Waar was u toen mijn zoon stierf?

Essayist Willem Jan Otten beschouwt in de weken naar Pasen vijf 'onvergeeflijke films'. Vandaag: 'The Tree of Life' van Terrence Malick.

Voor zijn beschouwend proza ontving romancier, essayist en dichter Willem Jan Otten (1951) in 2014 de PC Hooftprijs. Onlangs verscheen zijn essaybundel 'Droomportaal'.

Nog voor de film op gang is, horen we een jonge vrouw (ze zal 'de moeder van de film' blijken te zijn) zeggen dat ze van de nonnen geleerd heeft dat er twee manieren zijn om in het leven te staan. De ene manier is de 'weg van de natuur' - van het overleven en overwinnen. De andere manier is 'de weg van de genade'. Nederlandse bioscoopbezoekers zullen steeds in de ondertiteling lezen dat dit 'de weg van de gratie' is. In het Engels wordt er grace gezegd.

De toeschouwer is gewaarschuwd: deze film is geknipt om de Goede Week mee in te gaan - de laatste dagen van het Kerkelijk Jaar, wanneer het eind van de Weg van de Genade wordt afgelegd en volbracht.

In 'The Tree of Life' sterft er, op 19-jarige leeftijd, een zoon. Dat is het uitgangspunt van de film: een vrouw van voor in de veertig krijgt de gele envelop die in de jaren zestig alle ouders van zonen die in Vietnam vochten vreesden. Op de envelop staat 'Western Union Telegram', en erin zit de mededeling dat je kind gesneuveld is.

De film is één lange, twee en een half uur durende poging om deze mededeling door te laten dringen tot het bewustzijn van drie personages. Moeder, vader, broer. De moeder, gespeeld door Jessica Chastain, belt om te beginnen haar man. Hij luistert, maar wij horen alleen het oorverdovende geluid van een taxiënd vliegtuig: de vader is op een vliegveld. We kijken naar het steeds strakker wordende gezicht van Brad Pitt dat de mededeling, zoals dat heet, incasseert.

"Ik wil dood om bij hem te zijn", zullen we de moeder horen zeggen, en de vader zal met een dichte verdrietkop vertellen welke gebaren van liefde hij heeft nagelaten te maken. Een buurvrouw zal zeggen 'maar jullie hebben nog een zoon', en iemand zal nog onmogelijker woorden gebruiken, 'de Heer geeft en de Heer neemt'. Dezelfde vrouw zegt even later: "De Heer stuurt vliegen naar de wond die hij moet verzorgen."

De maker van de film, Terrence Malick, heeft in een van zijn zeldzame interviews gezegd: "Als mensen datgene uitdrukken wat voor hen het belangrijkste is, dan komt het er als een cliché uit. Dat maakt ze niet belachelijk, het is iets vertederends."

De film is ongetwijfeld één grote aaneenrijging van clichés. Zo deinst Terrence Malick (1943), de maker, er niet voor terug om, als de vader en de moeder om te beginnen onhandig steun bij elkaar zoeken, iemand te laten zeggen 'hij is nu in Gods handen' - en dat niet alleen: hij laat dan de eerste maten van Mahlers Eerste Symfonie horen, als om de hulpeloosheid van de personages te onderstrepen - het kleine beetje greep dat ze nog op hun bewustzijn hebben bestaat uit voorgevormde restantjes religieuzerige kitsch. En het is méér dan vertederend, het is, voor wie niet afhaakt (dit is een film waar bovengemiddeld veel toeschouwers briesend bij weglopen, tot op het merg gekwetst in hun zorgvuldig ontkerstende goede smaak) aangrijpend. Je realiseert je dat de maker zich op geen enkele manier boven of buiten zijn personages plaatst. Hij tast in exact hetzelfde duister als zijn personages, als hij ze de grote waaromvraag doet stellen.

Waarom moet mijn kind dood? Malick laat in eerste instantie de moeder deze vraag stellen. Dat wil zeggen: zij stelt per voice-over de vraag die moeders sinds het begin der tijden stellen. Het is geen vraag die zij aan een ander mens stelt. Ze weet dat ieder mensenantwoord onvoldoende zal zijn. Ze stelt de vraag ins Blaue hinein, dat wil zeggen: terwijl we Chastains stem horen vragen: 'Waarom?', en daarna: 'Waar was u?', zien we een lichtschijnsel opgloeien op het pikdonker geworden scherm; het kan een opgaande zon zijn, of een vuur achter een rotsspleet.

Dit is het begin van een twintig minuten durende montage van beelden die niets meer of minder pretenderen dan het ontstaan van de schepping, van het zonnestelsel, van het leven op aarde en de geboorte van het menselijk bewustzijn weer te geven. Het is ijzingwekkend, anders kan ik het ook na zeven keer zien niet zeggen. Een moeder vraagt: 'waarom'. De vraag verdwijnt in het zwijgende, bewusteloze universum. Je kijkt je ogen uit - wat krankzinnig is, want wat je ziet heeft niemand ooit gezien, deze beelden zijn boven alles technische voorstellingen van een blind proces van vier miljard jaren samengeperst in twintig minuten, bedacht door de aartsvader van de sci-fi special effects Douglas Trumbull, die eenzelfde kunstje al eens heeft gedaan voor 'A Space Odyssey' (1969) van Stanley Kubrick.

Er gebeurt tijdens het zien van deze montage iets vreemds - iets waarover generaties filmessayisten zich het hoofd zullen buigen. De vraag is namelijk: wie ziet deze beelden? Wat is dit voor kijken - naar een dinosaurus die in een rivierbedding zijn poot legt op een creperende soortgenoot? Of, schijnbaar van buiten het zonnestelsel, naar de aarde waar in de Golf van Mexico een meteoriet neerslaat? Of, kennelijk ergens in de oceaan, naar eencelligen die zich vermeerderen tot kwal-achtigen?

Ik kijk vaak naar dit soort beelden, op National Geographic of rond etenstijd in het wonderlijk goddeloze EO-natuurfilm-uurtje, en nooit vraag ik me af wie ziet dit. Ik denk altijd alleen maar: dit bestaat kennelijk, ik zie de geobjectiveerde Natuur zelve. Laat maar zien, ik kan er geen genoeg van krijgen.

Maar in 'The Tree of Life' worden deze beelden plotseling beroofd van hun objectiviteit. Ze zijn wat Jessica Chastain ziet als zij 'waarom' kermt, en 'waar was u toen mijn zoon stierf' en vooral als ze, even later, 'waar bent u' fluistert. Het is puur door die gerichte vraag alsof de beelden worden gedacht, alsof de rouwende moeder het universum aftast - op zoek naar de 'u' waar zij haar ontredderde vraag aan heeft gesteld.

En het is daarom zo ijzingwekkend omdat je het gevoel hebt dat als u niet antwoordt, Jessica Chastain - ja wat? Het niet zal redden?

De 'genesis-sequentie', zoals zij door critici is gedoopt, mondt uit in beelden van het ontstaan van leven op aarde. En die monden in enkele onnavolgbare beeldsprongen weer uit in de geboorte van een mensenkind - in het wonderschone shot van een roze babyvoetje in handen die van Brad Pitt blijken te zijn. Hoe schaamteloos willen we het cliché hebben...(Overigens: waar het gaat om het filmen van de kleur rose is Malick ongeëvenaard.)

Het kindje is 'dus' de gestorven zoon. De hele astrofysische en evolutionaire santenkraam van het ontstaan van het zwijgende, zinloze universum resulteert in de ene geboorte van een mens, van wie we inmiddels weten dat hij morsdood is.

Waarom? Nogmaals: Terrence Malick beoefent de filmkunst als een vraag, schaamteloos te stellen aan het universum. Hij vuurt met zijn drie rouwende personages een groep vragen af die hem, als filosofisch en theologisch aangelegd mens, levenslang op de lippen brandt - waarom dood? Waarom leven? Hoezo u? En hij stelt zijn vragen aan het universum - alsof dat een persoon is die het verlossende antwoord heeft. Alsof er een bedoeling is die, eenmaal gekend, een eind aan het missende lijden zal maken. Het zijn bange vragen - maar Malick laat met 'The Tree of Life' zien dat mensen al vragend hun angst overwinnen.

Ongetwijfeld is 'laat zien' veel te stellig geformuleerd. Er wordt in deze door en door essayistische cinematografie geen conclusie getrokken. Als we Jessica Chastain tijdens de mysterieuze, uiterst gewaagde finale horen zeggen dat zij haar zoon teruggeeft, 'ik geef u mijn zoon' - dan gebeurt er iets wat, om zo te zeggen, niet geciteerd kan worden. Het is zelfs niet eens gezegd. Het is 'alleen maar' gebeden. En toch is alles veranderd, het universum slaat, zoals iemand het eens geformuleerd heeft, 'zijn ogen op' in deze laatste, ongelooflijke woorden van het tweeënhalf uur durende gebed om erbarmen. Want daar komt het op neer - de film is een gericht gedicht, één weergaloos verbeeld kyrie.

Overigens - niet alleen de moeder maakt het biddend bewustzijn van 'The Tree of Life' uit: na de genesis-sequentie blijkt de film een herinnering te zijn van de broer van de gesneuvelde. Hij is een Rem Koolhaas-achtige architect van glazen mega-gebouwen en wordt gespeeld door Sean Penn. 'Gespeeld' is niet helemaal het woord - we zien Penn dwalen door zijn gebouwen en horen zijn stem, als voice-over, half biddende vragen stellen. Hij is een man in crisis, de dialoogloze taferelen wijzen erop dat 'de weg van de natuur', zijn formidabele archtitectencarrière, doodloopt. Hij ligt bovendien in scheiding. Hij wordt, misschien wel voor het eerst sinds de dood van zijn broertje, in de agonie van de rouw gestort. Die ook bij hem zijn uitweg vindt in antwoordloze dialoogvragen, gericht tot 'u': 'Ik ben u vergeten. Hoe ben ik u kwijtgeraakt'. En: 'U sprak tot mij via haar'. Met de laatste lijkt hij zijn moeder te bedoelen.

Hij herinnert zich ook, uiteraard, zijn ambitieuze vader, en dat die gezegd heeft: 'Ik wilde geliefd zijn omdat ik geweldig was'. Op zeker moment stelt Penn vast dat de twee Wegen in hem om voorrang strijden, 'Vader, moeder, jullie worstelen altijd binnen in mij'.

We zijn nu in de romp van de film aangeland - de poging van het personage van Sean Penn, veelal gespeeld door een twaalfjarige acteur, om zich zijn broer te herinneren. Ook hier vraag je je af: wie ziet dit? Natuurlijk, we kijken naar twee jongens en hun straatspel, hun truth or dare-spelletjes, hun eerste seksualiteit - maar het is nooit alsof je naar het 'objectieve verhaal' kijkt. Ook hier zal nog grondig over geessayeerd worden. Terrence Malick lijkt de filmkunst op het niveau gebracht te hebben van de verst doorontwikkelde romankunst, zonder zich van literaire middelen te bedienen. Hij creëert een Proust-, of Modiano- , of Oek de Jong-achtig geheugen dat niet uit taal, maar uit beelden bestaat en laat die beelden op zichzelf reflecteren (beeldsequenties worden denkbewegingen) - waardoor je de ervaring hebt op de innerlijke voorstelling van één bewustzijn aangesloten te zijn, en de gefilmde realiteit van binnenuit mee te maken. Ik vraag me af of ik ooit, in een kunstwerk, zo 'van binnenuit' heb meegemaakt wat het betekent dat je 'het goede wel wilt, maar niet kunt'.

Er zijn, uiteraard, meer filmmakers die een dergelijke subjectivering hebben bewerkstelligd - Ingmar Bergman, Bresson, Buñuel, Antonioni, Tarkovski - maar Terrence Malick lijkt met zijn kleine oeuvre van grote films (tot op heden zes in getal) de subjectivering van de cinema in nieuw vaarwater te brengen.

Je wordt al kijkend aangesloten op een 'zelf', dat in The Tree of Life nu eens aan Sean Penns personage, dan weer aan dat van Jessica Chastain of Brad Pitt toebehoort - en ik kan wat er gebeurt vooralsnog niet anders beschrijven dan door te zeggen dat de toeschouwer aangesloten wordt op het biddend bewustzijn van deze drie mensen die tezamen het bewustzijn van de film zijn. En het resultaat van deze aansluiting is een ongekende versterking, zo lijkt het, van het bewustzijn van de toeschouwer. Van je zelf. Door de biddende denkbewegingen van deze drie hondsverdrietige, in de nacht van hun geloof verloren rakende, tot alle clichés geneigde mensen méé te maken, is het alsof je eigen zelf gesterkt wordt.

Dit is het raadsel van de beweging het personage in - van de vereenzelvigende denkbeweging die de filmkunst ons zo lijfelijk en concreet laat maken - en die haar zo onschatbaar doet zijn. Want dankzij deze beeldende bezieling, of bezielende verbeelding, opent een filmmaker als Terrence Malick een verschiet. Het blijkt immers om de verbeelding van geloof te gaan. Niet om beelden van geloof, maar om gelovende beelden - die tezamen de visuele denkbewegingen uitmaken van de weg van de genade.

De hele santenkraam van de zinloze evolutie mondt uit in de geboorte van een mens

Onvergeeflijke films op weg naar Pasen

Dichter en essayist Willem Jan Otten selecteerde voor Trouw en het debatcentrum De Balie vijf 'onvergeeflijke films'. Tot aan Pasen publiceerde hij in Letter& Geest om de week een essay over een film die de dinsdag erna te zien was in De Balie. Daar bespreekt Otten de film na.

Op 31 maart (let op de vervroegde aanvangstijd: 19.30u) is de vijfde en laatste aflevering: 'The Tree of Life' (2011). Otten gaat na de vertoning in gesprek met NRC-redacteur en dichteres Marjoleine de Vos.

De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Tel. 020-5535100. Trouwlezers betalen geen euro10, maar euro7,50, op vertoon van deze bon. Bestelinfo: www.trouw.nl/exclusief. Voorkom teleurstelling en reserveer kaarten!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden