Waar wil de oorlogsmisdadiger zitten?

Internationaal Strafhof moet veroordeelden vragen naar detentievoorkeuren

De rechters van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag buigen zich vandaag voor het eerst over een gepaste straf voor een oorlogsmisdadiger: de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga.

Drie maanden geleden spraken de rechters hun allereerste vonnis uit in de bijna tienjarige historie van het ICC. Op 14 maart werd Lubanga schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden wegens het inzetten van kindsoldaten. Vandaag, tijdens een hoorzitting over de strafmaat, zal de verdediging met nieuw bewijsmateriaal komen ten gunste van Lubanga. Ander pikant detail: Lubanga mag zelf met suggesties komen in welk land hij zijn straf wil uitzitten.

De rechters zijn volgens artikel 103 van het Statuut van Rome verplicht veroordeelden te horen over hun detentievoorkeuren. Maar hun suggesties zijn niet bindend, stelt Denis Abels, universitair docent strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Vorige maand promoveerde hij op de juridische positie van gevangenen bij internationale tribunalen. De gang van zaken lijkt opmerkelijk, maar het is niet zo vreemd dat veroordeelden suggesties mogen doen, stelt Abels. "Overbrenging naar een ander land kan grote gevolgen hebben voor de gedetineerde. Denk aan diens mogelijkheden voor contact met een advocaat, met familie en het risico van het geïsoleerd raken van deze groep gedetineerden."

Het is de vraag of de voorkeursmogelijkheid Lubanga veel zal opleveren. Het strafhof heeft met slechts enkele landen een regeling om straffen ten uitvoer te leggen: Oostenrijk, Groot-Brittannië, België, Denemarken, Finland, Servië en Colombia. In januari sloot ook Mali een overeenkomst met het Strafhof, maar gezien de instabiliteit in dat land is het niet aannemelijk dat het ICC oorlogsmisdadigers daar plaatst.

Ook bij andere internationale tribunalen, zoals die voor Joegoslavië en Rwanda en het Speciale Hof voor Sierra Leone (SCSL), vindt overleg plaats met de veroordeelden, al zijn de rechters daartoe niet verplicht. Zo bepaalt de president van het SCSL waar de straf wordt uitgezeten, maar het staat de veroordeelde vrij om aan te geven wat betere en slechtere opties zijn, aldus SCSL-woordvoerder Solomon Moriba.

Van de bekendste veroordeelde van dat laatste hof, de Liberiaanse ex-president en militieleider Charles Taylor, stond het detentieland zelfs al vast, omdat Nederland voor het proces van start ging, eiste dat er alvast een land was dat zich bereid verklaarde hem op te nemen. Dat werd Groot-Brittannië. De advocaten van Taylor, die 50 jaar cel kreeg, protesteren daar echter tegen omdat zijn veiligheid in het geding zou zijn. Afgaande op zijn advocaten zou Taylor liever naar de gevangenis gaan die in Rwanda werd gebouwd voor veroordeelden van het Rwanda Tribunaal, aldus Moriba. De gevangenis werd daar echter nooit voor gebruikt. Sinds 2009 verblijven er acht oorlogsmisdadigers die door het SCSL werden veroordeeld. Taylor zou zich, ook vanwege zijn familie-situatie, bij hen willen voegen.

Volgens Abels zou het louter horen wel eens een schending van mensenrechten kunnen zijn, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Hij oppert dat gedetineerden de mogelijkheid moeten hebben om de beslissing van het strafhof bij een onafhankelijke instantie aan te vechten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden