Waar Nescio zijn koffie dronk

De grens is een draad waarlangs twee staten elkaar negeren. Een niemandsgebied, ver van de hoofdstad, waar dingen tot ontwikkeling komen die anders smoren in een nevel van regels. Jeroen Thijssen reist er langs. Vijfde etappe.

Meteen over de grens, na Arcen, gaat het met het landschap mis. Vanaf Venlo heeft de tocht door dichte bossen gelopen, afgewisseld met weilanden, stukjes heide en een enkel enorm ven. Het dorpje Schandelo, net buiten Venlo, is een vlek met aardige lage huizen en kronkelende weggetjes, al is er schandelijk veel bos vervangen door maïs en suikerbiet. Maar Arcen zelf, dorp aan de rivier, met zijn prachtige kasteel en kasteeltuinen, zijn brasseriën en restaurants, is een zegen voor de hongerende mens. Net buiten het dorp, aan een weg die op de rivier doodloopt, zit mogelijk de grootste schat van dit dorp, bierbrouwerij Hertog Jan. Dit was de eerste die het schijnbare monopolie van het Amsterdamse Heineken aantastte met kwaliteitspils, gebrouwen met water uit eigen bron. Hoog en machtig staat het witte gebouw aan de rechterzijde van de weg. Een grote pijpleiding steekt het asfalt over en dringt het huis aan de andere kant binnen, als een angel vol bier. Daar zit Proeflokaal waar zo'n angel meer dan welkom is. Het enorme pand van voor de Tweede Wereldoorlog serveert bier en voedsel: streekvoedsel. Knapperig gebakken bloedworst met appeltjes en stroop, een vroege lunch die versterking biedt voor meer. Voor de avond zou een van de stoofpotten met, natuurlijk, Hertog Jan-bier een aanrader zijn, maar de auto wacht, de tocht gaat verder. Eindelijk schijnt de zon, eindelijk is de zomer begonnen.

En dan gaat het landschappelijk dus mis. Bos verdwijnt, maïs verschijnt, enorme akkers die oplopen naar een rechte horizon. Via Walbeck op weg naar Lüllingen, vanwege de naam uiteraard, en dan door naar Kevelaer rijdt de reiziger over vlakke wegen die gestaag door oneindig laagland gaan. Zelfs geen populier breekt de leegte. 'Kevelaer', wijzen gele borden met gele letters, het beste bewijs dat de grens gepasseerd is.

Maar waar het landschapschoon verstek laat gaan bieden lokale ondernemers vervangend vermaak. Nergens langs de grens, tot nu toe, zijn zoveel Bauernladen, Gemüse- Laden, Landgasthofen en losse fruitstalletjes gevestigd. Even buiten Walbeck, op weg naar Lüllingen, verkoopt een Laden buitengewoon smeuïge, hausgemachte leberwürst, en even smakelijke verse saucijzen. Daar kan iedere slager een puntje aan zuigen. Op een hoek prijkt een bordje 'Erlebnisbiergarten', een belevenisbiertuin, bij Gasthof Zum Lünebörger. Een familietraditie van gastronomie die honderd jaar teruggaat, roemt een plakkaat op de gevel. Zum Lünebörger werkt alleen met lokale ingrediënten uit grootmoeders keuken. Helaas, het is half drie. En het is woensdag. Op woensdag gaat de Gasthof al om twee uur dicht. Geen Kartoffel-Möhrensuppe mit Blutwurstkrapfen, noch Siedefleisch von bio-Limosinrind. De deur van Zum Lünebörger blijft gesloten.

Al snel verschijnen aan de horizon de contouren van Kevelaer: een kerkspits, lage huizen en een enorme watertoren. Lang geleden was dit de plek waar noordelijke Nederlandse katholieken ter bedevaart gingen om hun geloof te kunnen belijden, dat tot halverwege de negentiende eeuw officieel verboden was. Massaal bezochten zij missen bij de kapel met het heilige prentje, dat daar in 1641 door een handelsreiziger werd geplaatst. Dat wil zeggen, de kapel is inmiddels meermalen overgedaan en opgeleukt, maar het plaatje hangt er nog steeds en de gelovigen stromen ook nog steeds toe. Niet langer de onderdrukte massa's maar nostalgische ouderen en hun verwanten. De volksschrijver Gerard Reve zocht en vond hier verlossing, van de melancholie.

Deze woensdag is het stil in Kevelaer, de parkeerplaatsen, groot als zoutwoestijnen, zijn verlaten. De zon beschijnt wat aarzelend de kapel met het golvende leien dakje en het torentje dat geen bel lijkt te bevatten. De deur is open, in het schemerduister is de afbeelding van Maria een vlek van licht, maar schroom weerhoudt de verslaggever naar binnen te gaan. Natuurlijk is er niets heilig, maar sommige dingen moeten alleen door belanghebbenden worden gestoord.

In het toenemende licht gaat de tocht verder, naar het noorden, door weer een vlakte vol maïs en zonder bomen. De weg krult rond het terrein van airport Weeze richting grens. Daar, zo'n vijftig meter voor Nederland, verrijst een culinair instituut dat het beste van beide landen in zich verenigd: cafetaria De Tol. Het oude kantoor van de Duitse grensbewakers is van binnenmuren ontdaan, fris betegeld en gesausd, en biedt nu ruimte aan een snackbar van bi-nationale allure. Onze snacks in Duitse menu's; Thüringer worsten met onze mayonaise. Deze Europese verzoening vult de maag tot achter de oren; jammer dat de Thüringers zo slap gebakken zijn.

Voorbij de Tol dringt de weg met een bijna haakse hoek Nederland weer binnen. Opnieuw neemt het landschap spectaculair in schoonheid toe. Boswegen waar tegenliggers ontbreken, rogge dort op de akkers, klaar voor de oogst. 'Maasduinen' heet het hier, een droog dennenbos dat doorloopt tot Gennep.

Dit plaatsje, ooit gebouwd op de kruising van twee Romeinse heerwegen, heeft een mooi marktje en dito stadhuis. Maar de geschiedenis van Gennep hangt vooral samen met de verovering van Nederland in 1940. Wanneer de Duitse troepen de grens overstromen treffen zij de bruggen over de Maas opgebroken aan; Nederlandse troepen hebben met springladingen de verbinding verbroken. Behalve in Gennep. Hier hebben drie Nederlandse sympathisanten en een Duitser, die met een Nederlandse is getrouwd, zich verkleed als Nederlandse marechaussee. Met een commando Duitse troepen, zogenaamde krijgsgevangenen, nemen zij de brug bij verrassing. Duitse treinen vol tanks en pantserwagens steken nog dezelfde nacht de Maas over en vallen de stelling Zuid-Holland aan.

De brug ligt er nog, maar de spoorlijn is opgeheven; auto's rijden nu over het traject dat de Duitsers vrije doorgang gaf.

Van Gennep naar de grens is het zes kilometer, een kronkelende weg door een oud beekdal. Net over de grens begint een fors bos vol oude bomen, waar een meisje met een mandje en een rood kapje zo rond zou kunnen lopen. Kranenburg, wijst een bordje, het stadje waar half Nijmegen zijn wagen vollaadt bij de Lidl en de bierhal waar de gevulde flessen staan tot aan het plafond. Maar vandaag wacht De Duivelsberg. Daar is het café dat door een van Neêrlands grootste schrijvers werd bezocht en dat nog steeds bestaat. Nescio, de god van het grote gebaar in kleine woorden, dronk koffie in wat nu een pannenkoekenhuis is. Dat meldde deze krant in elk geval in 2006, zonder neer te strijken om zo'n oude, Hollandse lekkernij te nuttigen.

Bij Wyler gaat de weg de grens over als op een spoorwissel. Dan rijzen de heuvels van het Land van Groesbeek omhoog. Zelfmoordfietsers storten zich van steile hellingen, boven bij Berg en Dal zijn statige oude huizen in pretpaleizen veranderd, vol friet en lampjes, vol geschreeuw en tatoeages. Als de oude Nescio dat eens had geweten.

Pannenkoekenhuis De Duivelsberg zit zo goed verborgen dat alleen een rondje Berg en Dal de juiste richting oplevert. Maar dan begint ook de smalle asfaltweg die overgaat in een bultige leemweg. Hoge beuken buigen zich over de auto, grind spat tegen de bodem. De weg draait en een vriendelijke uitspanning verschijnt, een terras onder parasols en opgezette beesten binnen op de schouw. Is dit de gelegenheid waar de beroemde Nescio zijn koffie dronk? Een jonge serveerster haalt haar schouders op.

"Geen idee, meneer." Haar oudere collega is eveneens onwetend.

De pannenkoeken die ze serveren zijn goed maar van hetzelfde soort als alle pannenkoeken in heel Nederland. Met één verschil: de kok van de Duivelsberg bakt het spek tussen twee laagjes koek in.

Duivelsberg bezet
Net na de oorlog vond de Nederlandse regering dat Duitsland wel wat grondgebied kon missen, ten faveure van Nederland. In 1949 was het zover: het Nederlandse leger bezette twaalf kleine gebieden, waarvan De Duivelsberg er een was. Alle andere annexaties gingen uiteindelijk terug naar de voormalige bezetter, alleen De Duivelsberg bleef in Nederlandse handen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden