’Waar waren onze leiders al die tijd? Ik heb ze niet gezien’

In de townships bij Johannesburg woonden Zimbabwaanse en Mozambikaanse vluchtelingen jarenlang zonder problemen naast hun Zuid-Afrikaanse broeders en zusters. Tot voorkort. Wat ging er mis?

De Zuid-Afrikaanse Steven Mlaba (44) is eigenaar van een kleine meubelstoffeerderij in de township Vosloorus, tegen de zuidgrens van Johannesburg. Op zijn aangeveegde voorerf wachten versleten stoelen en banken iop hun beurt onder handen te worden genomen.

Tegenover zijn bedrijf zijn de verbrande resten van een krotwoning te zien. Het stenen gedeelte staat nog overeind. De Zimbabwaanse eigenaar heeft de gesprongen ramen gebarricadeerd en is er weer ingetrokken.

Mlaba zegt geen problemen te hebben met de buitenlanders. Maar zijn landgenoten die de immigranten hebben aangevallen en hun onderkomens in brand hebben gestoken, krijg je niet te spreken, waarschuwt hij. „Die zijn veel te bang dat ze worden gearresteerd. En het enige wat ze zeggen is: ’Zij pikken onze banen in’. Welke banen? Ze zitten de hele dag voor hun hostels te niksen.”

Deze hostels of woonkazernes worden voornamelijk bevolkt door Zuid-Afrikaanse mannen die van het platteland naar Johannesburg zijn getrokken in de hoop op werk. De bewoners van de townships wijzen vooral naar Zulu-hostels als bolwerken van vreemdelingenhaat, de plekken van waaruit aanvallen op immigranten uit andere Afrikaanse landen in gang zouden zijn gezet.

Meubelstoffeerder Mlaba keurt de aanvallen niet goed, maar snapt waar de boosheid vandaan komt. „Onze grenzen staan wagenwijd open. Elke dag komen er duizenden mensen binnen, als je een illegaal terugstuurt, komt die met tien anderen weer terug. Onze minister van binnenlandse zaken (Nosiviwe Mapisa-Nqakula, red.) doet haar werk niet. Het is een groot probleem, maar er wordt niets aan gedaan.”

De buitenlanders stromen Zuid-Afrika binnen met helemaal niks en pakken vervolgens elk soort werk aan, weet Mlaba. „De Zimbabwanen en Mozambikanen zijn van alle markten thuis. En het zijn goedkope arbeidskrachten. Als je honger hebt, wil je zelfs voor een half brood wel werken.”

Het kan bij werklozen kwaad bloed zetten, toch nemen werknemers de immigranten volgens de stoffeerder graag in dienst. „Het zijn harde werkers. De Zuid-Afrikanen niet. Die zijn gewoon lui. Ik heb het met ik weet niet hoeveel lieden geprobeerd, maar zodra ze hun geld hebben, zie je ze niet meer”, verzucht hij. „Ik heb een Mozambikaan in dienst, Akaso. Hij is hier elke dag en doet echt z’n best.”

Akaso’s broer werkte tot voorkort ook voor de meubelstoffeerder. Hij werd bij de recente onlusten – waarbij Zuid-Afrikanen hun woede op immigranten richtten – in elkaar geslagen en is teruggegaan naar Mozambique, vertelt zijn baas.

Volgens Mlaba beschuldigen Zuid-Afrikanen de buitenlanders er ook van dat ze de zogeheten RDP-huizen inpikken, de sociale woningen uit het Reconstruction and Development Programme. „Dat gebeurt ook echt. Maar het komt puur omdat de ambtenaren van binnenlandse zaken zo corrupt zijn. Ze roepen wel dat de die huizen niet te koop zijn, maar je kunt met smeergeld een Zuid-Afrikaans identiteitsbewijs krijgen en vervolgens iemand omkopen om zo’n woning te krijgen. Maar je kunt buitenlanders toch niet de schuld geven van het feit dat onze overheid zo corrupt is?”

De echte oorzaak van de onlusten in de townships liggen volgens Mlaba bij het mismanagement en de corruptie van de overheid. „En dat wordt dan afgereageerd op de verkeerde mensen.”

Het optreden van de Zuid-Afrikaanse president, Thabo Mbeki, valt hem ook tegen. „Waar was hij al die tijd? Hij heeft niets van zich laten horen. ANC-voorman Jacob Zuma evenmin. Onze leiders hadden veel sterker moeten optreden en het geweld streng moeten veroordelen.”

Ook de politie heeft het laten afweten, vindt de ondernemer. „Ze wisten dat het geweld eraan zat te komen. Als zoiets in Alexandra begint, kun je er donder op zeggen dat het overslaat naar andere townships. Ze hadden veel eerder wegversperringen moeten aanleggen en uitgebreid moeten patrouilleren. Toen hier de vlam in de pan sloeg, duurde het drie, vier uur voordat ze kwamen. Het politiebureau zit hier notabene vlakbij.”

Mlaba zucht en gebaart naar Akaso dat hij de compressor moet aanzetten. Met het spijkerpistool en een lap stof buigt hij zich met zijn medewerker over een onttakelde sofa.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden