Waar meisjes van dromen

Cissy kreeg hele generaties jonge meiden aan de dagboeken. Beroemdste navolgster: Anne Frank

Wie Cissy van Marxveldt zegt, zegt Joop ter Heul. Een naam waarbij mijn nu oudere meisjeshart altijd een huppeltje maakt. Nog zie ik in het tomadorekje van mijn zus de vijf Witte Ravenpockets staan. Een halve herfstvakantie lag ik ermee op bed in mijn zolderkamertje. Plus de daarop volgende kerst- en krokusvakantie, want ik had nog lang niet genoeg van die 'dartele' Joop in haar rebellie tegen de vrouwelijke nuffigheid van een kleertjeszieke moeder en zuster.

Joop en haar zes vriendinnen van de Jopopinoloukicoclub 'zwierden' liever door de modder, 'fuifden' elkaar op taartjes en dreven met onschuldig kattekwaad het hele lerarenkorps van de meisjes-HBS tot wanhoop. Totdat Joops strenge doch rechtvaardige 'piepert' (Joops voor vader) ingreep, want er moest natuurlijk wel een diploma gehaald worden. Maar zelfs als ze in deel drie getrouwd is met de knappe, gefortuneerde Leo, ze laat zich nooit helemaal temmen door oudbakken victoriaanse opvattingen over hoe het hoort.

Later werd me geleerd dat het maar flutromannetjes waren, nauwelijks beter dan lectuur voor keukenmeiden, van wie het in Van Marxveldts verhalen overigens wemelt. Boekjes voor bakvissen, en dat was niet aardig bedoeld. Maar weggooien, nee, dat doe je niet. En zo las ik ze een paar jaar geleden weer achter elkaar uit, net als Van Marxveldt andere beroemde meisjesboek, 'Een zomerzotheid'.

Toen pas besefte ik dat ze al in de jaren twintig waren geschreven. En dat ze, afgezien van modewoordjes als moppig, olijk en drakenpit, nog altijd verbazend fris waren: wie wil weten hoe je sprankelende en levensechte dialogen schrijft, raadplege Van Marxveldt.

Een andere verdienste van deze schrijfster: ze kreeg hele generaties jonge meiden aan de dagboeken. Met als beroemdste navolgster Anne Frank, die haar dagboekbrieven schreef aan Kitty, Joops beste vriendin.

Dus toen het bericht kwam dat Van Marxveldts biografie op stapel stond, was deze fan er als de kippen bij. En als dan ook nog Monica Soeting de schrijfster is, dan verwacht je helemaal een feestje. Soeting is immers oud-hoofdredacteur van Biografie Bulletin, medeoprichtster van het Nederlandse Dagboekarchief en medeauteur van de zeer praktische handleiding 'Hoe schrijf ik een biografie?'.

Soeting had er geen gemakkelijke klus aan. Van Marxveldt (1889-1948) behoort niet tot de schrijvers die al vanaf hun jeugd elk treinkaartje en doktersbriefje hebben bewaard ten gerieve van toekomstige biografen. Ondanks gedegen speurwerk moest Soeting zich redden met een oud dagboek, en wat brieven en foto's.

De gaten in het verhaal plamuurt de biografe vakkundig dicht met uitgebreide, meer of minder relevante uiteenzettingen over de historische context, zoals over het verschijnsel new woman (vrouwen die zich hadden bevrijd uit het negentiende-eeuwse keurslijf).

Verdere bronnen: een paar interviews en autobiografische verhalen. Een complicatie daarbij was, dat wat Van Marxveldt over zichzelf vertelde, meestal iets verhevener en duurder was dan de werkelijkheid. Een neiging die volgens Soeting vooral duidt op de sociale en culturele ambities van de hogere middenklasse.

Ook in Van Marxveldts romans is nogal eens sprake van verfraaiende 'autobiografictie': zo haalde Joop ter Heul wel haar hbs-diploma, maar Cissy zelf nooit, is Joops 'piepert' een rijke Amsterdamse zakenman, terwijl Cissy's vader een onderbetaalde schoolmeester in het Friese Oranjewoud was, en klonk het pseudoniem Cissy van Marxveldt toch wat chiquer dan haar eigenlijke naam, Setske de Haan.

Toch valt er een interessante levensloop te reconstrueren, met daarin ook minder bekende feiten en wendingen. De hoogte- en dieptepunten: een vernederend baantje als 'gezelschapsdame' in Engeland en haar verhuizing vanuit Oranjewoud naar Amsterdam, waar ze, zoals zoveel jonge vrouwen in die tijd, aan het werk gaat als kantoorbediende. Daar leert ze de donkere, aantrekkelijke Leo(n) Beek kennen en wordt ze een bekende schrijfster, overigens lang niet alleen van meisjesboeken.

In 1929 krijgt ze een hersenbloeding, waardoor ze haar schrijfarm niet meer kan gebruiken, een ramp. Ook haar huwelijk krijgt een knauw, als haar zoon Ynze een stapeltje liefdesbrieven van Leo's minnares vindt. De bezetting maakt uiteindelijk alles kapot: de Joodse Leo duikt onder en wordt in 1944 als verzetsstrijder gefusilleerd.

Na de oorlog schrijft Van Marxveldt nog

het vijfde deel van de Joop-reeks en het serieuze 'Ook zij maakte het mee', over een verzetsstrijdster. Maar de ontberingen van oorlog en hongerwinter komt ze niet meer teboven: ze overlijdt op 31 oktober 1948.

Moet een biograaf idolaat zijn? Natuurlijk niet. Het is dan ook terecht dat Soeting zorgvuldig naloopt of Setske de Haan inderdaad wel altijd de waarheid sprak. Moet je dan van je onderwerp houden? Hoeft ook niet, stelt Soeting in haar boekje over hoe je een biografie schrijft; zolang je je onderwerp maar niet minacht. In dat laatste opzicht schiet ze soms flink tekort. Ze laat geen gelegenheid lopen om te melden dat Van Marxveldt een typisch lid van de hogere middenklasse is. Ja, en? Is dat niet goed? Maakt dat haar boeken minder interessant?

Ook het feit dat Van Marxveldt altijd heeft beweerd dat haar gezin belangrijker was dan haar schrijverij, veroordeelt Soeting als laf en valse bescheidenheid. En waarom moet ze er zo vaak op wijzen dat Van Marxveldt haar verlamde arm in het openbaar steeds verstopte? In een tijd dat het uit schaamte (of was het wellevendheid?) nog niet gebruikelijk was om je hele lek en gebrek op Facebook te zetten? Waarom toch zo meedogenloos en superieur?

Wel weer de moeite waard is Soetings aandacht voor de waardering in de loop der jaren voor Van Marxveldts boeken. De meningen waren verdeeld, ook na haar dood. Zo vond Cisca Dresselhuys in 'Opzij' dat Joop geen feministe was, terwijl de academische genderstudies later toch ook een aantal onconventionele 'tegenstemmen' in de Joop-verhalen signaleerden. Maar hoe goed of fout Van Marxveldts boeken literair, politiek of sociaal ook mogen zijn, aan haar humor hoeft niemand te twijfelen, zo concludeert de biografe.

Zelden ben ik het zo met iemand eens geweest.

Monica Soeting: Cissy van Marxveldt. Een biografie Atlas Contact, 464 blz., euro 34,99

undefined

Meisjesboeken

Cissy van Marxveldt wordt wel gezien als de koningin van het Nederlandse meisjesboek, vooral dankzij haar vijf Joop ter Heul-boeken en 'Een zomerzotheid'. Haar grote voorbeeld was Top Naeff, wier 'School-idyllen' (1900) de jonge Van Marxveldt arm in arm met haar vriendinnen op het schoolplein verslonden had. Het oerboek van het genre is Louisa May Alcotts 'Little Women' (1868), maar ook 'Sara Burgerhart' (1782) doet een gooi naar deze titel. Boeken voor en over meisjes waren lang vaak bedoeld om puberende 'wildzangen', 'tomboys' (meisjes die liever voetballen dan breien) en 'stijfkopjes' klaar te stomen voor de rol van bescheiden en zorgzame echtgenote en moeder.

Na de Tweede Wereldoorlog liet Astrid Lindgrens Pippi Langkous zich evenwel niet meer zo'n toekomst aansmeren. Een andere naoorlogse klassieker over de vriendschap tussen schoolmeisjes is Enid Blytons zesdelige serie over Pitty's jaren op de meisjeskostschool Malory Towers. Welk meisje wilde niet ook naar zo'n leuke school? Met zo veel vriendinnen, al dat sporten en geen ouders in de buurt?

Het kan niet anders of Joanne Rowling, de schrijfster van de Harry Potter-serie, is opgegroeid met Malory Towers en Blytons serie 'De vijf', over een groepje kinderen (waaronder een typische 'tomboy') die vele mysteries oplossen en schurken uitschakelen.

Uitgeverij Westfriesland was vanaf de jaren zestig lang de grootste uitgeverij van meisjesboeken met de Witte Ravenpockets waarin alle Joops en Pitty's werden herdrukt. De wat oudere meisjes werden in deze serie bediend met de ruim honderd romantische boeken van Leni Saris (verkoop 8 miljoen), met titels als 'Eens komt de dag' en 'En zo begon het'. Ze eindigden altijd gelukkig, met een kuise kus.

Pas na 1975 begon met de Bouquetreeks van uitgeverij Harlequin seks een explicietere rol te spelen.

De literaire status van het meisjesboek is van oudsher laag. In het interbellum hadden hyperviriele critici als Ter Braak en Du Perron toch al weinig op met vrouwelijke schrijvers of een publiek van dames en keukenmeiden. Vooral de bakvis moest het daarbij het ontgelden, met Joop ter Heul als prototype.

Die kritiek en vooroorlogse ideeën over aard en wezen van man en vrouw doen inmiddels gedateerd en bekrompen aan. Naast Van Marxveldt hebben Anne Frank, Paul van Vliet, Carry Slee en Franca Treur ondertussen ruimschoots bewezen dat ook de belevenissen van een meisje van 13 het opschrijven, verzinnen, bezingen en lezen waard kunnen zijn. Zelfs voor wie dat zelf niet (meer) is.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden