Waar moeten al die Amsterdammers gaan wonen?

De Stadskantine in de Van Woustraat in de Amsterdamse wijk De Pijp.' Je hoeft nooit verder dan de hoek van de straat voor winkels, cafés, kleine bedrijfjes.'Beeld Jean-Pierre Jans

Amsterdam groeit en bloeit. Steeds meer mensen willen er wonen. Maar het aantal woningen groeit niet mee. Als er niets gebeurt, zeggen betrokkenen, zal ook de economie van de stad schade oplopen.

Dinsdagochtend tegen elven in De Pijp in Amsterdam. Mirke Dekker (33) zit koffie te drinken en op haar laptop te werken in de Coffee Company aan de Ferdinand Bolstraat. Ze wacht op een bevriende webdesigner met wie ze een plan wil bespreken voor een videoproject. Na dat gesprek wil ze via de Albert Cuypmarkt - even groente en fruit kopen - naar huis lopen om daar verder te werken aan het projectplan.

Nee, voor vanavond heeft ze geen plannen. Maar als ze zou willen, kon ze op ongeveer elke straathoek in de buurt het café in, even bijpraten met vrienden of nog een bespreking voeren over iets waaraan ze werkt - want geen stad in Nederland heeft zoveel kroegen als Amsterdam en geen buurt zoveel als De Pijp.

Dit is het Amsterdam waar bij wijze van spreken bijna elke Amsterdammer wel wil wonen. En niet alleen Amsterdammers, ook mensen van buiten de stad. Per maand groeit de bevolking van de hoofdstad met zo'n duizend inwoners. De tijd dat hele hordes gezinnen met jonge kinderen de stad verlieten op zoek naar een huis met een tuin is voorbij en daardoor worden er in Amsterdam meer mensen geboren dan er doodgaan. Maar de aanwas komt ook van buitenaf.

Menselijk kapitaal
De grenzen aan die groei naderen. Want waar moeten al die mensen wonen? De nieuwbouw van woningen is vanwege de crisis grotendeels stilgevallen en blijft achter bij de groei van de bevolking. Nieuwelingen in de stad nemen daarom tegenwoordig genoegen met minder vierkante meters voor meer geld. En voor het eerst sinds mensenheugenis daalt het aantal mensen per woning in Amsterdam niet meer, maar stijgt het.

Het stadsbestuur ziet het gevaar. Amsterdam draait op menselijk kapitaal, op talent, zo heet het in het strategisch plan 'Amsterdam maakt mogelijk', dat eind vorig jaar verscheen. De stad is daarom gebaat bij een aanhoudende stroom 'jonge mensen die naar de stad komen omdat zij daar het beste hun carrière kunnen starten'. Maar juist voor jongeren - pas afgestudeerden, mensen die aan hun eerste baan beginnen - dreigt de stad ontoegankelijk te worden. Gewoon, omdat er voor hen nauwelijks woningen te vinden zijn.

Wat is er precies aan de hand? Waarom trekken jonge gezinnen minder vaak de stad uit en waar komen al die nieuwe Amsterdammers op af? En waarom zijn zij zo belangrijk voor de stad? Jos Gadet, hoofdplanoloog bij de dienst ruimtelijke ordening van de gemeente, kan dat goed uitleggen. "Amsterdam is een leuke stad, een levendige stad", begint hij. "In de hele binnenstad en in de negentiende-eeuwse buurten eromheen, zoals De Pijp, zijn er straten waar je rustig kunt wonen. Maar je hoeft nooit verder dan de hoek van de straat voor de levendigheid van winkels, cafés, een markt, kleine bedrijfjes."

Ook 's avonds een levendige stad
Daarmee onderscheidt Amsterdam zich van andere steden. In de Amsterdamse binnenstad wordt niet alleen gewerkt, er wonen ook veel mensen, betoogt Gadet. Voor elke inwoner is er één arbeidsplaats; in Rotterdam is die verhouding één op vier plaatsen en in bijvoorbeeld Hamburg één op tien. "Zulke steden lopen dus leeg als de werkdag afgelopen is. In Amsterdam is dat anders, dat is ook 's avonds een levendige stad."

 
Per maand groeit de bevolking van de hoofdstad met zo'n duizend inwoners
Amsterdam.Beeld anp

Maar dat is niet het hele verhaal over de bloei die Amsterdam de laatste jaren doormaakt. Want dat levendige karakter past goed bij de opkomst van een nieuw soort economie, waarin kennis en creativiteit belangrijk zijn. De industriële economie is grotendeels uit Amsterdam verdwenen, de financiële sector heeft vanwege de crisis aan belang ingeboet. Maar de creatieve sector groeit - al 13 procent van de werkende Amsterdammers verdient er zijn geld.

"De belangrijkste toegevoegde waarde in westerse economieën van nu zit in de hoofden van mensen", zegt Gadet. "En mensen die werken met creativiteit en kennis hebben andere mensen nodig, om ideeën uit te wisselen, om op nieuwe ideeën te komen. Die nieuwe economie is dus gebaat bij veel mensen bij elkaar. Je ziet het over de hele wereld: bedrijven vestigen zich graag op plekken waar veel mensen bij elkaar zijn, in levendige steden. En Amsterdam heeft op bijvoorbeeld Den Haag en Rotterdam voor, dat er veel meer hoogopgeleiden wonen."

Wie door de stad wandelt, ziet het gebeuren. Grote kantoren staan deels leeg - want bedrijven in de creatieve sector zijn vaak kleinschalig. En van degenen die nog op kantoor werken, wordt meestal niet verwacht dat ze daar precies van negen tot vijf zitten. In plaats daarvan zitten mensen steeds vaker in het café te werken, met laptop of smartphone, of 's zomers in het park. "Mensen gaan zitten waar ze het leuk vinden", zegt Gadet. "De hele stad is hun werkplek geworden."

Sociale-huurwoning
Maar aan die bloei van de stad komt een eind als jong talent er geen plek vindt om te wonen, en dat dreigt nu te gebeuren. "Als een jonge generatie er niet tussen kan komen, heeft dat grote gevolgen voor de stad", zo omschrijft Willem Boterman, stadsgeograaf aan de Universiteit van Amsterdam, de communis opinio onder alle betrokkenen. "Niet alleen in demografische en sociale zin, maar ook in economische termen."

"Voor een sociale-huurwoning komen starters meestal niet in aanmerking", licht Boterman toe. "Huren in de vrije sector is vaak te duur voor ze. En een huis kopen, daar zijn ze vaak niet aan toe, bijvoorbeeld omdat ze een tijdelijke baan hebben. Ze maken alleen kans op goedkope huurwoningen in particulier bezit. Maar dat is maar een klein deel van de markt."

En dus zijn starters aangewezen op het 'grijze circuit', ontdekte Boterman in onderzoek dat hij afgelopen najaar afrondde. "Ze zoeken iets in onderhuur of wonen tijdelijk anti-kraak", zegt hij. "Wie ouders met geld heeft, is in het voordeel, want die kunnen misschien wél iets kopen. Wie Amsterdam kent of er een goed sociaal netwerk heeft, heeft ook meer kans. De rest behelpt zich met de ene verhuizing na de andere, van het ene tijdelijke naar het andere halflegale adres."

Wat starters in Amsterdam ook parten speelt, is dat er nauwelijks woningen te huur zijn in wat in woningbouwjargon 'het middensegment' genoemd wordt (met huren tussen de 700 en 1000 euro) en dat Amsterdam juist veel sociale-huurwoningen heeft. Die sociale-huurwoningen dan maar omzetten in woningen in dat middensegment? Boterman: "Zolang er geen nieuwe woningen gebouwd worden, blijft het een zero sum game: wat je voor de ene groep toegankelijk maakt, wordt ontoegankelijk voor anderen."

 
Mensen die werken met creativiteit en kennis hebben andere mensen nodig, om ideeën uit te wisselen, om op nieuwe ideeën te komen
Amsterdam CentraalBeeld anp
Luchtfoto van Amsterdam.Beeld anp

Tweedeling
Er dreigt nóg een gevaar, waarschuwt Boterman. "Overal zie je dat wonen in binnensteden duur wordt. Dat gebeurt nu ook in Amsterdam. De populairste plekken zijn straks alleen toegankelijk voor mensen met veel geld. De rest moet genoegen nemen met een plek in de periferie. Dat leidt tot een tweedeling."

Dat is in Amsterdam al gaande. Met name in de stadsdelen buiten de ringweg A10 en ten noorden van het IJ (Nieuw-West, Zuidoost en Noord) wonen al meer allochtonen, meer werklozen, meer mensen met lage inkomens en weinig opleiding dan elders in de stad. Daar zijn nog betaalbare woningen te vinden. Maar de levendigheid, de cafés om de hoek, de theaters en bioscopen - kortom, alles wat Amsterdam zo aantrekkelijk maakt voor de creatieven die het menselijk kapitaal van de stad zijn, ontbreekt er. Die willen er alleen wonen als het echt niet anders kan.

Toch ligt volgens de plannenmakers van 'Amsterdam maakt mogelijk' daar de ruimte: ook het gebied buiten de ringweg moet echt stedelijk worden, te beginnen met delen van de stad die direct aan die ring liggen. Die 'ringzone' moet de stadsdelen binnen en buiten de ring verbinden. "Investeren in deze zone is niet alleen belangrijk voor het binden van talent aan de stad", stellen de schrijvers van het plan, "maar ook voor het tegengaan van tweedeling."

Mirke Dekker kan zich er weinig bij voorstellen. "Buiten de ring is weinig te beleven", zegt ze. En met een gebaar naar de buurt om haar heen: "De stad, dat is hier."

Tussen wal en schip
Neem Thomas Smits (26). Hij is opgegroeid in Amsterdam, maar werkt nu aan een proefschrift in Nijmegen, waar hij twee dagen per week overnacht. Zijn vriendin werkt in Amsterdam en zijn vrienden wonen er. Dus hij wil niet weg.

Al drie jaar woont hij in een woning die gesloopt gaat worden. "Eerst voor een half jaar, daarna werd die termijn steeds verlengd. Maar in augustus is het echt afgelopen. Mijn vriendin is intussen bij me ingetrokken. Maar we zoeken dus iets anders."

Op een sociale-huurwoning maakt het stel nauwelijks kans. Thomas heeft zich op z'n achttiende meteen ingeschreven bij Woningnet, het netwerk dat die woningen verdeelt. Maar als hij zich aanmeldt voor een woning die vrijkomt, heeft hij meestal zo'n zestig gegadigden voor zich. "We zitten tussen wal en schip. Huren in de vrije sector is net te duur voor ons en kopen lukt niet, want we hebben geen van beiden een vaste baan."

Kieskeurig is Thomas niet. "Veertig minuten fietsen van de Dam, daar ligt voor ons de grens. Anders kan je net zo goed echt buiten de stad gaan wonen."

Ook Rick (24, "Liever geen achternaam, ik zit in onderhuur, dat is natuurlijk illegaal") is op zoek. Hij kwam twee jaar geleden naar Amsterdam voor een stage bij een evenementenbureau, bleef tijdelijk bij dat bureau hangen en probeert nu als zelfstandig ondernemer aan de bak te komen. "En daarvoor zit je in Amsterdam het best."

Nu nog een huis. Hij begon als logé bij een vriend - "wel gezellig, maar niet voor al te lang" - en hopte daarna van het ene naar het andere tijdelijke adres. En nu dus in onderhuur, in Oud-West. "Op zich hartstikke leuk, maar ik zit liever legaal. Dat zal toch wel lukken, ooit?"

Twistpunt bij gemeenteraadsverkiezingen
De woningmarkt is de sleutel tot succes voor de stad. Deze zin, uit het programma van de Amsterdamse VVD voor de gemeenteraadsverkiezingen, wordt door alle partijen in de hoofdstad waarschijnlijk wel onderschreven. Maar daarmee houdt de eensgezindheid op. Want er is geen onderwerp waarover links en rechts zozeer van mening verschillen als de woningmarkt.

Het grootste discussiepunt is het aantal sociale-huurwoningen. Ongeveer 60 procent van alle Amsterdamse woningen valt in deze betaalbare categorie (45 procent in het bezit van woningcorporaties, 15 procent particulier eigendom), veel meer dan in andere steden.

Volgens de VVD en D66 moet dat percentage omlaag naar 30. Want Amsterdam moet het hebben van talent dat zich er vestigt. Maar twee derde van de Amsterdamse woningen is 'verboden toegang voor talent', stelt de VVD, omdat het te veel verdient om voor sociale huur in aanmerking te komen. Dat is fnuikend voor de economie.

De linkse partijen kijken er anders tegenaan. Halvering van het aantal sociale-huurwoningen 'jaagt de armen de stad uit', vindt PvdA-lijsttrekker Pieter Hilhorst.

 
In de stadsdelen buiten de ringweg A10 en ten noorden van het IJ wonen al meer allochtonen, meer werklozen en weinig opleiding dan elders in de stad
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden