het met de vraag vanuit het Westen wel goed komt, juist omdat het met Afrika zo goed gaat. "Afrika is in beweging. De economische groei is stabiel over het hele continent. Directe buitenlandse investeringen maken een enorme groei door: van 9 miljard dollar in 2000 en 88 miljard in 2008, tot een verwachte 150 miljard in 2015."

Met andere woorden: als de inzet hoog is, zal de behoefte aan informatie groeien. "Alleen Reuters en AFP hebben een soort stringernetwerk. Anderen, als AP, hebben nauwelijks iemand in Afrika. Gezien de omvang van het continent en de verscheidenheid aan talen en culturen, is het onmogelijk om Afrika te beheren met slechts een paar mensen. Het Westen heeft behoefte aan een lokaal perspectief, alleen lokale verslaggevers zijn in staat dat te bieden."

Ook heeft Mensah hoge verwachtingen van de internetkabels die Seacom sinds 2009 door heel Afrika aanlegt. "Met sneller internet en een groter bereik wordt de kwaliteit van het journalistieke materiaal ook beter: mensen hebben meer tijd om aan hun stukken te werken, doordat ze niet constant bezig zijn met een tikkende klok. Het betekent meer kwaliteit en betere toegang tot informatie voor meer Afrikanen."

De ambities van Africa Interactive om het grootste pan-Afrikaanse nieuwsplatform te worden, zullen waargemaakt worden in de nabije toekomst, denkt Mensah. "We hebben nog steeds gebrek aan een cross-continentale nieuwszender die onze samenlevingen opent. Zoiets zou een enorme impact hebben op Afrika." Hij citeert de Burkinese filmmaker Gaston Kobore: 'You cannot create your own future when your history, films, stories and news are written by others.'

Volgens Hamelink kan de toekomst van Africa Interactive het best bij Al-Jazeera gezocht worden. "Zij zijn de laatste jaren in journalistieke termen uitzonderlijk goed geworden. Haal de banden met hen aan. Bij een overname zou het mes aan twee kanten snijden: beide partijen hebben er profijt van." En nog belangrijker: heb geduld. "Het hele mondiale systeem heeft een aantal eeuwen nodig gehad om zich te kunnen ontwikkelen. Datzelfde geldt voor een evenwichtige nieuwsstroom."

Volgens de Ivoriaan Kobo hangt het af van de mentaliteit van de Afrikaanse journalisten. "Die is nu vooral: betaal me en ik schrijf wat je wilt horen."

Met het opzetten van een onafhankelijk journalistiek medium zal een carrière voor een Afrikaanse journalist nog steeds risicovol blijven, maar volgens Kobo zeker niet onmogelijk zijn: "Zolang hij de waarheid nastreeft, goed betaald krijgt en geleid wordt door een management dat de focus legt op het journalistieke werk en niet op de degenen die aan de macht zijn."

Een Afrikaans Al-Jazeera zou fantastisch zijn. "Ik ken genoeg jonge, ambitieuze Afrikaanse journalisten die daar graag voor zouden willen werken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden